Paddestoelen- en Schimmelinformatie

Groene anijstrechterzwam

Naar het begin van deze tekst

Verschil tussen "Planten - Paddestoelen - Slijmzwammen - Dieren"
Vroeger rekende men paddestoelen tot het plantenrijk. Tegenwoordig worden de paddestoelen en de schimmels tot het rijk der Fungi gerekend. Hieronder een overzicht. Je ziet dat slijmzwammen weer een aparte plaats innemen.

Planten Paddestoelen Slijmzwammen Dieren
Bladgroen Ja (meestal) Nee Nee Nee
Celwand Ja Ja Nee Nee
Mobiliteit Vast Vast Mobiel Mobiel
Samengesteld Ja Ja Nee Ja

Naar het begin van deze tekst

Naar het begin van deze tekst

Ze groeien ook overal
Hieronder een alfabetisch overzicht van zeer vreemde substraten waar sommige paddestoelen alleen maar willen groeien.
Substraat Nederlandse naam
van "substraatgroeier"
Wetenschappelijke naam
Gele aardappelbovist
Scleroderma citrinum
Kostgangersboleet Boletus parasiticus
Kegels van naaldbomen Dennekegelzwam Strobilurus esculentus
Muizestaartzwam Baeospora myosura
Oorlepelzwam Auriscalpium vulgare
Mest van paarden
schapen, konijnen en hazen
Mestkaalkopje Psilocybe coprophila
Koeiepoep Geringde vlekplaat Anellaria semiovata
Poppen van
(dag)vlinders
Rupsendoder Cordyceps militaris
Vlieg Vliegenschimmel Empusa = Entomophtora muscae
Vogelveren Vogelveerzwam Onygena corvina

Naar het begin van deze tekst

Paddestoelen-folklore
Paddestoelen worden vaak in verband gebracht met feeën, heksen, duivels e.d. Een aantal van de paddestoelennamen doen daar ook sterk aan denken, zoals:

Duivelsei, Elfenbankje, Heksenboter, Heksenkring, Judasoor, Satansboleet.

Hieronder volgt een overzicht met toelichting van dit soort namen.

Duivelsbroodrussula
Russula drimeia
Komt over het algemeen voor bij naaldbomen (dennen) in naaldbossen op zandgrond.
Het is een giftige paddestoel in de kleur rood tot wijnroodbruin.
Duivelsei Dit is het eivormige beginstadium van de Grote stinkzwam (Phallus impudicus), die door zijn penisachtige vorm ook wel bospik genoemd wordt. De zwam doet zijn naam eer aan, want hij verspreidt een doordringende aasgeur. Op deze geur komen vliegen af. Dat is voor de paddestoel heel belangrijk, want de sporen worden namelijk door vliegen verspreid.
In Nederland komen twee stinkzwammen voor: naast de Grote stinkzwam kennen we ook de veel zeldzamere Kleine stinkzwam (Mutinus caninus) .
Elfenbankje
Trametes versicolor
Komt voor op dode stronken en stammen van loofhout. Heeft een witte hoedrand, waarbinnen verschillend gekleurde zones voorkomen: wit, okergeel, (rood)bruin, grijs, blauw of zwartachtig.
Met witte poriën aan de onderkant. Zeer algemeen en is het hele jaar waar te nemen.
Elfenschermpje
Mycena pura
Het geslacht Mycena telt in Midden- en West-Europa meer dan honderd soorten. Het Elfenschermpje behoort tot de grotere mycena-soorten. Deze soort kunnen we tegenkomen in de strooisellaag van bossen. Opvallend kenmerk is de radijsachtige geur. Het is bovendien een van de weinige giftige mycena-soorten.
Elfenwasplaat
Hygrocybe ceracea
Opvallend is de kleur: citroen- tot dooiergeel met een oranje tint. Komt voor in schrale mosrijke graslanden, op grazige plekken in de duinen en op dijken en in wegbermen.
Heksenbezem
Taphrina betulina
Veroorzaakt woekering en vervorming van takjes en bladeren, waardoor de op vogelnesten gelijkende heksenbezems ontstaan. Komt vooral voor in de kronen van berken. Maar kan ook op andere bomen of struiken voorkomen, bijvoorbeeld meidoorn.
Het wordt veroorzaakt door een mycoplasma die aanzet tot een overmatige en geclusterde groei van twijgen.
Heksenboleet
Boletus erythropus
Deze soort komt dikwijls voor in gezelschap van Eekhoorntjesbrood (ook een boleet) en groeit bij voorkeur onder eiken. Vaak langs oprijlanen van landgoederen, in de duinen en in loofbossen. Men onderscheidt verschillende heksenboleten. Naast de Gewone heksenboleet Boletus erythropus ook de Gladstelige heksenboleet Boletus queletii en de Netstelige heksenboleetBoletus luridus
Heksenboter
Fuligo septica
Een slijmzwam die algemeen voorkomt op dood hout en andere substraten. Werd vroeger ook wel gebruikt in leerlooierijen.
Heksenboterkorrelwebzwam
Nectriopsis vidacea
Deze behoort tot de Ascomyceten.
Heksenei Zie duivelsei
Heksenkring Een cirkelvormige groei van zwammen. De groei van de vruchtlichamen vindt plaats aan de uiteinden van het zich cirkelvormig uitspreidende mycelium. Vaak is er ook verschil te zien tussen de vegetatie binnen de cirkel en die erbuiten.
Judasoor
Auricularia auricula-judae
Is bij vochtig weer gedurende het hele jaar te vinden. Ze groeien bij voorkeur op oude vlieren. De vorm van het vruchtlichaam lijkt veel op een oor. Hij behoort tot de trilzwammen.
Roze Elfenschermpje
Mycena pura var. rosea
Dit is een paddestoel van beukenbossen. Hij heeft vrij uiteenstaande witte plaatjes en ook een radijsachtige geur. Doet wat meer roze-achtig aan dan zijn wat blekere broertje het Elfenschermpje, die net als deze extra roze variant giftig is.
Satansboleet
Boletus satanas
Zeer giftige paddestoel. Heeft helder bloedrode poriën, die diep donkerblauw worden als je er op drukt. Steel is knolvormig. Onderaan donkerrood en bovenaan geel. Is in ons land een zeldzame paddestoel.

