Excursie 08-02-2003 naar Zeeland en de Zuid hollandse eilandenDeze dag zijn we met een bus vol enthousiaste vogelaars naar Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland geweest.Hieronder een soortenlijst en excursieverslag De soortenlijst is het totaal van alle waarnemingen. De vermelde aantallen zijn ruwe schattingen, ze dienen als indicatie voor het aantal vogels per soort. hm februari 2003
|
| Excursie naar Zeeland en Zuid Hollandse eilanden | |
|---|---|
| Organisatie: | Vogelwerkgroep Koudekerk Hazerswoude e.o. |
| Plaats: | Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland |
| Datum: | 08-02-2003 |
| Begin- en eindtijd | 08.15 - 18.00 |
| Windkracht: | 2 |
| Temperatuur: | ± 5 á 7 ° C |
| Verdere weersgesteldheid: | Het was enigszins mistig weer met weinig wind |
| VOGELS | 85 |
|---|---|
| Duikers | 1 |
| Roodkeelduiker | XX |
| |
| Futen | 2 |
| Dodaars | X |
| Fuut | XX |
| Aalscholvers | 1 |
| Aalscholver | C |
| Reigers | 2 |
| Blauwe Reiger | X |
| Kleine Zilverreiger | I |
| Ooievaars | 1 |
| Ooievaar | I |
| Zwanen | 1 |
| Knobbelzwaan | L |
| Ganzen | 8 |
| Brandgans | MMM |
| Canadese gans | V |
| Dwerggans | I |
| Grauwe gans | D |
| Kolgans | MM |
| Nijlgans | X |
| Rotgans | D |
| Soepgans | I |
| Eenden | 18 |
| Bergeend | XX |
| Brilduiker | X |
| Eidereend | C |
| Grote zaagbek | I |
| Grote zee-eend | I |
| IJseend | I |
| Krakeend | V |
| Kuifeend | L |
| Middelste zaagbek | XX |
| Nonnetje | II |
| Pijlstaart | II |
| Smient | D |
| Slobeend | X |
| Tafeleend | X |
| Topper | I |
| Wilde eend | CC |
| Zwarte Zee-eend | I |
| Soepeend | I |
| Roofvogels | 5 |
| Blauwe Kiekendief | V |
| Buizerd | XX |
| Slechtvalk | I |
| |
| Sperwer | I |
| Torenvalk | XX |
| Hoenderachtigen | 2 |
| Fazant | XX |
| Patrijs | X |
| Rallen | 2 |
| Meerkoet | D |
| Waterhoen | XX |
| Steltlopers | 6 |
| Kluut | L |
| Rosse Grutto | V |
| Scholekster | D |
| Tureluur | XX |
| Wulp | D |
| Zwarte ruiter | V |
| Plevieren | 2 |
| Goudplevier | XX |
| Kievit | C |
| Strandlopers e.d. | 4 |
| Drieteenstrandloper | I |
| Kanoet strandloper | II |
| Paarse strandloper | II |
| Steenloper | XX |
| Meeuwen | 4 |
| Grote Mantelmeeuw | V |
| Kokmeeuw | D |
| Stormmeeuw | XX |
| Zilvermeeuw | C |
| Alken | 1 |
| Alk | I |
| Duiven | 3 |
| Holenduif | L |
| Houtduif | CC |
| Turkse tortel | V |
| Uilen | 1 |
| Velduil | II |
| |
| Spechten | 2 |
| Groene specht | I |
| Grote bonte specht | II |
| Zangvogels | 20 |
| Winterkoningen | 1 |
| Winterkoning | I |
| Heggenmussen | 1 |
| Heggenmus | II |
| Lijsterachtigen | 5 |
| Grote lijster | I |
| Koperwiek | I |
| Kramsvogel | CC |
| Merel | V |
| Zanglijster | I |
| Mezen | 3 |
| Koolmees | V |
| Pimpelmees | I |
| Staartmees | V |
| Kraaiachtigen | 5 |
| Ekster | XX |
| Gaai | I |
| Kauw | L |
| Roek | I |
| Zwarte kraai | XX |
| Mussen | 2 |
| Huismus | V |
| Ringmus | II |
| Spreeuwen | 1 |
| Spreeuw | CC |
| Vinken | 2 |
| Putter | X |
| Vink | II |
LEGENDA:
| |
| 3 | = Werkelijke aantal |
| I | = één exemplaar |
| II | = Enkele exemplaren |
| V | = 5 á 9 exemplaren |
| X | = Ruim 10 exmplaren |
| XX | = Tientallen exemplaren |
| L | = Ongeveer 50 ex. |
| C | = Ongeveer 100 ex. |
| CC | = Vele honderden exemplaren |
| D | = Ongeveer 500 eexmplaren |
| M | = Ongeveer 1.000 exemplaren |
| MM | = Vele duizenden exemplaren |
| MMM | = Tienduizenden exemplaren |
Verslag
In dit verslag worden per locatie steeds de meest interessante waarnemingen vermeld.
