| Voorjaarsbloeiers |
|
Dit verhaal is eerder licht gewijzigd geplaatst als artikel in de serie het groene hart door
André Biemans
Veel van de onderstaande feiten en verhalen zijn afkomstig uit twee boeken: |
De Holwortel
De Bosanemoon
De Kievitsbloem
De Slanke sleutelbloem
Het Speenkruid
De Holwortel
De Holwortel (Corydalis cava) is samen met o.a. het Sneeuwklokje
één van de vroegste bloeiers van het jaar. Deze plant moet het
voor zijn bestuiving hebben van o.a. hommelkoninginnen die
zojuist zijn ontwaakt uit hun winterslaap. Overigens werkt de
plant zijn hele cyclus van groeien, bloeien en zaadvorming af in
minder dan twee maanden, nog vóór de bomen volledig in blad zijn
gekomen.
De Holwortel lijkt overigens sterk op de Voorjaarshelmbloem
(Corydalis solida) maar is wat forser dan de laatste en heeft dus een holle wortelknol. Een belangrijk verschil is dat de schutblaadjes van de bloemen van de Holwortel niet hand- of vingervormig zijn ingesneden zoals bij de Voorjaarshelmbloem
(Vingerhelmbloem).
De naam Corydalis is mogelijk afgeleid van het Griekse woord
korydalos, waarmee de bij ons bekende "Kuifleeuwerik" werd aangeduid. De lange honingspoor van de bloem heeft inderdaad iets weg van de kuif van deze vogel. Een andere verklaring is dat de heren naamgevers het woord korys voor ogen stond wat letterlijk
"helm" betekent, en inderdaad lijkt de bloem ook veel op een Oudgriekse helm. Cava (= hol) slaat op de holle wortelknol. De vorm van de bloem van de meeste soorten helmbloemen gaf in
veel streken aanleiding tot een naam die op de gelijkenis met vogels wijzen: Duifjes (Groningen), Haantjes en hoentjes (Walcheren), Vogeltjes-op-de-kruk (Achterhoek), Het vogeltje,
Vogeltjes en dergelijke. Deze namen zijn grotendeels onafhankelijk van elkaar ontstaan.
In de Middeleeuwen onderscheidde men toen al de Groote hool-
wortele (C. cava) en de Cleyne hoolwortele (C. solida). De
wortelknol van beide planten wordt al minstens 1200 jaar in de
geneeskunde gebruikt als pijnstiller en als middel tegen krampen
en stuiptrekkingen. Zelfmedicatie wordt echter afgeraden in
verband met de giftigheid van de alkaloïden in de knolletjes.
De Holwortel is in het verleden ingevoerd vanuit Frankrijk en
wordt in ons land tot de stinzenplanten gerekend. Tegenwoordig
is hij in elke heemtuin en landgoedbos wel te vinden.
De Bosanemoon
De Bosanemoon (Anemone nemorosa) behoort tot de familie van de
boterbloemen. Het verse sap van de Bosanemoon kan, net als sommige andere boterbloemen, blaren trekken op de huid. Desondanks werd het vroeger vaak gebruikt tegen tandpijn, reuma en als middel om de urine af te drijven.
De naam Anemone komt van het oude Griekse woord anemos wat 'wind'
betekent (de klimatologische betekenis althans). Dat heeft
mogelijk te maken met het verschijnsel dat de bloemen al bij het
kleinste briesje bewegen. De Bosanemoon is (was) in Nederland ook
onder diverse streekgebonden namen bekend, waaronder Windbloem,
Windkruid en Windroos. Uit het graafschap Zutphen (bestaan er nog
graafschappen in Nederland???) komt de naam "achterumkiekertjes",
wat weer slaat op de beweeglijkheid van de bloemen, maar mogelijk
ook op de eigenschap van de bloemen om met de zon mee te draaien.
Dit laatste zorgt er namelijk voor dat de bloemen iets warmer
worden dan de omgeving, wat weer bestuivers (insecten) aanlokt,
iets wat overigens ook bij veel andere "schotelvormige"
voorjaarsbloeiers is waar te nemen. Bovendien sluit de Bosanemoon
haar bloempjes tegen de avond maar ook overdag als de temperatuur
onder de ca. 10 graden daalt.
De Bosanemoon komt in de meeste landgoedbossen rond Leiden
massaal voor en verder in de diverse heemtuinen en parken. Zoals
de naam al aangeeft komt deze plant als ondergroei voor in
loofbossen (nemorosus = bosbewonend). De Bosanemoon is een
indicator voor niet verstoorde, kalkrijke of neutrale bosgrond.