Naar het begin van deze tekst

20 eetbare paddestoelen (alfabetisch)
Hoewel de 20 volgende paddestoelen eetbaar zijn, moet men toch erg uitkijken. Er zijn giftige soorten die er veel op lijken. En verder kunnen ook eetbare paddestoelen bijvoorbeeld zware metalen opslaan, waardoor ze schadelijk zijn om te eten.
Het is daarom het beste om de paddestoelen gewoon te laten staan.
Eekhoomtjesbrood Boletus edulis
Gele stekelzwam Hydnum repandum
Geschubde inktzwam Coprinus comatus
Grootsporige champignon Agaricus macrosporus
Grote anijschampignon Agaricus arvensis
Grote parasolzwam Macrolepiota procera
Hanekam Cantharellus cibarius
Hoorn van overvloed Craterellus cornucopioides
Kastanjeboleet Boletus badius
Knolparasolzwam Macrolepiota rhacodes
Morielje Morchella esculenta
Oesterzwam Pleurotus ostreatus
Paarse schijnridderzwam Lepista nuda
Paarssteelschijnridderzwam Lepista saeva
Regenboogrussula Russula cyanoxantha
Reuzenbovist Langermannia gigantea
Reuzenchampignon Agaricus augustus
Voorjaarspronkridder Calocybe gambosa
Weidechampignon Agaricus campestris
Zwavelzwam Laetiporus sulphureus

Naar het begin van deze tekst

De meest giftige soorten (alfabetisch)
Bundelmosklokje Galerina marginata
Giftige gordijnzwam Cortinarius orellanoides
Giftige satijnzwam Entoloma sinuatum
Giftige vezelkop Inocybe erubescens
Giftige weidetrechterzwam Clitocybe rivulosa
Gegordelde parasolzwam Lepiota brunneoincarnata
Groene knolamaniet Amanita phalloides
Kleverige knolamaniet Amanita virosa
Moederkoren Claviceps purpurea
Panteramaniet Amanita pantherina
Voorjaarskluifzwam (rauw) Gyromitra esculenta

Naar het begin van deze tekst

Systematische indeling van hogere paddestoelen (Kuhner)
Rijk Mycota (Funghi)
Het schimmelrijk kan in twee divisies worden onderverdeeld:
De Myxomycota (slijmzwammen en verwanten) en de Eumycota (echte schimmels)
Divisie Eumycota (echte schimmels)
Alle schimmels die met het blote oog zichtbare vruchtlichamen vormen behoren tot twee subdivisies van de Eumycota, de Basidiomycotina en de Ascomycotina.
Subdivisie Basidiomycotina (basidiomyceten)
Basidiomyceten produceren seksuele sporen (basidiosporen) aan de top van kleine steeltjes (sterigmata) van speciale cellen, basidia genaamd (vandaar de naam steeltjeszwammen). Basidia bevinden zich gewoonlijk op een fertiele laag cellen, het kiemvlies (hymenium), van het vruchtlichaam (basidiocarp).