Rond 8.15 draaide een grote bus de carpoolplaats op om de laatste vogelaars aan bord te hijsen. Daarna ging de tocht zuidwaarts. Aan het stuur chauffeur Aat die vaker vogelaars mocht rondrijden. Bert van Eijk was de spreekstalmeester en hij vertelde wat de plannen voor deze dag waren. Voorbij Rotterdam werden de geluiden van de verschillende ganzen ten gehore gebracht en van de belangrijkste soorten werden de belangrijkste topologische kenmerken genoemd. Kleur van snavels, poten en verenkleed.
Het nu precies een week en vijftig jaar geleden dat de Watersnood ramp had plaatsgevonden, in de nacht van 31 januari en 1 februari 1953. Door een noodlottige combinatie van springvloed en een langdurige noordwesterstorm werd het water van de Noordzee opgestuwd tot 4 á 5 meter boven N.A.P. Destijds stonden ruim 200.000 hectare Zuidhollads, Westbrabants en Zeeuws grondgebied onder water. En 1835 mensen verdronken in het zilte water. Vrijwel alle gebieden die wij die dag zouden bezoeken hadden toen onder water gestaan.
Zuidland (ZH)
We weken iets af van de traditionele route Ton Renniers was op het idee gekomen om de route te starten bij Zuidland. De polders ten zuidwesten van Spijkenisse heten gelijk het daarbij horende plaatsje Zuidland. Hier zagen we de eerste duizenden kol- en brandganzen. Onze chauffeur is inmiddels ook al aardig bekend met de wensen van vogelaars. Zeer behoedzaam bracht hij de bus tot stilstand om later in een soort tijgersluipgang zijn weg te vervolgen.
De brand- en kolganzen stonden echt door elkaar heen, wat op zich al redelijk bijzonder is. Want meestel blijven de soorten toch meer gescheiden van elkaar. Het terrein werd bewaakt door 3 buizerds. Die gezeten op diverse paaltjes alles goed in de gaten hielden. De eerste torenvalk van die dag vertoefde dicht bij de bus en liet zich goed bekijken. Even later grote hoeveelheden spreeuwen en kramsvogels.
Een eindje verder werd de eerste blauwe kiekendief gespot het ging hier om een vrouwtje. Bij een groepje brandganzen bespeurden we ook vijf Canadese ganzen. Duidelijk te zien dat ze echt een maatje groter zijn dan de "brandjes". Ook verschillende meeuwen de stormmeeuw is weer goed te herkennen aan zijn zwarte oog. Vlak bij een boerderij liepen enkele kippen (die natuurlijk niet worden meegeteld). Hoewel nog even geprobeerd werd om ze een andere naam te geven "huishoenen". Maar hoe dan ook ze kwamen niet op de lijst.
In wat meer waterrijk gebied de daarbij behorende watervogels als kuifeend en fuut, maar ook konden we de "boterbuik" (grote zaagbek) noteren. Later in een weiland een grote vogelverschrikker, deze milieuvriendelijke methode wordt nog steeds gebruikt. Soms met succes getuige het verlaten weiland, maar later zagen we een andere verschrikker die een verkeerde cursus had gevolgd namelijk die van vogelaantrekker. Want dit houten mannetje was omringd door grauwe ganzen, al gold het een popidool die door zijn fans werd belaagd. Niet ver daarvandaan maakten honderden wulpen en scholeksters hun opwachting. We reden door Voorne niet ver van het plaatsje Hellevoetsluis. Dit mag een echte groei gemeente genoemd worden. Want het huidige inwoneraantal zit rond de 40.000 en enkele tientallen jaren geleden was dit aantal ongeveer 8 x zo laag.
