Weekend Ommen met Vogelwerkgroep Koudekerk e.o.Op vrijdag 11 april t/m zondag 13 april 2003 werd er gevogeld voornamelijk in verschillende gebieden in Overijssel (vrijdag en zaterdag) zodag vertoefden we voornamelijk in Duitsland. Onze groep bestond uit 28 leden van de Vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude e.o.
Hieronder een soortenlijst en excursieverslag.
In rood zijn de bijzondere waarnemingen weergegeven hm april 2003
|
| Weekend Overijssel en Duitsland met Vogelwerkgroep Koudekerk e.o. | |
|---|---|
| 1e dag | |
| Provincie: | Van Zuid Holland naar Overijssel |
| Datum: | 11-04-2003 |
| Begin- en eindtijd | 08.10 - 18.30 |
| Windkracht: | 2 |
| Temperatuur: | Eerst 15 later ongeveer 20 °C |
| Verdere weersgesteldheid: | Bewolkt afgewisseld met zonneschijn, droog en weinig wind
|
| 2e dag | |
| Provincie: | Overijssel |
| Datum: | 12-04-2003 |
| Begin- en eindtijd | 04.45 - 18.15 |
| Windkracht: | 1 |
| Temperatuur: | Eerst -3 later 24 °C |
| Verdere weersgesteldheid: | De dag begon heel koud en eindigde heel warm, de zon was constant aanwezig
|
| 3e dag | |
| Land | Voornamelijk Duitsland |
| Datum: | 13-04-2003 |
| Begin- en eindtijd | 09.00 - 16.30 |
| Windkracht: | 1 |
| Temperatuur: | Gemiddeld 14 á 23 °C |
| Verdere weersgesteldheid: | Een hele mooie dag met zeer comfortabel weer |
| VOGELS | 99 |
|---|---|
| Futen | 3 |
| Dodaars | X |
| Fuut | XX |
| Geoorde Fuut | I |
| Aalscholvers | 1 |
| Aalscholver | L |
| Reigerachtigen | 1 |
| Blauwe Reiger | X |
| Flamingo's | 2 |
| Flamingo | XX |
| Chileense flamingo | X |
| Zwanen | 1 |
| Knobbelzwaan | XX |
| Ganzen | 4 |
| Brandgans | V |
| Grauwe Gans | CC |
| Indische gans | I |
| Nijlgans | XX |
| Eenden | 8 |
| Bergeend | XX |
| Krakeend | II |
| Kuifeend | L |
| Slobeend | II |
| Smient | CC |
| Tafeleend | X |
| Wilde eend | CC |
| Wintertaling | XX |
| Roofvogels | 4 |
| Bruine Kiekendief | II |
| Buizerd | XX |
| Sperwer | I |
| Torenvalk | XX |
| Hoendervogels | 3 |
| Fazant | L |
| Korhoen | V |
| Patrijs | II |
| Rallen | 2 |
| Meerkoet | CC |
| Waterhoen | X |
| Plevieren | 2 |
| Kievit | C |
| Kleine Plevier | I |
| Steltlopers | 7 |
| Grutto | XX |
| Kemphaan | X |
| Oeverloper | V |
| Scholekster | CC |
| Tureluur | XX |
| Witgat | V |
| Wulp | CC |
| Meeuwen | 5 |
| Kleine mantelmeeuw | V |
| Kokmeeuw | M |
| Stormmeeuw | XX |
| Zilvermeeuw | L |
| Zwartkop meeuw | V |
| Duiven | 3 |
| Holenduif | L |
| Houtduif | CC |
| Turkse tortel | X |
| Koekoek | 1 |
| Koekoek | I |
| Spechten | 3 |
| Groene specht | V |
| Grote bonte specht | X |
| Kleine bonte specht | I |
| Zangvogels | 49 |
| Leeuwerikken (2) | |
| Boomleeuwerik | I |
| Veldleeuwerik | V |
| Zwaluwen (2) | |
| Boerenzwaluw | V |
| Huiszwaluw | I |
| Piepers (3) | |
| Boompieper | I |
| Graspieper | XX |
| Waterpieper | I |
| Kwikstaarten (2) | |
| Grote gele kwikstaart | X |
| Witte kwikstaart | V |
| Winterkoningen (1) | |
| Winterkoning | XX |
| Heggenmus (1) | |
| Heggenmus | V |
| Lijsterachtigen (7) | |
| Grote lijster | X |
| Blauwborst | I |
| Kramsvogel | CC |
| Merel | X |
| Roodborst | V |
| Roodborsttapuit | X |
| Zanglijster | II |
| Zangers (2) | |
| Fitis | XX |
| Tjiftjaf | XX |
| Goudhaantjes (2) | |
| Goudhaan | XX |
| Vuurgoudhaan | I |
| Mezen (6) | |
| Glanskop | V |
| Koolmees | XX |
| Kuifmees | I |
| Pimpelmees | X |
| Staartmees | X |
| Zwarte mees | II |
| Boomklever (1) | |
| Boomklever | X |
| Boomkruiper (1) | |
| Boomkruiper | V |
