| Aan elke plant zit wel een verhaaltje vast |
|---|
| Op zondag 17 mei 1987 vierde het IVN afd. leiden haar
10 jarige bestaan met een manifestatie in de Leidse Hout. Er waren die dag o.a. excursies door het park, er was een natuurpad uitgezet en op de grote speelweide was een informatie-markt waar men iets kon doen of bekijken. Een van de marktkramen had als titel "Aan elke plant zit wel een verhaaltje vast", onbekende kanten van bekende planten uit de Leidse Hout. Hier stonden bekende, en op dat moment, bloeiende, planten uit de Leidse Hout die d.m.v. een rode draad waren verbonden met een kaartje. Op deze kaartjes stonden korte verhaaltjes waarin iets verteld werd over de naam, folklore, geneeskracht, e.d. van de betreffende plant. Al die korte verhaaltjes waren bijeengebracht in een boekje zodat iedereen ze nog eens rustig kan doorlezen. En bijna 12 jaar later ook op via de homepage van IVN-Leiden en Natuur op het Web te bekijken. |
Brandnetel
Dagkoekoeksbloem
Daslook
"Eat Leeks in Lido and Ramsons in May,
and all the year after, the physicians may play"
(Vrij vertaald: eet prei in maart en daslook in mei,
dan heeft men het hete jaar geen dokter nodig.)
Eik
Fluitekruid
Grote weegbree
Herderstasje
Hondsdraf
Eerste hulp bij brandnetelprikken:
Hulst
Kruipende boterbloem
Look zonder- look
Madeliefje
Meidoorn
Nagelkruid
Paardebloem
Paardekastanje
Ridderzuring
Vogelkers
Vogelmelk
Wilde hyacint
Witte dovenetel
Inleiding
Brandnetel (grote) Urtica dioica
Dagkoekoeksbloem Melandrium rubrum
Daslook Allium ursinum
Eik (zomer) Quercus robur
Fluitekruid Anthriscus sylvestris
Grote weegbree Plantago major
Herderstasje Capsella bursa-pastoris
Hondsdraf Glechoma hederacea
Hulst Ilex aquifolium
Kruipende boterbloem Ranunculus repens
Look zonder look Alliaria petiolata
Madeliefje Bellis perennis
Meidoorn Crataegus monogyna
Nagelkruid Geum urbanum
Paardebloem Taraxacum officinale
Paardekastanje (witte) Aesculus hippocastanum
Ridderzuring Rumex obtusifolius
Vogelkers Prunus padus
Vogelmelk Ornithogalum umbellatum
Wilde hyacint Scilla non-scripta
Witte dovenetel Lamium album
Teksten:
Deze plant doet het goed op voedselrijke grond, bijv.
in parken en groenstroken, zeker als er veel honden
uitgelaten worden !
In het Leidse hout behoef je hiernaar niet lang te zoeken.
Op zichzelf is de brandnetel een 'onding'. Wie zich
eraan prikt zal dit grif beamen.
Het netelmechanisme werkt eenvoudig: bij aanraking
breken de punten van de brandharen af, waarbij een
zuur vrijkomt.
Dit zuur veroorzaakt jeukbulten en een brandende pijn.
Ondanks de vervelende eigenschappen heeft de brandnetel
in de natuurgeneeskunde zeer grote waarde.
De rijkdom van ijzer, magnesium, kalium en calcium heeft
een heilzame werking op het lichaam.
Van de jonge bladeren kan men thee trekken.
Werking van brandnetelthee; bloedreinigend en slijmoplossend.
Voor wie zich niet wil prikken, de thee is ook
verkrijgbaar in builtjes.
De koekoeksbloem dankt zijn naam aan het feit dat,
hij bloeit in mei / juni, een tijd van het jaar waarin
do koekoek zich vaak laat horen.
De plant groeit op voedselrijke, vochtige bodem in
bossen en hooilanden.
Het is een tweehuizige plant hetgeen wil zeggen dat elk
exemplaar òf mannelijke òf vrouwelijke- bloemen draagt.
Vrouwrlijke bloemen hebben geen meeldraden, terwijl de
mannelijke een onvolledig vruchtbeginsel hebben.
Dit is duidelijk te zien.
