Excursie 07-02-2004 met de Vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude e.o. naar Zeeland en de Zuid Hollandse eilandenDeze dag zijn we met een bus vol enthousiaste vogelaars naar Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland geweest.Hieronder een soortenlijst en excursieverslag De soortenlijst is het totaal van alle waarnemingen. De vermelde aantallen zijn ruwe schattingen, ze dienen als indicatie voor het aantal vogels per soort. hm februari 2004
|
| Excursie naar Zeeland en Zuid Hollandse eilanden | |
|---|---|
| Organisatie: | Vogelwerkgroep Koudekerk Hazerswoude e.o. |
| Plaats: | Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland |
| Datum: | 07-02-2004 |
| Begin- en eindtijd | 08.15 - 18.00 |
| Windkracht: | 8 |
| Temperatuur: | ± 5 á 7 ° C |
| Verdere weersgesteldheid: | Het begon bewolkt later opklaringen met zon, veel wind |
| VOGELS | 76 |
|---|---|
| Duikers | 1 |
| Roodkeelduiker | I |
| Futen | 3 |
| Dodaars | X |
| Fuut | XX |
| Roodhals fuut | I |
| Aalscholvers | 1 |
| Aalscholver | C |
| Reigers | 2 |
| Blauwe Reiger | XX |
| Kleine Zilverreiger | V |
| Zwanen | 1 |
| Knobbelzwaan | XX |
| Ganzen | 7 |
| Brandgans | MMM |
| Canadese gans | II |
| Grauwe gans | M |
| Kolgans | MM |
| Nijlgans | X |
| Rotgans | M |
| Soepgans | II |
| Eenden | 17 |
| Bergeend | L |
| Brilduiker | II |
| Eidereend | X |
| Grote zaagbek | V |
| IJseend | I |
| Krakeend | XX |
| Kuifeend | L |
| Middelste zaagbek | II |
| Pijlstaart | I |
| Smient | D |
| Slobeend | XX |
| Tafeleend | I |
| Topper | I |
| Wilde eend | L |
| Wintertaling | XX |
| Zwarte Zee-eend | I |
| Soepeend | I |
| Roofvogels | 5 |
| Bruine Kiekendief | I |
| Buizerd | XX |
| Sperwer | I |
| Smelleken | II |
| Torenvalk | V |
| Hoenderachtigen | 2 |
| Fazant | II |
| Patrijs | X |
| Rallen | 2 |
| Meerkoet | D |
| Waterhoen | XX |
| Steltlopers | 10 |
| Bonte strandloper | II |
| Goudplevier | CC |
| Kievit | C |
| Kluut | L |
| Rosse Grutto | II |
| Scholekster | M |
| Steenloper | X |
| Tureluur | X |
| Zilverplevier | II |
| Wulp | M |
| Meeuwen | 5 |
| Dwergmeeuw | I |
| Grote Mantelmeeuw | XX |
| Kokmeeuw | D |
| Stormmeeuw | X |
| Zilvermeeuw | C |
| Sterns | 1 |
| Grote Stern | I |
| Alken | 1 |
| Alk | I |
| Duiven | 4 |
| Holenduif | L |
| Houtduif | CC |
| Turkse tortel | V |
| Stadsduif | V |
| Spechten | 1 |
| Groene specht | I |
| Zangvogels | 13 |
| Leeuwerikken | 1 |
| Veldleeuwerik | I |
| Piepers | 1 |
| Graspiepers | I |
| Heggenmussen | 1 |
| Heggenmus | I |
| Lijsterachtigen | 2 |
| Kramsvogel | I |
| Merel | I |
| Mezen | 1 |
| Koolmees | V |
| Kraaiachtigen | 4 |
| Ekster | II |
| Kauw | CC |
| Roek | L |
| Zwarte kraai | XX |
| Spreeuwen | 1 |
| Spreeuw | XX |
| Vinken | 2 |
| Putter | V |
| Vink | I |
LEGENDA:
| |
| 3 | = Werkelijke aantal |
| I | = één exemplaar |
| II | = Enkele exemplaren |
| V | = 5 á 9 exemplaren |
| X | = Ruim 10 exmplaren |
| XX | = Tientallen exemplaren |
| L | = Ongeveer 50 ex. |
| C | = Ongeveer 100 ex. |
| CC | = Vele honderden exemplaren |
| D | = Ongeveer 500 eexmplaren |
| M | = Ongeveer 1.000 exemplaren |
| MM | = Vele duizenden exemplaren |
| MMM | = Tienduizenden exemplaren |
Verslag
In dit verslag worden per locatie steeds de meest interessante waarnemingen vermeld.
Rond 8.15 draaide de grote bus de carpoolplaats op om de tweede groep vogelaars aan bord te nemen. Als altijd was Aat onze chauffeur.
