Natuurontwikkeling in de Duin- en bollenstreek

    Dit verhaal is geschreven door: Hans Cornelissen hij is bestuurslid van IVN-Leiden en voorzitter van het district Zuid Holland

    E-Mail: Hans Cornelissen

    In deze tijd staan de IVN-activiteiten in het teken van het thema ? Water natuurlijk. Wat heeft het landschap van de Duin- en bollenstreek daarmee te maken?
    Het antwoord is: alles! In een gedichtje verwoord:

    Zee en wind, regen en plant,
    bouwen samen een duin van zand

    Het huidige landschap van de Duin- en bollenstreek is vanaf ongeveer vijfduizend jaar voor Christus langzamerhand ontstaan door de invloed van de zee, de rivier de Rijn, de wind en de regen.
    Het ontwikkelde zich tot een aantal elkaar afwisselende zandstrandwallen met daartussen venige strandvlakten. Die wallen en vlakten lopen evenwijdig aan elkaar, ongeveer in dezelfde richting als de tegenwoordige kustlijn.
    Zij worden bij Rijnsburg en Katwijk onderbroken door de rivier de Rijn. Die rivier zorgde voor klei-afzettingen.

    De eerste menselijke be‹nvloeding van het landschap beperkte zich tot aanpassing aan het oorspronkelijke landschap. Op de hoger gelegen zandstrandwallen werden huizen en boerderijen gebouwd en ook landgoederen. Ook de wegen werden op die strandwallen aangelegd.
    Op hedendaagse kaarten is dat, bijvoorbeeld aan de loop van de belangrijkste provinciale wegen en de daaraan gelegen dorpen, nog steeds te zien.
    Op de lager gelegen venige weiden hielden (en houden) de boeren hun vee. De boerderijen en de stallen werden op de strandwallen gebouwd, met "de kont in de wind".

    Later, vanaf enkele eeuwen geleden, ging de mens veel verder met het ingrijpen in het landschap. Zand van de strandwallen werd op grote schaal afgegraven, onder meer om gebruikt te worden voor ophoging en voor de productie van stenen. Ook werd dat zand afgegraven om grond te krijgen die geschikt is voor de bollenteelt. Voor die teelt is voedselarme grond nodig die dicht bij de grondwaterspiegel is gelegen.
    Dat afgraven ging soms tot vele meters diep; een goed voorbeeld daarvan is de Veenenburgerlaan tussen Lisse en Hillegom: vroeger gewoon een weg, nu lijkt het wel een dijk, omdat links en rechts het zand is afgegraven, Verder heeft de waterwinning veel veranderd in natuur en landschap en heeft ook de uitgebreide woningbouw het oorspronkelijke landschap verstoord.

    Op veel plaatsen is het tegenwoordig zo, dat alleen degene die het weet nog de oorspronkelijke patronen van het landschap kan herkennen.
    Desondanks is er nog veel moois in de streek te zien. Maar dat moois staat wel onder druk. Nog steeds bestaat de wens om nog meer landschap op te offeren aan de aanleg van bouwland voor gewas of woning. Een ander probleem is dat een aantal natuurgebieden en landschappen een vrijwel ge‹soleerd bestaan lijdt. Zij zijn niet meer met elkaar verbonden, waardoor uitwisseling van planten en dieren wordt beperkt en er een soort "inteelt-situatie" ontstaat.

    Het oorspronkelijke landschappatroon kan niet meer worden hersteld. Wat nog wel kan is: de nog aanwezige natuur- en landschapwaarden versterken en hier en daar uitbreiden met behulp van het instrument natuurontwikkeling.

    De kiem daarvoor is ontstaan in de zomer van 1994. Toen werd door de provincie Zuid Holland de projectgroep "Toekomst Duin- en Bollenstreek" in het leven geroepen. Allerlei maatschappelijke organisaties uit de streek bogen zich samen met de tien gemeenten en de provincie over de vraag hoe de streek er de komende decennia uit zou moeten zien, niet alleen wat betreft het landschap, maar ook met betrekking tot de agrarische sector, de werkgelegenheid, het wonen, het toerisme en andere bedrijvigheden.

