Inleiding
verslag 1e dag za. 27 april 2002 Jan van Gentendag
verslag 2e dag zo. 28 april 2002 Drieteenmeeuwendag
verslag 3e dag ma. 29 april 2002 Zeekoetendag
verslag 4e dag di. 30 april 2002 Noordse stormvogeldag
verslag 5e dag wo. 01 mei 2002 Steenarendendag
verslag 6e dag do. 02 mei 2002 Papegaaiduikerdag
verslag 7e dag vr. 03 mei 2002 Visarenddag
verslag 8e en 9e dag za. 04 en zondag 05 mei 2002 Reisdag
overzicht waargenomen vogels
overzicht waargenomen zoogdieren
overzicht waargenomen planten
overzicht engelse vogelnamen
Verdere links op deze site
Inleiding
De bedoeling van dit verslag is natuurlijk dat de deelnemers het kunnen nalezen. Maar het is zeker ook bestemd voor mensen die interesse hebben in een vogelreis naar een ongerept land, waar de tijd lijkt stil te staan.
Schotland is in vele opzichten nog een oorspronkelijk land met een heel gevarieerd landschap. Verder zijn natuurlijk de steile rotskusten heel interessant omdat daar veel zeevogels broeden. Met andere woorden. Een uitstekend land om een week vogelend door te brengen. Het weer was in de periode dat we er zaten redelijk te noemen. Best wel wat regen maar ook veel zonneschijn. De Schotten zijn over het algemeen aardige mensen, die het goed voor hebben met Hollanders. Zeker wanneer zij zo zichtbaar genieten van hun mooie land.
hm mei 2002
Van zaterdag 27 april t/m zondag 5 mei 2002 zijn 26 leden van de vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude e.o. naar Schotland geweest. Wij logeerden in caravans, tenten en wigwams (houten tenten) bij Miltonhaven Seaside Caravan Park in het plaatsje St Cyrus (Kincardineshire) vlak bij de plaats Montrose aan de Oostkust tussen Dundee en Aberdeen. Wij reisden met drie busjes van Hazerswoude naar IJmuiden en vandaar met de boot (Queen of Scandinavia) naar New Castle (Engeland). Hier vervolgden wij onze weg met de drie VW busjes die ons naar het ongeveer 400 kilometer noordelijker St Cyrus brachten. Geografisch zaten we toen op een hoogte van Noord Denemarken en Zuid Zweden.
Daarom worden er in het verslag haast geen namen genoemd van mensen die meegegaan zijn. Voor drie wil ik echter een uitzondering maken.
Dat zijn de voortreffelijke gidsen James en Herman en natuurlijk Jan onze onvolprezen organisator van deze fantastische vogelreis.
1e dag zaterdag 27 april: Jan van Genten dag
Om 15.00 uur hadden we afgesproken bij het Anker in Hazerswoude. De busjes waren een maatje kleiner uitgevallen dan was besteld, maar dit mocht de pret niet drukken. Vol enthousiasme werden rugzakken, tassen, telescopen en andere nuttige zaken opgestapeld. Een half uur later reden we al richting IJmuiden. Onderweg werd er meteen al flink gevogeld. o.a. lepelaar en visdief (Beide vogels zouden wij in Groot Brittannië verder niet aantreffen)
Voor het inschepen paspoortcontrole, we zagen brandweerauto's en ziekenwagens. Alleen was het niet helemaal duidelijk of het hier om een oefening of een echte noodsituatie ging. De hulpverleners maakten een vrij ontspanne indruk. Dus laten wij maar van het eerste uitgaan. De Queen of Scandinavia is een groot passagiers schip met 10 dekken een soort varende flat kan je zeggen. Wij sliepen in vierpersoonshutten op dek twee dat is onder de zeespiegel. Stille getuigen hiervan waren de gordijnen die bij nadere inspectie geen patrijspoort te zien gaven doch slechts een kale muur. 's Avonds konden we genieten van een uitstekend buffet. De zee was van dien aard dat iedereen de spijzen makkelijk "binnenbord" kon houden.
Bij schemering stonden de meeste vogelaars op het dek, hier zagen we de eerste Jan van Genten vrij dicht langs de boot vliegen en enkele mensen zagen een grote jager. Dit beloofde wat voor de rest van de week.
2e dag zondag 28 april: Drieteenmeeuwen dag
Inmiddels waren we Engelse-Schotse grens gepasseerd. Vroeger zou men de muur van Hadrianus moeten beklimmen. Een enorme muur die liep van oost naar west en gebouwd was in opdracht van de Romeinse keizer Hadrianus, om de barbaren uit het noorden te weren. Tegenwoordig merk je alleen aan het bord "Welcome in Scotland" dat je een grensoverschrijdende activiteit hebt verricht. Het landschap lijkt veel op dat van Engeland alleen zijn de hoogte verschillen wat groter en zijn de houtwallen vaak vervangen door eeuwen trotserende muurtjes.
De eerste stop vond plaats in het oude vissersplaatje Dunbar. Dit sfeervolle plaatsje heeft een vriendelijke haven.
Deze haven is in opdracht van Olivier Cromwell in 1650 aangelegd met de stenen van het oude Dunbar Castle.
Van het oude kasteel zelf zijn nu nog slechts schamele resten over. Maar juist deze restanten van oude glorie waren voor ons buitengewoon interessant. Want deze geërodeerde muren boden en uitstekende broedgelegen voor vele honderden drieteenmeeuwenparen. Deze fraaie meeuwen zijn in staat om op het smalste richeltje een komvormig nestje te bouwen. Zij maken dit bouwwerkje van plantenresten die met leem en modder aan elkaar worden gekit. Als de jongen zijn uitgebroed blijven ze nog ruim zes weken in het nest zitten totdat ze de vliegkunst machtig zijn. Daarna wacht hen een heel leven op volle zee. Want drieteenmeeuwen worden zelden boven land gezien. Alleen hier natuurlijk in deze monumentale broedkolonie. We konden de muur en daarmee ook de nesten tot op enkele meters benaderen. Wanneer een van de meeuwen even weg is om voedsel te halen of iets dergelijks, wordt zijn of haar komst altijd weer met veel enthousiasme van de partner begroet. Ze maken een bijzonder op balkende ezels lijkend geluid. Drieteenmeeuwen zijn mooie sierlijke meeuwen iets groter dan kokmeeuwen, maar met een meer op sterns gelijkende vlucht. Heel opvallend zijn hun zwarte poten en kleine gele snavel.
Drieteenmeeuwen; © foto: Henk Merts
De tocht ging verder naar North Berwick we hadden woeste plannen om met een open sloep naar het nabij gelegen eiland Bass Rock te varen. Hier is een Jan van Genten kolonie van ongeveer 40.000 broedparen. Iedereen had zich hier erg op verheugd maar de weergoden hadden hele andere plannen met ons. Bij aankomst in North Berwick kwam het water met bakken uit de lucht. Onder deze omstandigheden tweemaal een half uur in een sloep op open zee zitten trok niemand erg aan. Daarom moesten wij besluiten deze tocht aan ons voorbij te laten gaan. Wel hebben we hier ergens koffie gedronken en hebben later nog enkele leuke waarnemingen kunnen doen. Zoals een kuifaalscholver (voor mij in ieder geval de eerste), paarse strandlopers, steenlopers en twee mooie kleine britse mantelmeeuwen. Bij deze ondersoort zijn de vleugels iets minder donker dan bij de kleine mantels die wij gewend zijn en hun poten zijn veel geler.
Bass-Rock; © foto: Henk Merts
Vlak bij Edinburgh gingen we over een van de 2,5 km lange Forth bruggen (1964) over de zee-inham de Firth of Forth, hier hadden we ook uitzicht op de imponerende spoorbrug over de Forth deze werd bij de opening in 1890 beschouwd als het achtste wereldwonder.
