Strandexcursies LandschappencursusGedurende vele jaren is het strand één van de excursiedoelen voor de landschappencursus.Vanaf 1990 zijn deze waarnemingen genoteerd en in 2001 samengevoegd in het onderstaande overzicht. Het zijn steeds waarnemingen geweest in de eerste helft van april. De omstandigheden kunnen echter per jaar nogal stevig verschillen. In die tijd van het jaar kan men alleen maar zeer dik gekleed het strand op gaan, want het kan er nog gemeen koud zijn. De meeste kans op leuke vondsten heeft men als er kort voor de excursie een oosterstorm heeft gewoed, door de onderstroom komen dan veel zeedieren op het strand terecht. Na een westerstorm heeft men grotere kans op drijvende voorwerpen; eierkapsels en rugschilden van een zeekat. Bij een langdurige noorder- of zuiderwind zijn de waarnemingen meestal wat beperkter. Vanaf 1995 is gewerkt met een kornet, hierdoor was het makkelijker om levende fauna te bekijken, voornamelijk vissen en schaaldieren. uiteraard is alles naderhand weer keurig teruggezet in zee. Hieronder een soortenlijst alfabetisch verdeeld naar de diverse verschijningsvormen. Het laat in iedergeval zien dat er een enorme biodiversiteit te vinden is op de grens van water en zee. hm september 2001 |
Inleiding
Vogels
Weekdieren
Vissen
Schaaldieren
Stekelhuidigen
Zeespinnen
Neteldieren
Sponzen
Mosdiertjes
Wormen
Zakpijpen
Eierkapsels
Diversen
Wieren
Planten
Algemene informatie
Aanbevolen Literatuur en literatuurlijst
© Natuur op het web hm september 2001
Laatste mutatiedatum 09-09-2001
Algemene informatie:
Helm Lijkt veel op Biestarwegras maar heeft een lange tong met twee lange slippen.
Biestarwegras Heeft geen tong
Schuim Dit komt van Zweefdiertjes (Paeocystis). Het is een soort opgeklopt eiwit; Het wordt wel algemener door een grotere voedsel rijkdom
Platvissen Schol, Schar en Tong liggen op hun linkerkant dus zwemrichting naar rechts.
Griet en Tarbot liggen op hun rechterkant dus zwemrichting naar links.
Bot 60% ligt op de linkerkant en 40% op de rechterkant
Garnaal Wordt geboren al een man en wordt na ongeveer een jaar een vrouwtje. Vrouwtjes zijn dan bij de garnalen ook groter dan de mannen.
Schelpenvisser Dit is een 'uitgestorven' beroep wat tegenwoordig weer nieuw leven wordt ingeblazen. De schelpen worden gebruikt voor schelpenpaden. Maar ook als isolatiemateriaal in bijvoorbeeld kruipruimtes. Hoewel men daar tegenwoordig weer op terugkomt.
Kleur schelpen Schelpen die bruin zijn hebben b.v.in ijzerhoudende grond gelegen. Zwarte schelpen hebben in zinkrijke grond gelegen.
subfossiel Zijn donkere schelpen alleen maar als je er niet doorheen kunt kijken
Zakpijp Werd ongeveer 200 jaar geleden naar de bagpipe = doedelzak genoemd
Zoetwatermossel Is uitgestorven in Nederland komt uit de Rijn toen de Noordzee nog droog was Pleistoceen (komt nog wel in België voor)
HONDSHAAI De gevonden dode haai is geschonken aan het toenmalige museum van Natuurlijke historie in Leiden (Het huidige Naturalis)
schelpkokerworm In zijn omhulsel van kleine stukje schelp en zand, aaneengekit met eiwitrijk slijm.
Beschermende maatregelen van vegetatie in de buurt van de zee(reep).
Zo heeft Hertshoornweegbree smalle blaadjes (dus een kleiner verdampingsoppervlak) en slaat het zout op in zijn blaadjes waardoor het beter water vasthoudt.
Een plant als Muurpeper kan in zijn vlezige blaadjes veel water opslaan, heeft een dikke bladhuid met een waslaagje en huidmondjes die overdag gewoonlijk zijn gesloten. Om toch overdag te beschikken over koolzuurgas heeft Muurpeper een bijzondere eigenschap: het neemt 's nachts (naast zuurstof) ook koolzuur op en bindt dit chemisch tot appelzuur zodat het overdag onder invloed van zonlicht gebruikt kan worden voor de assimilatie (=vorming van suikers). De aanmaak van appelzuur in de nachtelijke uurtjes is te controleren door 's morgens vroeg een beetje van de plant te proeven: het smaakt dan opvallend zuur, een smaak die in de loop van de dag verdwijnt.
Zeepostelein lijkt wel wat op Muurpeper maar mist deze eigenschap, waardoor de huidmondjes overdag toch open moeten. Daarom slaat dit plantje, net als Hertshoornweegbree, zout op in zijn blaadjes.
De Strandbiet, de wilde vorm van de economisch zeer belangrijke suikerbiet, heeft vrij vlezige bladeren en een dikke bladhuid met een waslaagje.
De algemene Zeemelkdistel heeft zelfs een blauwgroene aanschijn als gevolg van zijn dikke waslaag. De wilde strandbiet heeft overigens geen knolvormige wortel of stengelvoet zoals de gecultiveerde suikerbiet.
Aanbevolen Literatuur en literatuurlijst
Europese kusten Bruna
Schelpen en andere zee dieren Hans Adema (tekst) en Mieke van Tilburg afbeeldingen.
Wat vind ik aan het strand W.J. Prud'homme van Reine
Zeeboek KNNV / JBU