    Dat resulteerde begin 1996 in de ondertekening van het "Pact van Teylingen". Het pact bevat over alle zojuist genoemde onderwerpen verschillende afspraken. Voor natuur en landschap zijn in die afspraken twee hoofdlijnen te ontdekken:

    • in de eerste plaats moet in bepaalde aangewezen gebieden natuurontwikkeling gaan plaatsvinden en
    • in de tweede plaats moeten bestaande natuurgebieden, landgoederen en dergelijk weer met elkaar verbonden worden door droge en natte ecologische verbindingszones.
    • Voor beide gevallen geldt dat bij gebrek aan ruimte eerder gekozen is voor verbetering van de kwaliteit dan voor kwantiteit.

    In het pact is ook afgesproken dat er een Landschapsbeleidsplan moet komen. Dit plan is in het najaar van 1997 vastgesteld en moet dienen als toetssteen voor de betrokken gemeenten wanneer die hun bestemmingsplan buitengebied herzien.

    Bij de natuurontwikkeling is het project "Lentevreugd" veruit het grootste project. Lentevreugd is een gebied van ongeveer honderd hectare dat nu nog in gebruik is als bollenteeltgebied. Bij de ondertekening van het Pact van Teylingen was afgesproken dat zestig hectare daarvan opgekocht zou worden ten behoeve van natuurontwikkeling.
    Twee jaar later was die afspraak ruim gehaald: inmiddels is negentig hectare aangekocht, tegen een totaalbedrag van dertig miljoen gulden, voor natuurontwikkeling.
    Naar verwachting zal het gebied op den duur worden overgedragen aan Staatsbosbeheer. Overigens is in het vlak bij Lentevreugd gelegen gebiedje De Klip (ongeveer twaalf hectare) een paar jaar geleden een natuurontwikkelingsproject van start gegaan. Daar is te zien hoe een deel van Lentevreugd kan worden.

    In het pact zijn een aantal ecologische verbindingszones grofweg aangegeven. Inmiddels is een project gestart om het realiseren van die verbindingszones te stimuleren. In dat project werken de volgende organisaties samen: het Zuidhollands Landschap, Duinbehoud, de Zuid-hollandse Milieufederatie en het Consulentschap NME.
    Er wordt op twee fronten tegelijk geopereerd.

    • In de eerste plaats wordt in de gehele streek voorlichting gegeven over wat ecologische verbindingszones zijn en waarom ze nodig zijn.
    • In de tweede plaats wordt gewerkt aan de voorbereiding van een van de zones die in het pact zijn genoemd.

    Het gaat hier om de droge en de natte verbinding van het Keukenhofbos met de duinen. Het is de bedoeling dat allerlei elementen zoals een kanaal, een zandwinplas, een voormalige vuilstort worden gebruikt samen met nog aan te leggen delen om uiteindelijk bos en duin met elkaar te verbinden. Door de verbinding gedetailleerd uit te werken wordt duidelijk welke obstakels (bijvoorbeeld een viaduct in een provinciale weg) er in de weg staan en welke hindernissen (hoe passeer je met een schone waterloop de behoorlijk vervuilde Leidse vaart?) er genomen moeten worden.
    Voor beide projecten is inmiddels de ervaring opgedaan dat er nog veel met "de streek" gesproken zal moeten worden en dat er nog veel uit te leggen valt.
    Hoe het ook zij, het begin is er.


    Naar het begin van deze tekst

    Terug naar homepage Terug naar de homepage

    Terug naar Natuur op het Web Terug naar Natuur op het Web

    © Natuur op het web december 1998

    Laatste mutatiedatum 27-08-2000