De dagkoekoeksbloem bloeit overdag met fel roze
bloemen, die reukloos zijn. De avondkoekoeksbloem
bloeit 's nachts met witte, soms lichtroze, bloemen die
een heerlijke geur, verspreiden waarmee hij nachtvlinders
aanlokt.
Deze plant, familie van de ui, vervult de atmosfeer met
een knoflookachtige geur.
Vroeger leefde er veel dassen in holen onder de grond
in het bos, waardoor deze plant aan z'n naam is gekomen
.
In de natuurgeneeskunde werd daslook (en nog steeds)
tegen darminfectie, wormen en verkalking van de bloed vaten, gebruikt.
"Van dik hout zaagt men planken" wordt wel eens gezegd.
Dat is bij mij zeker het geval. Voor de meubelindustrie
ben ik zeer gewild.
Omdat ik langzaam groei kan ik gemakkelijk 100 jaar worden.
Ook ben ik een goede gastheer want behalve vogels,
nodig ik ook luizen, torren, kevers en wantsen uit om te
smikkelen en te smullen. Daarom kunnen mijn bladeren
er in de zomer soms wat gehavend uitzien.
Maar daar geef ik niet om; hoe meer zielen hoe meer vreugde.
Zoals je ziet sta ik nu in volle bloei, was je misschien
nog nooit opgevallen.
Fr is ooit een liedje over mij geschreven dat begon zo:
daar in het bronsgroen ...... hout.
Weet je het al?
Deze vroege bloeier verspreidt een heerlijke voorjaarsgeur.
je ziet een heleboel kleine bloemetjes bij elkaar in een
scherm, kijk maar goed !
De jeugd maakte vroeger (en nu nog) fluitjes van de holle
stengels, waardoor de plant deze naam gekregen heeft.
Andere namen voor deze plant: Koekensgroente (Goeree)
duidt op het gebruik als veevoer van deze vroeg in het
voorjaar groeiende plant.
Zere-ogen-bloem (West-Fries): voorzichtig met het stuif-
meel hoor .......
In Nederland komen verschillende vertegenwoordigers
van de weegbree familie voor.
De meest bekende is de grote weegbree.
Voordat de Europeanen Amerika ontdekt hadden, was
deze plant in dat werelddeel nog onbekend.
De indianen noemden hem daarom ook wel "voetspoor van
de blanke man".
Wanneer je door een brandnetel geprikt bent en de
'geteisterde' plek met het sap van een grote weegbree
insmeert zal het meteen enige verzachting geven.
De plant kan goed tegen betreding daarom komt hij
ook veelvuldig voor op plaatsen waar veel gelopen wordt.
De zaden worden graag door vogels gegeten.
Zijn naam dankt deze flora vertegenwoordiger aan zijn
vruchtjes die veel lijken op leren tassen waarin herders
vroeger hun proviand meenamen.
Ook diverse Volksnamen hebben betrekking op de vorm
van deze hauwtjes. Deze plant wordt b.v. ook wel
IepeItjesdief, moederstasje of beursjeskruid genoemd.
Het is in ieder geval een zeer succesrijke plant. en komt
vrijwel overal in Europa voor. (zelfs in Groenland)
De vier kroon- en evenveel kelkblaadjes laten zien dat
we te maken hebben met familielid van de kruisbloemigen.
Hoewel de bloemetjes erg klein zijn (2 - 3 mm) worden de
planten vrijwel het hele jaar bloeiend aangetroffen.
Meestal wordt deze plant als een lastig tuin-onkruid
beschouwd. De liggende delen van de kruipende stengels
vormen wortels op de knopen, terwijl de bloeistengel
is opgericht.
In de volksmond noemt men deze plant ook wel: "kruip
door de tuin".
De pijn die door brandnetelprikken wordt, veroorzaakt,
verdwijnt op slag als men een gekneusd hondsdrafblaadje
op het wondje legt.
Het aardige is bovendien dat hondsdraf en brandnetel
altijd dicht bij elkaar groeien.
Men zou de hondsdraf daarom de eerste hulp bij
brandnetelprikken kunnen noemen.
De hulst is één van de weinige groenblijvende bomen die
inheems zijn in Nederland.
Do bladeren zijn leerachtig en voorzien van een waslaag.
Dit voorkomt dat de boom in de winter te veel vocht
verdampt en uitdroogt.
in mei bloeit hij met kleine witte bloempjes, welke
bestoven worden door de hulstmineerder.