Prima ontbijtbuffet aan bord, zodat iedereen voldoende energie had om de eerste dag in Groot Brittannië aan te kunnen. Om 09.10 reden de busjes de boot af en langs Newcastle naar het hoge noorden. Newcastle ligt in de provincie Northumbria dit is de naam van het oude Angelsaksische koningrijk dat zich uitstrekte ten noorden van de Humber tot in het huidige Schotland.
Via de A1 richting Edinburgh. De bordjes "Keep left" staan er niet voor niets want het is voor de chauffeurs wel even wennen om links te rijden, maar zij hebben zich allemaal voortreffelijk aan deze nieuwe verkeerswetten aangepast. De wegen in Engeland zijn licht glooiend en rijkelijk voorzien van Gaspeldoorn die volop bloeiend het landschap versierde met eigele ornamenten. Ook veel velden met bloeiend koolzaad wat de contouren van het landschap veranderde in een licht gele bloemenzee.
Op veel plaatsen nog oude houtwallen en weilanden met bijzondere schapenrassen. De akkers en weilanden waren ook rijkelijk voorzien van roeken. En bomen voorzien van nesten toonden de broedplaats van deze "schimmelbekken".
We bleven steeds het eiland Bass Rock in de gaten houden en toen de regen iets was verminderd kon je duidelijk zien dat het een wit eiland was. Het leek vanuit de verte op een flink ondergeschete rotsblok. Maar later drong de waarheid tot ons door het wit werd gewoon veroorzaakt door de daarop broedende genten. De wetenschappelijke naam van Jan van Gent was vroeger Sula bassana en tegenwoordig gaat het dier volgens de wetenschap als Morus bassanus door het leven. In beide gevallen is in de soortnaam bass te herkennen, afgeleid van de witte Bass Rock.
Met een brok in de keel lieten we het eiland achter ons liggen.

Vlak bij onze camping en de streek waar onze gids James geboren was bij Hillside maakten we nog een korte wandeling. Met het merkwaardige fenomeen dat aan de ene kant, wolken te zien waren waar de regen als grauwe vitrage onderuit wapperde en aan de andere kant een lage zon die het hele landschap feestelijk oplichtte, In deze ambiance mochten we de eerste waterspreeuw aanschouwen. Steeds verdween dit beweeglijke vogeltje met de zo kenmerkende witte borst tussen de golven van de stromende beek. Hij had iets in zijn bek en ging aan land. Toen pas aanschouwde wij het doel van zijn activiteiten. Twee bevederde nazaten stonden namelijk stil op voedsel te wachten. Aangezien deze dieren nog geen wit "slabbetje" om hebben zijn ze volkomen onzichtbaar als zij zich bewegingsloos opstellen. Als snel hoorde we de zang van de geelgors, "Mama, mama ik wil ijijijijijijijijijss". Honderden oeverzwaluwen stalen nu de show, terwijl ook twee middelste zaagbekken onze onverdeelde aandacht opeisten.
Op een gegeven moment zagen we op een klein slikplasje drie verschillende kwikstaarten bijeen. Dit trio bestond uit de grote gele kwikstaart en de in Schotland zo algemene rouwkwikstaart en de hier veel zeldzamer witte kwikstaart.
Het werd nu echt tijd om de camping op te zoeken.
3e dag maandag 29 april: Zeekoetendag
Miltonhaven Seaside Caravan Park vanuit de lucht
Het echte werk begon bij Fowhsheugh Nature reserve hier zijn steile basaltrotsen vakbij de plaats Stonehaven.
Hier vind je de op twee na grootste broedkolonie in Groot Brittanië van zeekoeten. Volgens het informatiebord zou het gaan om ongeveer 70.000 exemplaren broedende koeten verder noordse stormvogels en ruim 8.000 alken.
Wij hebben ze lang niet allemaal gezien maar indrukwekkend was het zeker.
Toen we bij het gebied kwamen waar de zeekoeten zowat schouder aan schouder hun domicilie hadden opgeëist, was het eerste dat opviel de adembenemende geur. Al de hier broedende vogels zijn oprechte viseters en de gevolgen zijn ook navenant. Elke broedplek werd gemarkeerd door de uitwerpselen van de bewoners. Je rook dus echte guano. (Zeevogelmest die in gedroogde vorm verhandeld wordt). Wanneer je even weer op adem was gekomen merkte je er verder niet veel meer van en kon je de blik volledig richten op de zwart-witte evenwichtskunstenaars.
Zeekoeten; © foto: Henk Merts
Een grote jager scheerde langs de rotsen, zeekoeten doken weg voor deze ongewenste bezoeker. Later zagen we dat de jager aan een drijvende dode zeekoet zat te vreten. Een grote jager is ongeveer net zo groot als een zilvermeeuw maar zwaarder gebouwd en behoort net als meeuwen en sterns tot de orde van de meeuwachtigen.
Boven op de rotsen tussen het gras bloeide volop Deens Lepelblad en op sommige punten ook Dagkoekoeksbloem.
Ook nu weer een nieuwe vogelsoort namelijk de rotsduif. Het is mogelijk dat dit hybride soorten waren, want helemaal raszuivere rotsduiven zijn zeldzaam. Hoewel deze duiven ook een nestje hadden gemaakt op de rotsen kunnen ze wat mij betreft voor rotsduiven doorgaan. de veel bekendere stadsduif is van deze duif afgeleid. Dit is ook te zien aan hun wetenschappelijke naam. Columba livia (rotsduif) en Columba livia forma domestica (stadsduif).
Inmiddels was het ook weer bijna droog geworden en tijd voor de volgende excursieplaats. Een rit door het schitterende gevarieerde landschap. Onderweg zagen we nog een (hybride) bonte kraai.
Vandaag begon extra feestelijk want het bleek dat wij twee jarigen in ons midden hadden. Linda en Tonnie van harte gefeliciteerd. Zoals het goede vogelaars betaamt begonnen wij de nieuwe dag al vogelend. Onze camping kwam uit op een kiezelstrand en vandaar uit had je meteen vrij uitzicht op de Noordzee. Terwijl aan de andere kant gaspeldoorns en anders struikgewas veel aantrekkingskracht uitoefende op zangvogels. Zo kon je vanuit de wig-wam geelgors, kneu en putter spotten en richting zee bonte strandloper en bontbekplevier.

Vooraf waren we gewaarschuwd door James dat we niet te dicht bij de rand mochten lopen want het gras was nat en de rotsen gaan naar schatting zo'n 50 meter steil naar beneden. Om zijn woorden kracht bij te zetten zagen we ook steeds bordjes met het opschrift "Dangerous cliffs".
De tocht begon met wat oude bekenden namelijk drieteenmeeuwen. Die ook hier weer kans zagen om hun gemetselde nestjes te laten spotten met de wetten van de zwaartekracht.
Opeens zag iemand de rugvinnen van vijf tuimelaars. Dit zijn de dolfijnen die ook meegedaan hebben in de serie "Flipper". Later zagen we nog een groepje van vier en uiteindelijk nog een solitair exemplaar. Dat wil zeggen totaal 10 zeezoogdieren. Later ook nog enkele grijze zeehonden met hun kegelvormige snuiten.
Bij de meeste koloniebroeders is de afstand tussen de nesten net zo ver dat de snavels van de buren elkaar niet kunnen raken. Bij zeekoeten gaat het er heel wat vredelievender aan toe. Geduldig staan zij bijna tegen elkaar aan hun nuttige werk te verrichten. Het lijkt wel alsof zij beseffen dat goede nestrichels schaars zijn en dat het zo vlak bij elkaar toch wat warmer en mogelijk ook wat veiliger is.
