Paddestoelenvaria (Wist jij dat . . . . . . .?)
Verschil tussen "Planten - Paddestoelen - Slijmzwammen - Dieren"
"myco"-recordhouders
Ze groeien ook overal
Paddestoelen-folklore
20 eetbare paddestoelen (alfabetisch)
De meest giftige soorten (alfabetisch)
Systematische indeling van hogere paddestoelen (Kuhner)
Mycologen jargon
Paddestoelen-links
LiteratuurlijstAls je op de kleine vliegenzwam drukt kom je weer bij deze inhoud terug
In Nederland
Duivelsei, Elfenbankje, Heksenboter, Heksenkring,
Judasoor, Satansboleet.
Hieronder volgt een overzicht met toelichting van dit soort namen.
De Basidiomycotina kunnen onderverdeeld worden in diverse klassen op
basis van de bouw van het kiemvlies en het basidium. Wij beperken ons tot twee
klassen:
Paddestoelen-Links op anderse sites
Verschil tussen "Planten - Paddestoelen -
Slijmzwammen - Dieren"
Vroeger rekende men paddestoelen tot het plantenrijk.
Tegenwoordig worden de paddestoelen en de schimmels tot het rijk der Fungi
gerekend. Hieronder een overzicht. Je ziet dat slijmzwammen weer een aparte
plaats innemen.
Planten
Paddestoelen
Slijmzwammen
Dieren
Bladgroen
Ja (meestal)
Nee
Nee
Nee
Celwand
Ja
Ja
Nee
Nee
Mobiliteit
Vast
Vast
Mobiel
Mobiel
Samengesteld
Ja
Ja
Nee
Ja
"Myco"-recordhouders
Hieronder een overzicht van fungi die zich op de een of andere manier
onderscheiden.
In de wereld
In een woud in Corvallis in de Amerikaanse staat Oregon is een ongeveer 880 hectare grote, onder de grond groeiende zwam ontdekt.
Aangenomen wordt dat de zwam het grootste levende organisme ter wereld is.
De gelokaliseerde zwam behoort tot de soort Armillaria Ostoyae en is volgens de ontdekkers ongeveer 2.400 jaar oud.
Het nu gevonden exemplaar is 280 hectare groter dan de in 1992 gevonden paddestoel in de staat Washington, die tot nu toe recordhouder was.
Dit exemplaar werd in 1971
gevonden in Mellor in Engeland.
Een platter exemplaar met een diameter
van 162,5 cm werd in 1877 gemeld in de staat New York.
Deze komt ook in ons land voor. Hij is
dodelijk giftig en vertoont overeenkomsten met sommige eetbare soorten.
Als deze korrels in het graan komen,
dan kunnen zij het meel vergiftigen. Men kon er gangreen van krijgen, dat
leidde tot het afsterven van ledematen. Ook kon het zijn dat men ervan ging
hallucineren. Dat kon zich soms tot massa-hysterie ontwikkelen. In de
Middeleeuwen, en ook later, zijn er vele duizenden mensen aan overleden. De
ziekte werd ergotisme, maar ook kriebelziekte, brandende ziekte of
Anthoniusvuur genoemd.
bestaat uit 33 letters.
Ze groeien ook overal
Hieronder een alfabetisch overzicht van zeer vreemde
substraten waar sommige paddestoelen alleen maar willen groeien.
Substraat
Nederlandse naam
van "substraatgroeier"
Wetenschappelijke naam
Gele aardappelbovist
Scleroderma citrinum
Kostgangersboleet
Boletus parasiticus
Kegels van naaldbomen
Dennekegelzwam
Strobilurus esculentus
Muizestaartzwam
Baeospora myosura
Oorlepelzwam
Auriscalpium vulgare
Mest van paarden
schapen, konijnen en hazen
Mestkaalkopje
Psilocybe coprophila
Koeiepoep
Geringde vlekplaat
Anellaria semiovata
Poppen van
(dag)vlinders
Rupsendoder
Cordyceps militaris
Vlieg
Vliegenschimmel
Empusa = Entomophtora muscae
Vogelveren
Vogelveerzwam
Onygena corvina
Paddestoelen-folklore
Paddestoelen worden vaak in verband gebracht met feeën,
heksen, duivels e.d. Een aantal van de paddestoelennamen doen daar ook
sterk aan denken, zoals:
Duivelsbroodrussula
Russula drimeia
Komt over het algemeen voor bij naaldbomen (dennen) in naaldbossen op
zandgrond.