De Basidiomycotina kunnen onderverdeeld worden in diverse klassen op basis van de bouw van het kiemvlies en het basidium. Wij beperken ons tot twee klassen:

Klasse Hymenomycetes
Het hymenium vormt een fertiele laag op de buitenzijde van het vruchtlichaam. De basidia schieten de sporen actief weg. Gewoonlijk worden deze door luchtstromingen verder verspreid.
Orde Cantharellales
Cantharellen en verwanten
Vruchtlichaam vlezig en trechtervormig of eenvoudig paddestoelvormig. Geen echte plaatjes; het hymenium is of glad of bedekt met lengteribbels op de onderzijde van het vruchtlichaam.
Familie Cantharellaceae Altijd mycorrhizavormend. -
Orde Boletales
Boleten en verwanten
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig. Het hymenium ligt aan de binnenkant van buisjes of op de buiten- kant van plaatjes aan de onderzijde van het vruchtlichaam
Familie Boletaceae Hymenium aan de binnenzijde van sponsachtige buisjes. Sporen bruin, roze of zwart. Altijd mycorrhiza- vormend. Boletus
Leccinum
Suillus
Tylopilus
Familie Paxillaceae Hymenium op plaatjes. Sporen bruin of wit. Paxillus
Hygrophoropsis
Orde Pluteales
Roze-sporige paddestoelen
Vruchtlichaam vlezig en champignonvormig, met plaatjes, Sporen roze.
Familie Pluteaceae Plaatjes vrij. Sporen glad en elliptisch, Nooit mycorrhizavormend. Pluteus
Volvariella
Familie Entolomataceae Plaatjes nooit vrij. Sporen hoekig. Entoloma
Leptonia
Nolanea
Orde Agaricales
Donkersporige paddestoelen
Vruchtlichaam vlezig en champignonvormig, met plaatjes. Sporen gewoonlijk donker gekleurd met een kiempore.
Familie Agaricaceae Sporee diep donkerbruin, plaatjes vrij. Nooit mycorrhizavormend. Agaricus
Familie Coprinaceae Sporen zwart. Nooit mycorrhizavormend. Coprinus
Lacrymaria
Psathyrella
Familie Strophariaceae Sporen donker purperbruin. Nooit mycorrhizavormend. Psilocybe
Familie Bolbitiaceae Sporen bruin, oppervlakte van de hoed onder de microscoop schijnbaar opgebouwd uit ronde cellen (cellulair). Nooit mycorrhizavormend. Agrocybe
Families Cortinariaceae en
Crepidotaceae
Sporen bruin, hoedoppervlak onder de microscoop gezien opgebouwd uit langgerekte cellen (filamenteus). Cortinarius
Crepidotus
Galerina
Hebeloma
Inocybe
Pholiota
Familie Lepiotaceae Sporen wit, Plaatjes vrij. Nooit mycorrhizavormend. -
Orde Tricholomatales
Witsporige paddestoelen
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig met plaatjes. Sporen wit of bleek, nooit met een kiempore.
Familie Amanitaceae Jong vruchtlichaam opgesloten in algemeen omhulsel. Plaatjes vrij. Mycorrhizavormend. Amanita
Familie Hygrophoraceae Plaatjes dik vanwege de lange basidia. Hygrocybe
Famiie Pleurotaceae, Vruchtlichaam taai of leerachtig, steel vaak lateraal of afwezig, plaatjes aflopend. Op hout groeiend. Pleurotus
familie Tricholomataceae - Armillaria
Calocybe
Clitocybe
Collybia
Flammulina
Hohenbuehelia
Laccaria
Lepista
Marasmius
Mycena
Omphalina
Panellus
Orde Russulales
Russula's en melkzwammen
Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig, met plaatjes. Vlees met een broze structuur vanwege de bouw die bestaat uit een mengsel van draadvormige hyphen en groepjes ronde cellen. Sporen bleek, geornamenteerd met wratjes en richeltjes die blauw kleuren in jodium
Familie Russulaceae - Lactarius
Russula
Orde Clavariales
Knots- en koraalzwammen
Hymenium aan de buitenzijde van een rechtopstaand vruchtlichaam.
