Voorjaarsbloeiers
    Dit verhaal is eerder licht gewijzigd geplaatst als artikel in de serie het groene hart door André Biemans

    Veel van de onderstaande feiten en verhalen zijn afkomstig uit twee boeken:
    H. Kleijn, 1970. Planten en hun naam; een botanisch lexicon voor de Lage Landen. Meulenhoff Amsterdam. 320 pagina's.
    N. Vermeulen, 1998. Kruiden encyclopedie. Rebo Productions b.v. Lisse. 320 pagina's.

    De Holwortel
    De Bosanemoon
    De Kievitsbloem
    De Slanke sleutelbloem
    Het Speenkruid

    Naar het begin van deze tekst De Holwortel
    De Holwortel (Corydalis cava) is samen met o.a. het Sneeuwklokje één van de vroegste bloeiers van het jaar. Deze plant moet het voor zijn bestuiving hebben van o.a. hommelkoninginnen die zojuist zijn ontwaakt uit hun winterslaap. Overigens werkt de plant zijn hele cyclus van groeien, bloeien en zaadvorming af in minder dan twee maanden, nog vóór de bomen volledig in blad zijn gekomen.
    De Holwortel lijkt overigens sterk op de Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida) maar is wat forser dan de laatste en heeft dus een holle wortelknol. Een belangrijk verschil is dat de schutblaadjes van de bloemen van de Holwortel niet hand- of vingervormig zijn ingesneden zoals bij de Voorjaarshelmbloem (Vingerhelmbloem).
    De naam Corydalis is mogelijk afgeleid van het Griekse woord korydalos, waarmee de bij ons bekende "Kuifleeuwerik" werd aangeduid. De lange honingspoor van de bloem heeft inderdaad iets weg van de kuif van deze vogel. Een andere verklaring is dat de heren naamgevers het woord korys voor ogen stond wat letterlijk "helm" betekent, en inderdaad lijkt de bloem ook veel op een Oudgriekse helm. Cava (= hol) slaat op de holle wortelknol. De vorm van de bloem van de meeste soorten helmbloemen gaf in veel streken aanleiding tot een naam die op de gelijkenis met vogels wijzen: Duifjes (Groningen), Haantjes en hoentjes (Walcheren), Vogeltjes-op-de-kruk (Achterhoek), Het vogeltje, Vogeltjes en dergelijke. Deze namen zijn grotendeels onafhankelijk van elkaar ontstaan. In de Middeleeuwen onderscheidde men toen al de Groote hool- wortele (C. cava) en de Cleyne hoolwortele (C. solida). De wortelknol van beide planten wordt al minstens 1200 jaar in de geneeskunde gebruikt als pijnstiller en als middel tegen krampen en stuiptrekkingen. Zelfmedicatie wordt echter afgeraden in verband met de giftigheid van de alkaloïden in de knolletjes. De Holwortel is in het verleden ingevoerd vanuit Frankrijk en wordt in ons land tot de stinzenplanten gerekend. Tegenwoordig is hij in elke heemtuin en landgoedbos wel te vinden.

    Naar het begin van deze tekst De Bosanemoon
    De Bosanemoon (Anemone nemorosa) behoort tot de familie van de boterbloemen. Het verse sap van de Bosanemoon kan, net als sommige andere boterbloemen, blaren trekken op de huid. Desondanks werd het vroeger vaak gebruikt tegen tandpijn, reuma en als middel om de urine af te drijven. De naam Anemone komt van het oude Griekse woord anemos wat 'wind' betekent (de klimatologische betekenis althans). Dat heeft mogelijk te maken met het verschijnsel dat de bloemen al bij het kleinste briesje bewegen. De Bosanemoon is (was) in Nederland ook onder diverse streekgebonden namen bekend, waaronder Windbloem, Windkruid en Windroos. Uit het graafschap Zutphen (bestaan er nog graafschappen in Nederland???) komt de naam "achterumkiekertjes", wat weer slaat op de beweeglijkheid van de bloemen, maar mogelijk ook op de eigenschap van de bloemen om met de zon mee te draaien. Dit laatste zorgt er namelijk voor dat de bloemen iets warmer worden dan de omgeving, wat weer bestuivers (insecten) aanlokt, iets wat overigens ook bij veel andere "schotelvormige" voorjaarsbloeiers is waar te nemen. Bovendien sluit de Bosanemoon haar bloempjes tegen de avond maar ook overdag als de temperatuur onder de ca. 10 graden daalt.
    De Bosanemoon komt in de meeste landgoedbossen rond Leiden massaal voor en verder in de diverse heemtuinen en parken. Zoals de naam al aangeeft komt deze plant als ondergroei voor in loofbossen (nemorosus = bosbewonend). De Bosanemoon is een indicator voor niet verstoorde, kalkrijke of neutrale bosgrond.