Zeekoeten maken geen echt nest. Het vrouwtje legt haar ene ei gewoon op de kale rots. Het ei is peervormig zodat de kans dat het kan wegrollen veel kleiner is. Al broedend houden de dieren het ei tussen hun poten geklemd. Beide ouders broeden en de broedtijd is 32 á 36 dagen. Nog niet vliegvlugge jongen springen na ongeveer drie weken van hun richeltje in zee. Op zee worden zij dan verder door hun vader begeleid.
We zagen ook enkele brilzeekoeten een ondersoort die om het oog een witte ring en daaraan een witte streep heeft. Het is net of de vogel een wit ziekenfonds brilletje op heeft. Hoe noordelijker men komt hoe groter de kans op deze bebrilde zeekoeten is. De iets kleinere alken hebben wij ook gezien alleen lang niet in die aantallen als de zeekoeten. Zie lijken ook erg veel op elkaar alleen heeft de alk een kortere stompe snavel terwijl de zeekoet een puntige snavel heeft. Kenmerkend voor beide is de snelle vleugelslag. Want met hun relatief kleine vleugels moeten ze hard werken om in de lucht te blijven. Helaas begon het op een gegeven moment stevig te regenen. Maar iedereen was voorzien van goede regenkleding, dus dat mocht de pret niet drukken. Wel werd er vanaf dat moment toch wat minder gefotografeerd.

Het zijn donkerbruine vogels met op de handpennen witte vleugelvlekken. Zij komen aan de kost door voedsel van andere zeevogels af te pikken. Vooral meeuwen maar ook Jan van Genten moeten hun buit afstaan aan de grote jagers. De kleinere jagers hebben het meer voorzien op het voedsel kleinere meeuwen en sterns. Jagers worden daarom tot de klepto-parasieten gerekend.
De kliffen waren ook bewoond door Noordse Stormvogels een echte zeevogel die met stijve vleugelslagen bijna moeiteloos kan vliegen. De vleugelslag kent korte slagen afgewisseld met lange glijvluchten. Indien het dier wordt aangevallen spuwt hij een oliehoudend walgelijk maagsap over de aanvallers heen, een zeer afdoend middel. Daarom wordt hij ook wel vuilbek genoemd. Zij behoren tot de meest noordelijk broedende vogels ter wereld. Zij kunnen zelfs binnen de poolcirkel tot broeden komen. Van dichtbij waren de kenmerkende neusbuisjes goed te zien.
Iemand zag een paar parende koeten, dit liefdesspel werd niet alleen door ons bewonderd, maar ook was een papegaaiduiker getuige van deze aan Amor opgedragen daad. Met feloranje poten en een kenmerkende snuit, was dit de mijn eerste confrontatie met de "puffin". Ja het kon allemaal niet op, vooral toen boven zee ook nog een zevental Jan van Genten langs kwam vliegen.
Het plaatsje Bricket Heigh bij de rivier de Dee heeft een brug die een mooi uitzicht op de rivier biedt. Dit is een plek waarbij je in het juiste seizoen zalmen tegen de stroom in ziet zwemmen op weg naar hun paaigronden. Nu gingen wij naar hogere gebieden naar het winderige Kirnemeunth. De tocht ging langs steeds hoger gelegen naaldbossen voorzien van lariksen en sparren. Wij bevonden ons nu op de uitlopers van de Highlands op een hoogte van ongeveer 400 meter boven N.A.P. Hier uitgestrekte boomloze vlaktes begroeit met o.a. struikheide. In de verte zagen we een gebied met platgebrande heide en kronkelende brandgangen tussen de heidevelden. Hier op een plek waar een gure wind heerste die ons dwong om de handschoenen en ijsmutsen aan te trekken. In de winter moeten zich hier helemaal polaire taferelen afspelen. Dit was het domein van de Schotse trots hier huisde de "famous grouse". Tot dit moment kende ik het beest alleen maar van de flessen met pittige inhoud. Maar nu terwijl we door de heidevelden liepen, zagen we opeens iets bruins voorbij vliegen. Naderhand werden nog meer Schotse sneeuwhoenders gesignaleerd.
Het Schots sneeuwhoen is een ondersoort van het Moerassneeuwhoen en komt alleen maar in Groot Brittanië en Ierland voor. Het bijzondere aan deze vogels is dat ze het hele jaar door hun bruine "jas" aanhouden. Dit in tegenstelling tot hun verwante collega's uit Noord Europa die in de wintermaanden gedeeltelijk in het wit gehuld gaan. Bij het mannetje is vooral de rode oogversiering een goed determinatie kenmerk. Na ongeveer driekwartier de elementen getrotseerd te hebben reisden wij naar mildere orden. Bij Clatterin brig (brig is Schots voor brug) een mooie beekwandeling. Er lag een dood schaap aan de kant van de beek. Voer voor bijvoorbeeld raven die hier ook voorkomen. Langs de beek hoe kan het ook anders beekbegeleidende flora zoals stengelloze sleutelbloem en goudveil. Tot slot naar een monumentale boom het was een sitkaspar (Picea sitchensis) die in 1832 was aangeplant en in 1979 had deze woudreus al een omtrek van 6,4 meter, een diameter van 202 centimeter en een hoogte van 47,5 meter bereikt. Vlakbij dit natuurhistorisch monument vinken, sijsjes, pimpelmees en goudhaantjes.
Het was nu de hoogste tijd om ons te laven en te spijzen in het gezellige St Cyrus hotel. Want na zo'n schitterende dag intensief vogelen hadden we flinke trek gekregen.
4e dag dinsdag 30 april: Noordse stormvogel dag
We reden nu naar een verder gelegen kasteelruïne. Ook hier enkele steile rotsen, waar we door een schotse bewoonster voor gewaarschuwd werden. Op de rotsen broedden enkele Noordse Stormvogels. Ook zagen we deze zeevogels vliegen. Heel economisch gingen ze met hun energie om de vleugels bewogen nauwelijks. Opvallend waren ook de witte vlekken op de stijve grijze vleugels. Hiermee zijn ze goed te onderscheiden van meeuwen.
Noordse-stormvogel; © foto: Henk Merts
Inmiddels was het stevig gaan regenen en de verwachting was dat dit ook nog wel een tijd zou duren. Er waren twee mogelijkheden; naar een Hoogwater vluchtplaats of het bezoekerscentrum Montrose Basin. Onder de gegeven omstandigheden was de beslissing unaniem en zoals iemand terecht opmerkte "een goed plan heeft vele vaders".
Onderweg zagen we veel "black face" schapen Deze dieren hebben een zwarte kop terwijl ze voor de rest crèmekleurig zijn, soms ook nog met zwarte "sokken" aan. Er waren onderweg, zoals we die dag al eerder hadden opgemerkt, opvallend veel fazanten. Mogelijk heeft dit nog te maken met de MKZ crisis van vorig jaar, hierdoor waren mogelijk minder gebieden toegankelijk voor jagers met als gevolg minder afschot. Ook hebben we redelijk wat patrijzen gezien, hoewel lang niet zoveel als hun Aziatische neefjes. Bij de fazanten leek het wel of er twee ondersoorten waren. We hebben heel donker bruine exemplaren gezien, maar ook langstaarten met een leigrijze rug. Op de camping kwamen de ornitologische verhalen los van de andere twee groepen.
In Nederland was het Koninginnedag, maar wij konden vandaag ook weer een jarige feliciteren. Nu mocht Bert de felicitaties in ontvangst nemen. Statistisch is het eigenlijk heel bijzonder dat je met 26 mensen één week op pad bent en al drie jarigen hebt mogen toezingen.