Het is een giftige paddestoel in de kleur rood tot
wijnroodbruin.
Duivelsei
Dit is het eivormige beginstadium van de Grote stinkzwam (Phallus
impudicus), die door zijn penisachtige vorm ook wel bospik genoemd wordt.
De zwam doet zijn naam eer aan, want hij verspreidt een doordringende
aasgeur. Op deze geur komen vliegen af. Dat is voor de paddestoel heel
belangrijk, want de sporen worden namelijk door vliegen verspreid.
In
Nederland komen twee stinkzwammen voor: naast de Grote stinkzwam kennen we
ook de veel zeldzamere Kleine stinkzwam (Mutinus caninus) .
Elfenbankje
Trametes versicolor
Komt voor op dode stronken en stammen van loofhout. Heeft een witte
hoedrand, waarbinnen verschillend gekleurde zones voorkomen: wit,
okergeel, (rood)bruin, grijs, blauw of zwartachtig.
Met witte poriën aan de
onderkant. Zeer algemeen en is het hele jaar waar te nemen.
Elfenschermpje
Mycena pura
Het geslacht Mycena telt in Midden- en West-Europa meer dan honderd
soorten. Het Elfenschermpje behoort tot de grotere mycena-soorten. Deze soort
kunnen we tegenkomen in de strooisellaag van bossen. Opvallend kenmerk is
de radijsachtige geur. Het is bovendien een van de weinige giftige mycena-soorten.
Elfenwasplaat
Hygrocybe ceracea
Opvallend is de kleur: citroen- tot dooiergeel met een oranje tint.
Komt voor in schrale mosrijke graslanden, op grazige plekken in de duinen
en op dijken en in wegbermen.
Heksenbezem
Taphrina betulina
Veroorzaakt woekering en vervorming van takjes en bladeren, waardoor
de op vogelnesten gelijkende heksenbezems ontstaan. Komt vooral voor in de
kronen van berken. Maar kan ook op andere bomen of struiken voorkomen,
bijvoorbeeld meidoorn.
Het wordt veroorzaakt door een mycoplasma die aanzet tot een overmatige en geclusterde groei van twijgen.
Heksenboleet
Boletus erythropus
Deze soort komt dikwijls voor in gezelschap van Eekhoorntjesbrood
(ook een boleet) en groeit bij voorkeur onder eiken. Vaak langs oprijlanen
van landgoederen, in de duinen en in loofbossen. Men onderscheidt
verschillende heksenboleten. Naast de Gewone heksenboleet Boletus
erythropus ook de Gladstelige heksenboleet Boletus queletii en
de Netstelige heksenboleetBoletus luridus
Heksenboter
Fuligo septica
Een slijmzwam die algemeen voorkomt op dood hout en andere substraten.
Werd vroeger ook wel gebruikt in leerlooierijen.
Heksenboterkorrelwebzwam
Nectriopsis vidacea
Deze behoort tot de Ascomyceten.
Heksenei
Zie duivelsei
Heksenkring
Een cirkelvormige groei van zwammen. De groei van de vruchtlichamen
vindt plaats aan de uiteinden van het zich cirkelvormig uitspreidende mycelium. Vaak is
er ook verschil te zien tussen de vegetatie binnen de cirkel en die erbuiten.
Judasoor
Auricularia auricula-judae
Is bij vochtig weer gedurende het hele jaar te vinden. Ze groeien bij
voorkeur op oude vlieren. De vorm van het vruchtlichaam lijkt veel op een
oor. Hij behoort tot de trilzwammen.
Roze Elfenschermpje
Mycena pura var. rosea
Dit is een paddestoel van beukenbossen. Hij heeft vrij uiteenstaande
witte plaatjes en ook een radijsachtige geur. Doet wat meer roze-achtig
aan dan zijn wat blekere broertje het Elfenschermpje, die net als deze extra
roze variant giftig is.
