HET TELLEN VAN VOGELS
Dit verhaal is geschreven door: Sjaak Schilperoort
E-Mail: Sjaak Schilperoort VWVL Dit verhaal is speciaal geschreven voor de Vogelspecial van Natuur op het Web nr 14. verschenen op 1 maart 1998. Sjaak is al jarenlang actief bij de Vogelwerkgroep Vlietlanden En telt o.a. in de Vogelplas Starrevaart. (Meer informatie over deze plas zie nohw nr 1.) (Meer gegevens over Sjaak's homepage de site van VWG Vlietlanden zie nohw nr 3).
Hij heeft mij ook enthousiast gekregen voor het tellen. zodat ik elk
bezoek aan deze vogelrijke plas besluit met een kort verslagje
dat naar o.a. naar Sjaak wordt gemaild.
|
Af en toe leid ik een excursie op de Vogelplas Starrevaart. Een vraag die steevast wordt gesteld is: "Hoe weet je dat je een vogel niet al hebt geteld?". Het antwoord is niet zo gemakkelijk. Vaak weet ik inderdaad niet zeker of ik een vogel of zelfs een groep vogels al heb geteld. Ik baseer me wat dit betreft op de ervaring die ik in de loop der jaren heb opgebouwd. Voor een beginner voor wie herkenning van vogels al een probleem is kan dit een geheimzinnig proces zijn. In dit stuk zal ik vanuit mijn ervaring wat over het tellen van vogels uit de doeken doen. Iedereen die dit leest moedig ik aan om een en ander zelf in de praktijk te toetsen. Vogels tellen is een spannende bezigheid, die het "vogelen" naar een hoger niveau kan brengen.
Hoe en wanneer de interesse voor vogels en het bestuderen ervan gewekt wordt is voor iedereen verschillend. Zelf ben ik in 1979 begonnen. Toen leerde ik mijn vrouw en ook haar familie kennen. Zij bleken op de zondagse wandelingen in het landgoed de Horsten alle vogels moeiteloos te herkennen. Na een paar keer wilde ik zelf ook wel als eerste een vogel ontdekken. Vanaf dat moment was ik verkocht. Al snel had ik een kijker en een vogelgids aangeschaft. Op zoek naar leuke plekken ontdekte ik de Meeslouwerpolder. Dat was toen nog een paradijs voor vogels en dus ook voor vogelaars. De Vogelwerkgroep Vlietland was daar aktief. Zij voerden systematisch tellingen uit. Vanaf 1981 ben ik daaraan mee gaan doen. Ik tel sinds 1987 ook in de Vogelplas Starrevaart.
Iedereen heeft een eigen voorkeur voor wat nu leuk is. Voor broedvogels tellen moet je niet opzien tegen vroeg opstaan. Goede zeetrek valt vaak op dagen met erg guur weer. Vogels tellen vergt vaak enige discipline. Wat belangrijk is: door systematisch te tellen beleef je het vogels kijken veel intensiever. Door te tellen kijk je zorgvuldiger, en zie (en hoor!) je derhalve meer en meer bijzondere vogels.
Kennis van het gedrag van vogels is ook belangrijk. Goede trekdagen en stuwing langs de kust zijn te verwachten bij stabiel weer met oostelijke wind, bij invallende vorst of sneeuw en soms bij naderende depressies. Vogeltrek is in de vroege ochtenduren het meest intensief. Zeevogels laten zich vaak pas goed zien bij een stevige west- tot noordwestelijke wind. Zangvogels zijn in de vroege ochtenduren het meest actief. De Vogelplas Starrevaart fungeert buiten het broedseizoen voor veel vogels als slaapplaats. De ene soort slaapt 's nachts en is vooral 's ochtendsvroeg te zien (kleine zwaan, grutto, lepelaar). Andere soorten slapen er overdag (smient, kuifeend) en zijn vooral 's middags aanwezig. Weer andere soorten zijn 's ochtends en 's avonds tijdens de slaaptrek te zien (bonte kraai, roek). Als je dit weet kun je het tijdstip van het bezoek afstemmen op de vogels die je wilt zien.