De ochtendinspectie op de camping leverde deze keer een roodborsttapuit op. Twee mensen waren al voor dag en dauw opgestaan en oogsten de beloning voor deze vroege actie door een ontmoeting met een bosuil. Vandaag zouden de drie bussen elk een aparte route volgen. Onze groep zou aanvankelijk een boottocht langs de zeekoetenkolonie gaan maken maar door de pittige golfslag was dit niet verantwoord. Het alternatieve programma leek ook veel moois te bieden. Vandaag zou er niet zo veel gereden en de verwachting was dat we niet verder dan zo'n 15 km van de camping vandaan bleven.
De eerste stop was bij een oude boerderij "Kinnebor farm" dit lag vlak langs een beekje. Enkele autochtone voorbijgangers vertelden dat je daar ook wel eens otters kon zien. Maar de kans daarop bleek toch wel heel erg gering te zijn. De plantengroei in dit gebied was al heel bijzonder. We hebben o.a. Gele smeerwortel, bosbingelkruid en wit hoefblad gezien, ook we konden de heerlijke geur van kervel opsnuiven. Langs een riviertje liepen we door een smal op duinen gelijkend gebied waar allerlei betonnen blokken lagen die waarschijnlijk gediend hebben als tankwallen tijdens WO II. Ze waren nu rijkelijk begroeid met korstmossen.
We werden bijna constant verwend door de uitbundige zang van de veldleeuwerik. Maar ook werd een boompieper gesignaleerd. Een landende knobbelzwaan eist altijd veel aandacht. Eerst de zwiepende vleugels en later gebruikt de witte luchtacrobaat beide poten om flink op het water te kunnen landen. Een groep van 20 boterbuiken (grote zaagbekken) vloog langs en landde vlakbij, we telden drie mannen en 17 wijfjes.
Op de zeereep werden de eerste roodkeelduikers gesignaleerd. Ze waren nog niet helemaal op kleur maar de snavel wees onmiskenbaar omhoog. Later konden we nog een verre zwarte zee-eend en vele eiders toevoegen aan de soortenlijst. Maar ook de stootduik van een grote stern bleef niet onopgemerkt. Langs de vloedlijn wandelden we terug men had hele grote netten op het strand gespannen. Het was niet helemaal duidelijk welke zeedieren men met deze netten wilde vangen. 
Het werd dus het Montrose Basin wildlife centre. Van hieruit stonden we hoog en droog en hadden een uitstekend uitzicht op de baai en aanliggend land. De naam moine-rose komt uit het Gaelisch en betekent moerassige landtong. Er waren vanuit het centrum een stuk of 8 telescopen op de omgeving gericht. Heel veel vinkachtigen lieten zich goed bekijken. Behalve vinken zagen we ook putter en groenling. Er was een kunstmatige oeverzwaluwwand en op het water was ook het nodige te beleven; toppereend, fuut en brilduiker. Op de grens tussen land en water liepen twee rosse grutto's. Opeens zagen we een grote bonte specht hoog tegen een paal aan zitten. Dit was zelfs voor de mensen van het centrum een wat ongebruikelijke ervaring. We raakten in gesprek met een Schotse vogelaar. Toen hij hoorde dat wij uit Nederland kwamen, keek hij zeer verbaast en zei "uit Nederland komen om hier te vogelen?". Hij deed namelijk altijd het omgekeerde.
5e dag woensdag 1 mei: Steenarenden dag
We stopten bij "airlie estates" een gebied met veel oude bomen en landhuizen met oude bomenrijke tuinen.
Muren begroeid met vegetatie als muurleeuwenbek en muurvaren. Vanaf de oude brug hadden we uitzicht op een snelstromend beekje, het domein van de waterspreeuw. Na enig speurwerk zagen we dit waterminnende vogeltje ook dankzij zijn witte borst. Hij had een nestje in de rots want daar zag je hem steeds naar toe gaan, voorzien van wat uit de beek bijeen gesprokkeld dierlijk voedsel voor de jonkies. Je zag ook de zo karakteristieke zittende beweging, regelmatig door de "enkels" zakken en met de staart bewegen. De (onder)soort die in Schotland voorkomt heeft onder de witte keel met borst een roodbruine band lopen. Dit zie je ook bij de waterspreeuwen van Zuid Europa. Zijn neefjes uit het hoge noorden en oost Frankrijk hebben juist een donkerbruine buik.
We kwamen nu in steeds hogere delen. en ook waren er weer besneeuwde toppen te zien. We gingen op zoek naar kor- en auerhoen die hier nog voor zouden komen. De auerhoen is bijna uitgestorven in Schotland, dit komt mogelijk ook door de introductie van de boommarter.
Geen auerhoen te zien, maar als compensatie gaf een Schots sneeuwhoen acte de présence. Het dier had zich verscholen achter een steen maar was bereid af en toe zijn kop boven het rotsje uit te steken. Zo kon je goed de witte oogring om de ogen zien en omdat het hier een mannetje betrof ook de rode versiering boven de ogen.
Schotse boeren hebben het niet al te goed voor met kraaiachtigen. In Schotland zie je vrijwel geen eksters, dit komt mogelijk door afschot. Op veel plaatsen staan grote kooien, waar men kraaien in hoopt te vangen. Het is geen prettig gezicht als je een kooi ziet die als een soort dodencel dienst doet, terwijl de gevangen kraai zijn best doet om uit dit vrijheid beperkende bouwsel te komen. Met veel moeite moest ik de neiging onderdrukken om de kooi open te breken.
We deden een tweede poging om korhoenders te ontmoeten bij Glen Moy Een lawaaierig tractortje kwam aanrijden en toen dachten we dat hierdoor de kans op korhoenders helemaal verkeken was. Maar niets was minder waar, want kort hierna mochten we de eerste in ons kijkerbeeld vangen. Nadere inspectie van de omgeving vertelde dat het hier een viertal korhoender mannen betrof. Ze hebben een zwart verenkleed en net als de Schotse sneeuwhoenders hebben deze "korren" ook de rode oogversiering, verder zijn ze zo op afstand helemaal zwart met een witte vleugelstreep en ook de onderkant van de staart is wit. 's Ochtend wordt er echt gebaltst als er vrouwtjes in de buurt zijn. Maat ook nu wilde enkele leden van het korhoenders kwartet wel even de staartveren uitzetten. Het akoestische deel werd verzorgd door wulpen en scholeksters. Een nieuwsgierige tapuit wilde ook duidelijk maken dat hij gezien mocht worden.
Korhoen; foto Laurie Campbell
Bij de bus hebben we onze boterhammen verorberd en nog even met een loepje gekeken naar het op luciferskopjes gelijkende rood heidestaartje (Cladonia floerkeana). Dit is een heel fraaie korstmos.
Leden van de VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o. in aktie; © foto: Henk Merts
De zoektocht werd beloond, want op een gegeven moment zag iemand een kop van een arend die boven een nest uitstak. Dit nest was gebouwd als een soort aanleunwoning tegen een ouder horst aan. Maar opeens manifesteerde zich de vermoedelijke partner van het nestzittende individu. Hoog boven ons zweefde op zijn majestueuze vleugels een echte steenarend. De handveren keurig uitgespreid zoals het een goede adelaar betaamt. Gedurende een minuut of tien cirkelde het machtige dier voor de rotsen langs en door de lucht. Op een gegeven moment ging hij op de kam van een rots zitten. Alsof de "golden eagle" wist dat er zeker een dozijn telescopen op hem waren gericht. Hij liet zich geduldig bewonderen en vloog toen nog een laatste rondje en landde weer maar nu op een donkere ondergrond, die er voor zorgde dat het dier ook meteen onzichtbaar werd opgenomen in zijn omgeving.
