Logo Vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude e.o. Spaanse vlag

    Extremadura-reis 2006 van Vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude

    Inhoud:
    Inleiding
    verslag 1e dag za. 29 april: De heenweg met o.a. zwarte spreeuw en bijeneters
    verslag 2e dag zo. 30 april: Bélen en omgeving. dus steppen, trappen en gieren
    verslag 3e dag ma. 1 mei: Almaraz en Cabanas de Castillo: grijze wouw, oehoe en keizerarend
    verslag 4e dag di. 2 mei: Steppen van Talaván: Bijeneters, Spaanse mussen en blauwe rotslijsters
    verslag 5e dag wo. 3 mei: Parque Naturalde Monfragüe Kaffergierzwaluw, Spaanse keizerarend
    verslag 6e dag do. 4 mei: Embalse de Salor en Almaraz: Kleine zwartkop, purperkoet
    verslag 7e dag vr. 5 mei: Sierra de Gredos: Ortolaan, rode rotslijster en verre steenbokken
    verslag 8e dag za. 6 mei: Belén en Trujillo, Trappen en vale gierzwaluwen
    verslag 9e dag zo. 7 mei: De terugreis
    overzicht waargenomen vogels
    overzicht waargenomen overige dieren met foto's
    overzicht waargenomen planten met foto's
    Verdere links op deze site

    Inleiding
    Van zaterdag 29 april t/m zondag 7 mei 2006 zijn 26 leden van de vogelwerkgroep Koudekerk / Hazerswoude e.o. naar Extremadura in Spanje geweest. We vlogen van Schiphol naar Madrid en daar gingen wij verder met drie gehuurde busjes.
    Elke dag bezochten we met het team van onze eigen bus een ander gebied. De andere groepen deden hetzelfde alleen in een andere volgorde. 's ochtends t/m het ontbijt en 's avonds in de camping zagen we onze andere reisgenoten weer. Wij logeerden in tenten of vierpersoonshuisjes bij:

    Camping in Monfraque
    tel 0034-27-459233/459220
    Malpartida de Plasencia

    De bedoeling van dit verslag is natuurlijk dat de deelnemers het kunnen nalezen. Maar het is zeker ook bestemd voor mensen die interesse hebben in een vogelreis naar het natuurrijke Extremadura. Daarom worden er in het verslag haast geen namen genoemd van mensen die meegegaan zijn. Voor drie mensen wil ik echter een uitzondering maken. Dat zijn onze voortreffelijke gidsen Bertus, Ton en Bert.

    Deze lente-week hebben we op één bewolkte dag en op een kleine bui na mooi weer gehad. In ieder geval goed vogelweer. Het verslag geeft op chronologische wijze weer wat we meegemaakt hebben in deze week in Spanje. Iedere dag is genoemd naar de wat mij betreft meest spectaculaire waarneming van die dag.

    Extremadura
    Extremadura bestond reeds in de Romeinse periode. Mérida was één van de belangrijkste steden van het Romeinse Rijk.
    Vele conquistadores, zoals Hernán Cortés, Francisco Pizarro, Pedro de Alvarado en Pedro de Valdivia waren afkomstig uit de Extremadura. Daardoor komen veel plaatsnamen uit de Extremadura ook voor in de Nieuwe Wereld.

    Extremadura is gelegen in het zuidwesten van Spanje en heeft een oppervlakte van 41.634 km² en ± 1.095.000 inwoners. Het gebied grenst in het noorden aan Kastilië-Leon, in het zuiden aan Andalusië, in het oosten aan Kastilië-La Mancha en in het westen aan Portugal. Vanwege de lage industrialisatie heeft Extremadura veel van zijn natuurlijke reserves behouden. Hierdoor zijn er nog verschillende natuurparken te vinden. De belangrijkste rivieren zijn de Taag in het noorden en de Guadiana in het zuiden.
    De belangrijkste steden van Extremadura zijn: Mérida, Cáceres, Badajoz en Azuaga

    Ligging Extremadura in Spanje

    Ligging Extremadura in Spanje

    De twee provincies van Extremadura


    hm juni 2006
    Extremadura is onderverdeeld in twee provincies:
    • Cáceres in het noorden (Hoog Extremadura)
    • Badajoz in het zuiden (Laag Extremadura)

    Vlieg mee met de gier naar de eerste dag

    Naar het begin van deze tekst 1e dag: zaterdag 29 april 2006 De heenweg met o.a. zwarte spreeuw en bijeneters
    De reis naar Extremadura was eindelijk begonnen. Zaterdag 29 april de dag dat in Nederland Koninginnedag werd gevierd. We hadden overvolle treinen verwacht, maar dat viel gelukkig erg mee. Wij arriveerden als eerste bij de Iberia incheckbalie op Schiphol. Kort daarna kwamen Rob en onze gids Bertus. Vanaf dat moment werd de groep regelmatig aangevuld met nieuwkomers. Waaronder twee jarigen Linda en Tonny. Het vliegtuig bleek overboekt te zijn en ons werd aangeboden een vliegtuig later te nemen. Dat betekende vier uur later vertrekken, als compensatie kreeg je dan € 100,- schoon in het handje. Een redelijk aanbod, wanneer je individueel reist maar uiteraard voor een groep niet acceptabel. We passeerden zonder al te veel problemen de douane en hebben eerst nog met een aantal reisgenoten koffie gedronken en toen was het al weer boarding time. Om precies 12.42 kozen we het luchtruim (vlucht IB 3245). Zoals de meeste niet continentale vluchten in Europa moet je de consumpties tegenwoordig zelf betalen en zitten ze niet meer in de ticketprijs verweven. Maar de koffie smaakten er niet minder om. Het weer was goed en bijna de hele reis had je vrijwel onbelemmerd uitzicht op het voortglijdende landschap onder je.

    Na ruim twee uur vliegen landden we om 14.45 op het gloednieuwe vliegveld Barajas van Madrid. Binnen de kortste keren hadden we onze bagage en gingen opgetogen richting Hertz autoverhuur bedrijf. Daar vertelden men dat twee van de drie busjes nog niet waren gearriveerd en of we nog maar even wilden wachten. Uiteindelijk konden wij als eerste naar ons busje toe. Met wat passen en meten lukte het uiteindelijk om deze vierwieler vol te stouwen met onze bagage.
    Omdat de andere bussen nog niet zo ver waren. Hadden wij nu even de kans om een start te maken met het vogelen. De eerste vogel was een huismus en kort daarna meteen een nieuwe soort een zwarte spreeuw. Heel makkelijk want in dit deel van Spanje komen geen “gewone” spreeuwen meer voor. Dus weet je meteen zeker dat het om een zwarte gaat. Ook vloog hier nog een boerenzwaluw en oeverzwaluw rond. Uiteindelijk waren alles busjes ingeladen en kon onze mini karavaan van start gaan. We reden om 17.10 weg en werden meteen geconfronteerd met de drukte van de stad Madrid. Maar als snel kwamen we in wat meer landelijke omgeving te zitten. We reden zuidwaarts via de A40, A30 en later de A5. Omdat Spanje de meest telefoondraden nog bovengronds heeft en deze telecommunicatiekabels graag door vogels worden bezet. Is het altijd interessant om te kijken of er nog wat leuks op zit. Alleen op de grote weg lukt het lang niet altijd om de draadzitters te determineren. Daarom kregen ze de fraaie verzamelnaam “draadvogels”. Het heeft geen invloed op de lijst, maar je kan elkaar wel snel waarschuwen als je wat moois ziet. Het landschap wat als een film aan ons “voorbijtrok” was licht glooiend en vooral begroeid met lavendel en slangenkruid. De bermen waren versierd met enorme gele linten van bloeiende brem. Een heel fraai gezicht.

    Na enkele uren rijden stopten we bij een benzinestation om even de benen te strekken. Natuurlijk had iedereen de kijker paraat en zo konden we de eerste bijeneters, grauwe gorzen, koereigers, gierzwaluwen en graszangers noteren. We reden verder en passeerden een vrij grote stad Talavera de la Reina (Provincie Toledo). Hier stonden ook enkele palmbomen en leek de omgeving iets vlakker. In ieder geval was het Spaanse landschap vele malen groener en mooier dan ik me had voorgesteld. We reden langs een kudde schapen die volop gezelschap hadden van diverse koereigers. Vergelijkbare taferelen zouden we vaker te zien krijgen. We reden langs een plaats Oropesa met een kasteel. Hier vloog een paartje grauwe kiekendieven rond. (Blauwe “kieken” komen deze tijd van het jaar niet in Spanje voor). In de verte een bergkam die voorzien was van een flinke laag sneeuw. Onderweg zie je ook veel boomgaarden met olijfbomen en grillige fraaie kurkeiken. Bij bochten in de grote weg heeft men heel venijnige drempeltjes geplaatst die er absoluut voor zorgen dat men niet te hard door de bochten scheurt. Hoe meer we de plaats van bestemming bereikten des te glooiender het landschap werd. We zagen hier ook Kuiflavendel een plant die je bij de bloemist kan kopen.
    Omstreeks 20.45 bereikten wij de Camping die fraai werd beschenen door de laag staande zon.
    Blauwe eksters en ontelbare huismussen heten ons van harte welkom. Een uur later was alles uitgeladen en de huisjes voldoende ingericht om ons aan het eerste diner te wagen. Hiervoor moesten we nog een klein kwartier rijden naar een nabij gelegen plaats. Het diner was van te voren gereserveerd en zo konden we al vrij snel aan de verfrissende koude Gazpacho (soep). Dit evenals het vervolg van de maaltijd smaakte uitstekend en hierna gingen we meteen terug naar de camping, waar nog een vleermuis rondvloog.

    Vlieg mee met de gier naar de tweede dag

    Naar het begin van deze tekst 2e Dag zondag 30 april 2006 Bélen en omgeving. dus steppen, trappen en gieren
    Bij het ontbijt hebben we gezongen voor de jarige Bert (het derde feestvarken van deze week).
    Op de parkeerplaats vlak voordat we weg reden en pal boven onze hoofden vloog een zwarte wouw. In de verte vloog zijn grotere neef de rode wouw goed te herkennen aan de twee witte vleugelvlekken en de diep ingesneden rode staart. Onderweg zagen we onze eerste vale gier landend op een rotskam. In het landschap zag je veel witte cistusrozen. We passeerden het mini plaatsje Villa Real de San Carlos, waar ook het natuurinformatiecentrum ligt en waar we ook een kleine helihaven zagen. Waar twee helikopters klaar stonden om uit te vliegen als dat nodig mocht zijn. We staken de rivier de Taag over en zagen honderden huiszwaluwen tussen hen ook de veel grotere alpengierzwaluw. De huiszwaluwen broeden tegen de brug en de alpengierzwaluwen eronder. We passeerden het kasteel en de daar tegenoverliggende gierenrots. Dit zou allemaal later deze week uitvoerig bekeken worden, maar nu in het weekend zou het hier veel te druk zijn. Wel konden we een thermiekzuil bekijken met zeker 11 gieren er in. Dat is al best wel veel zo 's morgens om 09.10. Maar het beloofde dan ook een hele mooie dag te worden met veel zonneschijn. Er vlogen twee hoppen langs met de voor hen zo kenmerkende klappende vleugelslag. We passeerden het plaatsje Torrejón el Rubio. Aan de kant van de weg hipte een konijn en bij een meertje stond een koereiger. Wij waren langs de fraaie plaats Trujillo gereden en het landschap had een steppe-achtige aanblik gekregen. Wij waren nu op de vlaktes van Belén en op deze plaats zouden trappen kunnen zitten. Dit was ook het domein van de kalanderleeuwerik die goed herkenbaar is aan de donkere ondervleugel. Ook zijn de vlerken aan de achterzijde afgezet met een witte rand. Bij zijn keel heeft het dier een zwarte vlek. Dit zijn allemaal goed bruikbare veldkenmerken waaraan je hem vrij makkelijk kan herkennen. De eerste stop was wel op een zeer fortuinlijke plek. Bertus vond al vrij snel een kleine trap die in het veld stond te baltsen. De zwarte nekveren worden dan helemaal opgezet en hij maakt zichzelf groter door de borst vooruit te zetten. Verder maakt de vogel sprongetjes als of hij op een hoge stoeprand wil springen. Naderhand liep deze kleine trappenman rustig verder, we konden hem allemaal goed volgen door de telescoop. Vanaf deze plek zagen we ook vier kleine torenvalken. Deze zijn lastig te onderscheiden van gewone torenvalken. Het verschil in grootte is niet zo heel veel. De kleine torenvalk heeft een iets beter doortekend verenkleed. Maar ook daarbij zijn de verschillen minimaal. Het geluid is wel anders. Deze roofvogel jaagt voornamelijk op grote insecten en is in tegenstelling tot de gewone torenvalk een koloniebroeder. Vlak bij de kleine trap zagen we een griel. Weliswaar flink in de verte maar toch wel herkenbaar. Niet verkeerd allemaal binnen vijf minuten drie nieuwe nooit eerder waargenomen soorten te zien. Als klap op de vuurpijl vanaf dezelfde plek een monniksgier op de grond en twee bijeneters heel fraai op een draad.