Satansboleet
Boletus satanas
Zeer giftige paddestoel. Heeft helder bloedrode poriën, die diep donkerblauw worden als je er op drukt. Steel is knolvormig. Onderaan donkerrood
en bovenaan geel. Is in ons land een zeldzame paddestoel.
20 eetbare paddestoelen
(alfabetisch)
Hoewel de 20 volgende paddestoelen eetbaar zijn, moet men
toch erg uitkijken. Er zijn giftige soorten die er veel op lijken. En
verder kunnen ook eetbare paddestoelen bijvoorbeeld zware metalen opslaan,
waardoor ze schadelijk zijn om te eten.
Het is daarom het beste om de
paddestoelen gewoon te laten staan.
Eekhoomtjesbrood
Boletus edulis
Gele stekelzwam
Hydnum repandum
Geschubde inktzwam
Coprinus comatus
Grootsporige champignon
Agaricus macrosporus
Grote anijschampignon
Agaricus arvensis
Grote parasolzwam
Macrolepiota procera
Hanekam
Cantharellus cibarius
Hoorn van overvloed
Craterellus cornucopioides
Kastanjeboleet
Boletus badius
Knolparasolzwam
Macrolepiota rhacodes
Morielje
Morchella esculenta
Oesterzwam
Pleurotus ostreatus
Paarse schijnridderzwam
Lepista nuda
Paarssteelschijnridderzwam
Lepista saeva
Regenboogrussula
Russula cyanoxantha
Reuzenbovist
Langermannia gigantea
Reuzenchampignon
Agaricus augustus
Voorjaarspronkridder
Calocybe gambosa
Weidechampignon
Agaricus campestris
Zwavelzwam
Laetiporus sulphureus
De meest giftige soorten
(alfabetisch)
Bundelmosklokje
Galerina marginata
Giftige gordijnzwam
Cortinarius orellanoides
Giftige satijnzwam
Entoloma sinuatum
Giftige vezelkop
Inocybe erubescens
Giftige weidetrechterzwam
Clitocybe rivulosa
Gegordelde parasolzwam
Lepiota brunneoincarnata
Groene knolamaniet
Amanita phalloides
Kleverige knolamaniet
Amanita virosa
Moederkoren
Claviceps purpurea
Panteramaniet
Amanita pantherina
Voorjaarskluifzwam (rauw)
Gyromitra esculenta
Systematische indeling van hogere
paddestoelen (Kuhner)
Rijk Mycota (Funghi)
Het schimmelrijk kan in twee divisies
worden onderverdeeld:
De Myxomycota (slijmzwammen en verwanten) en de
Eumycota (echte schimmels)
Divisie Eumycota (echte schimmels)
Alle schimmels die met het blote oog zichtbare
vruchtlichamen vormen behoren tot twee subdivisies van de Eumycota, de
Basidiomycotina en de Ascomycotina.
Subdivisie Basidiomycotina (basidiomyceten)
Basidiomyceten produceren seksuele sporen (basidiosporen)
aan de top van kleine steeltjes (sterigmata) van speciale cellen, basidia
genaamd (vandaar de naam steeltjeszwammen). Basidia bevinden zich
gewoonlijk op een fertiele laag cellen, het kiemvlies (hymenium), van het
vruchtlichaam (basidiocarp).
Klasse Hymenomycetes
Het hymenium vormt een fertiele laag op de buitenzijde van
het vruchtlichaam. De basidia schieten de sporen actief weg. Gewoonlijk
worden deze door luchtstromingen verder verspreid.
Orde Cantharellales
Cantharellen en verwanten
Vruchtlichaam vlezig en trechtervormig of
eenvoudig paddestoelvormig. Geen echte plaatjes; het hymenium is of glad
of bedekt met lengteribbels op de onderzijde van het vruchtlichaam.
Familie Cantharellaceae
Altijd mycorrhizavormend.
-
Orde Boletales
Boleten en verwanten
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig.
Het hymenium ligt aan de binnenkant van buisjes of op de buiten- kant van
plaatjes aan de onderzijde van het vruchtlichaam
Familie Boletaceae
Hymenium aan de binnenzijde van sponsachtige buisjes.
Sporen bruin, roze of zwart. Altijd mycorrhiza- vormend.