Families Clavariaceae en Clavulinaceae Vruchtlichaam een rechtopstaande enkelvoudige knots of vertakt, koraalachtig. Hymenium bedekt het hele oppervlak. Sporen wit. ClavuIina
Familie Sparassidaceae Vruchtlichaam bloemkoolachtig, hymenium aan de onderzijde van de vertakkingen. Sparassis
Familie Ramariaceae Vruchtlichaam vertakt, koraalachtig. Sporen bruin. Ramaria
Orde Hericiales
Stekelzwammen
Vruchtlichaam met hangende stekels met daarop het hymenium.
Familie Hydnaceae Vruchtlichaam vlezig en paddestoelvormig maar met stekels in plaats van plaatjes. Hydnum
Orde Poriales
Gaatjeszwammen
Vruchtlichaam plank- of consolevormig met poriën aan de onderzijde, met aan de binnenzijde daarvan het hymenium. Meestal op hout groeiend.
Familie Fistulinaceae De poriën kunnen van elkaar gescheiden worden. Fistulina
Familie Coriolaceae Poriën kunnen niet van elkaar gescheiden worden, vruchtichaam ongesteeld. Grifola
Laetiporus
Meripilus
Piptoporus
Familie Polyporaceae Poriën kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Vruchtlichaam duidelijk gesteeld. Polyporus
Orden Auriculariales, Dacrymycetales
en Tremellales
Trilzwammen
Vruchtlichaam gelatineus met speciale basidia die in de lengte of in de breedte zijn gesepteerd (en dan met de vorm van een stemvork).
- - Auricularia, Exidia, Tremella
Klasse Gasteromycetes = Buikzwammen
Het hymenium ligt binnen het vruchtlichaam, en de basidiosporen blijven daar totdat ze op de een of andere manier kunnen ontsnappen.
Orde Lycoperdales
Stuifzwammen, bovisten en aardsterren
Vruchtlichaam zakvormig, dunwandig. De wand scheurt open om de sporen vrij te laten, gewoonlijk door 'stuiven'.
Familie Lycoperdaceae
Stuifzwammen
Wand van het vruchtlichaam niet in lagen opsplitsend. Bovista
Calvatia
Langermannia
Lycoperdon
Vascellum
Familie Geastraceae
Aardsterren
Vruchtlichaam uit meerdere lagen bestaand, de buitenste laag splitst en buigt terug. Geastrum
Orde Phallales
Stinkzwammen
Wand van het vruchtlichaam barst open en het erin liggende weefsel strekt zich. Sporenverspreiding door insekten.
Familie Phallaceae Sporenmassa op de top van een rechtopstaande steel. Phallus
Subdivisie Ascomycotina (ascomyceten)
Ascomyceten produceren hun seksuele sporen (ascosporen) in een zakvormige cel, de ascus, Een minderheid draagt de asci op of in een groot vruchtlichaam (ascocarp).
Orde Pezizales
Bekerzwammen en verwanten
Vruchtlichamen op of in de grond. Bovengrondse vruchtlichamen zijn ruwweg schijfvormig, met of zonder steel, de asci schieten de sporen weg door de opening van een apicaal dekseltje (operculum). Ondergrondse vruchtlichamen zijn truffelachtig, hun asci schieten de sporen niet actief weg.
Familie Morchellaceae Vruchtlichaam gesteeld, fertiele deel meestal geribbeld. Ascosporen glad, zonder oliedruppels, Gyromitra
Mitrophora
Morchella
Familie Helvellaceae Vruchtlichaam gesteeld, zadel- of kluifvormig. Ascosporen glad, zonder oliedruppels. Helvella
Families Tuberaceae en Terfeziaceae Ondergrondse aardappelachtige vruchtlichamen (truffels). Asci blijven intact. Mycorrhizavormend. Chiromyces
Tuber
Orde Elaphomycetales
Hertetruffels
Vruchtlichaam ondergronds (truffels). Asci zijn holvormig en desintegreren snel in het vruchtlichaam. Mycorrhizavormend.
Elaphomycetaceae - Elaphomyces
Orde Clavicipitales Gewoonlijk parasitair op planten en dieren.
familie Clavicipitaceae Lange smalle, sterk gesepteerde ascosporen die via een nauwe opening aan de dikke top van de ascus vrijgelaten worden. Claviceps