| Spreeuwen (1) | |
| Spreeuw | XX |
| Klauwieren (1) | |
| Klapekster | I |
| Kraaiachtigen (5) | |
| Gaai | V |
| Ekster | X |
| Kauw | C |
| Roek | CC |
| Zwarte Kraai | L |
| Mussen (2) | |
| Huismus | XX |
| Ringmus | V |
| Vinken (8) | |
| Appelink | I |
| Goudvink | I |
| Groenling | II |
| Keep | V |
| Kneu | I |
| Kruisbek | II |
| Putter | X |
| Vink | XX |
| Gorzen (2) | |
| Geelgors | II |
| Rietgors | V |
| LEGENDA: | |
| (?) | = Waarneming zeer waarschijnlijk, |
| I | = één exemplaar |
| II | = Enkele exemplaren |
| V | = 5 á 9 exemplaren |
| X | = Ruim 10 exmplaren |
| XX | = Tientallen exemplaren |
| L | = Ongeveer 50 ex. |
| C | = Ongeveer 100 ex. |
| CC | = Vele honderden exemplaren |
| D | = Ongeveer 500 eexmplaren |
| M | = Ongeveer 1.000 exemplaren |
| MM | = Vele duizenden exemplaren |
| Zoogdieren | 3 |
|---|---|
| Haas | |
| Ree | |
| Vleermuis | |
Onderweg werden er al heel wat vogels gespot. In de provincie Utrecht al meteen de eerste roekenkolonie, het zou ook zeker niet de laatste zijn. De auto's probeerden zo dicht mogelijk bij elkaar te blijven. De bus met de organisatoren hanteerde echter een straf tempo, niet alleen op de grote weg maar ook langs de rivieren ("Speedbirding" langs de uiterwaarden). Maar desondanks bleef de groep bijeen. De eerste stop was Langs de IJssel vlak bij Terwolde hier konden wij even de benen strekken en rustig naar de vogels kijken.
De eerste nijl- en grauwe ganzen, maar ook bergeenden waren te zien. Vlak bij een boerderij zaten enkele mussen, vier ringmussen en een huismus die zich bij zijn neefjes had gevoegd. Ook liepen enkele vreemde ganzen het waren hobby beesten bij een boerderij.
De tocht ging verder en bij Olst gingen we met een pont de IJssel over. Bij het oversteken moest ik aan het gedicht van H. Marsman denken. "Herinnering aan Holland". Wat als volgt begint:
Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan,
rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan;
Het inderdaad heel indrukwekkend dit rivierenlandschap met zijn echte uiterwaarden die 's winters grotendeels onder water kunnen staan.
De tweede stop leverde enkele tureluurs, een grote groep kramsvogels en enkele wulpen op. Een kneu gezeten op wat prikkeldraad liet zich goed bekijken.
W stopten twee keer bij de Duursche waarden op weg naar een hoge observatiepost.
Hier vrij veel zangvogels zoals tjiftjaf, fitis, goudhaan, winterkoning, heggenmus en pimpelmees.
In de verte vloog een buizerd. Het terrein lag aan de IJssel en was voorzien van een grote schoorsteen en enkele restanten van bouwwerken, die een link legde naar het industriële verleden van deze plek. Ik vond het een beetje lijken op de Blauwe Kamer.
We stopten hierna vlak bij de uiterwaarden langs een weg. Tussen grauwe ganzen liep een Indische gans, verder ook holenduiven enkele kemphanden en een kleine plevier.
In het water wat wintertalingen en een oeverloper. Voor bijna iedereen de eerste boerenzwaluwen van dit seizoen. (Laat nu de zomer maar komen)

Hierna gingen we naar de het Wierdense veld (435 ha groot) in eigendom van Staatsbosbeheer maar het wordt beheerd door het Overijsselse landschap. Het is een aaneengesloten vergraven veengebied met hoge- en lage heidevelden en oude veenputten. En plaatselijk veel berkenopslag.
We passeerden een kudde schapen die bij hun stal wachtte tot zij weer een blokje om mochten met de herder. Deze dieren zorgen ervoor dat het heidegebied zo goed mogelijk in stand wordt gehouden.