Boletus
Leccinum
Suillus
Tylopilus
Familie Paxillaceae
Hymenium op plaatjes. Sporen bruin of wit.
Paxillus
Hygrophoropsis
Orde Pluteales
Roze-sporige paddestoelen
Vruchtlichaam vlezig en champignonvormig,
met plaatjes, Sporen roze.
Familie Pluteaceae
Plaatjes vrij. Sporen glad en elliptisch, Nooit
mycorrhizavormend.
Pluteus
Volvariella
Familie Entolomataceae
Plaatjes nooit vrij. Sporen hoekig.
Entoloma
Leptonia
Nolanea
Orde Agaricales
Donkersporige paddestoelen
Vruchtlichaam vlezig en champignonvormig,
met plaatjes. Sporen gewoonlijk donker gekleurd met een kiempore.
Familie Agaricaceae
Sporee diep donkerbruin, plaatjes vrij. Nooit
mycorrhizavormend.
Agaricus
Familie Coprinaceae
Sporen zwart. Nooit mycorrhizavormend.
Coprinus
Lacrymaria
Psathyrella
Familie Strophariaceae
Sporen donker purperbruin. Nooit mycorrhizavormend.
Psilocybe
Familie Bolbitiaceae
Sporen bruin, oppervlakte van de hoed onder de
microscoop schijnbaar opgebouwd uit ronde cellen (cellulair). Nooit
mycorrhizavormend.
Agrocybe
Families Cortinariaceae en
Crepidotaceae
Sporen bruin, hoedoppervlak onder de microscoop gezien
opgebouwd uit langgerekte cellen (filamenteus).
Cortinarius
Crepidotus
Galerina
Hebeloma
Inocybe
Pholiota
Familie Lepiotaceae
Sporen wit, Plaatjes vrij. Nooit mycorrhizavormend.
-
Orde Tricholomatales
Witsporige paddestoelen
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig met
plaatjes. Sporen wit of bleek, nooit met een kiempore.
Familie Amanitaceae
Jong vruchtlichaam opgesloten in algemeen omhulsel.
Plaatjes vrij. Mycorrhizavormend.
Amanita
Familie Hygrophoraceae
Plaatjes dik vanwege de lange basidia.
Hygrocybe
Famiie Pleurotaceae,
Vruchtlichaam taai of leerachtig, steel vaak lateraal
of afwezig, plaatjes aflopend. Op hout groeiend.
Pleurotus
familie Tricholomataceae
-
Armillaria
Calocybe
Clitocybe
Collybia
Flammulina
Hohenbuehelia
Laccaria
Lepista
Marasmius
Mycena
Omphalina
Panellus
Orde Russulales
Russula's en melkzwammen
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig,
met plaatjes. Vlees met een broze structuur vanwege de bouw die bestaat
uit een mengsel van draadvormige hyphen en groepjes ronde cellen. Sporen
bleek, geornamenteerd met wratjes en richeltjes die blauw kleuren in
jodium
Familie Russulaceae
-
Lactarius
Russula
Orde Clavariales
Knots- en koraalzwammen
Hymenium aan de buitenzijde van een
rechtopstaand vruchtlichaam.
Families Clavariaceae en Clavulinaceae
Vruchtlichaam een rechtopstaande enkelvoudige knots of
vertakt, koraalachtig. Hymenium bedekt het hele oppervlak. Sporen wit.
ClavuIina
Familie Sparassidaceae
Vruchtlichaam bloemkoolachtig, hymenium aan de
onderzijde van de vertakkingen.
Sparassis
Familie Ramariaceae
Vruchtlichaam vertakt, koraalachtig. Sporen bruin.
Ramaria
Orde Hericiales
Stekelzwammen
Vruchtlichaam met hangende stekels met
daarop het hymenium.
Familie Hydnaceae
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig maar met
stekels in plaats van plaatjes.
Hydnum
Orde Poriales
Gaatjeszwammen
Vruchtlichaam plank- of consolevormig met
poriën aan de onderzijde, met aan de binnenzijde daarvan het hymenium.
Meestal op hout groeiend.
Familie Fistulinaceae
De poriën kunnen van elkaar gescheiden worden.
Fistulina
Familie Coriolaceae
Poriën kunnen niet van elkaar gescheiden worden,
vruchtichaam ongesteeld.