Buitenhaven van Stellendam (ZH)
Hier gingen we naar buiten en konden de telescopen te voorschijn halen. De haven werd bewaakt door enkele aalscholvers die gezeten op verschillende dukdalven de omgeving rondkeken. In het zoute water van de haven zie je al snel een middelste zaagbek. deze "punkers" kom je voornamelijk tegen in zilte of brakke wateren. Iemand zag een alk, alleen toen de anderen ook wilde kijken dook het dier onder, helaas is hij daarna niet meer boven water gekomen. Wel had iedereen een kans om vanaf de dijk naar een topper te loeren. Net als kolganzen heeft deze eend een witte kol rond de snavelbasis. Een wulp stond tot zijn tibia in het zoute water.
Een groep van 12 kluten zat op rij allen met de kop in de veren. Verderop stonden enkele soortgenoten ook tot aan de enkels in hun natte omgeving. Tot slot nog een vliegende en landende brilduiker man.
Van Havenhoofd tot Romeinenweg (ZH)
De komende kilometers werden aangeduid als rondje Ouddorp. Via het plaatsje Havenhoofd door de polders bij Goedereede. In een van deze dorpjes zagen we kauwen op een rokende schoorsteen zitten. Zij doen dit om twee redenen. Het is natuurlijk lekker warm en verder zorgt de rook er voor dat aanwezige veerparasieten een grotere kans maken om zich te bevrijden van hun doorrookte gastheer. Ook een kauw met enkele witte veren. In Naturalis staat ook zo'n exemplaar in de vitrine en die staat daar bekend onder de naam "Leidse kauw".
Richting Romeinenweg ingezaaid land met "ganzenverschrikkers". Dunne paaltjes met daaraan een wapperend stuk plastic. De meeste ganzen ervoeren hier zo'n enorm rijdend voorwerp toch wel als hinderlijk want een groot aantal van hen ging op de wieken. Later begrepen ze dat ze toch weinig van ons te duchten hadden en keerden ze weer terug naar het malse gras. We zagen een buizerd bezig zijn kort daarvoor geslagen prooi naar binnen te werken.
Iemand met haviksogen zag in een weiland een grote lijster staan.
Inmiddels waren we weer bij Goedereede (vlakbij Ouddorp) aangekomen bij de inmiddels traditionele "Koningspleisterplaats" werd geluncht.
Richting Brouwersdam (ZH)
Na de lunch ging het gezelschap via de polders Koudenhoek langzaam richting Brouwersdam.
Op een akkertje werden enkele patrijzen gesignaleerd. Maar toen de bus helemaal stil stond kon je ze goed tellen.
Het waren er precies tien. Op een akkertje vallen deze vogels bijna niet op dank zij hun uitstekende schutkleur. Op enkele weilanden zag je oogstresten van pompoenen, deze zijn er waarschijnlijk neergelegd om de ganzen te lokken.
Brouwersdam (ZH &ZL)
De scheiding tussen de twee provincies beloofd altijd bijzondere waarnemingen en ook dit keer was het raak.
In één kijkerbeeld zagen we paarse- en kanoetstrandlopers en een steenloper. Dit biedt volop mogelijkheden om de verschillen goed te onderscheiden. Het verenkleed van de paarse strandloper is in de wintermaanden vrij grijs, met weinig nuanceverschil tussen borst- en vleugelveren en verder zijn de mosterdgele poten natuurlijk heel opvallend. De kanoeten zijn duidelijk het lichtst getooid van dit gezelschap, hun poten zijn weinig opvallend van kleur grijs-groenig. De steenloper is altijd al makkelijk te determineren. Groot donker borstpatroon en de oranje poten.
Vlak bij het vliegerveld, waarin altijd wel mensen zijn te vinden die zich bezig houden met lucht dressuur van een felgekleurd vliegend voorwerp, konden we een drietal rosse grutto's bewonderen. Een verdwaald drieteenstrandlopertje liep zenuwachtig in de buurt van deze langsnavels heen-en-weer te rennen.