    De tweede stop kort hierna was ook bepaald niet onverdienstelijk. Op het dak van een schuurtje zat een steenuil en ja hoor in de verte zagen we een grote trap dat wil zeggen we zagen alleen zijn nek met kop. De rest was door het hoge gras aan onze waarnemingen onttrokken. De volgende stop was enkele honderden meters verder hier stond een grote dode boom waarop een 6 tal ooievaarsnesten in waren gemaakt. De ooievaars hadden gezelschap in de boom van zeker ruim honderd koereigers. En verderop bespeurden we ook nog een kleine zilverreiger. In de lucht zweefden twee vale gieren en evenveel zwarte ooievaars. Later werd de thermiekbel nog uitgebreid met de komst van een monniksgier. Die duidelijk veel donkerder is dan de vale gier die meer een bruine indruk maakt. Terwijl de monniksgier veel zwarter overkomt. Wij werden steeds achtervolgd door een bus vol Engelsen die dit fraais ook allemaal graag wilden bekijken. De stilte werd doorbroken door het zware geluid van een raaf, in vlucht goed herkenbaar aan de wigvormige staart. We stopten nu op een plek en konden meteen genieten van een grauwe kiekendief die een ware vliegshow weggaf. De vleugels van een grauwe kiek zijn langer en smaller dan die van zijn neef de blauwe kiekendief. Hierdoor maakt hij tijdens de vlucht ook een nog sierlijker indruk. Zoals altijd waren de velden nu weer bedekt met een weelde aan bloemen.

    We reden nu door de smalle straatjes van Trujillo en kwamen enkele tegenliggers tegen. Doordat je dit soort steegjes van beide kanten in mag rijden en ze te smal zijn voor twee auto’s moet altijd één van de twee voertuigen achteruit rijden. Eén richtingsverkeer zou hier de oplossing zijn. Uiteindelijk kwamen we bij een meertje (onze lunchplek) en zagen een slangenarend op een paal zitten. Let vooral nu op de staart die vrijwel net zo ver uitsteekt als zijn vleugelpunten. Ook viel de hoekige kop van het dier nu erg op. Vooral omdat hij steeds ergens anders naar keek en zo de omgeving goed in de gaten hield.

    Steltkluut;  Foto: Henk Merts
    Steltkluut

    Maar bij het meertje viel nog veel meer te beleven. Aan de overkant zeker een half dozijn steltkluten en de stenen aan de oever waren bedekt met zonnende Moorse beekschildpadden. Het was heel lastig een foto van hen te maken. Want bij de geringste verstoring doken deze reptielen meteen het water in. Ook liep hier nog een oeverlopertje rond.

    Na de lunch reden we richting het plaatsje Santa Marta de Magasca. Hier ook een duidelijk steppe-achtig landschap. Door de warmte en een beetje wind werd een zandhoopje omgetoverd tot een mini windhoosje wat als een kleine verticale slang over het landschap huppelden. Een aantal Belgen meenden een blonde tapuit gezien te hebben. Maar Bertus constateerde dat het hier om een “gewone” tapuit ging. Hoewel de blonde ook wel in dit gebied voorkomt. Het bleek een internationaal trefpunt voor vogelaars te zijn. Want nu raakten we in gesprek met enkele Duitsers die een griel in beeld hadden. Later bleek het om twee individuen te gaan. Eentje was zeer waarschijnlijk aan het broeden, want je zag alleen het “koppie” boven het gras uitkomen. Op de grond zagen we een nestje waar steeds grote grijze schubmieren in- en uitkropen. We reden verder en kwamen bij een stenen brug over een zwak stromend beekje. Ook dit was weer een vogeleldorado want in deze bloemenrijke omgeving zagen we in een flits een ijsvogel, verder roodstuit-, rots- en huiszwaluwen en een kleine plevier. Onze Belgische collega’s waren inmiddels ook gearriveerd en hadden een blauwe rotslijster ontdekt. Een scharrelaar vrouwtje zat op een telefoondraad. Even later kwam er ook een mannetje naar toe. Die in zijn bek een flinke rups had meegenomen. Het vrouwtje accepteerde dit geschenk en dat was voor het mannetje meteen het teken dat het wijfje voldoende paringsbereid was. De scharrelaarman bedacht zich geen moment en nam meteen zijn kans waar. Zo werd hoog op de draad de daad bij het woord gevoegd. Als twee met de zwaartekracht spottende evenwichtskunstenaars wisten ze elkaar goed in balans te houden.

    Wij hadden nu enkele Fransen ontmoet die een grote trap in het vizier hadden. Deze was duidelijker te zien dan het “trappennekkie" wat we eerder de dag te zien kregen. Even later stopten we en zagen midden op de weg een vrij bleke en kleine leeuwerik die vrijwel alleen voorkomt in Mediterrane landen. Bertus kon er meteen een naamkaartje aanhangen, Het ging namelijk om een kortteenleeuwerik. Op dezelfde weg bespeurden we nog een smaragd hagedis.
    Toch maar weer even stoppen en deze daad leverden een brilgrasmus op en een rode patrijs die zich heel dicht liet benaderen en zelfs nog wat geluid maakte. De rode patrijzen “zang” heeft iets weg van het geluid van een schorre, smekkende kikker.

    Rode patrijs;  Foto: Henk Merts
    Rode patrijs

    We staken de rio Almonte over en reden weer richting Torrejón el Rubio nadat we tot besluit nog even hadden staan gluren naar een roodborsttapuit en een drietal paapjes. Tegen 19.30 keerden we terug op de camping, waar we met moeite beslag konden leggen op de allerlaatste biertjes van de kampwinkel. Rond 9 uur reden we naar het zelfde restaurant als gisteren. De drie gangen werden door iedereen met veel smaak genuttigd. Want vogelen maakt nu eenmaal dorstig en hongerig. Met volle magen meldden wij ons niet al te lang daarna bij Klaas Vaak.

    Vlieg mee met de gier naar de derde dag

    Naar het begin van deze tekst 3e Dag maandag 1 mei Almaraz en Cabanas de Castillo: grijze wouw, oehoe en Spaanse keizerarend
    Omstreeks 8.50 vertrokken we en reden nu de andere kant op. De weg wordt gedomineerd door gele verfbrem. Inmiddels lieten de eerste bijeneters zich zien op de telefoondraden. Op de weg lag een dode das. Waarschijnlijk vannacht aangereden terwijl hij op zoek was naar voedsel. Terwijl we benzine tankten vloog een purperreiger langs. Ja je moet hier steeds de oren en ogen open houden, want er kan steeds van alles rondvliegen. Op een ooievaarsnest zat een veerloze donsjonge met zijn vleugels te zwaaien. Ook zagen we onderweg nog een ooievaar en een lepelaar gebroederlijk foeragerend in een klein beekje langs de kant van de weg. Jammer dat je hier niet mag stoppen het had een leuke foto kunnen worden.
    We reden langs een steppenachtig gebied in de buurt van Almaraz en Bertus vertelde dat hier vaak grijze wouwen werden gesignaleerd. Hij was nog maar nauwelijks uitgesproken of hij zag de fraaie roofvogel. Natuurlijk verlieten we snel allemaal de bus en door de telescoop konden we de grijze wouw goed volgen. Het dier wist kennelijk dat hij bewonderd werd, want hij haalde echt alles uit de kast. Vliegend, biddend, landend en zittend niets was hem te veel om onze hongerige netvliezen te voeden. Het zitgenot voor de wouw duurde echter maar kort want hij werd fel achterna gezeten door twee eksters, die zijn aanwezigheid veel minder konden appreciëren. Ook vlogen hier nog twee kuifkoekoeken rond. Dit zijn broedparasieten voor o.a. ekster en blauwe ekster. Een mooie omgeving met op de achtergrond hoge bergen met een laagje sneeuw op de toppen. Op het land stond een landschapsbepalende watertoren met kantelen aan de bovenkant van het bouwwerk.

    We reden verder en kwamen bij de meertjes van de kerncentrale (Central nuclear de Almaraz). De kerncentrale had een soort fortachtige omheining en het dak was voorzien van twee witte koepels. Verder zag je natuurlijk veel hoogspanningsmasten en meer van dat soort horizonvervuiling. Stond je met de rug naar de centrale dan keek je uit op een andere plas en hier was de natuurwaarde meteen een stuk groter. We hoorden hier duidelijk een grote karekiet zingen. Met zijn harde wat rouw aandoende zang wist hij makkelijk andere vogels te overstemmen. We hoorden een hinnikend geluid en Bertus voorspelde ons de komst van lachsterns en inderdaad kort hierna vlogen 3 lachsterns over onze hoofden. Eén van dit trio dook naar de wateroppervlakte. Op zich is dat ook redelijk bijzonder, want zij duiken lang niet zo vaak als bijvoorbeeld hun neef de grote stern. Het was overigens ook zinvol om in deze omgeving niet alleen naar de lucht te kijken, want ook de bodem liet veel fraais zien. o.a. Tongorchis en bellardia met de witte lipbloemen. Tussen het gras kroop een groene sabelsprinkhaan en ook zagen we de harige op borstels lijkende rupsen van de grote beervlinder. Maar terug naar de vogels. Een steltkluut deed zijn best om een bruine kiekendief te verjagen. Aan de overkant waren tussen de struiken twee Cetti's zangers met elkaar aan het bakkeleien, twee mannetjes strijdend om hun territorium. Vlak daarbij gehuld in enorme waadpakken liepen twee vissers tot hun middel in het water. Hier hoorden we ook nog een graszanger, die vroeger met een heel wat langere naam door het leven ging n.l. Waaierstaartrietzanger. Na het bestuderen van een “snirrende ”sprinkhaanzanger gezeten op een lisdodde, was het ruimschoots tijd om verder te gaan. We staken de Taag over en werden kort daarna tot stoppen gedwongen door de Gardia Civil. (Gelukkig had iedereen de riemen vast). De niet al te vriendelijke dienders hadden veel belangstelling voor onze papieren. Maar hier kon men niets bijzonders aan ontdekken en zo mochten wij even later onze weg vervolgen. Na een korte tijd zagen we een groep gieren. We reden er voorbij en gingen toen heel voorzichtig de bus uit. Om de telescopen te pakken. 9 vale- en 6 monniksgieren waren bezig met een soort feestmaal. Het onderwerp van hun schranszucht moet een groot zoogdier geweest zijn. Want je zag een groot karkas waaruit de gieren steeds flinke stukken vlees trokken. Dit was niet het “officiële gierenrestaurant” een plek verderop waar regelmatig slachtafval wordt gedeponeerd. Het ging hier om een echte opruim actie.

    Gierenrestaurant met Vale- en monniksgieren;  Foto: Henk Merts
    Vale- en monniksgieren

    De gieren handhaven een strakke hiërarchie. De monniksgieren hadden de eerste keus en de vale gieren stonden meestal toe te kijken en hadden af en toe de kans om ook een “vorkje mee te prikken”. Uiteindelijk vlogen de aaseters weg. Ze moeten dan op de grond eerst een klein aanloopje maken en dan pas kan hun lichaam aan het luchtverkeer deelnemen. Op een paaltje zat een blinkende krabspin, die een soort verstoppertje aan het doen was. Wanneer je naar de ene kant keek kroop hij naar de andere en omgekeerd. Verder zagen we nog op deze memorabele plek een zwarte ooievaar en Theklaleeuwerik. Deze leeuwerik is een iets kleinere uitgave van de kuifleeuwerik. We reden verder en de omgeving werd steeds bergachtiger. Bij een schitterend watertje gelegen in een waar bloemen paradijs besloten we te lunchen. Tussen de vegetatie kroop een Algerijnse zandloper een hagedis met een mooie dubbele streep aan de flanken. De muzikale omlijsting werd verzorgd door een nachtegaal die achter elkaar zijn gevarieerde lied ten gehore bracht. Na deze onderbreking reden we verder naar het hooggelegen plaatsje Cabanas de Castillo. Vanaf de parkeerplaats kon je de kasteelruïne al zien. Het was een zeer fraaie wandeling naar de ruïne toe. Maar wij werden zowel door het uitzicht als door de vogels gedwongen om met regelmaat te stoppen en de optiek ter hand te nemen. Maar dit deden we beslist niet voor niets. Slechtvalken kregen we uitstekend in de kijker. Ook werden hier alpengierzwaluw en cirlgors gespot. We klauterden onverdroten verder, soms op handen en voeten, maar meestal gewoon op twee benen. Bij de top aangekomen werden we verrast door een heel fraai uitzicht. Vlak naast de restanten van het voormalige kasteel was een klein heuveltje hier zagen we veel koninginnepages en koningspages rondvliegen. Bertus vertelde dat dit op zich niet zo verwonderlijk is. De mannetjes en vrouwtjes zoeken gestuurd door hun genen het hoogste punt van de omgeving op.
    Een soort hangplek voor vlinders met amoreuze bedoelingen. Dit gedrag wordt hilltopping genoemd. Het wordt ook wel bij andere insectensoorten waargenomen maar deze pages zijn er ook in gespecialiseerd. In ieder geval heb ik nog nooit zoveel van deze fladderende beauties bij elkaar gezien. Op de terugweg hebben we nog ons best gedaan om de zwarte tapuit te zien. Onze ijver werd beloond want we zagen hem op de rand van een rots staan. Toen hij zich snel omkeerde kon je nog een flits van de witte staart zien. Ook wilde een grijze gors zijn aanwezigheid niet ongemerkt voorbij laten gaan.