Tevreden gingen wij weer richting bus. Onderweg hadden we nog een mogelijkheid wat vinken te voeren. Het is opvallend dat de kleuren van de vinkenmannen veel feller zijn dan bij hun Nederlandse soortgenoten. Een gewone vink heeft hier een borst die bijna net zo helder gekleurd is als die van een goudvink. De vinken durfden ons tot ongeveer een meter afstand te benaderen. Even later op een open terrein zag iemand een beflijster, de vogel bleef de hele tijd met zijn rug naar ons toe zitten, Alsof hij zijn identiteit niet wilde prijsgeven.
Op de terugweg hing de regen weer als een grauwsluier uit de lucht en waren we getuige van de geboorte van een regenboog. In eerste instantie was het boogje heel kort, en net zo breed. Later zagen we het kleurrijke geheel steeds hoger opklimmen, naarmate hij hoger kwam werd deze ook steeds slanker. En inderdaad lukte het dit fraaie natuurverschijnsel om een volledige boog te vormen, in de bekende ROGGBIV kleuren. (Rood, Oranje, Geel, Groen, Blauw, Indigo en Violet). Later nestelde zich naast het origineel een flauwere secundaire boog met gespiegelde kleuren. Een kleurrijke afsluiting van weer een eneverende dag.
Met twee bussen op stap, een rit door het sterk variërende schitterende landschap. In de verte op een top een laagje sneeuw van de bergen van de Hooglanden. Dit was nog een souvenir van de winter over een maand is wellicht alle sneeuw weer verdwenen. Op een muurtje zat een rode patrijs. Deze fraaie vogel heeft een witte kop, met een duidelijke oogstreep. Sinds 1790 is het dier met succes geïntroduceerd in Groot Brittannië. Hier is Schotland is het wel zijn meest noordelijkste habitat. Want je kan ze makkelijker tegenkomen in Spanje en zuidelijk Frankrijk. Natuurlijk hebben we ook zijn iets kleinere neefje de patrijs gezien. Deze is wat algemener dan de rode patrijs. Beide soorten kunnen worden waargenomen in o.a. open terreinen, akkers, weiden en op braakliggende grond.
In een grote tuin met oude bomen, merkte iemand een zwarte mees op en even later liet een goudvink zich bewonderen. We hebben nog een poging ondernomen om langs een muurtje sluipend wat dichter bij twee rode patrijzen te komen. Maar toen deze mooie dieren, het vermoeden kregen dat ze bespied werden, gingen zij in gestrekte draf er vandoor.
Onderweg zagen we verschillende reeën ze zijn hier altijd heel donker van kleur met een opvallend witte spiegel om de staart. Twee van hen sprongen met het grootste gemak over een hek. 
Na onze avonturen in de ochtenduren met de verschillende ruigpoothoenders, zouden wij het gebied betreden waar we een redelijke kans hadden een steenarend te scoren. De eerste poging hiertoe werd ondernomen in een ruig verlaten gebied. De roofvogels wisten zich vertegenwoordigd door twee buizerds, maar wij waren voor de grote jongens gekomen. Op een helling werd enkele edelherten opgemerkt. Maar toen we er een telescoop op zetten, bleek het om misschien wel honderd "edele" herten te gaan. We stopten bij Glen Clova en maakten een wandeling van ongeveer 3 kilometer langs een beek, waar wij tot tweemaal toe een grote gele kwikstaart konden bewonderen. Wij naderde de plek waar James een steenarendhorst wist. Wij kregen het echter niet cadeau, maar werden uitgenodigd om met onze optiek de bergwand af te speuren. Inmiddels werden wij verwelkomd door twee varkens die vooral grote interesse in onze rugzakken hadden. Later gingen deze knorrende viervoeters weer weg en konden wij ons speurwerk hervatten.

6e dag donderdag 2 mei: Papegaaiduiker-dag
Een kalme zee en mooi weer zorgde voor een opgewekte stemming. De overtocht leek probleemloos van start te gaan, maar opeens werd het schip tegen alle verwachtingen in 180 ° gedraaid. Geen "man overboord", maar wel bleek dat het schip een niet onbelangrijk deel van de reling had verloren. Om dit felbegeerde scheepsornament te redden was de bemanning bezig met allerlei vaarbomen en ander nuttig nautisch gereedschap in de golven te prikken. Uiteindelijk lukte het de nijvere zeebonken om het vermiste scheepsonderdeel weer binnen bord te halen en konden wij de steven weer wenden richting isle of May.
Met hun supersnelle vleugelslagen vlogen ze af en aan "van open zee naar het May eiland v.v." Hun lichamen en vleugels zijn toch veel kleiner dan die van zeekoeten en alken. De lijven van de duikende "papegaaien" lijken verhoudings gewijs dikker dan die van de andere alkachtigen. Dit verklaart deze hoge vleugelslagfrequentie.
Grijze zeehond; foto Laurie Campbell
Wat verder opvalt zijn de vuurtorens en een ruïne als stille getuigen van de aanwezigheid van de Homo sapiens. In de 7e eeuw al werd een klooster gesticht. Twee eeuwen later werd het eiland echter aangevallen door de Vikingen en werden alle monniken vermoord. Later heeft men in de 11e eeuw een kerkje op het eiland gebouwd.
Momenteel verricht men wetenschappelijk onderzoek. Vooral de ornithologen komen hier goed aan hun trekken.
Wij werden welkom geheten door een van de mensen van het bezoekerscentrum. Deze vriendelijke man gaf aan welke vogels hier voorkomen en in welke aantallen men ze mag verwachten. Zijn informatie vindt men terug in het onderstaande schema. We kregen te horen dat we op de paden moesten blijven, want zouden er vogels zijn die uit angst even het nest zouden verlaten dan was de kans groot dat een van de aanwezige meeuwen het ei zou kapen.
Dit schema geeft meteen heel goed weer wat je mag verwachten op dit vogel-eldorado.
Natuurlijk zijn de papegaaiduikers overal duidelijk aanwezig. In kleine groepjes bezetten zij de rotsen en kijken zeer nieuwsgierig naar de twee benige bezoekers. We waren de eerste eco-toeristen van dit seizoen. Het was duidelijk dat de zeepapegaaien nog moesten wennen aan zoveel belangstelling. Want je kon ze niet dichter dan een meter of tien benaderen en dan gingen ze echt op wieken. Het lukte zelfs een rennend konijn om een flinke groep puffins het luchtruim te laten kiezen. In tegenstelling tot hun neven en nichten zeekoet en alk. Broeden de papegaaiduikers niet op rotsrichels maar zijn het echte holenbroeders. Zij kunnen de gangen zelf graven met hun flinke snavel en hun poten, maar vaak maken ze het zich wat makkelijker door een verlaten konijnen hol te kraken De gangen naar de broedkom kunnen zo'n 1 á 1,5 meter diep zijn. In april wordt meestal het ei gelegd en zes weken later komt het uit. In het hol is het jong veilig en het wordt daar door beide ouders gevoed. Dit doen ze een week of zes en na die tijd zal het jonkie 's nachts het nest verlaten en naar zee gaan. Het zal zeker twee jaar duren voordat het diertje weer voet aan land zet en pas na zijn vijfde verjaardag mag het zeepapegaaitje zelf gaan broeden. In de winter valt het hoornachtige buitenlaagje van hun snavel af en gaan ze met een wat bescheidener bekkie door het leven.
Papegaaiduikers; © foto: Henk Merts
Maar er viel meer te ontdekken op het eiland. In een soort haventje dobberden wat eidereenden rond. Die je nu van heel dichtbij kon bewonderen. Schitterende eenden zijn het vooral de mannetjes met hun doortekende koppen waar ook allerlei groenachtige en crèmekleurige tinten in verweven zijn. We hoorden een paar grote sterns en bleven net zo lang wachten tot ze in zicht waren. Het betrof hier een viertal zwartsnavelige sterns. Het gele snavelpuntje was net niet te zien.