Grifola
Laetiporus
Meripilus
Piptoporus
Familie Polyporaceae
Poriën kunnen niet van elkaar gescheiden worden.
Vruchtlichaam duidelijk gesteeld.
Polyporus
Orden Auriculariales, Dacrymycetales
en
Tremellales
Trilzwammen
Vruchtlichaam gelatineus met speciale
basidia die in de lengte of in de breedte zijn gesepteerd (en dan met de vorm van
een stemvork).
-
-
Auricularia, Exidia, Tremella
Klasse Gasteromycetes = Buikzwammen
Het hymenium ligt binnen het vruchtlichaam, en de
basidiosporen blijven daar totdat ze op de een of andere manier kunnen
ontsnappen.
Orde Lycoperdales
Stuifzwammen, bovisten en aardsterren
Vruchtlichaam zakvormig, dunwandig. De wand
scheurt open om de sporen vrij te laten, gewoonlijk door 'stuiven'.
Familie Lycoperdaceae
Stuifzwammen
Wand van het vruchtlichaam niet in lagen opsplitsend.
Bovista
Calvatia
Langermannia
Lycoperdon
Vascellum
Familie Geastraceae
Aardsterren
Vruchtlichaam uit meerdere lagen bestaand, de
buitenste laag splitst en buigt terug.
Geastrum
Orde Phallales
Stinkzwammen
Wand van het vruchtlichaam barst open en het
erin liggende weefsel strekt zich. Sporenverspreiding door insekten.
Familie Phallaceae
Sporenmassa op de top van een rechtopstaande steel.
Phallus
Subdivisie Ascomycotina (ascomyceten)
Ascomyceten produceren hun seksuele sporen (ascosporen) in
een zakvormige cel, de ascus, Een minderheid draagt de asci op of in een
groot vruchtlichaam (ascocarp).
Orde Pezizales
Bekerzwammen en verwanten
Vruchtlichamen op of in de grond.
Bovengrondse vruchtlichamen zijn ruwweg schijfvormig, met of zonder
steel, de asci schieten de sporen weg door de opening van een apicaal
dekseltje (operculum). Ondergrondse vruchtlichamen zijn truffelachtig, hun
asci schieten de sporen niet actief weg.
Familie Morchellaceae
Vruchtlichaam gesteeld, fertiele deel meestal
geribbeld. Ascosporen glad, zonder oliedruppels,
Gyromitra
Mitrophora
Morchella
Familie Helvellaceae
Vruchtlichaam gesteeld, zadel- of kluifvormig.
Ascosporen glad, zonder oliedruppels.
Helvella
Families Tuberaceae en Terfeziaceae
Ondergrondse aardappelachtige vruchtlichamen
(truffels). Asci blijven intact. Mycorrhizavormend.
Chiromyces
Tuber
Orde Elaphomycetales
Hertetruffels
Vruchtlichaam ondergronds (truffels). Asci
zijn holvormig en desintegreren snel in het vruchtlichaam.
Mycorrhizavormend.
Elaphomycetaceae
-
Elaphomyces
Orde Clavicipitales
Gewoonlijk parasitair op planten en dieren.
familie Clavicipitaceae
Lange smalle, sterk gesepteerde ascosporen die via een
nauwe opening aan de dikke top van de ascus vrijgelaten worden.
Claviceps
Mycologen jargon
Aflopend
Plaatjes lopen langs de steel af.
Agaricaceae
Paddestoelen met plaatjes of buisjes.
Agaricales
Plaatjeszwammen
Alkaloide
Chemisch bestanddeel dat stikstof bevat, vaak giftig.
Antibiotica
Een chemische stof die micro-organismen doodt.
Ascomyceten
Paddestoelen waarbij de sporen in zakjes (asci) gevormd worden.
Ascospore
Seksuele spore van een ascomyceet.
Ascus (meervoud Asci)
Zakvormige cel waarin asco- sporen worden gevormd.
Basidiën
Sporenvormende cellen
Basidiomyceten
Steeltjeszwammen
Basidiospore
Seksuele spore van een basidiomyceet.
Basidium (meervoud basidia)
Gewoonlijk knotsvormige cel waarop de basidiosporen worden gevormd.