Bij het ontdekken van vogels is het vrij essenti‰el om de geluiden te
kennen. Zodra je de algemene soorten op geluid kan herkennen ontdek je
ook sneller de meer bijzondere soorten, "de krenten in de pap". Het
tellen van broedvogels gaat grotendeels op het gehoor. Ook het
thuisbrengen van trekvogels gaat met kennis van het geluid veel
gemakkelijker. Het leren van vogelgeluiden kan door de vogel waarvan
je het geluid niet thuis kan brengen ook in beeld zien te krijgen. Na
verloop van tijd ga je de vogel aan het geluid herkennen zonder dat je
hem ziet. Af en toe meegaan met kenners (of met excursies) kan dit erg
versnellen. Dit geldt vooral voor het leren van trekroepjes. Het kan
ook helpen door opnames van vogelgeluiden aan te schaffen. Voor zang
en roepgeluiden zijn de 4 CD's "All the bird songs of Britain and
Europe" heel goed.
Voor het leren van de vaak onbekende trekroepen
zijn er de 2 cassettetapes van "Oiseau de France, Migrateurs et
Hivernants".
Als je erg veel telt ga je niet alleen de vogels
herkennen aan de roep, maar leer je ook de betekenis ervan
kennen. Veel sperwers ontdek ik door de speciale roep die soorten als
spreeuw en koolmees laten horen. Op die manier heb je veel extra ogen!
Tellen lijkt zo onderhand een bezigheid te zijn die een gedegen studie vereist, maar laat je door dit alles vooral niet afschrikken! Het leren ontdekken en herkennen van vogels is net zo leuk en spannend als het tellen. Simpelweg beginnen is de beste leerschool. Tellen van vogels dwingt je daarbij tot goed kijken, en is dus op zichzelf al een goede leerschool. Aan een grote groep smienten die 's middags op de Vogelplas Starrevaart zit is bij oppervlakkig kijken niet bijzonders te zien. Bij het nauwkeuriger tellen pik je vanzelf de brilduikers mee die ertussen zwemmen, en mischien ook die roerdomp die op de achtergrond tegen het riet aan staat.
Een goede manier om waarnemingen meer toegankelijk te maken is om ze electronisch vast te leggen. Via Internet zijn computerprogrammaÿs te verkrijgen. Ook de meeste vogel CD ROM's die momenteel uitkomen bevatten een programma om waarnemingen mee vast te leggen. Zelf heb ik voor de Vogelwerkgroep Vlietland een programma geschreven waarmee ik alle tellingen die de Vogelwerkgroep Vlietland uitvoert vastleg. Hieruit vallen gemakkelijk gegevens als maandmaxima uit te genereren. Het vormt de basis van de rapportage. Zie bijvoorbeeld de vogelkalender van de Vogelplas Starrevaart op de homepage van de Vogelwerkgroep Vlietland.
Een belangrijke manier om je waarnemingen meerwaarde te geven is om ze door te geven! In de meeste gebieden die voor vogels aantrekkelijk zijn is ook een vogelwerkgroep aktief. Deze vogelwerkgroepen organiseren excursies en co”rdineren tellingen. Soms ook dragen ze bij in onderhoudswerk. In ieder geval zijn ze ge‹nteresseerd in telgegevens. De vogelwerkgroepen rapporteren meestal zelf over de tellingen. Vaak ook geven ze de gegevens door aan provinciale of landelijke organisaties, zoals het SOVON. Als je bijdraagt aan tellingen ontvang je ook de rapportage over deze tellingen. Het is dan erg leuk om in een landelijk rapport over wintervogels in Nederland een dikke stip op de kaart van Nederland te kunnen herleiden tot een gure januari- middag met 20.000 kokmeeuwen in de Meeslouwerpolder!
Voor de mensen die vooral in bijzonderheden ge‹nteresseerd zijn is de Dutch Birding Association (DBA) interessant. Deze club houdt zich bezig met waarnemen, herkennen en vastleggen van zeldzame vogels. Het DBA biedt naast een tweemaandelijks tijdschrift o.m een vogellijn voor hotnews en de Travel Report Service [URL] voor een goede voorbereiding van vogelvakanties. Ook maakt het DBA deel uit van de commissie die waarnemingen van zeldzame vogels beoordeeld (CDNA). Deze commissie beoordeelt waarnemingen van zeldzame vogels.
Sjaak Schilperoort
Franz Lisztlaan 20
2253 HL Voorschoten
Tel: 071-5611563
Email: sjaak@xs4all.nl
Site:VogelWerkGroep Vlietland Sjaak Schilperoort