    Het weer was meer dan voortreffelijk volop zon en met een temperatuur die toch meer dan behagelijk genoemd mag worden, terwijl het koel genoeg was voor onze klauteractiviteiten. We reden verder en maakte nog een fotostop bij het plaatsje met als ik het goed heb onthouden de naam Deleitosso. Hier stond een oude kerk die bezet was met tientallen bewoonde ooievaarsnesten. Verderop moesten we nog stoppen voor een kudde schapen die met een herder over de weg liepen. Hierna reden we weer in Parque Natural de Montfragüe en maakte een stop bij het uitzichtpunt Portilla del Tietar. Deze plek is bij alle vogelaars in de omgeving bekend en het is hier altijd vrij druk. Dit had ook grote voordelen, want het scheelde een boel zoekwerk. Je volgde de richting van de aanwezige telescopen maar en na enig zoeken zag je dan in een rotswand een soort nisje en van uit deze nis zaten twee enorme donzige uilskuikens je aan te staren. Het waren de kinderen van een oehoe paar, die zich op dat moment zelf aan het oog hadden onttrokken. De jongelingen zaten naast elkaar en wachten geduldig op de terugkomst van hun ouders. Ze waren volgens zeggen ruim twee maanden oud. Maar deze vogelrijke dag had nog een geweldige uitsmijter in petto. Want even later liepen we ruim honderd meter verder naar rechts en zagen daar een vogel op het nest die ook nog even bereid was om een stukje te vliegen en daarmee onmiskenbaar zijn witte schouders liet zien.

    Vliegende Spaanse keizerarend;  Foto: Henk Merts
    Vliegende Spaanse keizerarend

    We stonden nu te kijken naar een van de zeldzaamste roofvogels ter wereld. De Spaanse keizerarend waar er rond 1980 nog maar 40 paar van aanwezig was. Door drastische beschermingsmaatregelen is hun aantal (telling 2002) opgelopen tot 175 paar. De Spaanse keizerarend broedt uitsluitend in Spanje. Zonder meer een enorme top waarneming. Door het warme weer hadden vrijwel alle luchtreuzen een fraaie thermiekbel gevonden en zo zweefde tientallen gieren, zwarte ooievaars en dito wouwen ogenschijnlijk moeiteloos boven ons. Teruggekomen op de camping haalden we steeds weer de herinneringen op van deze geweldige vogeldag.

    Vlieg mee met de gier naar de vierde dag

    Naar het begin van deze tekst 4e Dag dinsdag 2 mei: Steppen van Talaván: Bijeneters, Spaanse mussen en blauwe rotslijsters
    Bij het ontbijt zongen we voor wederom een jarige, Fred was deze keer het feestvarken. Statistisch is dit heel bijzonder met 26 mensen een week op stap en in die week worden vier verjaardagen gevierd.
    Tegen half negen vertrokken we. Het eerste deel van de weg ging over bekend terrein. In de buurt van het bezoekerscentrum van Monfragüe zagen we een vrouwtje edelhert, lichter gekleurd dan een ree en met verhoudingsgewijs veel grotere oren. Bij het plaatsje Torrejón e Rubio vloog een paartje kuifkoekoeken rond, iets later kwamen we een grote lijster tegen. We reden langs boomgaarden met veel kurkeiken. Daarna kregen we meer open terrein. Inmiddels waren we aangekomen bij de steppen van Talaván. De eerste stop was op een landelijke weg met goed uitzicht op de naast gelegen vlaktes. Binnen vijf minuten speuren hadden we een grote trap in beeld. Hij schreed met majestueuze tred door de hoge vegetatie, we bleven hem met de telescopen volgen en even later verkoos het dier om zich vliegend te verplaatsen met langzame vleugelslag. Grote trappen zijn de zwaarste vogels van Europa en wegen ongeveer 18 kg. Hij behoort daarmee ook tot de zwaarste vogels die nog kunnen vliegen. (Loopvogels zoals emoes, struisvogels e.d zijn onmiskenbaar zwaarder, maar zijn door hun gewicht niet meer in staat om te vliegen.) Vanuit de auto zagen we een tiental bijeneters die als gevederde diamanten zaten te pronken in de zon.

    De tweede stop was bij een gebied wat rijk voorzien was met kleine rotspartijtjes. Hier scoorden we een grauwe kiekendief en in de verte vlogen in een flits twee witbuikzandhoenders langs, ze waren te ver om ze echt goed te zien. Wel oogstrelend was het zicht op een blonde tapuit die eerst op een draad zat en later met partner op een muurtje. Officieel is het zelfs de westelijke blonde tapuit die voorkomt in nw Afrika en het Iberische schiereiland. In dit steppegebied ook veel kalanderleeuwerikken, dit is nu eenmaal het biotoop waar deze vogel zich het best thuis voelt. We hadden het geluk om hun speciale baltsvlucht te zien. In de lucht grijpen de vogels elkaars pootjes vast een heel bijzondere waarneming. We reden nu door het fraaie tijdloze dorpje Santiago del Campo en stopten weer even buiten het dorp. Hier mochten we een vliegende kleine trap aanschouwen en in de verte een slechtvalk.

    Inmiddels was het al weer ruim tijd om een koffiepauze in te lassen, dit gebeurde op een parkeerplaats met een picknicktafel. Nadat we ons gelaafd hadden, kon de omgeving wat beter bekeken worden. Er was een stukje terrein afgezet met draad hierin lag de bedding van een thans droge rivier. Dit was kennelijk een biotoop waar bijeneters het goed naar hun zin hadden. We hebben hier zeker een halfuur volop genoten van de aanblik van deze prachtige vogels. Bertus merkte terecht op dit was geen kijken naar bijeneters. Dit was bijeneters beleven en daar had hij volkomen gelijk in. Ook konden we hier nog heel goed een roodkopklauwier bewonderen. Wij gingen verder en kwamen op een zandweggetje wat als goede leeuwerikplek te boek staat. Dat klopte ook wel want al vrij snel lieten twee kortteenleeuwerik zich bewonderen. Even later vergezeld van de grotere duinpieper. Deze vogel is sinds twee jaar in Nederland als broedvogel uitgestorven. De duinpieper is van andere piepers te onderscheiden door de donkere teugelstreep (teugel zit tussen snavel en oog). Op het zandpad liep een oliekever die voorzien was van oranje strepen over de rug.

    Wij kwamen nu in een wat waterrijke omgeving en besloten bij een meertje te lunchen. Dit was vanzelfsprekend een gebied waar je veel ooievaars kan verwachten. Een krakeend met jongen zwom in het water. Deze eendjes kunnen het beste de eibers mijden want die zullen zo'n hapje niet versmaden. We liepen naar een grote paal voorzien van een ooievaarsnest. Een adulte ooievaar met drie jonkies. Het bijzondere bij dit nest waren echter niet de hoofdbewoners de ooievaars, maar de onderhuurders in dit geval Spaanse mussen die onder het eibernest hun eigen “dorpje” hadden gesticht.

    Ooievaar met jongen en spaanse mussen;  Foto: Henk Merts
    Ooievaar met jongen en spaanse mussen

    Ruim een dozijn Spaanse mussennestjes gemaakt van stro en hooi waren onder het grote nest gemonteerd. Door de bouw van de nestjes kan je zien dat mussen verwant zijn aan de wevervogels, want ze hebben ongeveer de zelfde “bouwtekening” gebruikt. Spaanse mussen zijn goed te herkennen van huismussen, dat wil zeggen de mannen. Die hebben namelijk een bruine pet, flinke witte wangen en een zwarte keel, met zwarte strepen over de borst. Bij de vrouwtjes is het verschil met de huismus minimaal. We liepen weer terug naar de auto en voor we wilden instappen hadden we nog een flinke tijd een steenarend in het vizier. Hij had nog aardig wat wit in de vleugels en vermoedelijk ging het om een tweejarig exemplaar, dus nog een echte puber. Ook zagen we hier een kleine plevier met de karakteristieke gele oogring en hoorden we de zang van een grote karekiet. Grote karekieten zijn in Spanje algemener dan de kleine. In Nederland is dat duidelijk omgekeerd. Hierna maakte we nog een korte stop bij een ander meertje vlak in de buurt. We hoorden hier het hinniken van een dodaars die daar rondzwom met enkele jonkies in de nabijheid. We zaten in de vogelhut, voor de hut vloog heel zenuwachtig een boerenzwaluw rond. Toen wij goed keken begrepen we de reden van zijn onrust. Aan het plafond van de hut was namelijk een boerenzwaluwen nestje gemetseld en hierin lagen enkele eitjes in. De boerenzwaluw wilde heel graag naar binnen, maar durfde dit niet omdat wij er zaten. Toen dit “kwartje” bij ons was gevallen, verlieten we meteen de hut. Voordat de laatste de hut uit was. Had de boerenzwaluw zijn plaats op de eieren al weer ingenomen. Zo zie je maar weer dat het instinkt van toekomstige ouders heel erg sterk is. Buiten zagen we een oeverzwaluw insecten uit de lucht happen. Ook was er een fuut die zijn best deed om een overmaatse vis naar binnen te werken. Even draaien zodat de vissenkop richting futenkeel wees en toen hap slik, slok en weg was de onderwaterbewoner.

    We reden een flink stuk verder en stopten even bij de oever van de Taag. In het water zwom een adderringslang, die weinig enthousiasme kon opbrengen voor onze komst. We zagen het reptiel in het water maar ook op het land. In beide gevallen probeerde hij zo snel mogelijk uit onze buurt te komen. In de lucht vloog de kleinste der gieren de aasgier. Een volwassen exemplaar met zwart witte vleugels. De vleugels van een aasgier hebben in de vlucht wel iets weg van de vlerken van een ooievaar. Met het grote verschil dat een ooievaar een enorm lange nek heeft. Terwijl het “nekkie" van een aasgier niet zo veel voorstelt. Bij een ooievaar zijn de poten langer dan de staart en bij een aasgier absoluut niet. Verder heeft de aasgier een spatelvormige staart, terwijl de eiber het met een recht “roer” door het leven gaat. Bij een plasje vloog een libel rond; een zogenaamde plasrombout met een vrij plat lichaam. Vlak voor we de bus in gingen zagen we een grijze gors met een bek vol rupsen op weg naar zijn hongerige nazaten.

    Thermiekbel met gieren;  Foto: Henk Merts
    Thermiekbel met gieren

    We reden voort en maakte nog en laatste stop bij de gierenrots. Hier zagen we weer enorme thermiekzuilen die zeker vijftig gieren met zich mee voerden. Het loont altijd de moeite om de rotswanden af te speuren. Hier ontdekte we een zwarte ooievaar die hier een nest had gemaakt in een nis van de rotswand. Je kon er niet zo heel veel van zien. Maar de rode snavel stak wel heel erg af tegen de zwarte achtergrond. Heel duidelijk kregen we nu ook een blauwe rotslijster voor de scoop. Dit was de mooiste blauwe rotslijster waarneming tot nu toe. Want door de zon kwamen de donkerblauwe iriserende kleuren goed tot hun recht. Ook zagen we nog een aalscholver, in Nederland zeer algemeen en hier in Spanje is hij in ieder geval veel zeldzamer. Nog tevergeefs gezocht naar het nest van een Oehoe, die zich hier volgens de overlevering ergens zou moeten schuilhouden. Maar ja we waren ook vandaag al weer genoeg verwend. Op de camping aangekomen wierpen we ons meteen weer in de armen van Bacchus.

    Vlieg mee met de gier naar de vijfde dag

    Naar het begin van deze tekst 5e Dag woensdag 3 mei: Parque Naturalde Monfragüe Kaffergierzwaluw, keizerarend
    We waren er vaker door getrokken, maar nu zouden we het natuurpark Monfraqüe beter leren kennen. Over de grote brug over de Taag hadden we al vaak genoeg gereden.