Beurs
Zie volva
Biotroof
Organisme dat leeft van het absorberen van organische verbindingen uit
levend materiaal
Bochtig aangehecht
Plaatjes buigen terug bij de steel, waardoor er een gootje ontstaat
(ridderzwammengootje)
Boleet
Algemene naam voor een paddestoel met een steel, hoed en buisjes.
Breed aangehecht
Plaatjes over de hele hoogte aan de steel vastgehecht.
Bruinrot
Wanneer alleen cellulose wordt afgebroken ontstaat bruinrot. Het hout
wordt roest- of donkerbruin, droog en verbrokkelt tot kubusachtige stukjes.
Buisjes
Drinkrietjes-achtige structuren die bij polyporen en boleten de
plaatjes vervangen.
Cellulose
Celstof
Chitine
Bouwstof van de celwanden van hogere zwammen
Conidiën
Ongeslachtelijk geproduceerde sporen
Consolevormig
Paddestoel zijdelings groeiend op bomen
Convex
Bol.
Cortina
Gordijn, meestal spinnenwebachtig velum dat de plaatjes beschermt.
Endoperidium
Papierachtig wordende binnenste omhulsel bij de buikzwammen
Excentrisch
Steel niet in het midden geplaatst.
Familie
Groep van verwante genera (geslachten).
Fungi
Meervoud van fungus
Fungus
Eéncellig of meercellig organisme dat zijn voedsel absorbeert.
Gasteromyceten
Buikzwammen
Gelatineus
Week en kIeverig, als een gelatinepudding.
Genus
Geslacht.
Geslacht
Groep van nauwverwante soorten.
Gesp
Boogvormige uitgroeiing van de ene cel naar de andere, waar deze door
een dwarswand worden gescheiden.
Gist
Microscopisch eencellige schimmel.
Gleba
Sporenvormend weefsel van hyfen binnenin een gesloten vruchtlichaam.
Habitat
Natuurlijke groeiplaats
Hallucinogeen
Geestverruimend, waandenkbeelden oproepend.
Heksenkring
Kringvormige groeiwijze van diverse soorten paddestoelen. Deze kring
ontstaat doordat het mycelium zich vanaf de oorspronkelijke groeiplaats
naar alle kanten gelijkmatig uitbreidt.
Hoed
Deel van het vruchlichaam dat het hymenium draagt.
Hoedhuid
Buitenste laag cellen van de hoed
Hymenium
Kiemvlies, de sporenvormende laag.
Hyfe of Hyphe
Microscopische schimmeldraad, vertakkende buis, de basis waaruit een paddestoel is
opgebouwd.
Hygrofaan
In vochtige toestand donkerder gekleurd dan in droge toestand.
Korstmos
Samenlevingsvorm van een fungus en een wier.
Kubiekrot
Zie bruinrot.
Lamel
Zie plaatjes.
Lichenen
Zie korstmossen
Lignine
Houtstof
Meeldauw
Microscopisch kleine schimmel die planten aantast.
Melig
Met de geur of structuur van vers gemalen meel.
Melksap
Slijmerig tot waterig, witachtig vocht dat door de hyfen van bepaalde paddestoelen
wordt afgescheiden
Mycelium
Vegetatief deel van de schimmel, bestaande uit een netwerk van draden.
Mycologie
Kennis van het schimmelrijk
Mycoloog
Paddestoelenkenner (kenner der mycologie)
Mycorrhiza
(Zwamwortel) Levensgemeenschap (symbiose) tussen boomwortels en
schimmeldraden.
Mycorrhiza symbionten
Schimmels die in symbiose met bomen en struiken leven.
Mycotoxinen
Gifstoffen gevormd door schimmels.
Omhulsel
Zie Velum
Orde
Groep van verwante families
Paddestoel
Vruchtlichaam van een schimmel,
Parasiet
Organisme dat ten koste van een ander Ievend organisme leeft.
Peridium
Taai omhulsel van het vruchtlichaam van de buikzwammen.
Peridiool
Harde zaadachtige deelvruchtlichaampjes, waarover de gleba van de
nestzwammen is verdeeld.
Plaatjes
Smalle, langgerekte structuren aan de onderzijde van de hoed, waarop de
sporen gevormd worden.