Johnny Evenwel vertelde wat de plannen van de dag waren en Geert Jan van Beek gaf informatie over ganzen. Iedereen had ook al bij binnenkomst een zeer informatief ganzenstencil ontvangen. Ton Renniers was spreekstalmeester en mocht gedurende de hele tocht toelichtingen geven op de waargenomen vogels.
Zuidland (ZH)
In de buurt van Spijkenisse bevindt zich één van de weinige roekenkolonies van West Nederland, tussen enkele Kauwen konden we inderdaad de eerste ´schimmelbekken´ waarnemen. Hierna doken we de Zuidlandse polders in. Hier zagen we de eerste duizenden kol- en brandganzen.
De volwassen kolganzen hebben een witte bles rond hun snavel en zwarte strepen op hun buik. In Nederland is het een talrijke wintergast. Ruim 600.000 exemplaren en daarmee de meest talrijkste gans in de wintermaanden. Sinds kort zijn in Nederland ook enkele broedgevallen zo'n 200 á 250 broedparen. De kleinere brandgans bevolkt met bijna 300.000 exemplaren de Nederlandse weilanden. Dit is vrijwel de hele broedpopulatie van Nova Zembla. In Nederland voornamelijk in het Delta gebied broeden ongeveer 1.000 exemplaren.
We zagen ook enkele zwarte zwanen. In Nederland zijn deze Australische zwanen meestal ontsnapt uit een waterwild collectie. En andere reeds flink ingeburgerde exoot is de Nijlgans een vogel die van oorsprong vooral in Noord Afrika te zien is. Momenteel kent Nederland zo'n 5.000 broedparen.
In de Zuidlandse polders zagen we een groepje van vijf kolganzen vergezeld van een boerengans. Het kollen kwintet maakte een wat armoedige indruk met slepende vleugels ploeterden zij voort. Waarschijnlijk waren het slachtoffers van de jacht. Onder bepaalde voorwaarden is helaas de jacht op bepaalde ganzen weer opengesteld. Uitsluitend voor jachtvergunninghouders alleen heeft men nog vergeten om bepaalde gebieden als gedooggebied in te stellen. Dus een mooi voorbeeld van onzorgvuldig natuurbeleid.
In een beekje in het recreatiegebied Bernisse zwommen een aantal grote zaagbekken (2 mannen en vier vrouwen). Deze ´boterbuiken´ hebben een gezaagde rand aan hun snavel, hiermee kunnen ze de gevangen vis makkelijk vasthouden. Ze bevinden zich meestal op zoet water.
Enkele weilanden waren voorzien van vlaggetjes om de ganzen te weren. Vaak ging het dan om gebieden waar pas gras was ingezaaid.
Het eerste weiland zoogdier was een grote haas, die midden in een weiland het geheel goed in de gaten hield.
Het plaatsje Oudenhoorn vlak bij Hellevoetsluis werd door ons bezocht met een bijna letterlijk rondje rond de kerk.
In het polderland vloog een flinke wolk kieviten en zagen we verschillende buizerds op een paaltje. We verlieten Oost Voorne en reden langs de Haringvlietsluizen met de vele rondtollende windmolens naar Goeree Overvlakkee. Er zijn plannen om de Haringvlietsluizen weer af en toe open te zetten en het Haringvliet weer met zoutwater te vullen. Dit zal vermoedelijk in 2005 gaan gebeuren.
Buitenhaven van Stellendam (ZH)
Hier op het koudste plekje van Nederland waaide het behoorlijk waardoor het niet meeviel op de telescopen stil te houden.
Toch lukte het nog bij de haven enkele leuke waarnemingen te doen. Een middelste zaagbek man dobberde op de golven en ook een roodhalsfuut liet zich tussen zijn duikactiviteiten zien. Enkele mensen hadden het geluk een topper te scoren. Deze eend die in eerste instantie aan een kuifeend doet denken is vanaf de wal bekeken altijd vrij zeldzaam.
Over de dijk hadden we bij hoog water zicht op enkele grote mantelmeeuwen, aalscholvers, een bruine kiekendief en een flinke groep kluten, in de verte werd een brilduiker en een pijlstaarten duo gesignaleerd.
Weer in de bus reden we langs het Zuiderdiep met uitzicht op de plaat van scheelhoek. Hier veel grauwe ganzen alweer een tijdlang ook een Nederlandse broedvogel (ongeveer 9.000 broedparen). Maar in de wintermaanden zijn er veel meer volgens gegevens van 2001 zo'n 264.000 exemplaren. Een echte jaarvogel dus. Het winterrecord behoort echter bij de Smient tussen de 600.000 en 1.000.000 'fluiteenden' overwinteren in de lage landen.