Naar het begin van deze tekst

Mycologen jargon
Aflopend Plaatjes lopen langs de steel af.
Agaricaceae Paddestoelen met plaatjes of buisjes.
Agaricales Plaatjeszwammen
Alkaloide Chemisch bestanddeel dat stikstof bevat, vaak giftig.
Antibiotica Een chemische stof die micro-organismen doodt.
Ascomyceten Paddestoelen waarbij de sporen in zakjes (asci) gevormd worden.
Ascospore Seksuele spore van een ascomyceet.
Ascus (meervoud Asci) Zakvormige cel waarin asco- sporen worden gevormd.
Basidiën Sporenvormende cellen
Basidiomyceten Steeltjeszwammen
Basidiospore Seksuele spore van een basidiomyceet.
Basidium (meervoud basidia) Gewoonlijk knotsvormige cel waarop de basidiosporen worden gevormd.
Beurs Zie volva
Biotroof Organisme dat leeft van het absorberen van organische verbindingen uit levend materiaal
Bochtig aangehecht Plaatjes buigen terug bij de steel, waardoor er een gootje ontstaat (ridderzwammengootje)
Boleet Algemene naam voor een paddestoel met een steel, hoed en buisjes.
Breed aangehecht Plaatjes over de hele hoogte aan de steel vastgehecht.
Bruinrot Wanneer alleen cellulose wordt afgebroken ontstaat bruinrot. Het hout wordt roest- of donkerbruin, droog en verbrokkelt tot kubusachtige stukjes.
Buisjes Drinkrietjes-achtige structuren die bij polyporen en boleten de plaatjes vervangen.
Cellulose Celstof
Chitine Bouwstof van de celwanden van hogere zwammen
Conidiën Ongeslachtelijk geproduceerde sporen
Consolevormig Paddestoel zijdelings groeiend op bomen
Convex Bol.
Cortina Gordijn, meestal spinnenwebachtig velum dat de plaatjes beschermt.
Endoperidium Papierachtig wordende binnenste omhulsel bij de buikzwammen
Excentrisch Steel niet in het midden geplaatst.
Familie Groep van verwante genera (geslachten).
Fungi Meervoud van fungus
Fungus Eéncellig of meercellig organisme dat zijn voedsel absorbeert.
Gasteromyceten Buikzwammen
Gelatineus Week en kIeverig, als een gelatinepudding.
Genus Geslacht.
Geslacht Groep van nauwverwante soorten.
Gesp Boogvormige uitgroeiing van de ene cel naar de andere, waar deze door een dwarswand worden gescheiden.
Gist Microscopisch eencellige schimmel.
Gleba Sporenvormend weefsel van hyfen binnenin een gesloten vruchtlichaam.
Habitat Natuurlijke groeiplaats
Hallucinogeen Geestverruimend, waandenkbeelden oproepend.
Heksenkring Kringvormige groeiwijze van diverse soorten paddestoelen. Deze kring ontstaat doordat het mycelium zich vanaf de oorspronkelijke groeiplaats naar alle kanten gelijkmatig uitbreidt.
Hoed Deel van het vruchlichaam dat het hymenium draagt.
Hoedhuid Buitenste laag cellen van de hoed
Hymenium Kiemvlies, de sporenvormende laag.
Hyfe of Hyphe Microscopische schimmeldraad, vertakkende buis, de basis waaruit een paddestoel is opgebouwd.
Hygrofaan In vochtige toestand donkerder gekleurd dan in droge toestand.
Korstmos Samenlevingsvorm van een fungus en een wier.
Kubiekrot Zie bruinrot.
Lamel Zie plaatjes.
Lichenen Zie korstmossen
Lignine Houtstof
Meeldauw Microscopisch kleine schimmel die planten aantast.
Melig Met de geur of structuur van vers gemalen meel.
Melksap Slijmerig tot waterig, witachtig vocht dat door de hyfen van bepaalde paddestoelen wordt afgescheiden
Mycelium Vegetatief deel van de schimmel, bestaande uit een netwerk van draden.
Mycologie Kennis van het schimmelrijk
Mycoloog Paddestoelenkenner (kenner der mycologie)
Mycorrhiza (Zwamwortel) Levensgemeenschap (symbiose) tussen boomwortels en schimmeldraden.
Mycorrhiza symbionten Schimmels die in symbiose met bomen en struiken leven.