    De Taag (Portugees: Tejo, Spaans: Tajo) is met een lengte van circa 1000 kilometer de langste rivier op het Iberisch schiereiland. Het is ook de langste rivier van Portugal. De Taag ontspringt op 1590 meter hoogte op de hellingen van de Muela de San Juan in de Sierra de Albarracín in het oosten van Spanje. De Taag wordt gebruikt voor de irrigatie van de droge omliggende landbouwgebieden, en via de talrijke stuwdammen voor stroomopwekking. Langs de oevers wordt wijn verbouwd.

    Maar het is toch bijzonder er nu overheen te lopen. De brug is het woonoord van honderden huiszwaluwen. Die hun nestjes aan weerszijde van de brug hebben gemetseld. We schatten dat er zo'n 600 nestjes zijn gemonteerd. De huiszwaluwen vliegen af en aan. Nog nooit heb ik er zo veel bij elkaar gezien. Over en onder de brug vlogen ook met regelmaat een kwartet alpengierzwaluwen. Deze snelle vogels zijn goed herkenbaar aan hun witte borst (Hierdoor danken ze ook hun wetenschappelijke soortnaam) Apus melba (melba betekent wit). Voor alle duidelijkheid gierzwaluwen hebben geen enkele verwantschap met zwaluwen. Hoewel je op de brug af en toe wel eens opzij moest springen voor een passerende auto. Maar ondanks dat viel er op de brug heel wat te vogelen. Holenduif, koekoek, grote bonte specht en een rotszwaluw wisten onze aandacht op te eisen.
    Na deze ornithologische warming up begonnen we aan de wandeling naar het kasteel enkele honderden meters boven de plek waar we thans vertoefden. Muzikaal ondersteund door nachtegaal en zwartkop sjouwden wij naar boven op weg naar “castillo de Monfraqüe”. Een werkelijk schitterende wandeling, wij vorderden maar gestaag, niet dat we buiten adem het parcours moesten beklauteren, maar meer omdat we steeds gedwongen waren om van het adembenemende uitzicht te genieten en als gevolg daarvan dit fraais weer fotografisch wilde vastleggen. Met een prettige regelmaat vertoonden allerlei luchtacrobaten hun vliegkunst. Om enkele artiesten met naam en toenaam te noemen een kleine impressie in chronologische volgorde. Vier dwergarenden, aas- en monniksgier, rode wouw en slangenarend. In het bos waren het vooral de kleinere zangvogels die hun zangkunst demonstreerden. Naast enkele ook bij ons algemene bosvogels, mochten wij hier ook bij ons zeldzame soorten ontwaren, zoals het kleurige trio, blauwe rotslijster, zwarte roodstaart en grijze gors. Maar ook de niet minder kleurrijke wielewaal, putter en Europese kanarie. Ook voor botanici viel hier nog wel wat te beleven. Diverse rots- en bosplanten. Waarvan de meest opvallende ongetwijfeld de affodil was. Een mooie plant die in knopvorm een gestreept pyjama uiterlijk heeft. Maar daarna ontluikt als een zes-stralige witte ster.
    Ook liepen we nog langs een klein poeltje, dit watertje was door een marmersalamander en een Iberische meerkikker uitgekozen als domicilie. Hierna duurde het niet lang meer of we hadden de top bereikt nog even de laatste loodjes en ja hoor wij konden zeggen dat we deze fraaie “berg” bedwongen hadden. Wij mochten daarom onder de stenen triomfboog door en hadden vrij zich op een stuk vergane glorie. Van het kasteel was niet zo heel veel meer over. Toch heeft men nog wel zijn best gedaan om de zaak nog enigszins te restaureren en reconstrueren. Maar de reparatieplekken zagen er eigenlijk nog te nieuwe uit. Waardoor je tijdsbeeld enigszins in de war gebracht werd. Ook was op “het kasteelplein” nog een piep klein kerkje en een soevenier - versnaperingen winkeltje te zien. Wij zagen twee Duitsers met enorme lenzen op hun fototoestel. Toen wij nieuwsgierig informeerden wat zij allemaal op de gevoelige plaat hadden geslingerd. Kwam er niet veel meer uit dan een korte kreet “Geier”. Dit was de voltallige retoriek van onze oosterburen. Op deze manier wordt elke conversatie in de kiem gesmoord.
    Veel spraakzamer waren enkele Engelsen die een kaffer gierzwaluw (White-rumped Swift) hadden gezien. Bertus was meteen erg enthousiast, want op zich wordt deze vogel hier wel vaker waargenomen. Maar de tijd van het jaar maakt deze waarneming heel bijzonder. Kaffergierzwaluwen komen meestal pas eind mei ten tonele. En een waarneming op 3 mei zou fenologisch gezien zeer bijzonder zijn. Kaffergierzwaluwen hebben net als huiszwaluwen een witte stuit en daarmee zijn ze makkelijk van andere hier voorkomende gierzwaluwen te onderscheiden. Van alle kanten werd het luchtruim afgespeurd. Maar uiteindelijk werd ons geduld beloond en vond de “kaffer” het nodig om zich aan ons voor te stellen. Wanneer je de kasteel ruïne beklom had je een fenomenaal uitzicht over de omgeving. Zo zag je onder andere de fraaie huiszwaluwen-brug over de Taag. Maar dit uitzichtpunt is vooral geliefd bij vogelaars omdat het kasteel tegenover de gierenrots is gevestigd. Gieren die in een Thermiekbel zijn gevangen worden door de wind op een presenteerblaadje langs gestuurd. En zo zie je al deze enorme zwevers op steenworp afstand aan je voorbij glijden. Het is lastig om ze te fotograferen, maar met een beetje geduld lukt het toch wel.

    Vliegende vale gier;  Foto: Henk Merts
    Vliegende vale gier

    In het kasteel was een nest bovenaan bij een nisje in de muur. Deze takkenwoning behoorde toe aan een alpenkraai, die zoals zijn naam al verraadt zich altijd nestelt op hoge plekken. (Tussen de 1.200 en 3.000 m. kan men zijn nesten tegenkomen). Even later vloog deze fraaie slanke kraai ook nog een rondje langs het kasteel. Heel goed kon je toen de rode kromme snavel zien. Nadat wij ongeveer anderhalf uur op de top hadden vertoefd werd het tijd om aan de terugtocht te denken. De afdaling verliep verder zonder problemen en tegen lunchtijd waren we weer bij de parkeerplaats. Een picknicktafel en dito stoelen boden de ultieme mogelijkheid om ons “twaalfuurtje” te verorberen. Hierna gingen we naar het mini-plaatsje Villareal de San Carlos. Wat bestond uit één straatje, één kerk en één café en verder konden we hier het bezoekerscentrum aantreffen. Dit bezoekerscentrum stelde niet zo veel voor. Wel kregen we allemaal een mooi geïllustreerde plattegrond van het park.

    We besloten nu we hier toch in de buurt waren, om nog even te gaan kijken bij Portilla del Tiétar. De plek waar we eerder deze week enkele top waarnemingen hadden gedaan. De rotswand waar we deze week nog oehoe jongen hadden gescoord, leek nu ogenschijnlijk leeg te zijn. De uit de kluiten gewassen “uilskuikens” zijn inmiddels al zo ver dat ze wel een beetje rond het nest kunnen scharrelen (takkelingen). Dit gebeurt meestal na een week of vijf. De vliegkunst zijn ze dan nog niet machtig. Dit zal pas na zo'n negen weken gebeuren. Tot in de herfst van hun geboortejaar blijven ze nog bij hun ouders, daarna zullen ze op zoek moeten naar een eigen leefgebied. Maar we gaven de moed niet zo maar op, we moesten gewoon even wat geduld betrachtten uiteindelijk kwamen de schuchtere dieren toch te voorschijn.

    Oehoe jong;  Foto: Henk Merts
    Oehoe jong

    Later zagen we nog niet zo heel ver daar vandaan ook de ouder(s) nog. Die zeer alert met hun oranje ogen de omgeving goed in de gaten hielden. Wat een schitterende vogel is dat toch. Het geslacht Bubo waartoe de oehoe's behoren bestaat wereldwijd uit zo'n 15 soorten. Deze behoren allemaal tot de grootste uilen ter wereld. Net als twee dagen geleden kon niemand het laten ook nog even te kijken bij de plek waar we toen Spaanse keizerarenden hadden gezien. We hadden geluk want de twee ouders zweefden allebei rond. Maar zij waren niet alleen ook talloze gieren werden door de lucht gedragen. Een van de gieren had op de een of andere manier de toorn van de keizer opgewekt. Want op een gegeven moment veranderde de adelaar van richting en gaf een gevoelige dreun aan een vale gier die kennelijk het keizerlijk luchtruim had geschonden. Hoewel de vale gier zeker in vlucht forser is dan de arend. Maakt hij geen schijn van kans tegen deze felle stootvogel. De gier restte dan ook niets anders dan een roemloze aftocht. Omdat het ondenkbaar was dat dit soort beelden nog overtroffen zouden worden, besloten wij ook om de weg naar de camping te aanvaarden. Het zal duidelijk zijn dat dit soort memorabele momenten nog vaak werden opgerakeld in de rest van de week.

    Vlieg mee met de gier naar de zesde dag

    Naar het begin van deze tekst 6e dag donderdag 4 mei Embalse de Salor en Almaraz: Kleine zwartkop, purperkoet
    Rond 08.40 reden we weg met zwaar bewolkt regenachtig weer. Het eerste deel van de route was inmiddels bekend terrein de weg door het natuurpark “Monfraqüe”. Door het sombere weer waren er weinig roofvogels in de lucht. Wel zagen we enkele blonde tapuiten. Deze schitterende vogels voelen zich in dit bergachtige begroeide terrein goed thuis. Ook bij de brug over de Taag zagen we aanzienlijk minder huiszwaluwen dan gisteren. Bij de gierenrots vele tientallen gieren collectief wachtend op hogere temperaturen. Zodat er fatsoenlijke thermiekzuilen kunnen ontstaan. In het plaatsje Torrejón el Rubio hebben we bij een tankstation de onverzadigbare dorst van de bus gelest. De eerste vogelstop was bij Sierra de las Corchuelas. Gelukkig was het inmiddels droog geworden. We liepen een stukje langs een pad en hoorden en zagen heel mooi een kleine zwartkop. Heel goed was de rode iris met dito oogring te zien. Die mooi afstaken tegen het zwarte “koppie”. Voor mij weer het zoveelste kruisje van deze week. Ook kregen we de kans om de in Extremadura zo algemene roodkopklauwier goed te bekijken. In een gebied van ongeveer 10 m2 wat net even iets lager lag dan de omgeving “krioelde” het van de tongorchissen. Grappig om te zien dat de subtiele verschillen in zo'n gebied zo'n grote invloed kunnen hebben op de vegetatie. Ook zagen we nog flinke struiken van schijfcactussen deze planten accentueerden het Mediterrane karakter van het landschap. Een groepje parasoldennen was gepromoveerd tot collectief woongenot van verschillende ooievaars.

    Vliegende ooievaar;  Foto: Henk Merts
    Vliegende ooievaar

    De eibers vlogen af en aan met nestmateriaal kennelijk was er sprake van achterstand in het groot onderhoud. Want aan bijna elk nest werd wel iets “vertimmerd”. De landelijke stilte werd doorbroken door een “hoepende” hop. Die zoals het een goed “onomatopeet” betaamd bij herhaling zijn eigen naam ten gehore bracht. Wij togen verder richting Cáceres een voor deze omgeving vrij grote stad. De lucht had definitief korte metten gemaakt met al de hemelontsierende grauwsluiers en nu kreeg de zon weer volop de gelegenheid om het landschap met haar stralen te “kietelen”. Het resultaat van deze aardverwarming was meteen te zien, want het aantal waarnemingen van zwevende roofvogels- en ooievaars was weer snel gestegen naar een representatief niveau.
    We reden langs de rivier rio Salor door een fraai landschap met ogenschijnlijk verlate boerderijen en stopten bij Embalse de Salor een stuwmeer. Hier waren enkele futen en veel ooievaars. Het stuwmeer is vrij groot en maakt een heel natuurrijke indruk. Het is omgeven door zwaar geërodeerde rotsblokken die duidelijk demonstreren dat de tand des tijds hier duchtig aan heeft geknaagd. Een ideale plek om onze meegebrachte koek en koffie te nuttigen. Maar de rust was van korte duur, want onze aandacht werd thans volledig opgeëist door een fraai zingende wielewaal. Iedereen wilde deze in signaalkleuren gestoken gevederde minstreel natuurlijk graag voor de lens krijgen. Daarna waren we getuigen van een ware roofvogelshow. In het voorprogramma een fraaie dwergarend donkere vorm met naast de kop op de schouders twee witte ronde vlekken. Deze worden heel begrijpelijk ook wel de “koplampen” genoemd. De hoofdshow werd verzorgd door drie slangenarenden. Slangenarenden vliegen net als gieren met afhangende poten. Een van de drie een juveniel van vorig jaar (lichte vorm) zat kennelijk in de buurt van een blauwe ekster-nest. Want deze dappere vogels voerden schijnaanvallen uit naar de hoekige kop van deze “reptielen-liefhebber”

    Wij vervolgden onze weg en pasten de zogenaamde “hit and run” methode toe. Dat wil zeggen bij een potentiële vogelkijkplaats zou Bertus alleen de bus verlaten en beoordelen of deze plek de moeite waard was. Indien deze ambiance het “Ok-stempel” kreeg dan mocht de rest van het gezelschap hier ook van genieten. Dit experiment bleek na de eerste keer al erg succesvol. Achtereenvolgens manifesteerden de volgende gevederden zich voor onze netvliezen. Kleine mantelmeeuwen, een lepelaars duo, kleine zilverreiger gevolgd door een half dozijn steltkluten. Wat dichter bij de grond, een trio bontbekplevieren vergezeld van een solo opererende bonte strandloper. De ruiters wisten zich vertegenwoordigd door “groenpoot” en tureluur. We reden nu verder langs een plaatsje met veel telefoonpalen langs de weg. Aan de palen zijn nestkasten opgehangen. Bertus vertelde dat we hier een vrij grote kans hadden om scharrelaars te zien. Deze profetie kwam ruimschoots uit. We hebben maar liefst 7 van deze vliegende diamanten gezien. Onderweg verder nog monniksgier en rode patrijs.