    De Kievitsbloem (Fritillaria meleagris)
    Naar het begin van deze tekst De Kievitsbloem
    De Kievitsbloem (Fritillaria meleagris) behoort tot de Leliefamilie en is nauw verwant aan de Wilde tulp. Net als de tulp heeft ook de Kievitsbloem een (kleine) bol. Hierin slaat de plant voedingsstoffen op tijdens het voorjaar en de zomer. De bol overwintert om in het vroege voorjaar te bloeien, zaad te zetten en vervolgens zijn voedselreserves weer op peil te brengen voor het volgende voorjaar. De wetenschappelijke naam Fritillaria meleagris heeft de plant te danken aan het uiterlijk van de bloem. Fritillis betekent in het Latijn namelijk "dobbelbeker" (de vorm van de bloem), en meleagris beduidt "gevlekt verendek als van een parelhoen". De Franse naam Damier is ontleend aan het dambordpatroon van de vlekken op de bloem. De Duitsers noemen hem Schachblume oftewel "schaakbloem". Overigens zijn er ook Kievitsbloemen met geheel witte bloemen.
    De Nederlandse naam "Kievitsbloem" heeft zijn oorsprong in het feit dat de bloem in jonge, gesloten toestand wat op een kievitsei gelijkt. Als klap op de vuurpijl komen plant en vogel in hetzelfde biotoop voor, namelijk vochtige weiden en graslanden. Tegenwoordig zijn er in Nederland nauwelijks nog schrale, vochtige graslanden te vinden en is de Kievitsbloem in het wild erg zeldzaam geworden en dus beschermd! De Kievitsbloem is verder gewoon te koop bij tuincentra e.d. en wordt dan ook veelvuldig in de tuin gepoot.

    Naar het begin van deze tekst De Slanke sleutelbloem
    "Eens, toen hij het bericht ontving dat deugnieten de sleutel die toegang tot de hemel gaf hadden nagemaakt, liet Petrus van schrik zijn gouden sleutelbos uit zijn handen vallen. De sleutels kwamen toen op de aarde terecht. Hij liet ze natuurlijk meteen terughalen, maar waar de sleutelbos de grond had geraakt bloeiden sleutelbloemen op." Dit is slechts een gekerstende versie van een veel ouder verhaal dat mogelijk de verklaring bevat voor de naam "sleutelbloem". Een oude Germaanse sage verhaalt het volgende:

    "vele malen verscheen bij bloemverzamelaars een bosnimf, de sleuteljonkvrouw, die aan bloemen die in haar tegenwoordigheid geplukt werden, de macht verleende geheime of verborgen schatten te ontsluiten die dwergen, kobolden en alruinen verstopt hielden".

    Bloemverzamelaars moesten in die tijd steenrijk zijn geweest. Een andere fraaie opvatting is dat de naam is ontstaan omdat men deze plant als de ontsluiter van de lente beschouwde en daar valt ook best wel iets voor te zeggen. De gelijkenis van de bloemtros van met name de Slanke sleutelbloem (Primula elatior) met een ouderwetse sleutelbos zal aan dergelijke verhalen wel ten grondslag hebben gelegen.
    Uit enkele streken van het land komen de namen "Bakkruid", "Pannekoekenbleumkes" en "Pannekooksbloom" omdat de plant daar in koeken dan wel pannenkoeken werd meegebakken. In andere landstreken werd uit de plant een kleurstof gewonnen voor het beschilderen van paaseieren, wat de naam "Eierkruid" of "Eiertjes" opleverde.