De Kievitsbloem
De Slanke sleutelbloem
"Eens, toen hij het bericht ontving dat deugnieten de sleutel die
toegang tot de hemel gaf hadden nagemaakt, liet Petrus van schrik
zijn gouden sleutelbos uit zijn handen vallen. De sleutels kwamen
toen op de aarde terecht. Hij liet ze natuurlijk meteen
terughalen, maar waar de sleutelbos de grond had geraakt bloeiden
sleutelbloemen op." Dit is slechts een gekerstende versie van een
veel ouder verhaal dat mogelijk de verklaring bevat voor de naam
"sleutelbloem". Een oude Germaanse sage verhaalt het volgende:
"vele malen verscheen bij bloemverzamelaars een bosnimf, de sleuteljonkvrouw, die aan bloemen die in haar tegenwoordigheid geplukt werden, de macht verleende geheime of verborgen schatten te ontsluiten die dwergen, kobolden en alruinen verstopt hielden".
Bloemverzamelaars moesten in die tijd steenrijk zijn
geweest. Een andere fraaie opvatting is dat de naam is ontstaan
omdat men deze plant als de ontsluiter van de lente beschouwde
en daar valt ook best wel iets voor te zeggen. De gelijkenis van
de bloemtros van met name de Slanke sleutelbloem (Primula
elatior) met een ouderwetse sleutelbos zal aan dergelijke
verhalen wel ten grondslag hebben gelegen.
Uit enkele streken van het land komen de namen "Bakkruid",
"Pannekoekenbleumkes" en "Pannekooksbloom" omdat de plant daar
in koeken dan wel pannenkoeken werd meegebakken. In andere
landstreken werd uit de plant een kleurstof gewonnen voor het
beschilderen van paaseieren, wat de naam "Eierkruid" of
"Eiertjes" opleverde.
In de middeleeuwse heelkunde waren alle delen (wortelstok, blad
en bloem) van de diverse sleutelbloemen ook nog eens befaamd als
prima geneeskruid tegen o.a. jicht, geelzucht en bronchitis,
terwijl een thee van de bloemen de zenuwen bedaart en zeer
rustgevend werkt. Wat die laatste toepassing betreft is de Slanke
sleutelbloem een beetje te vergelijken met Sint-janskruid dat
overigens veel later in het jaar bloeit.
De Slanke sleutelbloem (Primula elatior) is één van de drie
sleutelbloemen die in onze streken (kunnen) voorkomen. 'Primula'
betekent 'eerste' en slaat op het vroege bloeien (soms al eind
februari) van deze plant. 'Elatior' betekent 'hoog verheven' want
de Slanke sleutelbloem heeft van de drie soorten de langste
bloeistengels.
De Slanke sleutelbloem is een plant van matig voedselrijke en
vochtige graslanden. Door overbemesting en ontwatering is de
plant in Nederland nogal zeldzaam geworden. Alle soorten
sleutelbloemen zijn overigens beschermde soorten!
Het Speenkruid
Speenkruid (Ranunculus ficaria subsp. bulbilifer) is een
boterbloem van loofbossen en licht beschaduwde plekken op rijke,
vochtige grondsoorten. De plant bloeit massaal en vroeg in het
voorjaar en geeft het nog kale bos een sprookjesachtig aanzien.
De naamsdelen ficaria en bulbilifer slaan op de vijgvormige
wortelknollen (Ficus = vijg, bulbus = knol). Deze knolletjes
bevatten reservevoedsel waardoor het plantje aan het eind van de
winter snel wortels en bladeren kan laten groeien. Oude namen
voor deze plant zijn ook wel "Vijgwortel", "Hoaneklootjes" (?) en
"Katteklootjes", die natuurlijk allemaal verwijzen naar de vorm
van de wortelknolletjes. Voor de naam Speenkruid moeten we echter
teruggrijpen op het oude en wijdverbreide gebruik van deze plant
tegen aambeien oftewel "speen".
Behalve de wortelknolletjes produceert het Speenkruid ook nog
kleine broedknolletjes of okselknolletjes in de oksels van de
stengelbladeren. Deze knolletjes kunnen afvallen, eventueel
meespoelend met het regenwater, en later uitgroeien tot een
nieuwe plant. De tarwekorrelgrote broedknolletjes hebben
aanleiding gegeven tot een vreemd geloof in de middeleeuwen:
wanneer in een jaar veel van deze knolletjes gevormd werden en
deze door een sterke en overvloedige regen van de plantjes
gespoeld werden, was men ervan overtuigd dat er een tarweregen
had plaatsgevonden. Men sprak dan van hemelbrood. Bepaald slim
waren ze dus niet, die middeleeuwers.
De bladeren van Speenkruid zijn, mits geplukt vóór de bloei, een belangrijke bron van vitamine C. In de middeleeuwen was de plant als zodanig een welkome groente zo vroeg in het jaar, vooral met het oog op het voork˘men en genezen van scheurbuik (‚n aambeien). Zo slim waren ze dus weer w‚l! Overigens smaakt de plant n de bloei bitter en bevat blauwzuurverbindingen en is dan dus ongeschikt voor consumptie.
André Biemans
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web