Een roodkeelduiker liet zich van vlakbij bekijken. Zoals het een goed roodkeelduiker betaamt wees zijn snavel fier omhoog. Even later kon je wel tientallen "roodkelen" zien, maar daarvoor had je echt een telescoop nodig.
Zo mooi dichtbij als die eerste hebben we ze niet meer voor geschoteld gekregen tijdens deze excursie.
Bij de uitwateringssluizen bleek op een boei een slechtvalk te zitten. Toen vond deze grote valk het ook nog nodig om een demonstratie van zijn vliegkunst te geven en met snelle vleugelslagen vloog hij boven de zeereep.
Om uiteindelijk boven een duintop weer zijn verdiende rust te vinden.
Ook zee-eenden deden hun best om de aandacht te trekken. Zwarte zee-eenden kan je hier eigenlijk altijd wel tegenkomen. Wijfjes hebben een lichte hals en een donkere pet op, hierdoor lijken ze een beetje op vrouwtjes nonnen.
Er vloog een zee-eend langs met duidelijk witte armpennen, dit kon alleen maar een grote zee-eend zijn. Voor mij betekende dat een nieuwe soort. Dat maakt zo'n dag natuurlijk helemaal geweldig.
Koudekerkse inlaag en Plompetoren (ZL)
Hier vind je altijd wel rotganzen, we zagen ze nu ook in alle denkbare mogelijkheden, Op het land, in de lucht en op het water. Maar ook vertoefden hier kluten. Rond een struik vloog een dozijn puttertjes rond.
Een donkere buizerd zorgde voor groot contrast met een albino fazant. Dit witte dier werd meteen omgedoopt tot "sneeuwfazant".
De inlage (ZL)
In de buurt van Serooskerke zijn verschillende inlagen o.a. Flowers- en Weversinlaag deze maken ook deel uit van het plan tureluur. Een plan wat er vooral op gericht is om veel steltlopers te ontvangen. Een inlage is een gebied tussen twee dijken in, want onder meer dient als hoogwatervluchtplaats (HVP) voor vele vogelsoorten.
Tussen duizenden brandganzen vertoefde één vreemdeling. Het was toch wel verstandig om even uit de bus te stappen en dit dier aan nadere inspectie te onderwerpen. Het bleek een dwerggans te zijn. Ziet er uit als een kleine kolgans en vooral zijn snavel is wat minder fors uitgevallen.
Maar onze stop werd extra beloond, want ook een velduil claimde onze aandacht. Eerst rustig gezeten op een paaltje wachtte het dier geduldig af tot alle telescopen op hem gericht waren. Hij vervolmaakte de voorstelling met een rondvlucht boven het grasland.
De bus reed verder maar binnen een straal van een kilometer werd er weer gestopt voor wederom een velduil.
Het was zeker niet dezelfde dus kon je eigenlijk wel spreken van een ware "velduilenplaag". Dit dier had zich op een prooi gestort, een onfortuinlijke mol was daardoor ongetwijfeld minder enthousiast over de aanwezigheid van Asio flammeus.
Even later zagen we nog een "ossenpikker" in actie. Het ging om een ekster die op een schaap was geland en deze wolfabrikant wilde beroven van een deel van zijn "wollen trui".
We passeerden een met krans versierd monument wat ons nog even herinnerde aan de ramp van een halve eeuw geleden. Het monument was voorzien van het volgende opschrift:
Wij waren in iedergeval al weer aan de terugtocht begonnen. We mochten nog even een kleine zilverreiger noteren en
bij Rotterdam passeerde nog een ooievaar.
Zoals altijd draaide de bus weer precies op tijd zijn rondje op de parkeerplaats.
Het was weer een heerlijke vogeldag.
Henk Merts februari 2003
Meer informatie over vogels Op deze site
Excursies Vogelwerkgroep Koudekerk e.o.
KNNV- excursies
Excursieverslagen IVN cursussen
Diverse excursies Zeeland en Zuid-hollandse eilanden
Diverse excursies Oostvaardersplassen o.a. IVN
Bezoekverslagen Starrevaartplas
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het web hm februari 2003
Laatste mutatiedatum 16-02-2003