Mycotoxinen Gifstoffen gevormd door schimmels.
Omhulsel Zie Velum
Orde Groep van verwante families
Paddestoel Vruchtlichaam van een schimmel,
Parasiet Organisme dat ten koste van een ander Ievend organisme leeft.
Peridium Taai omhulsel van het vruchtlichaam van de buikzwammen.
Peridiool Harde zaadachtige deelvruchtlichaampjes, waarover de gleba van de nestzwammen is verdeeld.
Plaatjes Smalle, langgerekte structuren aan de onderzijde van de hoed, waarop de sporen gevormd worden.
Polyporen Algemene term voor vruchtlichamen met niet vlezige (vaak houtige) vruchtlichamen met stevige korte buisjes aan de onderzijde.
Poriën Uiteinde van de buisjes bij boleten en polyporen.
Primordium Knopvormige, compacte massa van schimmeldraden, het eerste begin van een vruchtlichaam.
Rhizomorfen In elkaar geweven schimmeldraden die een stevige veterachtige structuur vormen, aan de voet van het vruchtlichaam.
Ring Restant van gedeeltelijk omhulsel aan de steel.
Roest Microscopisch kleine fungus die sommige planten kan aantasten
Saprofyt Organisme dat van organisch afval leeft. Saprofyt betekent 'molmvreter' en komt voornaamelijk voor op dood hout en afgevallen bladeren.
Saprotroof Organisme dat zijn voedsel betrekt van dood organisch materiaal en het zodoende afbreekt.
Scherp (van smaak) Smaak als Spaanse peper.
Schimmel Fungus met een wollige of fijn-draderige groeivorm.
Sclerotium Hard schimmelweefsel dat reservevoedsel bevat. Hier kunnen vruchtlichamen uitgroeien.
Sessiel Zittend, geen steel.
Smal aangehecht Plaatjes nog wel aan de steeltop gehecht, maar rand duidelijk terugbuigend naar hoed.
Soort Groep van individuen die een aantal kenmerken gemeen hebben en die onderling nakomelingen kunnen voortbrengen.
Spore Voortplantingscel waaruit, na kieming, nieuw schimmelweefsel ontstaat.
Sporee Sporenfiguur: plaats een hoed op een vel papier, dek hem af en verwijder dit na 6- 12 uur. Op het papier is nu een negatieve afdruk van de plaatjes zichtbaar.
Sporenklos Zie gleba
Steel Deel van het vruchtlichaam dat de hoed draagt. De basis groeit uit het substraat.
Stroma Knots, die duizenden individuele vruchtlichaampjes draagt.
Substraat Materiaal waarop het vruchtlichaam is vastgehecht.
Symbiose Levensgemeenschap tussen twee organismen, waaruit beide voordeel trekken.
Symbiont Partner bij een symbiose
Truffel Ascomyceet (of basidiomyceet) die ondergronds groeit.
Uitgerand De plaatjes zijn zodanig aan de steel gehecht, dat er rond de steel een soort gootje ontstaat.
Umbo Knobbeltje in het centrum van de hoed.
Velum partiale Gedeeltelijk omhulsel dat de jonge plaatjes beschermt; scheurt uiteen en blijft als ring of een onduidelijke zone op de steel achter.
Velum universale Algemeen omhulsel dat de jonge paddestoel omsluit.
Vergankelijk Term gebruikt voor een ring die snel verdwijnt.
Vlees Binnenste weefsel van hoed en steel.
Volva Restant van het algemeen omhulsel aan de voet van de steel.
Vrij Plaatjes los van de steel.
Vruchtlichaam Ander woord voor paddestoel: uit hyfen bestaande structuur waarop (of waarin) de sporen worden gevormd.
Witrot Ontstaat indien gelijktijdig lignine (= houtstof) en (hemi)cellulose (= celstof) worden afgebroken. Door de afbraak van lignine wordt het hout bleek. De afbraak van cellulose en lignine geeft het hout een vochtige, vezelige structuur.
Zakjeszwammen Zie Ascomyceten
Zwamdraad Zie Hyfe
Zwamvlok Zie mycelium
Zwamwortel Zie mycorrhiza

Naar het begin van deze tekst

Naar het begin van deze tekst