Excursie 28-08-2004 naar de Gelderse poortOp zaterdag 28 augustus 2004 zijn 6 leden van het docententeam van de Landschappen- / herfstcursus van IVN-Leiden naar de Gelderse poort geweest. Dit in het kader van een dagje uit om te vieren dat we weer een geslaagde landschappencursus hebben gegeven.Dit verslag heeft onder meer tot doel om anderen een idee aan de hand te doen voor een dagje genieten in de natuur. Hieronder een soortenlijst en excursieverslag. hm september 2004
|
| Plaats: | Kekerdom |
| Datum: | 28 augustus 2004 |
| Excursie | Gelderse Poort |
| Tijd | van ± 11.30 uur tot ± 15.15 |
| Windkracht: | 1 |
| Temperatuur: | ± 21 ° C |
| Verdere weersgesteldheid: | Half bewolkt tot vrijwel onbewolkt weinig wind en veel zon |
|
De Gelderse Poort begint waar de Rijn ons land binnenstroomt en zich splitst in Nederrijn en Waal. Hiervandaan vervolgen beide rivieren hun koers door het rivierenland. De Gelderse poort behoort tot de Ooypolder en de Millingerwaard. Het ligt onder een bocht in de Waal vlak bij Kekerdom en Millingen aan de Rijn. Het gebied is 373 ha groot en dit rivierenlandschap wordt momenteel op een zo'n natuurlijk mogelijke manier beheerd door Staatsbosbeheer. Het terrein wordt begrazen door Konik-paarden en Galloways (runderen). Het is een gevarieerd natuurgebied met ooibossen, ruigtes en graslanden.
|
Rond 11 uur gingen we op pad de hoge dijk van Kekerdom op. Het blijkt dat de begraafplaats bij de kerk en enkele benedendijkse woningen onder of in het water staan bij ongunstige weersomstandigheden. Nu zag alles er heel gunstig uit, maar hoge schoenen of laarzen zijn voor dit gebied toch wel aan te raden. Vooral de botanici in ons gezelschap kwamen goed aan hun trekken het hele gebied is voorzien van talloze water- en vocht minnende planten.
Maar ook kent het minder vochtige delen, waardoor bijvoorbeeld teunisbloemen het hier ook goed doen. Het blijkt dat teunisbloemen voorzien zijn van voor ons onzichtbare lijnen, die door insecten wel gezien worden. (De zogenaamde honingbanen).
We vingen een kleine gele rugstreeppad en konden het beestje op die manier goed bekijken.
We zagen enkele buizerds in een thermiek bel vliegen, maar opeens werd onze aandacht opge-eisd door een veel grotere vogel. met grote zwarte vleugels en een lange nek, onmiskenbaar een zwarte ooievaar. Ook onze begeleider was hierover enthousiast, want hoewel dit rivierengebied een uitstekend biotoop is voor de zwarte eiber wordt hij niet alle dagen gezien. Het dier werd een beetje gepest door de aanwezige buizerds, die bij herhaling een schijnaanval inzetten. Zowel ooievaars als buizerds zijn uitstekende thermiekvliegers. Totaal kon je 3 thermiekzuilen waarnemen, waar nu wel 15 buizerds en de belaagde eiber in rondzweefden een hele mooie luchtshow.

© foto: André Biemans
Verder kwamen we later ook nog twee juveniele boomvalken en een witgat tegen. We zagen bitterzoet met bessen en bloemen dat kan inderdaad in deze tijd van het jaar. Vlieren en meidoorns waren als overdadige voorzien van bessen.
Door het gebied liep nu een brede sloot wat een mooie verzamelplaats was voor de Galloways en Koniks. De koniks leven in groepen van allemaal vrouwtjes 'e'en van de merries is de baas de "matriarch". Zij bepaalt waar de groep naar toegaat. Er is wel een hengst aanwezig maar die heeft niet de leiding, maar zal de kudde wel verdedigen tegen indringers en rivalen. Ook wij werden goed in de gaten gehouden. Enkele spreeuwen weren geland op de ruggen van twee paarden. Het leken op die manier wel "ossenpikkers".
We kwamen nu uit bij de Waal de drukst bevaarde rivier van Europa. Er was inderdaad veel scheepvaart te zien voornamelijk rijnaken beladen met zand. De oevers van de bochtige rivier monden uit in strandjes waarop vooral veel zeepkruid voorkomt. De wortels van de op het strand groeiende bomen waren helemaal uitgestoven. Hierdoor kreeg je een beetje het idee van een mangrovebos.
Even later zagen we de restanten van het eerste ooibos wat hier in de buurt is geweest. Het gaat om bomen die hier ongeveer 8.400 jaar geleden groeiden. Ze hebben eeuwen lang in het water gelegen en zijn in 1996 door Rijkswaterstaat opgebaggerd. De stammen zijn in 1998 rechtop gezet als een natuurhistorisch monument.
Kort hierna waren we weer bij ons startpunt aangekomen. We bedankten de gids die ons al dit moois op de route had laten zien en konden met een goed gevoel weer terugkeren naar het westen des land.
Henk Merts september 2004