De punt van het eiland biedt een schitterend uitzicht op de broedkolonies zo kon je op je gemak al dit schoons bewonderen. Ook hier weer broedende drieteenmeeuwen op adembenemende plekken. Je kon de rode binnenkant van de kelen zien, als de partners elkaar verwelkomen bij hun standaard begroetingsceremonie.
Kuifaalscholver op nest © foto: Henk Merts
De tijd vloog om en nadat we op de valreep nog een tapuit van dichtbij konden beloeren was het alweer bijna twee uur en dat was de vertrektijd van onze boot. Slechts eenmaal per dag wordt in het broedseizoen het eiland aangedaan. Iedereen had er nog wel een paar uur langer willen blijven.
Maar helaas de kapitein was onverbiddelijk. Het schip voer nu om de andere kant van het eland heen, zodat we alles bij elkaar het eiland ook nog zijn rondgevaren. Je krijgt nu helemaal een goed beeld over het aantal vogels. Nagewuifd door de zeehonden gingen wij weer terug naar de haven.
Twee bussen gingen rechtstreeks terug naar de camping, maar de passagiers van de derde bus wilden nog even rondkijken in Saint Andrews. Even een vleugje cultuur meepikken op deze door natuur overgoten vakantie. St Andrews is een kleine stad met een rijk historisch verleden. Om drie redenen oefent het aantrekkingskracht uit op toeristen. Het blijkt het wereldcentrum van de golfsport te zijn. Verder heeft de plaats een eeuwenlange academische traditie, want in 1412 werd hier de bekende universiteit gesticht. Tijdens de hervorming was de plaats het kerkelijk middelpunt van Schotland. Stille getuigen hiervan zijn de restanten van de Saint Andrews Cathedral, ooit de grootste kerk van Schotland (ongeveer 5.500 m 2). Maar onder invloed van beeldenstorm en de tand des tijds is er niet veel meer over van de oude glorie. Enkele muren en een deel van de toren laten nog goed zien dat het om een enorm bouwwerk ging. We konden slechts een flink uur in deze historische stad doorbrengen, maar hebben toch even iets kunnen proeven van de sfeer van een rijk verleden. Verder is het nog vermeldenswaardig dat St Andrew de patroonheilige van Schotland is.
Vroeg uit de veren, want om halfacht zouden we weggaan. Naar het zuiden met als hoofddoel het eiland May.
De zon scheen overtuigend en de voorspellingen waren tot halverwege de middag ook heel gunstig.
Vlak onder St-Andrews ligt aan de Firth of Forth het plaatsje Anstruther. Hier bij een oude vissershaven lag onze boot de May Princess. Het was voor de eerste keer dit seizoen dat het eiland werd aangedaan. Dit was ook wel te merken, want de bemanning mistte weer even de dagelijkse routine om de passagiers snel te kunnen laten inschepen. Maar uiteindelijk had iedereen toch een mooi plekje op het boven- of achterdek kunnen veroveren. Het isle of May ligt vrijwel precies in het midden van de inham van de Firth of Forth. Het is ongeveer een kleine driekwartier varen.
De vogels deden zelf ook dapper mee om er een eneverende tocht van te maken, want hoe dichter we het eiland naderde deste hoger werd de concentratie zeevogels. Waren we in het begin van de tocht heel blij om een Jan van Gent of één papegaaiduiker te zien. Als snel bleek dat de puffins zich volgens logaritmische principes vermeerderden. Na de eerste ontmoeting werden het als snel tientallen, vervolgens honderden en vlak bij het eiland kon het aantal makkelijk tegen de duizend aanlopen.
We voeren eerst een eind langs het eiland en daar zagen we heel veel grijze zeehonden die een soort siësta hielden op de rotsachtige kusten van het eiland.

Bewoners van Isle of May
Soort Hoeveel op het eiland Jongen per jaar Waar zitten ze buiten broedseizoen
Vogels
Papegaaiduikers 42.000 bezette holen 1 Noordzee en Atlantische oceaan
Zeekoeten 26.000 individuen 1 Noordzee en Atlantische oceaan
Alken 3.500 individuen 1 Noordzee en Atlantische oceaan
Eidereend 1.000 nesten 4-5 Kust
Kuifaalscholver 600 bezette nesten 1-3 Gehele jaar aanwezig
Noordse Stormvogel 400 bezette nesten 1 Noordzee
Visdiefje 300 paartjes 1-3 West Afrika
Noordse Stern 600 paartjes 1-3 Antartica
Drieteenmeeuw 5.000 paartjes 1-3 Noordzee
Grote Mantelmeeuw 14 paartjes 1-3 Gehele jaar aanwezig
Kleine Mantelmeeuw 1.500 paartjes 1-2 Gehele jaar aanwezig
Zilvermeeuw 2.600 paartjes 1-2 Gehele jaar aanwezig
Zoogdieren
Grijze zeehond 3.000 exemplaren 1-2 Noordzee

Het hele eiland maakt nu een vrij groene indruk naast gras zie je veel speenkruid, en heel veel blaassilene en engelsgras. Dat moet dus naast de huidige gele en witte ook later in het seizoen roze kleurtapijten opleveren. Er vlogen een aantal kleine vossen rond en de grond was bezaaid met lege slakkenhuisjes van honderden segrijnslakken. Het aantal konijnen was ook zeer groot te noemen.
Veel soorten broeden bij elkaar in de buurt. Alken naast bijvoorbeeld kuifaalscholvers of noordse sterns het maakt allemaal niet uit, het lijkt alsof alles in vrede naast elkaar leeft. Sommige kuifaalscholvers gingen echt voor je poseren en soms gingen ze even opstaan van het nest en dan kon je de eieren zien liggen.

7e dag vrijdag 3 mei: Visarenddag
Bij de hut had je uitzicht op een meer en naast dat meer stond een grote boom. En hierin had een visarend een groot horst gebouwd. Je kon echter alleen de bewegende gemaskerde kop zien. De omgeving werd door het visminnende dier constant "gescand" op onregelmatigheden. Er zijn in Schotland meerdere plaatsen waar men bezoekers een blik op een broedende visarend gunt. Hierdoor wint de visarend enorm aan populariteit en krijgt het publiek steeds meer te weten over deze mooie vogel. De overige visarenden kunnen dan rustig broeden en de kans dat hun nest verstoord wordt is veel kleiner geworden. Momenteel zijn er zo'n 50 visarendennesten bezet en neemt de populatie gelukkig weer toe.
Visarenden op horst: foto Laurie Campbell
Buiten gekomen hoorden en zagen we heel mooi een gekraagde roodstaart in het topje van de boom zingen, volop in de zon waardoor zijn verenkleed extra voordelig uitkwam.
De volgende stop was bij Glen Quach (Glen = loch = meer, nog een restant van de laatste ijstijd) ook dit mag nog bij de Highlands gerekend worden.
Hier enkele inmiddels bekende vogels, zoals Schotse sneeuwhoen, maar ook weer een korhoen en een torenvalk.
Een laatste stop van deze dag bij een meertje vlak bij Rescobie. Een visser deed gehuld in een waadbroek verwoede pogingen om een "meerbewoner" boven de oppervlakte te krijgen. Het meertje werd "bezwommen" door fuut en tafeleend. Maar opeens zag iemand ook een rosse stekelstaart. Voor regelmatige bezoekers van de Starrevaart een bekende verschijning, maar hier op steenworp afstand van de Schotse Hooglanden is dit een zeer bijzondere waarneming. Zelf James had deze Ruddy Duck nog nooit in Schotland gezien.