Het was een mooi open gebied met drassige en moerassige delen erin. Dit leverde weer wat nieuwe soorten op. Hoog in de lucht gaf de veldleeuwerik blijk van zijn aanwezigheid.
Er waren een aantal roodborsttapuiten, een witgatje en enkele tureluurs.
En ook een rietgors gaf acte de présence. Tussen de lange pijpenstrootjes jubelden enkele wulpen.
De lucht was inmiddels dicht gelopen en het zag er dreigend uit. Gelukkig bleef het bij een dreigement en hadden de weergoden mildere plannen met ons.
Tussen pollen gras en pitrus in een half ondergelopen gebied, wat watervogels. Het zou een mooi biotoop zijn voor watersnippen. In een berkenbos diverse staartmezen en een open weiland werd bezet door een grote lijster.
Volgende halte: Bij de Overijsselse Vecht op een plek waar een stuw in het water was gebouwd. Dit heeft men gedaan om de waterstand beter te kunnen regelen. Voor vissen is deze regulerende muur in het water echter een ramp. Want zij kunnen op die manier hun tochten niet vervolgen. Op dit leed te verzachten heeft naast de muur een vissencorridor gemaakt, een soort kunstmatige waterval waarlangs de waterbewoners toch hun weg kunnen vinden. Twee grote gele kwikken gaven aan dat dit de omgeving is waar zij graag vertoeven. In een weiland zat een vrouw gekleed in een roze gewaad tussen de koeien. Het leek als of zij met deze herkauwers aan het mediteren was.
Inmiddels was het tijd geworden om onze overnachtingsplaats te bezoeken. Een mooi oud gebouw de "Ijsbreker" genaamd gelegen op landgoed "Olde Vecht" aan de Zeesserweg in Ommen. Nu werden we overgelaten aan de gastvrijheid van Bert en Tineke. De verzorging was weer optimaal en het eten uitstekend. Het werd die avond niet zo heel laat want de andere dag zou om kwart over vier de wekker al weer gaan.
De 2e dag Zaterdag 12-04-03.(Het korhoender avontuur)
Inderdaad in het holst van de nacht terwijl de buitentemperatuur niet hoger kwam dan -3 "klein nulletje C" reden wij om kwart voor vijf weg richting Sallandse heuvelrug (2321 ha).
Toen we bij de parkeerplaats kwamen zagen we nog volop sterren, o.a. de Grote beer en de Poolster. Door het donkere bos leken we met onze rugzakken en telescopen wel een groepje gedropte militairen op oefening. Na een flinke wandeling door het woud kwamen we op de geplande tijd aan dat wil zeggen voor zonsopkomst. Van de sterrenhemel was niet zo veel meer te zien. De hemellichamen waren al aardig verbleekt door de komst van de naderende dag. Het was 6.10 en een laatste vleermuis deed nog een klein rondje over de in nevelen gehulde heidevelden. Voor het gevoel was het nog iets kouder geworden en toen wist Carol als eerste een korhoen voor zijn lens te krijgen. De afstand was groot maar toch waren de rode koprozen en witte liervormige staart goed te zien. Korhoenders behoren met hun bevederde poten tot de zogenaamde ruigpoothoenders. Ze zijn sterk gebonden aan heide- en hoogveengebieden. De plek waar wij op uit keken wordt een bolderplaats genoemd.
Al jarenlang sloven de mannetjes gedurende de maanden maart en april zich uit, om zich te verzekeren van de aandacht van de wijfjes. De hanen bezitten een klein territorium en bakenen dit af door met uitgewaaierde staart en gespreide vleugels te staan pronken.

Hoe lichter het werd des te meer korhoenders (hennen en hanen) we te zien kregen. Een kale boom was favoriet want eerst landden daar twee hennen en vervolgens een haan. De hennen zijn met hun gewicht van rond de kilo inderdaad kleiner dan de ongeveer 1400 gram wegende hanen. De Nederlandse korhoen behoort tot het zogenaamde "laagland type" dat karakteristiek is voor laaggelegen hoogveen- en heidegebieden in Noordwest Europa. De meeste informatie over korhoenders is afkomstig van een foldertje wat werd uitgedeeld door enkele dienstdoende collega's van IVN afdeling Hellendoorn en Nijverdal.