    In de middeleeuwse heelkunde waren alle delen (wortelstok, blad en bloem) van de diverse sleutelbloemen ook nog eens befaamd als prima geneeskruid tegen o.a. jicht, geelzucht en bronchitis, terwijl een thee van de bloemen de zenuwen bedaart en zeer rustgevend werkt. Wat die laatste toepassing betreft is de Slanke sleutelbloem een beetje te vergelijken met Sint-janskruid dat overigens veel later in het jaar bloeit. De Slanke sleutelbloem (Primula elatior) is één van de drie sleutelbloemen die in onze streken (kunnen) voorkomen. 'Primula' betekent 'eerste' en slaat op het vroege bloeien (soms al eind februari) van deze plant. 'Elatior' betekent 'hoog verheven' want de Slanke sleutelbloem heeft van de drie soorten de langste bloeistengels.
    De Slanke sleutelbloem is een plant van matig voedselrijke en vochtige graslanden. Door overbemesting en ontwatering is de plant in Nederland nogal zeldzaam geworden. Alle soorten sleutelbloemen zijn overigens beschermde soorten!

    Speenkruid (Ranunculus ficaria)
    Naar het begin van deze tekst

    Het Speenkruid
    Speenkruid (Ranunculus ficaria subsp. bulbilifer) is een boterbloem van loofbossen en licht beschaduwde plekken op rijke, vochtige grondsoorten. De plant bloeit massaal en vroeg in het voorjaar en geeft het nog kale bos een sprookjesachtig aanzien. De naamsdelen ficaria en bulbilifer slaan op de vijgvormige wortelknollen (Ficus = vijg, bulbus = knol). Deze knolletjes bevatten reservevoedsel waardoor het plantje aan het eind van de winter snel wortels en bladeren kan laten groeien. Oude namen voor deze plant zijn ook wel "Vijgwortel", "Hoaneklootjes" (?) en "Katteklootjes", die natuurlijk allemaal verwijzen naar de vorm van de wortelknolletjes. Voor de naam Speenkruid moeten we echter teruggrijpen op het oude en wijdverbreide gebruik van deze plant tegen aambeien oftewel "speen". Behalve de wortelknolletjes produceert het Speenkruid ook nog kleine broedknolletjes of okselknolletjes in de oksels van de stengelbladeren. Deze knolletjes kunnen afvallen, eventueel meespoelend met het regenwater, en later uitgroeien tot een nieuwe plant. De tarwekorrelgrote broedknolletjes hebben aanleiding gegeven tot een vreemd geloof in de middeleeuwen: wanneer in een jaar veel van deze knolletjes gevormd werden en deze door een sterke en overvloedige regen van de plantjes gespoeld werden, was men ervan overtuigd dat er een tarweregen had plaatsgevonden. Men sprak dan van hemelbrood. Bepaald slim waren ze dus niet, die middeleeuwers.

    De bladeren van Speenkruid zijn, mits geplukt vóór de bloei, een belangrijke bron van vitamine C. In de middeleeuwen was de plant als zodanig een welkome groente zo vroeg in het jaar, vooral met het oog op het voork˘men en genezen van scheurbuik (‚n aambeien). Zo slim waren ze dus weer w‚l! Overigens smaakt de plant n  de bloei bitter en bevat blauwzuurverbindingen en is dan dus ongeschikt voor consumptie.

    André Biemans


        Naar het begin van deze tekst

        Terug naar homepage Terug naar de homepage

        Terug naar Natuur op het Web Terug naar Natuur op het Web

        Laatste mutatiedatum 25-11-2001