Met de hele groep op stap. Allereerst gingen we naar Loch of the Lowes bij het plaatsje Dunkeld (Perthshire). Hier is een wildlife centre en een observatiehut. Omdat het allemaal niet zo groot was verdeelden we ons in kleine groepjes en gingen in verschillende volgorde langs de diverse mogelijkheden. Bij het centrum was een raam met uitzicht op de daarachter liggende bomen. Hier zagen we een Taiga boomkruiper ("Onze" boomkruiper komt in Schotland niet voor.)
Taiga boomkruiper en boomkruiper lijken heel veel op elkaar. De Taiga boomkruiper heeft een iets korte maar ook kromme snavel en zijn buik is iets lichter. Het beste determinatie kenmerk is de zang, maar zo achter het glas konden we hem niet horen. 
In de verte zag iemand een velduil vliegen. Later wederom waarschijnlijk dezelfde uil maar dan nog dichterbij.
Het is één van de weinige uilen die ook overdag vliegt en actief jaagt. Hij heeft een schommelende maar wel veerkrachtige vlucht en vrij stijve en vrij lange brede vleugels.
In dit gebied zaten maar liefst zes korhoenders op een relatief klein veldje, goed zichtbaar waren de witte vlekken op schouders en flank. Die in vlucht verandert in een witte vleugelstreep. Op het meer vreemd genoeg nog een wilde zwaan. Ook was dit de plek waar we een glimp konden opvangen van een bruin witte sneeuwhaas. Maar ook een blauwe kiek vond het nodig door onze kijkerbeelden te scheren.
Wederom een mooi besluit van een vogelrijke dag.
8e en 9e dag zaterdag 4 en zondag 5 mei: Reisdag
Alk; © foto: Henk Merts
Na een klein uur werden we uitgezwaaid door een kudde Schotse koeien en bleek op de camping dat daar geen spatje regen was gevallen. Tegen half 10 begonnen wij aan de terugweg. Deze werd nog onderbroken door een stop in het schilderachtige zuid Schotse plaatsje Haddington. De eigenaresse van een klein theehuis kreeg de schrik van haar leven toen zo'n grote groep mensen haar etablissement binnentrad. Op de reguliere stoelen konden wij niet zitten, maar in de tuin werd snel iets geïmproviseerd. En ook bleek bij het opnemen van de bestellingen als snel dat van veel artikelen de bodem van de voorraad was behaald. Maar onze gastvrije waardin vond het een uitdaging om ons toch rijkelijk te voorzien van spijzen en dranken. Zij had er zichtbaar plezier in, dat ze even flink de handen uit de mouwen konden steken. Op de parkeerplaats werd nog een sperwer genoteerd, de laatste nieuwe notatie op Schotse bodem.
Verder verliep de reis zeer voorspoedig een kalme zee een gezellige avond en voor je er erg in had was de haven van IJmuiden weer inzicht. Een uurtje later waren we weer bij het Anker gearriveerd. Hier aangekomen hoorden we meteen de Tjiftjaf. Een bewijs dat we weer op Nederlandse bodem waren want deze kleine loofzanger hadden wij in Schotland niet gehoord. Maar wel kunnen we zeggen dat we enorm genoten hebben van een week bivakkeren in dit vogelrijke en schitterende land.
Henk Merts juni 2002
Onze laatste dag op Schotse bodem van deze vakantie. De tenten werden weer opgedoekt, de slaapzakken en verwante artikelen ingepakt. Een bus vol enthousiastelingen wilden nog eenmaal naar de "zeekoetkliffen" die wij afgelopen maandag ook hadden bezocht. Daar aangekomen bleek toch dat we ook op een laatste Schotse bui werden getrakteerd. Net toen we bijna hadden besloten wat eerder terug te gaan werd de regen minder en bleven we nog even genieten van deze bijzondere rotsbewoners. Het is toch wel grappig dat erin een korte tijd van zes dagen veel kan veranderen. Want het aantal vogels was in deze tijd toch duidelijk toegenomen. Ook was er veel meer gevederd vliegverkeer en werd er massaal gezwommen. Er waren naar schatting ongeveer dertig procent meer vogels op de rotsen. En ook maakten deze rotsbroeders met elkaar veel meer geluid dan aan het begin van de week.

| SCHOTSE FAUNA | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Hieronder een overzicht van de waargenomen vogels en andere dieren. Bij de vogels is met een Romeins cijfer een aantallen indicatie weergegeven. Op de lijst stan alleen vogels die door meer dan één persoon in Schotland zijn waargenomen. De "rode vogels" waren voor mij de eerste waarnemingen. hm mei 2002 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| VOGELS |
132
| Soorten | Bijzonderheden | Aantallen indicatie Duikers | 1
| Roodkeelduiker | X
| Futen | 2
| Dodaars | V
| Fuut | X
| Stormvogels | 1
| Noordse stormvogel | CC
| Jan van Genten | 1
| Jan van Gent | L
| Aalscholvers | 2
| Aalscholver | XX
| Kuifaalscholver | L
| Reigers e.d. | 1
| Blauwe Reiger | X
| Zwanen en Ganzen | 5
| Canadese Gans | I
| Kleine Rietgans | I
| Knobbelzwaan | CC
| Grauwe gans | V
| Wilde Zwaan | I
| Eenden | 16
| Bergeend | L
| Brilduiker | X
| Eidereend | CC
| Grote Zaagbek | XX
| Krakeend | X
| Kuifeend | XX
| Middelste Zaagbek | V
| Rosse Stekelstaart | II
| Slobeend | X
| Smient | V
| Tafeleend | I
| Toppereend | I
| IJseend | II
| Wilde Eend | C
| Wintertaling | I
| Zwarte Zee-eend | X
| Roofvogels | 9
| Buizerd | CC
| Bruine Kiekendief | II
| Blauwe Kiekendief | I
| Slechtvalk | I
| Smelleken | I
| Sperwer | I
| Steenarend | II
| Torenvalk | X
| Visarend | I
| Hoenderachtigen | 5
| Fazant | M
| Korhoen | X
| Patrijs | XX
| Rode Patrijs | XX
| Schotse Sneeuwhoen | X
| Rallen | 2
| Waterhoen | V
| Meerkoet | XX
| Steltlopers inclusief | plevieren en strandlopers 17
| Bontbekplevier | V
| Bonte Strandloper | V
| Drieteenstrandloper | XX
| Groenpootruiter | I
| Grutto (IJslandse) | II
| Houtsnip | I
| Kievit | C
| Oeverloper | XX
| Paarse Strandloper | V
| Regenwulp | II
| Rosse Grutto | V
| Scholekster | XX
| Steenloper | XX
| Tureluur | L
| Watersnip | I
| Wulp | C
| Zwarte Ruiter | X
| Jagers | 1
| Grote jager | II
| Meeuwen | 6
| Drieteenmeeuw | M
| Grote Mantelmeeuw | V
| Kleine Britse Mantelmeeuw | XX
| Kokmeeuw | M
| Stormmeeuw | X
| Zilvermeeuw | CC
| Sterns | 1
| Grote Stern | X
| Alken | 3
| Alk | C
| Papegaaiduiker | M
| Zeekoet (inclusief Brilzeekoet) | MM
| Duiven | 4
| Holenduif | XX
| Houtduif | L
| Turkse Tortel | V
| Rotsduif | XX
| Koekoeken | 1
| Koekoek | II
| Uilen | 2
| Bosuil | I
| Velduil | II
| Spechten | 1
| Grote Bonte Specht | I
| Zangvogels | 51
| Leeuwerikken | 1
| Veldleeuwerik | L
| Zwaluwen | 3
| Boerenzwaluw | L
| Huiszwaluw | V
| Oeverzwaluw | CC
| Piepers | 3
| Boompieper | V
| Graspieper | X
| Oeverpieper | II
| Kwikstaarten | 3
| Grote Gele Kwikstaart | V
| Rouwkwikstaart | C
| Witte Kwikstaart | X
| Winterkoningen | 1
| Winterkoning | XX
| Waterspreeuwen | 1
| Waterspreeuw | V
| Heggenmussen | 1
| Heggenmus | X
| Lijsters | 9
| Beflijster | I
| Gekraagde roodstaart | I
| Grote Lijster | XX
| Merel | XX
| Paapje | I
| Roodborst | XX
| Roodborsttapuit | V
| Tapuit | X
| Zanglijster | XX
| Zangers | 5
| Fitis | XX
| Goudhaantje | V
| Grasmus | I
| Rietzanger | II
| Zwartkop | X
| Mezen | 4
| Koolmees | XX
| Pimpelmees | XX
| Staartmees | V
| Zwarte Mees | II
| Boomkruipers | 1
| Taiga Boomkruiper | II
| Kraaiachtigen | 7
| Bonte kraai (hybride) | ?