    We kwamen bij een tweede stuwmeer. Het geknor van onze magen vertelde echter dat het de hoogste tijd was om wat voedsel tot ons te nemen. En zo zaten we even later te genieten van onze voortreffelijke lunch. Het is steeds weer een wonder hoe onze cateringploeg het voor elkaar krijgt om met de beperkte middelen die een bus met zich meebrengt toch er telkens in te slagen om de smaakpapillen zo te verwennen. Over het water vlogen knalrode vuur- en zwevende heidelibellen. Deze laatste vlogen in tandem vlucht. Het mannetje had het vrouwtje in een ijzeren greep en kon op die manier haar dwingen om de door hem bevruchte eitjes aan de wateroppervlakte toe te vertrouwen. Ook botanisch gezien viel hier nog wel wat te beleven een paarse lis of zo u wilt iris en een bremraapsoort waarvan het niet helemaal duidelijk was waar deze plant nu precies op parasiteerde. Bij een klein landweggetje vertoefde een kortteenleeuwerik. In dit zelfde biotoop verblijven ook altijd graag soms “tot vervelends” aan toe; grauwe gors en kuifleeuwerik. Op een paal zat een scharrelaar (de 8e van vandaag) die af en toe zijn uitkijkpost verliet om kort daarna op deze hoge zitplaats neer te strijken met een onfortuinlijke rups in de bek. Die hij daarna op zijn gemak ging oppeuzelen. Het dier was redelijk mediagevoelig want hij poseerde alsof hij wist dat dit zijn carrière goed zou doen. We besloten om naar het meer van Almaraz bij de kerncentrale te rijden. Onderweg een grote wolk, gevormd door zeker 100 koereigers. Toen we bij het meer kwamen stonden daar twee mannen met op statief staande fototoestellen verrijkt met enorme tele-kanonnen. Deze toeters stonden op het riet gericht. Wij gingen netjes op afstand staan totdat de twee mannen hun plaatjes hadden geschoten. We kregen nu wel mooi de gelegenheid om te kijken naar het model wat voor hun lenzen had geposeerd. Het bleek om en fraaie grote purperkoet te gaan, die zich nog even liet koesteren door de speelse zonnestralen.

    Purperkoet in het riet;  Foto: Henk Merts
    Purperkoet in het riet

    Daarna vond de purperen vogel dat hij lang genoeg de show had gestolen en schreed met koninklijke tred verder en verdween tussen het riet. Bertus waarschuwde ons want hij had een kwak waargenomen die recht op ons af kwam vliegen. Inderdaad scheerde even later deze dagactieve nachtreiger pal boven onze hoofden; Een schitterende ervaring.
    Nog even koekeloeren naar een grote karekiet die als een nietsvermoedende minstreel zijn krassende lied ten gehore bracht. We kwamen in de buurt van de plek waar we eerder deze week de grijze wouw hadden gezien. Deze wetenschap, het feit dat we een afslagje mistte en ook een flinke dosis geluk zorgden er voor dat wij kort hierna wederom de sierlijke vlucht van de grijze wouw konden aanschouwen. Een prachtig besluit van wederom een geweldige vogeldag. Tegen half acht bereikten wij de camping. Waar wij waardig plaatsnamen achter een glas met gele inhoud voorzien van een witte kraag.

    Vlieg mee met de gier naar de zevende dag

    Naar het begin van deze tekst 7e Dag vrijdag 5 mei Sierra de Gredos Ortolaan, rode rotslijster en verre steenbokken
    (Als basis voor dit dagverslag heeft het verhaal van Dineke voor het algemene reisverslag voor de VWG gediend, het is hier en daar een beetje aangevuld of licht gewijzigd)

    Om 8.25 reden we weg richting Sierra de Gredos dat wil zeggen we gaan vandaag het hooggebergte in. We passeerden het nabij gelegen plaatsje Plasencia en daarna reden we door de kersenvallei. Zeg maar de Betuwe van Extremadura. Wouter G. spotte een echte ijzeren steenarend, die je hier wel vaker tegenkomt vooral in de buurt van grote woningen. We volgden een tijdlang de rio Jerte (een rivier met veel kleine watervalletjes).
    Wij reden langs Gabezuela del Valle. Ter hoogte van Hervás sloegen we af voor de ortolanen. Het was een mooie weg omhoog met een schitterend uitzicht op het dal. Onderweg hebben we nog uitgekeken naar appelvinken. Halverwege dachten we een ortolaan te zien. We stapten uit maar de vogel was al gevlogen. Wel zagen we twee grijze gorzen en een boomklever. Onderweg verder omhoog nog gaaien en een raaf. Vlak bij de top was het inderdaad raak en spotten we de eerste ortolaan. Eerst niet zo heel goed te zien, maar later beeldvullend door de telescoop. Ook kon je hem heel goed horen, het is een mooi liedje wat elementen in zich heeft van zijn neef de geelgors, maar ook wat kool- en pimpelmees strofen. De hellingen waren begroeid met tijm, wat een heerlijke geur hebben deze bloemen toch. Uiteindelijk hebben we hier zeker 10 ortolanen gezien. We keerden terug naar het dal en reden richting El barco de Ávila. Voorbij het plaatsje Tornavacas. Bij een parkeerplaats zagen we twee rode patrijzen en hoorden een baardgrasmus. Ook was er nog een heggenmus aanwezig. Hier hebben we koffie gedronken en deden nog een dappere en succesvolle poging om de baardgrasmus beter in beeld te krijgen. We hebben nog een foto gemaakt van een mannetjesorchis. We reden door het plaatsje Pueto de Tornavacas en staken de rio Tormes over, door El barco de Ávila. De rotonde reden we driemaal rond en toen wisten we zeker welke richting we moesten volgen, We waren nu in “Parque regional de la Sierra de Gredoso”. Bij de parkeerplaats was een bruggetje over een snelstromend riviertje. Hier zou een waterspreeuw moeten zitten. Maar hoe we ook ons best deden we zagen hem niet. Net toen we weer verder wilden gaan werd het diertje opgemerkt. Inderdaad op een steen aan de kant van het water zat dit mooie vogeltje. Hij hipte van steen naar steen en vloog onder de brug door naar de andere kant. Ook hier sprong hij langs en in het water, tot hij onderdook en weg was.

    Waterspreeuw;  Foto: Henk Merts
    Waterspreeuw

    Wij gingen steeds hoger sommige stukken van de weg waren voorzien van rood witte paaltjes. Zo kon je in de winter zien waar de weg was en hoeveel sneeuw er was gevallen. We stopten onderweg en zagen kort na elkaar; monniksgier, vale gier en een Iberische gele kwikstaart en een lichte vorm van de dwergarend. Na ongeveer 300 meter stopten we weer voor de rode rotslijster. Maar hadden helaas op deze plek minder geluk. We bereikten een grote parkeerplaats wat tevens het einde van de weg was en gingen hier lunchen. Tijdens de maaltijd stortten het heel even van de regen. Maar gelukkig zaten we hoog en droog in de bus. Vlak bij de parkeerplaats konden we heel goed een mooie grijze gors zien, met zijn grijze kop en zwarte strepen als of hij een ouderwetse wielrennershelm droeg.

    Grijze gors;  Foto: Henk Merts
    Grijze gors

    We gingen nu wandelen in het rotsachtige Gredos. Iemand had hier een rode rotslijster gezien en met zijn allen probeerden we dit goede voorbeeld te volgen. Op eens vloog hij in een flits achter de rotsblokken en kwam naderhand niet meer te voorschijn. Hoewel het wolkendek nog flink gesloten was, waagden we ons toch naar hogere sferen. Zondermeer een mooie wandeling. Waar wij nu liepen hadden onze collega's begin deze week de steenbokken op aaibare afstand gezien. Wij moesten ons met minder tevreden stellen. Het bleef bij enkele bescheiden waarnemingen en dan nog wel in de verte. In dit rotsachtige biotoop enkele niet direct verwachtte narcissen zoals het hoepelrokje en engelentranen. Wel konden we heel goed een blauwborst bekijken die zich in al zijn hoeken van zijn territorium liet bewonderen. Tegen 16.45 aanvaarden wij de terugreis. We maakten onderweg nog een tussenstop om in een winkeltje wat versnaperingen te kopen. De weg was op een paar kleine uitzonderingen na gelijk aan die van de heenweg. De film werd als het ware teruggedraaid. Hoewel de auto uiteraard wel vooruit bleef rijden. Vogelen in het hooggebergte is een vermoeiende bezigheid. Velen van ons waren onderweg in slaap gesukkeld. Alleen op de voorbank kon Klaas Vaak geen vat krijgen. Tegen 19.30 keerden we als laatste terug op de camping.

    Vlieg mee met de gier naar de achtste dag

    Naar het begin van deze tekst 8e Dag zaterdag 6 mei: Belén en Trujillo, Trappen en vale gierzwaluwen
    De laatste hele dag in Spanje we wilden er een bijzondere dag van maken. Hoewel we deze week al de nodige trappen hadden gezien, was toch tot nu toe het tijdstip van de dag niet het meest ideale. Daarom hadden we besloten om nu bij het krieken van de dag ter plekke te zijn. Dat wil zeggen een uur eerder uit de veren dan normaal en het ontbijt maar even uitstellen tot een later moment. En zo stonden we rond 7 uur al op de parkeerplaats. Voor de verandering stond de telescoop nu even niet op vogels gericht maar op de planeet Jupiter die als een heldere ster laag aan de hemel stond. Jupiter heeft maar liefst 16 manen om zich heen. De meeste van deze manen zijn zeer klein en vaag. De vier grootste manen van Jupiter, Io, Ganymedes, Europa en Callisto, zijn wel met een telescoop of verrekijker vanaf de Aarde te zien. Dit viertal werd ontdekt door Galileo Galilei, toen hij voor het eerst zijn zelfgemaakte telescoop op Jupiter richtte. Daarom heten deze vier manen 'de Galileische manen'.
    Het astronomische avontuur duurde echter maar kort, want de vogels stonden te wachten. Zo reden we even na 7 uur door de ochtendschemering richting Trujillo. Onderweg maakten we nog een vreemd meteorologisch verschijnsel mee in de vorm van een opeens opdoemende grondmist. Uiteraard had dit een duidelijke invloed op de kruissnelheid van ons vervoermiddel. Even zo snel als de mist gekomen was, verdween hij weer om even later de wereld weer in nevelen te hullen. Maar uiteindelijk klaarde de wereld toch weer op. We konden nu zwarte wouwen ontdekken die als eerste roofvogels het luchtruim konden vullen. Bij Trujillo kwamen we nog de hier tijdelijk wonende Engelsman tegen die wij eergisteren in aktie hadden gezien met zijn camera. Hij wees ons nog de plek waar hij van de week nog veel trappen had gezien. Het bleek een gouden tip te zijn. Op de plaats aangekomen kregen we binnen tien seconden al een kleine trap in het vizier. Het was een baltsend mannetje die met kleine sprongetjes zijn aanwezigheid luister wilde bijzetten. En zo zag je steeds de zwarte nek met het daaraan gekoppelde lijf omhoog gaan. Je ziet dat wel vaker bij baltsrituelen dat een mannetje een demonstratie van zijn lenigheid geeft. Om maar duidelijk te maken aan de dames, dat hij in topconditie verkeert.