De zon had inmiddels de wolken verdreven en daardoor hadden we mooi uitzicht op de weilanden aan weerszijde van ons hoge vervoermiddel. De linkerkant was het domein van de brandganzen, waarvan de voorste toch voor de zekerheid maar iets naar achteren waren gegaan. Rechts vertoefden kolganzen. Omdat bij deze dieren het verschil tussen adults en jongen goed te zien is, kan je iets zeggen over het broedresultaat van vorig jaar. Er vielen best veel jongen te bewonderen, dus konden we voorzichtig concluderen dat de kolganzen een vruchtbaar jaar achter de rug hadden.
Het beeld van de horizon werd beheerst door de kerktoren met het platte dak. Vroeger werden hierop vuren ontstoken en zo deed de kerk letterlijk dienst al vuurtoren een baken voor de zeelieden.
Inmiddels waren we vlakbij Ouddorp aangekomen bij de traditionele "Koningspleisterplaats" hier werd geluncht.
Jammer genoeg bestond het personeel inclusief de kok slechts uit twee personen. Ondanks hun inzet lukte het niet om iedereen op tijd van de gewenste versnaperingen te voorzien. Enkele busgenoten wachtten zelfs helemaal vergeefs op de honorering van hun bestelling.
Richting Brouwersdam (ZH)
Na de lunch ging het gezelschap via de polders van Koudenhoek waar mooi licht de polders verfraaide, langzaam richting Brouwersdam.
Van wegen de stevige windverwachtingen was de Brouwersdam voor het verkeer gesloten.
Brouwersdam (ZL)
De bus kon via een binnenweg toch vrij dichtbij komen en nadat we uit de bus de dijk hadden beklommen hadden we toch vrij zicht op de kolkende zee. Vrij hoge golven beukten tegen de basaltblokken aan en lieten een spoor van kolkend wit water achter.
Altijd een fraai gezicht zo'n woeste zee in strijd met de stevige damwand. De telescopen moesten goed worden vastgehouden en men kon op straffe van een nat pak niet te dicht bij het water komen. Op deze dansende golven zagen we vrij dicht bij de kust een deinende alk. Verder weg een zwarte zee-eend en daar weer achter een golven trotserende roodkeelduiker. Ook werd nog een enkele ijseend gescoord, maar daar bleef het dan ook verder bij. Ook nog een tiental eidereenden maar verder wilde de zee geen nadere gegevens over haar bewoners onthullen.
Op weg naar en bij de Koudekerkse inlaag en Plompetoren (ZL)
Wij beklommen weer ons trouwe vervoermiddel en reden dwars door Schouwen langs Haamstede naar de Koudekerkse inlaag.
De afgegraven grond van de inlage is gebruikt om de dijken op te hogen. De inlagen worden lekker nat gehouden door een hoge waterstand en daardoor is het een ideaal oord voor diverse vogels. De al eerder omgeroepen kleine zilverreiger was nu voor iedereen zichtbaar. Hier ook de eerste rotganzen. Deze kleine ganzensoort is altijd dicht bij zeewater te vinden. Gemiddeld overwinteren in Nederland zo´n 70.000 exemplaren voornamelijk in het Wadden en Delta gebied. Ook waren er hier best nog veel brandganzen te bewonderen en verder allerlei steltlopers, rosse grutto en tureluur. Op een donker akkerland liepen 6 patrijzen en even verder een reiger trio, twee kleine zilverreigers en een `blauwe Jaap`. Zo valt het verschil in grootte erg op. Later bleef een andere kleine zilverreiger een tijdje naast de bus vliegen, de karakteristieke gele tenen van het dier vielen erg op.
Voor de bus een grote groep vliegende rotganzen later streken ze neer op weilanden aan weerszijde van de bus. We hebben nog ons best gedaan om een witbuik exemplaar te ontdekken, maar onze speurzin naar de witte telg werd niet beloond. Bij elkaar bestond de groep rotganzen zeker uit duizend exemplaren.
Langzaam maar zeker werd het weer tijd om de terugtocht te aanvaarden. Tot slot werd ons pad nog gekruist door een zevental steenlopers en een in golvende vlucht passerende groene specht.
Een uur later waren we weer bij de eerste carpool plek gearriveerd en kon een flink deel van de passagiers afscheid nemen van de andere reisgenoten. Het was weer een prima vogeldag.
Henk Merts februari 2004
Meer informatie over vogels Op deze site
Excursies Vogelwerkgroep Koudekerk e.o.
KNNV- excursies
Excursieverslagen IVN cursussen
Diverse excursies Zeeland en Zuid-hollandse eilanden
Diverse excursies Oostvaardersplassen o.a. IVN
Bezoekverslagen Starrevaartplas
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het web hm februari 2004
Laatste mutatiedatum 9-02-2004