Dit is een klein vliegje dat in juni zijn eitjes legt in
hulstblad. De larven die uit de eitjes komen banen zich
een weg door dit blad door alleen het bladmoes te eten.
Van het waslaagje blijven ze af. Zo ontstaan op sommige
bladeren geel-bruine kronkelstrepen.
in do winter is de hulst-, met, zijn prachtige rode bessen
een geliefde kerstdecoratie. Zonder meer een fraaie
boom. maar hoewel de vogels dol zijn op de bessen,
is het oppassen met kinderen, want ze zijn giftig voor
mensen.
Hoi, ja bekijk me maar goed. Ook ik kom hier voor
in de Leidse Hout.
Maar, ik kruip ook graag door de weilanden. Daar kun je
me nog vaak aantreffen want ik hou wel van een beetje
poep in de grond.
Koeien vind ik alleraardigste beesten maar, schapen .......
Nee, die mag ik niet. Die peuzelen me namelijk op.
Zou u dat soms leuk vinden? Maar ik overleef het wel.
ik maak gewoon weer nieuwe blaadjes.
Wel een heel karwei hoor.
Ze hebben me genoemd naar een produkt van de al
eerder genoemde koe.
Denk maar eens goed na.
De bladeren geven na fijnwrijven een doordringende
knoflookgeur.
Andere planten die ook een dergelijke geur verspreiden
zoals b.v. uien, prei en natuurlijk knoflook, zijn leden
van een geheel andere familie (nl. de lelie-achtigen).
Look zonder look is een kruisbloemige. De naam van
deze plant betekent dus eigenlijk ui zonder ui. (ruikt er
wel naar, maar is er, geen familie van)
De kleine bloemen worden door bijen en zweefvliegen
bezocht.
De plant zelf staat ook op het menu van de rups van
de oranjetipvlinder. Die door zijn lichtgroene kleur
nauwelijks is waar te nemen op de groene hauwtjes.
Meizoentje wordt dit plantje ook wel genoemd.
Dit betekent niet dat het, zich pas in de bloeimaand
(mei) laat zien.
Vrijwel het hele jaar door kan men dit lage, sierlijke
plantje in de weide, op grasland (gazons) aantreffen.
Zodra het donker wordt sluiten de witte bloempjes met
hun gele hartjes zich om de koude buiten te sluiten.
De bladeren liggen in een rozet op de grond. Uit het
midden komt een bloemstengel, welke geen blaadjes heeft.
De bloemhoofdjes bestaan uit een krans van witte
lintbloemen rond een geel kussentje van buisbloemen.
Planten met een bladrozet - dus anders dan bijv.
fluitekruid met hoge stengels - kunnen er goed tegen als
er op gelopen wordt, doordat het rozet zich vlak tegen
de bodem aandrukt.
De bladeren zullen niet snel afbreken.
Het is dus begrijpelijk dat madeliefjes zich in een weiland
met koeien aardig kunnen handhaven.
De meidoorn bloeit (zoals de naam al doet vermoeden)
in mei met 'n overdadige hoeveelheid witte bloemschermen.
In de herfst verschijnen de trossen met rode bessen die
door veel vogels worden gegeten.
Maar niet alleen in het najaar is de meidoorn bij de
vogels in trek. Ook in de lente zoeken veel vogels de
meidoorn op om er hun nest in te bouwen. (merel, houtduif)
Het nest is door de dichte wir-war van doornige takken
goed beschermd.
Sorry, maar eh...... U komt een beetje ongelegen.
Ik ben nog niet klaar met bloemetjes maken.
Niet dat die nou zo grandioos zijn; ze zijn een beetje
bescheiden. Zo ben ik nu eenmaal. Bescheiden groei ik
tussen bomen en struiken of langs het pad.
Maar zo tegen het najaar word ik brutaal en klamp
iedereen aan die langs me loopt.
Dan word ik smoorverliefd op harige honden, broekspijpen
en grove netpanty's.
Als ik eenmaal beet heb, laat ik ook niet gauw los.
Tot ziens in de herfst.
Een zeer algemene plant die men vooral in grasland en
bermen tegenkomt.
Dankt zijn naam aan het feit dat paarden er graag van
eten. Maar ook konijnen zijn gek op de bladeren.
De plant bloeit van april t/m juli maar vaak ook weer in
de herfst.