| Ekster | I
| Gaai | II
| Kauw | C
| Raaf | I
| Roek | MM
| Zwarte Kraai | CC
| Spreeuwen | 1
| Spreeuw | L
| Mussen | 2
| Huismus | XX
| Ringmus | II
| Vinken | 8
| Barmsijs | I
| Geelgors | V
| Goudvink | I
| Groenling | V
| Kneu | V
| Putter | V
| Sijs | V
| Vink | XX
| Gorzen | 1
| Rietgors | V
| LEGENDA: |
I | = één exemplaar | II | = Enkele exemplaren | V | = 5 á 9 exemplaren | X | = Ruim 10 exmplaren | XX | = Tientallen exemplaren | L | = Ongeveer 50 ex. | C | = Ongeveer 100 ex. | CC | = Vele honderden exemplaren
| M | = Ongeveer 1.000 ex. | MM | = Vele duizenden exemplaren
| ZOOGDIEREN |
10
| Das (dood, Verkeerslachtoffer)
| Damhert
| Edelhert (honderden)
| Grijze zeehond (tientallen)
| Haas (enkele)
| Hermelijn
| Konijn (tientallen)
| Ree (tientallen)
| Sneeuwhaas (enkele)
| Tuimelaar (dolfijn) (tien)
| Bijzondere planten |
11
| Blaassilene
| Bosbingelkruid
| Dagkoekoeksbloem
| Deens lepelblad
| Engels gras
| Gele smeerwortel
| Kervel
| Speenkruid
| Muurleeuwenbek
| Muurvaren
| Wit hoefblad
| | ||||||||||||||||||||||
Nederlandse en Engels vogelnamen
Nederlandse naam Engelse naam
Duikers
Roodkeelduiker Red-throated diver
Futen
Dodaars Little grebe
Fuut Great crested grebe
Stormvogels
Noordse Stormvogel Fulmar
Jan van Genten
Jan van Gent Gannet
Aalscholvers
Aalscholver Cormorant
Kuifaalscholver Shag
Reigers
Blauwe reiger Grey heron
Zwanen
Knobbelzwaan Mute swan
Wilde zwaan Whooper swan
Ganzen
Brandgans Barnacle goose
Grauwe gans Greylag goose
Kleine rietgans Pink footed goose
Rotgans Brent goose
Eenden
Bergeend Shelduck
Brilduiker Goldeneye
Eidereend Eider Duck
Grote zaagbek Goosander
Kuifeend Tufted duck
Middelste zaagbek Red breasted merganser
Pijlstaart Pintail
Rosse Stekelstaart Ruddy Duck
Slobeend Shoveler
Smient Wigeon
Tafeleend Pochard
Toppereend Scaup
Wilde eend Mallard
Wintertaling Teal
Roofvogels
Blauwe kiekedief Hen harrier
Bruine kiekendief Marsh harrier
Buizerd Buzzard
Slechtvalk Peregrine falcon
Sperwer Sparrowhawk
Steenarend Golden Eagle
Torenvalk Kestrel
Visarend Osprey
Ruigpoothoenders en patrijzen
Auerhoen Capercaillie
Fazant Pheasant
Korhoen Black Grouse
Schots Sneeuwhoen Red Grouse
Patrijs Grey Partridge
Rode Patrijs Red-legged Partridge
Rallen
Meerkoet Coot
Waterhoen Moorhen
Plevieren en strandlopers
Bontbekplevier Ringed Plover
Bonte strandloper Dunlin
Goudplevier Golden Plover
Kanoetstrandloper Knot
Kievit Lapwing
Steenloper Turnstone
Zilverplevier Grey Plover
Steltlopers
Bokje Jack Snipe
Groenpootruiter Greenshank
Grutto Black-tailed godwit
Houtsnip Woodcock
Kemphaan Ruff
Oeverloper Common sandpiper
Regenwulp Whimbrel
Rosse grutto Bar-tailed godwit
Scholekster Oystercatcher
Tureluur Redshank
Watersnip Snipe
Wulp Curlew
Jagers
Grote Jager Great Skua
Meeuwen
Drieteenmeeuw Kittiwake
Grote Mantelmeeuw Greater Black-backed Gull
Kleine Mantelmeeuw Lesser Black-backed Gull
Kokmeeuw Black-headed Gull
Stormmeeuw Common Gull
Zilvermeeuw Herring Gull
Sterns
Dwergstern Little tern
Grote Stern Sandwich Tern
Noordse Stern Arctic Tern
Visdief Common Tern
Alken
Alk Razorbill
Papegaaiduiker Puffin
Zeekoet Guillemot
Duiven
Holenduif Stock dove
Houtduif Woodpigeon
Turkse tortel Collared dove
Zangvogels
Leeuwerikken
Veldleeuwerik Skylark
Zwaluwen
Boerenzwaluw Swallow
Huiszwaluw House martin
Oeverzwaluw Sand martin
Piepers en kwikstaarten
Graspieper Meadow pipit
Grote gele kwikstaart Grey wagtail
Witte kwikstaart Pied wagtail
Diversen
Winterkoning Wren
Waterspreeuw Dipper
Heggenmus Dunnock
Lijsters
Grote lijster Mistle thrush
Koperwiek Redwing
Kramsvogel Fieldfare
Merel Blackbird
Paapje Whinchat
Roodborst Robin
Roodborsttapuit Stonechat
Tapuit Wheatear
Zanglijster Song thrush
Zangers
Fitis Willow warbler
Goudhaantje Goldcrest
Grasmus Whitethroat
Rietzanger Sedge warbler
Mezen
Koolmees Great tit
Pimpelmees Blue tit
Zwarte mees Coal tit
Kraaien
Kauw Jackdaw
Kraai Carrion crow
Roek Rook
Spreeuwen en mussen
Spreeuw Starling
Huismus House sparrow
Ringmus Tree sparrow
Vinken
Groenling Greenfinch
Keep Brambling
Putter Goldfinch
Vink Chaffinch
Gorzen
Geelgors Yellowhammer
Rietgors Reed bunting
Reis naar Polen 2002VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
Excursies VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
Diverse IVN excursies
Diverse KNNV excursies
Meer informatie over vogels op deze site
Link naar VWG- Koudekerk / Hazerswoude e.o.
VWG- Koudekerk / Hazerswoude e.o.
Schotse links
BRISC Biological Recording In Scotland
Vogeleiland Handa
Miltonhaven Seaside Caravan Park
Montrose Basin Willdlife centre
Scottish Wildlife Trust
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het web hm juni 2002
Laatste mutatiedatum 30-06-2002