    Bertus waarschuwde ons voor de komst van zwartbuikzandhoenders. Kort hierna vloog een vijftal van deze zwartbuiken over. Ze maakten nu geen geluid, maar in vlucht kunnen ze wel eens een speciaal ratelend geluid laten horen. Naderhand zagen we er nog wel meer zwartbuikzandhoenders, maar nooit meer zo mooi als de eerste keer. Want de andere keren was de afstand tussen ons en de vogels een stuk groter. Totaal vlogen er in die ochtend uur zeker 17 rond. Met de telescopen scanden we het gebied af en ja hoor weer een grote trap. Maar dit was een heel bijzondere. Grote trappen kunnen baltsend binnen een paar seconden totaal van kleur veranderen. Van een aanvankelijk bruine vogel is hij ineens wit geworden. Als of hij zijn verenkleed in een keer binnenste buiten heeft gekeerd. Andere mensen menen dat de vogel in dit stadium lijkt op iemand die in een schuimbad terecht is gekomen.
    Als je er wat beter op kan letten dan kent dit baltskleed verschillende stadia. Van uit de normaal houding zal de grote trap eerst zijn staart omhoog doen. Al was hij een overmaatse winterkoning, vervolgens blaast hij zich enigszins op en laat zijn vleugels langs zijn lichaam afzakken. Nu lijkt hij een beetje op een forse kalkoen. Kort daarna heeft hij meer gelijkenis met een wit schaap, want zijn kop en hals heeft hij nu ver naar achter getrokken en de rest van het verenkleed zit binnenstebuiten.

    We liepen een eind verder en zagen op het zwarte asfalt een adderringslang die zich aan het opwarmen was voor de komende dag. Het zwarte asfalt wordt dan het snelst warm door warmte absorptie. 's middags hoeft de slang zo iets niet te proberen, want dan gaat het opwarmen een beetje snel maar zo rond een uurtje of 9 is dit nog goed te doen. Toen we iets te dicht genaderd waren dook de slang meteen het hoge gras in. Bij een kruising van twee landweggetjes hielden we een koffie / ontbijt stop. Op een draad maar liefst drie papen (1 man en twee vrouwtjes). Het ging hier dus eigenlijk om een polygame paap. Kijkend naar de grond ontdekte iemand enkele fraaie wantsenorchis. Ook niet bepaald een alledaags verschijnsel. In de lucht cirkelde niet zo heel ver van ons een aasgier.

    Inmiddels waren ook onze collega's van de bus van Ton gearriveerd. We hadden even wat ervaringen uitgewisseld en zij reden een 100 meter verder, en net als wij mooi zicht op het steppelandschap. De trappen hadden kennelijk op het moment gewacht dat iedereen weer aan het scannen was. Want er ontstond weer wat beweging in de hoge vegetatie. Grote trappen mannen op flinke afstand. Het leuke was dat we er steeds meer zagen. Op het laatst hadden we 14 volwassen grote trappen in één kijkerbeeld. Langzaam maar zeker trok deze trappen sliert door het steppelandschap. Kleine trappen werden ook regelmatig gezien alleen meer in kleine groepjes, dan weer vliegend en dan weer lopend. Het was duidelijk dat het een uitstekende keuze was geweest om vroeg uit onze bedsteden te kruipen, want we werden nu wel heel ruim beloond voor dit vroege avontuur. Wij reden nu naar de plek waar we eerder deze week veel kleine torenvalken hadden gezien. De oude schuur deed nog steeds dienst als broedcentrum van misschien wel een tiental broedparen. Wij besloten niet dichterbij te gaan want dat zou tot verstoring kunnen leiden. Vanaf een veilige afstand konden we het allemaal ook heel goed in de gaten houden. Wij zagen een monniksgier in het gras en als je deze grote vogel zo ziet zitten, dan is het net of er iemand staat die een grote donkere bontmantel om zich heeft geslagen. We vroegen ons af wat deze gier hier deed. Het antwoord liet echter niet lang op zich wachten. Vlak bij was een boerderij met enkele schapen. Een aantal van deze schapen hadden recentelijk lammetjes gekregen. (Voor onze begrippen erg laat). Maar het feit lag er nu eenmaal een aantal schapen sleepte zelf nog een bloederige placenta achter zich aan. Dit was vermoedelijk hetgeen waar de gier voor was gekomen. Hij had bloed geroken en probeerde op die manier nog een "lekker" tussendoortje te bemachtigen. Inmiddels hadden wij ook al weer het nodige genuttigd en omdat de oogst van deze ochtend al zo rijk was, besloten we om vanmiddag ook de lokale cultuur eer aan te doen. Hiervoor gingen we naar het wonderschone plaatsje Trujillo, waar we al een paar keer snel door heen waren gereden.

    Trujillo is een stad in de provincie Cáceres, in de autonome regio Extremadura. Trujillo heeft een bevolkingsaantal van 9219 (2001). De stad is gelegen op een hoogte van 564 meter boven de zeespiegel en heeft een oppervlakte van 655 km2. Trujillo is gebouwd op een granieten heuvel. Op de top hiervan staat een kasteel van waaruit men een goed overzicht heeft van de omgeving. Ook vindt men er nog de ruïnes van een oud fort. De stad werd achtereenvolgens bewoond door de Romeinen, de Visigoten en gedurende vijf eeuwen door de Moren. De stad werd echter door de christenen heroverd in 1233. Stadsrechten werden verleend in 1431 door Juan II.

    Maar Trujillo kent niet alleen cultuur, ook is dit beste plek om vale gierzwaluwen te zien. Wat bijna voor iedereen weer een nieuwe "lifer" zou zijn. Er was echter één probleem er waren niet alleen vale gierzwaluwen, maar ook "gewone" gierzwaluwen. En de verschillen tussen beide soorten zijn zeer subtiel dus dat was weer een flinke klus. Vlak voor een grote kerk, zagen we beide soorten. Vale gierzwaluwen ogen iets lichter en lijken heel donker bruin, terwijl de normale gierzwaluw meer richting zwart gaat. Verder zijn de vleugels van de vale iets afgestopt en heeft hij een iets wittere vlek op de keel. Totaal dus drie "ietsen" en ga er maar aan staan. Daarbij komt nog de eigenaardige algemene eigenschap van gierzwaluwen bij, ze kunnen heel snel en zeer wendbaar vliegen. Maar na enig oefenen kregen we de verschillen toch wel in de gaten en lukte het om gierzwaluwsoorten uit elkaar te houden.. Wij vonden dat we nu wel een cerveza verdient hadden. Dit werd genuttigd op een terras bij het hoog gelegen centrum van de stad. De plaza Mayor dit was het echte oude hart van de stad. Een schitterend plein met fontein een grote kerk met standbeeld van Pizarro te paard. (Pizarro was degene die Peru veroverd heeft.) Om het plein waren trappen (nu gewone stenen trappen hoor) die leiden naar de hoger gelegen bebouwing. Hier veel winkeltjes, restaurants, café's e.d. Nadat wij ons gelaafd hadden liepen we nog hogerop naar het kasteel. Van hieruit had je een schitterend uitzicht over het hele stadje en de weidse omgeving. Ook het weer was van uitstekende kwaliteit. Het blijkt overigens dat Trujillo ook heel veel vogels herbergt in het oude stadscentrum niet alleen ooievaars maar ook vliegen er veel kleine torenvalken rond. Toen wij moe maar voldaan weer terug liepen konden we de verleidingen van de terrasjes niet weerstaan en zo streken we wederom neer teneinde wat tapas en wederom cerveza tot ons te nemen. Carpe diem was het devies van de dag geworden.

    Ooievaar op een dak in Trujillo;  Foto: Henk Merts
    Ooievaar op een dak in Trujillo

    Vlieg mee met de gier naar de negende dag

    Naar het begin van deze tekst 9e dag zondag 7 mei: De terugreis
    We hadden nu de wekker een uurtje later laten rinkelen, daarna nog eenmaal een gezamenlijk ontbijt en toen spullen inpakken, huisje schoon achterlaten en meer van dat soort zaken. Na het nodige passen en meten kregen we de spullen allemaal in de bus. We waren gereed voor de terugreis. Maar voordat we echt wegreden hadden we nog anderhalf uur over. Een wandeling in de omgeving was een goede mogelijkheid om deze tijd nuttig te besteden. Deze rondgang leverde geen nieuwe soorten op, maar men realiseert zich toch goed dat je in een heel ander land bent en dat hier algemene vogels, in Nederland zeer zelden wordt waargenomen. Om maar enkele soorten te noemen die wij tegenkwamen tijdens onze korte wandeling en die je thuis moet ontberen. Zwarte spreeuwen, blauwe ekster, roodkopklauwier, hop, kleine zwartkop. Natuurlijk niet te vergeten de gieren. In een enorme bel vlogen er zeker veertig rond. We konden nu makkelijk de vale- en monniksgieren er uit vissen. Het leek er op alsof ze ons kwamen uitzwaaien uit dankbaarheid voor de aandacht die wij deze week aan ze hadden geschonken.

    Rond een uur of half twee reden de driebusjes achter elkaar naar het noorden. Onderweg maakten we nog een korte lunchstop bij een wegrestaurant. Na een aantal uren rijden bereikten wij de voorsteden van Madrid, waar we eigenlijk best nog wel veel van te zien kregen, want de weg naar het vliegveld bleek toch wat verder te zijn dan we dachten. Maar hoe dan ook ruim op tijd bereikten we de luchthaven. Rond 19.15 kozen we het luchtruim met vlucht IB 3244 (Iberian airlines) en landden ruim twee uur later weer veilig op Schiphol.

    We kunnen terugkijken op een fantastische week vogelen in Extremadura een absolute aanrader voor iedere vogelaar

    Henk Merts juni 2006

    De Hongaarse vogels

    Waargenomen fauna Naar het begin van deze tekst
    Hieronder een overzicht van de waargenomen vogels en andere dieren.
    Bij de vogels is een aantallen indicatie weergegeven.
    Op de lijst staan alle vogels van de officiële totaallijst van waargenomen soorten in Extremadura.
    Dat wil zeggen het is de som der totalen vrijwel niemand heeft alle vogels op de lijst waargenomen. De "rode vogels" waren voor mij de eerste waarnemingen.

    Deze lijsten konden alleen maar gemaakt worden door de brongegevens van anderen te gebruiken. Hiervoor ben ik met namen de volgende mensen zeer erkentelijk.
    Bertus de Lange (vogel- en vlinderlijst en aanvulling reptielen).
    Els Löhr voor de uitgebreide plantenlijst
    Rob Kraayeveld voor het determineren van mijn planten foto's.