Behoort tot de composieten familie. Voor onze inheemse
flora is deze familie de grootste in soorten aantal.
(ongeveer, 10 % behoort hier toe)
De vruchtjes zitten met een steeltje vast aan een zilverwit
kleurig parachuutje (een haarkroon). De wind zorgt er
dan voor dat deze zaadjes over grote afstand verspreid
worden. Maar dat weet natuurlijk iedereen al want
ieder kind heeft de wind wel eens een handje geholpen
door, tegen zo'n volle 'pluizebol' te blazen.
Zo genoemd omdat het grote bladmerk veel lijkt op een
paardehoef.
In het midden van de zestiende eeuw werd de boom
vanuit Turkije naar West Europa gebracht.
Vooral in het voorjaar zijn ze erg fraai vanwege hun
schitterende bloeiwijzen (kaarsen).
Normaal heeft de paardekastanje witte bloemen. Hierin is
gemakkelijk het gele of rode honingmerk te zien.
(Aanvankelijk is zo'n honingmerk geel en later wordt, het
rood.)
Er bestaan echter ook soorten met roze of vaal rode
bloemen, dit is een kruising tussen de witte en de gladde
kastanje.
De boom groeit het liefst op een vochtige bodem met
veel licht. De zaden (kastanjes) worden door b.v. wilde
zwijnen, herten en vee gegeten.
Het blad van zuring werd vroeger wel aangewend als
middel tegen scheurbuik.
Dat dit ook werkelijk hielp komt door het vrij hoge
vitamine C gehalte van de verse bladeren.
Het eten van grote hoeveelheden vers blad is overigens
niet ongevaarlijk.
De plant bevat nl. vrij veel kaliumoxalaat, een oplosbaar
zout van oxaalzuur, dat braken en diarrhee veroorzaakt.
De naam ridderzuring zou hier ook op duiden.
Als nl. iemand aan de diarrhee is zegt, men in bepaalde
streken wel dat hij "aan de ridder" is!
voor vele vogels zijn de bessen die aan deze struik
komen zo lekker als kersen...... vandaar de naam.
Als je met je nagel over een takje krabt ruik je bittere
amandelen (of bitterkoekjes), een geur die heel
karakteristiek is voor, deze struik.
Aan de andere kant van dit veld staat een hele grote
witte vogelkers, die bloesem regent!
De bloemen van de vogelmelk zijn zeer gevoelig voor
licht en warmte.
Op gure, sombere voorjaarsdagen gaan ze niet eens open.
Maar, als de zon schijnt gaan ze 's morgens al vroeg open
en komen de stralen witte bloemen te voorschijn.
Maar ook bij mooi weer gaan de bloemen 's middags
al weer, dicht als het wat koeler wordt.
In de gesloten bloemen kan ook zelfbestuiving plaatsvinden.
Dp plant is voor de vorming van zaden dus niet geheel
afhankelijk van insektenbezoek tijdens mooi weer.
De wilde hyacint vinden we in ons land vooral in de
loofbossen aan de binnenduinrand.
Verder is dit bolgewasje veel aangeplant in tuinen
en bosparken van kastelen en buitenplaatsen.
Hij behoort dan ook tot do groep van de zg.'stinzenplanten'.
Wilde hyacinten vermeerderen zich door middel van
broedbolletjes, die onder aan de voet van de oude bol
groeien en door zaad.
Naast de blauwe vorm bestaan er ook gekweekte vormen
met witte of roze bloemen.
De bladeren van deze plant lijken wel enigzins op die
van de brandnetel. Maar omdat deze plant geen brandharen
bezit kreeg hij de naam dovenetel.
De witte bloemen zijn niet alleen bij insekten (hommels en
bijen) in trek. Ook bij veel kinderen die de nectar uit
het onderste deel van de bloem zuigen.
Vandaar de volksnamen; zuigbloem, zuigbuisje en zuiglammetje.
Een Engelse volksnaarn luidt: "Adam en Eva in het prieel".
Deze naam laat zich verklaren door, een bloeiende plant
ondersteboven te houden.
Op de bodem van de bovenlip zien we dan de twee lange
meeldraden als twee menselijke figuren naast elkaar liggen.
Teksten:
Dineke Kistemaker
Henk Merts
Hein van Schie
Theo van Schie
José Steenvoorden