Inmiddels was het aantal vogelaars ook duidelijk uitgebreid. Er stonden zeker 60 mensen voorzien van de nodige optiek naar de korhoenders te staren en was hier dus echt sprake van een vogelboulevard. Wij waren als eerste gekomen en hadden daarmee ook recht op de beste plaats. Dat wil zeggen wij hadden een goed uitzicht op de open vlakte met korhoenders, maar stonden ook dicht bij bomen, wat ook weer wat leuks kon opleveren. Zo mochten we boomleeuwerik, kuifmees en keep aan de lijst toevoegen. In de verte hoorden we een koekoek die als trouwe "onomatopeet" zijn eigen naam ten gehore bracht. Inmiddels was de zon bezig zich te verheffen boven het benevelde landschap. In eerste instantie manifesteerde het hemellichaam zich als een rode bol. Maar later kreeg het zijn normale kleur en waren de zonnestralen al in staat om de ergste koude te verdrijven.
De "hoppende" korhoenders waren nog steeds actief, je zag de hanen niet alleen steeds herhaalde
sprongetjes maken maar ook kon je het knorrende geluid van deze fraaie hoenders goed horen.
Een vogel leverde nog wat discussie op, was het nu een boom- of een graspieper, zolang het diertje zijn snavel dicht hield was dat niet eenvoudig om te zeggen.
Nadat we een paar uur van al dit moois hadden genoten besloten we terug te gaan naar de parkeerplaats. Zo verlieten we de enige plek in Nederland waar driehoekige ''verkeersborden'' de passanten waarschuwen voor de "korhoen".

Onderweg door het bos dienden boomklever en zwarte mees zich aan. Jan Koeckhoven vertelde dat hij bij de voorbereiding van deze tocht enkele weken geleden bij de parkeerplaats nog een kruisbek had gezien. Hierdoor waren de verwachtingen extra hoog gespannen. Jan had niet te veel gezegd we mochten maar liefst drie kruisbekken begroeten. (twee mannen en een vrouw). Voor mij betekende dat een kruisje want ik had deze sparrenkegels en dennenappels knippende vogels nog nooit eerder gezien. Een overvliegende en later zingende grote lijster herhaalde zijn monotone wijsje.
We gingen nu naar het Beerzerveld een fraai gebied (397 ha groot) met droge en natte heidevelden, grote zandverstuivingen. We waren nog maar net het bos in gelopen of we werden begroet door glanskop, zwarte mees en goudhaan. Midden op het pad zagen we een vrouwtje goudvink. Ja we zaten meteen al goed in de ''edelmetalen''. Een boomkruiper was bezig op systematische wijze de boomschors af te struinen op zoek naar heerlijke insecten.
We volgden de gele paaltjes route en kwamen langs allerlei zandverstuivingen rijkelijk voorzien van vliegdennen en jeneverbesstruiken. Hier was duidelijk de roep van de geelgors te horen; "Mama, mama ik wil ijsssssssssssssss" of zo u wil de eerste tonen van de vijfde van Beethoven. We kregen dit knal gele vogeltje, wat op het topje van een den bivakkeerde, beeldvullend voor de telescoop.
Je kon mooi de streepjes op zijn kop zien en de zwarte contouren rond de staartveren.
Uitgewuifd door een zingende heggenmus gingen wij terug naar de IJsbeker, voor de lunch. Vlak voor ons onderkomen zat een groene specht op het grasveld en fladderde een citroenvlinder rond, één van de vele bewijzen dat de lente het definitief had gewonnen van koning winter.
's Middags stopten we voor de eerste keer bij een uitwateringssluis. Stormmeeuwen zaten op een kluitje bijeen en in het water zwom een fuut en mochten we wederom een grote gele kwikstaart begroeten.
Hierna vereerden we de Engbertsdijkvenen (837 ha op grondgebied van de gemeente Vriezenveen) met een bezoek. Een mooi gebied en één van de weinige plaatsen in Nederland waar men nog hoogveen kan aantreffen. Verder heidevelden (struik en dopheide) afgewisseld met vennetjes en vele struikjes.

In de verte zat een vogel met witte borst en duidelijk donkere veren, zelfs de beste telescopen gaven nog geen definitieve bevestiging van onze vermoedens. Maar toen we wat dichterbij waren gekomen, bleek onmiskenbaar dat het hier om een klapekster ging. Bij herhaling vloog de vogel even weg om vervolgens weer op dezelfde plek terug te keren. Even later hoorden we het bekende startmotortje die de eerste strofen van het bekende liedje inleiden. Ja hoor een blauwborst en witgesterde om precies te zijn. Een bruine kiekendief doorkliefde het luchtruim als een vliegende klok waarvan de wijzers bij voorkeur bleven staan op tien voor twee of zo u wil 10 over 10. Het ging om een vrouwtje getuigde haar blonde "kapsel". We konden bij de vogelhut ''de goudplevier'' even uitrusten en genieten van het mooie landschap. Het lentezonnetje deed verder uitstekend zijn best, ja er zijn slechtere momenten denkbaar.