    hm mei 2006

    Vogelwaarnemingen Extremadura 29 april tm 7 mei 2006 (totaal 154 soorten)
    GEEN ZANGVOGELS (55) Wetenschappelijke naam29
    04
    30
    04
    01
    05
    02
    05
    03
    05
    04
    05
    05
    05
    06
    05
    07
    05
    Dagen
    waarn.
    Ind.tot.
    aantal
    Opmerkingen
    Futen (2)
    1DodaarsTachybaptus ruficolis011101010515 -
    2FuutPodiceps cristatus011111110740 -
    Aalscholvers (1)
    3AalscholverPhalacrocorax carbo00110100035 -
    Reigers (6)
    4WoudaapIxobrychus minutus01100000022-
    5KwakNycticorax nycticorax00000100011-
    6KoereigerBubulcus ibis1111111119250-
    7Kleine zilverreigerEgretta garzetta011001110515-
    8Blauwe reigerArdea cinerea011111110725-
    9PurperreigerArdea purpurea101110000415-
    Ooievaars (2)
    10Zwarte ooievaarCiconia nigra111111010725-
    11OoievaarCiconia ciconia1111111119550-
    lepelaars (1)
    12LepelaarPlatalea leucorodia00100110035-
    Eenden (3)
    13KrakeendAnas strepera010101110520-
    14SlobeendAnas clypeata01000000011-
    15Wilde eendAnas platyrhynchos111111110840-
    Gieren (3)
    16Vale gierGypsfulvus0111111118400-
    17MonniksgierAegypius monachus011111111865-
    18AasgierNeophron percnopterus011110110615-
    Roofvogels (14)
    19VisarendPandion haliaetus00000100011-
    20SteenarendAquila chrysaetos00010101033-
    21Spaanse KeizerarendAquila adalberti001110011541 paar op nest
    en 2 losse waarnemingen
    22SlangenarendCircaetus gallicus011111110720-
    23DwergarendHieraeetus pennatus111111111930-
    24Rode wouwMilvus milvus011111111875-
    25Zwarte wouwMilvus migrans1111111119300-
    26Grijze wouwElanus caeruleus001001001323 waarnemingen
    2 versch. vogels
    27Bruine kiekendiefCircus aeruginosus001111010510-
    28Grauwe kiekendiefCircus pygargus111101110750-
    29BuizerdButeo buteo011111110725-
    30TorenvalkFalco tinnunculus110111110725-
    31Kleine torenvalkFalco naumanni111101110780-
    32SlechtvalkFalco peregrinus01101000033-
    Patrijzen (1)
    33Rode patrijsAlectoris rufa111111100720-
    Kwartels (1)
    34KwartelCoturnix coturnix00011101044Alleen gehoord
    Rallen (4)
    35WaterralRallus aquaticus00110001033Alleen gehoord
    36WaterhoenGallinula chloropus011111010620-
    37MeerkoetFulica atra101101110615-
    38PurperkoetPorphyrio porphyrio00111100045-
    Trappen (2)
    39Grote trapOtis tarda010100110420Ook baltsend
    40Kleine trapTetrax tetrax110100010425Ook baltsend
    Steltlopers (9)
    41SteltkluutHimantopus himantopus111011111812-
    42GrielBurhinus oedicneemus01000001028-
    43KievitVanellus vanellus00010100022-
    44Kleine plevierCharadrius dubius010101110510-
    45BontbekplevierCharadrius hiaticula00001000013-
    46OeverloperAtitis hypoleucos011011110610-
    47TureluurTringa totanus01000110036-
    48GroenpootruiterTringa nebularia00110100034-
    49Bonte strandloperCalidris alpina00000100011-
    meeuwen en sterns (3)
    50Kleine mantelmeeuwLarus graellsii000001000120-
    51LachsternGelochelion nilotica00101000026-
    52DwergsternSterna albifrons00000100011-
    Zandhoenders (2)
    53ZwartbuikzandhoenPterocles orientalis000000010117-
    54WitbuikzandhoenPterocles alchata00010010025-
    Duiven (4)
    55Turkse tortelStreptopelia decaocto111111111950-
    56ZomertortelStreptopelia turtur11111001068-
    57HoutduifColumba palumbus111111110830-
    58RotsduifColumba livia01001000025-
    Koekoeken (2)
    59KoekoekCuculus canorus111111111915-
    60KuifkoekoekClamator glandarius10110100048-
    Uilen (3)
    61OehoeBubo bubo00101000024 2 x juv. (takkeling), 2 x adult
    62SteenuilAthene noctua011111110715-
    63DwergooruilOtus scops01111111071Elke avond op camping gehoord
    Nachtzwaluwen (1)
    64Moorse nachtzwaluwCaprimulgus ruficollis01111111071Elke avond op camping gehoord
    Gierzwaluwen (4)
    65GierzwaluwApus apus1111111108200-
    66Vale gierzwaluwApus pallidus011000110440-
    67AlpengierzwaluwApus melba011110010525-
    68KaffergierzwaluwApus caffer00001000013Erg vroeg voor de tijd van het jaar
    Hoppen (1)
    69HopUpupaepops111111111990-
    IJsvogels (1)
    70IJsvogelAlcedo atthis01101000033-
    Scharrelaars (1)
    71ScharrelaarCoracias garrulus111001111730-
    Bijeneters (1)
    72BijeneterMerops apiaster1111111108150-
    Spechten (2)
    73Grote bonte spechtDendrocopus major00111000033-
    74Groene spechtPicus viridis01010000022-
    ZANGVOGELS (99) Wetenschappelijke naam29
    04
    30
    04
    01
    05
    02
    05
    03
    05
    04
    05
    05
    05
    06
    05
    07
    05
    Dagen
    waarn.
    Ind.tot.
    aantal
    Opmerkingen
    Leeuweriken (6)
    75KuifleeuwerikGalerida cristata1111111119200-
    76TheklaleeuwerikGalerida theklae011001010420-
    77VeldleeuwerikAlauda arvensis011111110715-
    78BoomleeuwerikLullula arborea011111110715-
    79KortteenleeuwerikCalandrella brachydactyla01010101047-
    80KalanderleeuwerikMelanocorypha calandra0111011106150-
    Zwaluwen (5)
    81OeverzwaluwRiparia riparia100111010515-
    82RotszwaluwPtyonoprogne rupestris111111110825-
    83BoerenzwaluwHirundo rustica1111111119100-
    84RoodstuitzwaluwHirundo daurica111111110850-
    85HuiszwaluwDelichon urbica1111111108500-
    Piepers (2)
    86DuinpieperAnthus campestris00010001022-
    87WaterpieperAnthus spinoletta000100100210-
    Kwikstaarten (3)
    88Grote gele kwikstaartMotacilla cinerea001100100310-
    89Gele kwikstaart (iberische)Motacilla flavaiberiae00000010014-
    90Witte kwikstaartMotacilla alba011111111820-
    Waterspreeuwen (1)
    91WaterspreeuwCinclus cinclus00000010011-
    Winterkoningen (1)
    92WinterkoningTroglodytes troglodytes011111110710-
    heggenmussen (1)
    93HeggenmusPrunella modularis01010110045-
    Lijsters (13)
    94RoodborstErithacus rubecula000111010410-
    95NachtegaalLuscinia megarhynchos011111110720Gehoord
    96BlauwborstLuscinia svecica00000010011-
    97Zwarte roodstaartPhoenicurus ochruros011110100515-
    98PaapjeSaxicola rubetra01000001026-
    99RoodborsttapuitSaxicola torquata011111111830-
    100TapuitOenanthe oenanthe010100110420-
    101Westelijke blonde tapuitOenanthe hispanica010111100520-
    102Zwarte tapuitOenanthe leucura00110000022-
    103Blauwe rotslijsterMonticola solitarius011110010510-
    104Rode RotslijsterMonticola saxatilis01010010032-
    105MerelTurdus merula111111111940-
    106Grote lijsterTurdus viscivorus011110100510-
    Zangers (15)
    107SprinkhaanzangerLocustella naevia00100000012-
    108SnorLocustella luscinioides00111000033-
    109Cett'szangerCettia cetti011111010610-
    110GraszangerCisticola juncidis111111010720-
    111GrasmusSylvia communis00100010023-
    112BaardgrasmusSylvia cantillans00000010019-
    113BrilgrasmusSylvia conspicillata01000000011-
    114Orpheus grasmusSylvia hortensis00010000011Gehoord
    115Provencaalse grasmusSylvia undata00100000011Gehoord
    116ZwartkopSylvia atricapilla011111110725Gehoord
    117Kleine zwartkopSylvia melanocephala01111100168-
    118Kleine karakietAcrocephalus scirpaceus01111010055-
    119Grote karakietAcrocephalus arundinaceus011111010615-
    120Iberische tjiftjafPhyloscopus ibericus00010000011-
    121BergfluiterPhyloscopusbonelli00010000011Gehoord
    Mezen (5)
    122StaartmeesAegithalos caudatus01011001048-
    123PimpelmeesParus caeruleus011111110710-
    124Zwarte meesParus ater000101110410-
    125KoolmeesParus major011111110730-
    126BuidelmeesRemiz pendulinus00000100012Gehoord
    Boomklevers (1)
    127BoomkleverSitta europea00010110034-
    Boomkruipers (1)
    128BoomkruiperCerthia brachydactyla011111111850Veel
    Klauwieren (2)
    129Zuidelijke klapeksterLanius meridionalis01111111077-
    130RoodkopklauwierLanius senator111111111950-
    Kraaien (7)
    131GaaiGarrulus glandarius011111110725-
    132Blauwe eksterCyanopica cyanus111111111940-
    133EksterPica pica111111110850-
    134KauwCorvus monedula111011110770-
    135AlpenkraaiPyrrhocorax pyrrhocorax00001010024-
    136Zwarte kraaiCorvus corone010111110625-
    137RaafCorvus corax111111100750-
    Spreeuwen (1)
    138Zwarte spreeuwSturnus unicolor1111111119200-
    wielewalen (1)
    139WielewaalOriolus oriolus011111100610-
    Mussen (4)
    140HuismusPasser domesticus1111111119100-
    141RingmusPasser montanus01000000011-
    142Spaanse musPasser hispaniolensis0111111107100-
    143RotsmusPetronia petronia001010110420-
    Vinken (7)
    144VinkFringilla coelebs011111111850-
    145Europese kanarieSerinus serinus011111110750-
    146CitroenkanarieSerinus citrinella00010000014Gehoord en gezien
    147PutterCarduelis carduelis111111111940-
    148GroenlingCarduelis chloris01110111069-
    149KneuCarduelis cannabina011111100620-
    150AppelvinkCoccothraustes coccot.00000110023-
    Gorzen (4)
    151OrtolaanEmberiza hortulana000101100330-
    152Grauwe gorsMiliaria calandra1111111119200-
    153Grijze gorsEmberiza cia011111100630-
    154CirlgorsEmberiza cirlus11111001068-
    Totalen vogels per dag4110310411493102949428-5779Totaal aantal vogels

    De Hongaarse fauna

    GEWERVELDEN (geen vogels) (16 x) Naar het begin van deze tekst
    Zoogdieren (7 x)
    1Das (t) Meles meles
    2EdelhertCervus elaphus
    3HaasLepus europaeus
    4Europees konijnOryctolagus cuniculas 6
    5SteenbokCapra ibex
    6Vleermuis?
    7VosVulpes vulpes
    Amfibieën (2 x)
    1Iberische meerkikkerRana perezi
    2Marmersalamander Triturus marmoratus
    Iberische meerkikker = Rana perezi ; Foto: Henk Merts
    Iberische meerkikker
    Reptielen (7 x)
    1Moorse beekschildpadMaurenys leprosa
    2AdderringslangNatrix maura
    3Algerijnse zandloperPsammodromus algirus
    4MuurgekkoTarentola mauritanica
    5MuurhagedisPodarcis muralis
    6Spaanse muurhagedisPodarcis hispanica
    7Spaanse smaragdhagedisLacerta schreiberi
    Moorse beekschildpad = Maurenys leprosa met steltkluut ; Foto: Henk Merts
    Moorse beekschildpad met steltkluut
    Vissen (1x)
    1KarperCyprinus carpio
    GELEEDPOTIGEN (35 x)
    Vlinders en rupsen (11 + 4 = 15)
    1Atalanta Vanessa atalanta
    2Bloemen blauwtjeGlaucopsyche alexis
    3Bruin zandoogje Maniola jurtina
    4Cleopatra vlinderGonepteryx cleopatra
    5DambordjeMelanargia galathea
    6DistelvlinderVanessa cardui
    7Kleine vuurvlinderLycaena phlaeas
    8KoninginnepagePapilio machaon
    9KoninspageIphiclides podalirius
    10Oranje luzerne vlinderColias croceus
    11OranjetipAntocharis cardamines

    12Rups grote beervlinderArctia caja
    13Rups ringelrups Malacosoma neustria
    14Rups onbekende vlinder(zie foto)
    15SpanrupsSoort onbekend
    Rups ringelrups	=Malacosoma neustria ; Foto: Henk Merts
    Rups ringelrups
    Overige insecten (18 x)
    1GraanmierMessor barbarus
    2Grauw zwarte mier (schubmier)Genus Formica of Cataglyphis
    3HoningbijApis mellifera
    4HorzelSoort onbekend
    5HuisvliegMusca domestica
    6Juni keverAmphimallon solstitialis
    7LangpootmugTipula maxima
    8Oosterse KakkerlakBlatta orientalis
    9RozenkeverPhyllopertha Horticola
    10PlasromboutGomphus pulchellus
    11Grote groene SabelsprinkhaanTettigonia viridissima
    12Sprinkhaan (zoemertje)Stenobothrus lineatus
    13Groene vleesvliegLucilia caesar
    14VuulibelCrocothemis erythraea
    15Oliekever - 1 Oliekevers: Meloë-soort
    16Oliekever - 2 Oliekevers: Meloë-soort
    17Wants zie foto
    18Zwervende heidelibelSympetrum fonscolombii
    Oliekevers = Meloë soort ; Foto: Henk Merts
    Oliekever
    Wants; Foto: Henk Merts
    Wants
    Spinachtigen (2 x)
    1Bastaard schorpioensoort onbekend
    2Blinkende krabspin Synaea globossum
    Blinkende krabspin = Synaea globossum ; Foto: Henk Merts
    Blinkende krabspin
    WEEKDIEREN (1 x)
    1 Spaanse wegslak (Naaktslak)Arion lusitanicus
    DIERSPOREN (2 x)
    1Eikapsel van een Bidsprinkhaansoort
    2Keutels van steenbokken
    3Kronkelspoor van een slang
    4Nestje van een Veldwesp
    Kronkelspoor van een slang ; Foto: Henk Merts
    Kronkelspoor van een slang