Polyporen
Algemene term voor vruchtlichamen met niet vlezige (vaak houtige)
vruchtlichamen met stevige korte buisjes aan de onderzijde.
Poriën
Uiteinde van de buisjes bij boleten en polyporen.
Primordium
Knopvormige, compacte massa van schimmeldraden, het eerste begin van
een vruchtlichaam.
Rhizomorfen
In elkaar geweven schimmeldraden die een stevige veterachtige
structuur vormen, aan de voet van het vruchtlichaam.
Ring
Restant van gedeeltelijk omhulsel aan de steel.
Roest
Microscopisch kleine fungus die sommige planten kan aantasten
Saprofyt
Organisme dat van organisch afval leeft. Saprofyt betekent 'molmvreter'
en komt voornaamelijk voor op dood hout en afgevallen bladeren.
Saprotroof
Organisme dat zijn voedsel betrekt van dood organisch materiaal en het zodoende
afbreekt.
Scherp (van smaak)
Smaak als Spaanse peper.
Schimmel
Fungus met een wollige of fijn-draderige groeivorm.
Sclerotium
Hard schimmelweefsel dat reservevoedsel bevat. Hier kunnen
vruchtlichamen uitgroeien.
Sessiel
Zittend, geen steel.
Smal aangehecht
Plaatjes nog wel aan de steeltop gehecht, maar rand duidelijk terugbuigend naar hoed.
Soort
Groep van individuen die een aantal kenmerken gemeen hebben en die
onderling nakomelingen kunnen voortbrengen.
Spore
Voortplantingscel waaruit, na kieming, nieuw schimmelweefsel ontstaat.
Sporee
Sporenfiguur: plaats een hoed op een vel papier, dek hem af en
verwijder dit na 6- 12 uur. Op het papier is nu een negatieve afdruk van de plaatjes
zichtbaar.
Sporenklos
Zie gleba
Steel
Deel van het vruchtlichaam dat de hoed draagt. De basis groeit uit het
substraat.
Stroma
Knots, die duizenden individuele vruchtlichaampjes draagt.
Substraat
Materiaal waarop het vruchtlichaam is vastgehecht.
Symbiose
Levensgemeenschap tussen twee organismen, waaruit beide voordeel
trekken.
Symbiont
Partner bij een symbiose
Truffel
Ascomyceet (of basidiomyceet) die ondergronds groeit.
Uitgerand
De plaatjes zijn zodanig aan de steel gehecht, dat er rond de steel een
soort gootje ontstaat.
Umbo
Knobbeltje in het centrum van de hoed.
Velum partiale
Gedeeltelijk omhulsel dat de jonge plaatjes beschermt; scheurt uiteen
en blijft als ring of een onduidelijke zone op de steel achter.
Velum universale
Algemeen omhulsel dat de jonge paddestoel omsluit.
Vergankelijk
Term gebruikt voor een ring die snel verdwijnt.
Vlees
Binnenste weefsel van hoed en steel.
Volva
Restant van het algemeen omhulsel aan de voet van de steel.
Vrij
Plaatjes los van de steel.
Vruchtlichaam
Ander woord voor paddestoel: uit hyfen bestaande structuur waarop (of
waarin) de sporen worden gevormd.
Witrot
Ontstaat indien gelijktijdig lignine (= houtstof) en (hemi)cellulose (= celstof) worden
afgebroken. Door de afbraak van lignine wordt het
hout bleek. De afbraak van cellulose en lignine geeft het hout een
vochtige, vezelige structuur.
Zakjeszwammen
Zie Ascomyceten
Zwamdraad
Zie Hyfe
Zwamvlok
Zie mycelium
Zwamwortel
Zie mycorrhiza
Paddestoelen korstmossen links op deze site
Korstmossen determinatietabel
Paddestoelensoorten
Verhalen over paddestoelen André Biemans
Nederlandse Mycologische Vereniging o.a. soortenlijsten, adressen & excursies
Werkgroep Paddestoelen Kartering Nederland (WPKN)
Mushroom images Veel afbeeldingen
Koninklijke Antwerpse Mycologische kring
Literatuurlijst:
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het web hm december 1999
Laatste mutatiedatum 26-08-2000