Tot slot nog enkele stops: Langs het water wat als natuurlijke grens met Duitsland fungeerde nog enkele noviteiten. Brandganzen en flink tussen het gras verscholen konden we af en toe het koppie van een patrijs bewonderen. Een sperwer met afgeronde vleugels en een torenvalk met spitse vlerken vlogen op de hun specifieke wijze door de lucht. Hier ook de eerste huiszwaluw.
Iets verder bij een meertje bij een afgegraven zandwinning en later nog bij een ander watertje. Hier dobberde een geoorde fuut rond.
Het was weer mooi geweest vandaag. Nu was het tijd voor een afzakkertje en vervolgens konden we kennismaken met de culinaire meesterwerken van Tineke en chef de cuisine Bert.
De 3e dag zondag 8 oktober (naar Duitsland)
Wij gingen weer even de grens over, want op Neerlands bodem zou zouden wij ons weer herenigen met ons gastronomische duo. Omdat dit culinaire stel wat moeite had om de afgesproken plek te benaderen. (Het lommerrijke plaatsje Rekken was voor dat doel uitverkoren). Restte ons niets anders dan maar wat te vogelen. (Er zijn ergere dingen denkbaar). Behalve een grote gele kwik en een turbo woerd was er echter niet veel te melden. Of het moeten de twee "zwarte ruiters" zijn. Dat wil zeggen twee meisjes die gezeten waren op twee zwarte pony's. Inmiddels was de catering gearriveerd en kon de soep worden verdeeld.
Voor de laatste etappe wederom naar "Germania" bij het (grens)plaatsje Zwillbrock vlak bij het Nederlandse Winterswijk mochten we kennis maken met het Zwillbrocker Venn
In eerste instantie deed het wat toeristisch aan. Maar dat gevoel was gauw verdwenen toen we bij de eerste hut aankwamen met uitzicht op een moerasachtig meerste. Hier keken we uit op een kokmeeuwenkolonie. Maar bij nadere bestudering bleken er ook enkele zwartkop meeuwen te vertoeven. De kleur van de kop die helemaal doorloopt tot hun nek is iets donkerder dan die bij de kapmeeuwen ook is hun snavel iets groter en veel roder, Verder talloze eendensoorten.
Maar het belangrijkste waren natuurlijk de flamingo's. Al vanaf begin jaren tachtig worden hier verschillende soorten flamingo's waargenomen. Deze roze vogels hebben het hier zo naar hun zin dat zij hier ook spontaan zijn gaan broeden. En vooral in de winterdag zwerven ze vaak uit naar populaire vogelgebieden in Nederland, Oostvaardersplassen, Philipsdam en noem maar op. Er zitten hier in ieder geval twee soorten n.l. de "gewone" flamingo en de Chileense flamingo. Maar ook komt mogelijk de kleine flamingo hier voor. Vooral de snavel en de poten hebben goede determinatie kenmerken. Zo heeft de flamingo geheel roze poten en de Chileense meer grijze "onderdanen" met knalrode knieën (of beter gezegd enkels).
Bij de laatse is meer dan de helft van de gehoekte snavel zwart, terwijl de flamingo alleen maar een zwarte snavelpunt heeft. Als ze naast elkaar staan blijkt ook dat de Chileense flamingo echt een maatje kleiner is.

Naderhand zijn we nog naar een andere hut gegaan. Die zowaar een nog beter beeld van de flamingo's liet zien. Van uit deze plek hadden we inclusief enkele overvliegende exemplaren toch gauw zo'n kleine dertig exemplaren gescoord. Langs de weg nog enkele gekooide mierenhopen. Het bleek dat het hier om een bijzondere en zeldzame (onder)soort van de rode bosmier te gaan. Door er een soort konijnen hok omheen te plaatsen wilde men voorkomen dat met name de groene specht deze zeldzame insecten zou miniseren. Op het laatst werden we uitgezwaaid door een glanskop en waren we weer op de parkeerplaats aangekomen. Vanaf dit punt zou een ieder weer zijns weegs gaan. Het was duidelijk dat iedereen erg van dit weekend had genoten.
Henk Merts april 2003
Meer informatie over vogels Op deze site
Excursieverslagen Vogelwerkgroep Koudekerk
Diverse IVN excursies
Diverse KNNV excursies
Diverse vogelexcursies naar diverse gebieden
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het web hm april 2003
Laatste mutatiedatum 30-04-2003