    Flora Extremadura (116) 29 april t/m 7 mei 2006
    BLOEIENDE PLANTEN (105) Naar het begin van deze tekst
    Nr Ned. Naam Wetenschappelijke naam Omschrijving
    Brandnetelfamilie (1)
    1 Klein glaskruid Parietaria judaica veel op muren
    Pijpbloemfamilie (1)
    2 Pijpbloem Aristolochia spec.(baetica?) klimmer, bruinrode bloemen, in voorbijgaan gezien
    Duizendknoopfamilie (2)
    3 ‘rode’ zuring Rumex bucephalophorus lage plant, kleurt braakliggende akkers felrood
    4 Spaanse zuring Rumex scutatus zilvergrijze plant, droge (rots)plekken
    Anjerfamilie (5)
    5 ‘zilvermatje’ Paronychia argentea kruipertje op droge plekken (langs wegen)
    6 Paarse schijnspurrie Spergularia purpurea laag plantje, droge grond, paarsroze bloempjes
    7 Silene (molentje) Silene colorata roze bloemblaadjes rollen zich overdag op
    8 Bergzandmuur Arenaria montana in de Gredos, vrij grote witte bloemen
    9 Mantelanjer Kohlrauschia velutina onopvallend lid van de anjerfamilie, roze
    Ranonkelfamilie (3)
    10 ‘boterbloem’ Ranunculus Gredos, geel, opvallend hoog vruchtbeginsel
    11 ‘boterbloem’ Ranunculus bullatus prachtige plant, l grote bloem, langwerp.blad,Gredos
    12 Waterranonkel Ranunculus aquatilis -
    Papaverfamilie (1)
    13 Grote klaproos Papaver rhoeas o.a. stationnetje bij camping
    Duivekervelfamilie (1)
    14 Duivekervel Fumaria officinalis -
    Resedafamilie (1)
    15 Wouw Reseda luteola zwarte volop in de lucht, deze gele op de grond
    Heidefamilie (1)
    16 Boomheide Erica arborea -
    Vetplantenfamilie (2)
    17 Rotsnavelkruid Umbilicus rupestris vetplantje op droge muren, kleine klokjesbloemen
    18 Huislook (Donderblad) Sempervivum tectorum -
    Rozenfamilie (1)
    19 Kleine pimpernel Sanguisorba minor -
    Vlinderbloemfamilie (11)
    20 Brem Cytisus serrano volgens info bord een inheemse soort in de Gredos
    21 Verfbrem Genista tinctoria -
    22 Bezemstruik (Spaanse brem) Spartium junceum veel langs snelweg, rechtopgroeiend, grote gele bloem
    23 ‘witte brem’ Lygos monosperma zilverige struik, kleine bloemen (al uitgebloeid)
    24 Pekklaver Psoralea bituminosa stinkt (Asfaltklaver), heeft paarse bloemen
    25 Bonte wikke Vicia villosa -
    26 Hopklaver Medicago lupulina -
    27 Sterklaver Trifolium stellatum in vrucht net een bol met rode sterretjes
    28 ‘aarklaver’ Trifolium angustifolium langwerpige roze bloeiwijze
    29 Hazenpootje Trifolium arvense -
    30 Blauwe lupine Lupinus angustifolius heel smal blad
    Ooievaarsbekfamilie (2)
    31 Glanzige ooievaarsbek Geranium lucidum is bij ons een z.g. stinzenplant, o.a. in Overveen
    32 Reigersbek Erodium cicutarium -
    Vlasfamilie (2)
    33 Tweejarig vlas Linum bienne teer blauw bloempje
    34 Geelhartje Linum catharticum minuscule witte bloempjes; bij een beekoever
    Kaasjeskruidfamilie (1)
    35 Groot kaasjeskruid Malva sylvestris de roze bloemen hebben paarse aders
    Hertshooifamilie (1)
    36 Sint-Janskruid Hypericum perforatum -
    Zonneroosjesfamilie (2)
    37 Gomcistus/Rockrose Cistus ladanifer Cistusroos, wit met paarse vlekken in het hart
    38 Gevlekt zonneroosje Tuberaria guttata felgeel met donkere vlekken in het hart
    Cistusroos ; Foto: Henk Merts
    Cistusroos
    Italiaanse ossentong (zie ruwbladigen) ; Foto: Henk Merts
    Italiaanse ossentong (zie ruwbladigen)
    Schermbloemfamilie (4)
    39 Echte kruisdistel Erynchium campestre -
    40 Gele schermbloem Thapsia villosa/ Of garganica/maxima – (is niet 100 procent zeker)
    41 Venkel Foeniculum Vulgare -
    42 Tondervenkel Ferula communis boven aan de trappen van het kasteel Monfrague
    Sleutelbloemfamilie (1)
    43 Blauw guichelheil Anagallis foemina heilzaam tegen guichel (= gekte)
    Sterbladigenfamilie (1)
    44 Akkerbedstro Asperula arvensis krans van blaadjes en kleine blauwe bloemen
    Ruwbladigenfamilie (8)
    45 Blauw parelzaad Lithodora diffusa prachtige, ruwbehaarde plant met felblauwe bloemen
    46 Weegbreeslangekruid Echium plantaginium mediterrane soort, bloem eerst rood, later paarsblauw
    47 Slangekruid Echium creticum roodpaars, 1 stengel, grote bloemen
    48 Kretenzische hondstong Cynoglossum creticum Cabanas de Castillo, in de berm vlakbij het dorp
    49 Witte onschuld Omphalodes linifolia net een witte vergeetmijniet
    50 Italiaanse ossentong Anchusa azurea ruwbehaarde plant, hemelsblauwe bloemen
    51 Gewone ossentong Anchusa officinalis -
    52 Overblijvende ossentong Pentaglottis sempervirens -
    Lipbloemenfamilie (5)
    53 Malrove Marrubium vulgare grijsbehaard, o.a. Cabanas de Castillo
    54 Viltig brandkruid Phlomis lychnitis kransen gele bloemen, pad Castill.de Monfragüe
    55 Mastiektijm Thymus mastichina struikje, sterk geurend, witte bloemen, “
    56 Kuiflavendel Lavandula stoechas paarse lintjes boven de bloeiaar, in de maquis
    57 Kleinbadige salie Salvia verbenaca -
    Bremraapfamilie (1)
    58 Bremraap Orobanche spec. tussen slangekruid en tolpis, niet gedetermineerd
    Helmkruidfamilie 6)
    59 Akkerleeuwebek Misopates orontium laag plantje, roze bloempjes
    60 ‘gele vlasbek’ Linaria spec. Triornithoiphora? Redunculata? Of reflexa?
    61 Bellardia Bellardia trixago stevige plant, witte lipbloemen met roze vlek
    62 Vingerhoedskruid Digitalis purpurea -
    63 Kleverige ogentroost Parentucella viscosa halfparasiet met opvallende, gele lipbloemen
    64 Toorts Verbascum Sinatum -
    Kogelbloemfamilie (1)
    65 Kogelbloem Globularia spec. o.a. bij Cabanas de Castillo, niet gedetermineerd
    Weegbreefamilie (1)
    66 Hertshoornweegbree Plantago coronopus bij ons dicht bij zee, hier op rotsige grond
    Kaardebolfamilie (1)
    67 Duifkruid Scabiosa columbaria -
    Klokjesfamilie (1)
    68 Klokje Campanula spec. Vertakte, ijle tros, lichtblauwe bloemen
    Composietenfamilie (13)
    69 Stekelig sterrenoog Pallenis spinosus gele ‘paardebloemetjes’ in een vertakte bloeiwijze
    70 Knikkende distel Carduus nutans grote paarsrode bloemen
    71 Medit.strobloem Helichrysum stoechas grijs behaard, gele bloemen, kerriegeur
    72 Kamille Anthemis spec. overal de witte ‘margrietachtige’ bloemetjes
    73 Gele ganzebloem Chrysanthemum segetum -
    74 Iberische ganzebloem Chrysanthemum myconis met fijner ingesneden blad
    75 Akkergoudsbloem Calendula arvensis kleine uitgave van de bekende tuinsoort
    76 Gevlekte melkdistel Galactitis tomentosa roze, flodderige bloem, wit geaderde bladeren
    77 Mariadistel Silybum marianum hoge soort, grote bloem, groot witgevlekt blad
    78 Baardtolpis Tolpis barbata zeer algemeen, gele bloem met donker hartje
    79 Paarse morgenster Tragopogon porrifolius laatste dag, ri spoorlijn, bloem was nog open
    80 Aarddistel Cirsium acaule -
    81 Purper distel (?) Carlina canata Engels Purple carline thistle
    Mariadistel ; Foto: Henk Merts
    Mariadistel
    Affodil ; Foto: Henk Merts
    Affodil
    Affodilfamilie (1)
    82 Affodil Asphodelus aestivus toef smal blad, vertakte stengel met witte sterren
    Herfsttijloosfamilie (1)
    83 Herfsttijloos Colchicum autumnale overal in grasland zag je de bladertoefen
    Leliefamilie (7)
    84 Geelster Gagea Gredos, soort niet gedetermineerd
    85 Narbonnevogelmelk Ornithogalum narbonense hoge pluim, bij Purperkoetplas
    86 Smalbladige vogelmelk Ornithogalum collinum laag soortje
    87 Dipcadi Dipcadi serotinum steeltje met hangende bruinroze klokjes
    88 Spaanse boshyacinth Scilla hispanica 1e stop bij infobord in de Gredos
    89 Kuifhyacinth Muscari comosum -
    90 Roze look Allium roseum parkeerterrein op weg naar kamping
    Narcissenfamilie (4)
    91 Hoepelrokje Narcissus bulbocodium geel, trechtervormige bloem, o.a. Gredos
    92 Narcis Narcissus rupicola. geel, kortkronig, 1-bloemig, park.terrein in de Gredos
    93 Engelentranen Narcissus triandus teer, zachtgeel narcisje, zendmastheuvel Gredos
    94 Wilde narcis Narcissus pseudonarcissus In de Gredos
    Hoepelrokje ; Foto: Henk Merts
    Hoepelrokje
    Iris ; Foto: Henk Merts
    Iris
    Lissenfamilie (2)
    95 Italiaanse zwaardlelie Gladiolus italicus wilde gladiool, rotsen, akkers
    96 Iris Gynandiris sisyrinchium -
    Orchideeënfamilie (5)
    97 Mannetjesorchis Orchis mascula zendmastheuvel Gredos
    98 Harlekijn Orchis morio veel op de parkeerplaats bij de pas Tournavacas
    99 Harlekijn Orchis m.ssp champagneuxii variëteit in Z.Frankrijk, Spanje, Portugal N.Afrika
    op de Belen vlakte op de dwarsweg, bijna uitgebloeid
    100 Tongorchis Serapias lingua bij Purperkoetplasje (bij Kleverige ogentroost)
    101 Wantsenorchis Orchis coriophora veel op de Belen vlakte op de dwarsweg
    Tongorchis ; Foto: Henk Merts
    Tongorchis
    Wantsenorchis ; Foto: Henk Merts
    Wantsenorchis
    Grassenfamilie (5)
    102 Goudkamgras Lamarckia aurea prachtige, goudglanzende bloeiwijze
    103 Groot trilgras Briza maxima grotere broer van onze Bevertjes
    104 Grasje Aegilops geniculata grote korrels met erop een lange uitstaande naald
    105 Wilde haver Avena sterilis al uitgebleekte, grote bloempakjes met lange naald
    106 IJle dravik Bromus sterilis losse bloeiwijze, bloemen aan lange stelen
    BLOEIENDE BOMEN / STRUIKEN (11)
    Nr. Ned. Naam Wetenschappelijke naam Omschrijving
    Dennenfamilie (2)
    1 Zeeden Pinus pinaster heel veel aangeplant in de heuvels
    2 Parasolden Pinus pinea kroon is bol, pitten zijn eetbaar (pijnboompitten)
    Beukenfamilie (5)
    3 Hulsteik Quercus rotundifolia -
    4 Pyren. Eik Quercus pyrenaica Sierra de Gredos,(met enorm grote galnoten erin)
    5 Steeneik Quercus ilex in de dehesa, kroon in platte vorm gesnoeid
    6 Kurkeik Quercus suber pas geschilde bomen hebben rode stammen
    7 Donzige eik Quercus pubescens twijgen en bladeren zacht behaard
    Moerbeifamilie (1)
    8 Vijgenboom Ficus caria -
    Sandelhout-familie (1)
    9 Osyris-struik Osyris alba takken groeien rechtop, kleine 3-tallige bloemen
    Olijffamilie (1)
    10 Olijfboom Olea europeana -
    Tamariskfamilie (1)
    11 Tamarisk Tamarix spec. -
    © alle foto's Henk Merts Naar het begin van deze tekst
    Links op deze site
    Reis naar Hongarije 2004 VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
    Reis naar Schotland 2002 VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
    Reis naar Polen 2000 VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
    Excursies VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
    Diverse KNNV excursies
    Diverse IVN excursies
    Meer informatie over vogels op deze site

    Link naar VWG- Koudekerk / Hazerswoude e.o.
    VWG- Koudekerk / Hazerswoude e.o.

    Spaanse links
    Reisverslag Extremadura en Oud Castilië
    Diverse sites m.b.t. Spanje
    Het weer in Spanje
    Diverse natuurorganisaties in Spanje
    Spaans Verkeersbureau
    info over Monfragüe
    Wikipedia informatie over Spanje

    Naar het begin van deze tekst

    Terug naar homepage Terug naar de homepage

    Terug naar Natuur op het Web Terug naar Natuur op het Web

    © Natuur op het web hm mei 2006
    laatste mutatiedatum 23-06-2006