Daarna wordt zo'n blok afgesloten met een excursie. De belevenissen en waarnemingen tijdens deze excursies staan hieronder. De verhalen zijn geschreven door leden van het docententeam.
hm maart 2002
20-04-2002 Polder excursie in Leiden Cronesteijn
06-04-2002 Strandexcursie in Katwijk
16-03-2002 Bosexcursie landgoed Oud Poelgeest in Oegstgeest
| Plaats: | Polderpark Cronesteijn |
| Wanneer: | 20 april 2002 |
| Tijdsbestek: | 09:30 - 12:00 uur |
| Weer: | Licht bewolkt maar zonnig; temperatuur ± 15°C. |
| Gidsen: | André Biemans, Henk Merts, Greteke Renaud. |
| Opmerkingen: | 12 (van de 15) cursisten aanwezig, verdeeld over 2 groepen. De onderstaande waarnemingslijst is het totaal van beide groepen. |
| Door: | André Biemans |
3e Excursie 2002 van de Landschappencursus in het Polderpark Cronesteijn.
Gevonden/behandelde planten:
Water- en oeverplanten:
Weideplanten:
Planten van bermen, ruigten en bosranden:
Planten van (open) vochtige, voedselrijke bossen:
Waargenomen (gehoorde of geziene) dieren:
In de wei:
In bos en struikgewas:
Overige:
| Plaats: | uitwatering Oude Rijn (basalt) en strand ten noorden van Katwijk (nabij strandtent 't Wantveld) |
| Wanneer: | 6 april 2002 |
| Tijdsbestek: | 14:00 - 16:30 uur |
| Weer | N.O.-wind; zonnig; temperatuur ± 12 ° C |
| Opmerkingen | ± 12 cursisten aanwezig, sommigen met aanhang, waaronder enkele kinderen. |
| Door: | André Biemans |
Gevonden/behandelde "planten"
(hoe specifieker voor het milieu, hoe hoger in de lijst):
De vangsten tijdens het korren:
Strandvondsten (o.a.)
Overigens: een zeer oude, half-fossiele onderkaak van een paard ging net aan onze neus voorbij. Een andere strandgast vond hem eerder en wilde hem zelfs niet afstaan voor de "onzelfzuchtige" doeleinden van het IVN.
| Plaats: | Oud Poelgeest |
| Wanneer: | 16 maart 2002 |
| Tijdsbestek: | 09:30 - 12:00 uur |
| Door: | Tine Noordzij |
1e Excursie 2002 van de Landschappencursus in het bos van kasteel Oud Poelgeest.
Op deze prachtige, zonnige, warme voorjaarsmorgen trok de voltallige groep cursisten onder leiding van drie gidsen het bos in om de voorjaarspracht van de bosanemoon, waar dit bos bekend om staat, te aanschouwen. We werden niet teleurgesteld. Duizenden witte of zacht lila bloemengezichtjes stonden naar het zuiden gekeerd om de hun geliefde Zephir te begroeten. Het voorjaar zat echt in de lucht. Hoog boven het bos vloog een buizerd met veel wit in z'n verenkleed, mogelijk op doortocht terug naar zijn noordelijke thuisbasis.
De strooisellaag van het bos werd lekker opgewarmd door de zoon. De
aardhommel vond het een prima dag om haar schuilplaats in de grond te
verlaten en bloemen te gaan bezoeken. De mol groef gangen door het bos en
onder het pad. Helaas werd dat voor een van van hen fataal. Hij/zij lag
dood aan de voet van een grote boom, met wat groene, slijmerige
uitwerpselen ernaast. Welk drama zou hieraan voorafgegaan zijn? We keken
omhoog, de buizerd was allang verdwenen. Er vloog wel net een sperwer over,
maar die lust liever een vogeltje. We hadden alle tijd om de enorme
voorpoten en spitse snuitje van het beestje te bewonderen.
De kruidlaag van het bos, ook opgewarmd, vertoonde veel activiteit. Naast
de grote groepen bosanemoon stonden er nog bloeiende sneeuwklokjes, hier en
daar opgesierd door de zachte kleur van de voorjaarshelmbloem. Het gele
speenkruid liet zich zien en de bladeren van fluitekruid, boshyacinth en
aronskelk zàg je groeien. De blaadjes van het vogelmelk stonden sprieterig
te wachten op het verschijnen van hun sneeuwwitte bloemen. Het zevenblad
trok zich nergens iets van aan en groeide gewoon door.
Het prille blad van de vlier en de Amerikaanse vogelkers kleurde de
struiklaag hier en daar lichtgroen. De meidoorn, de hazelaar en de haagbeuk
deden daar op een iets hoger niveau aan mee.
Voor de bomen (eik, beuk, es, esdoorn, berk, paardekastanje) was het nog
wat vroeg om uit te lopen, zij stonden er kaal bij. Dat maakte het goed
vogelen.
Bij de ingang werden we al gelijk verrast door het lachen van de groene
specht, nadat enkelen van ons z'n neefje de grote bonte specht laag op een
boomstam hadden zien foerageren.
Eén cursist, met goed observatievermogen, zag steeds vogeltjes vliegen. Dat
bleken, hoog in de bomen, een groepje koperwieken te zijn op hun weg terug
naar het hoge noorden. Wat een leuke verrassing! Vlak bij was een
boomkruipertje minutieus een boomstam aan het afstruinen. Hij zat lekker
hoog en trok zich niets van ons aan.
De overwinterende vogels kregen het voorjaar in de kop en de
halsbandparkiet, de kauw, ekster en gaai lieten naast hun luide schreeuwen
ook zachte minnegeluidjes horen.
Achter het voormalig internaat werden we verrast door een troepje
foeragerende keepen. Ze lijken op hun neefjes de vinken, maar zien er net
iets anders uit. Die waren waarschijnlijk ook op weg naar hun zomergronden
in het noorden.
Voor het gebouw stonden zwarte els en hazelaar naast elkaar met hun katjes
te pronken, dat gaf een goed leermoment.
Sinds het park wordt beheert door Zuid Hollands Landschap wordt gestreefd
naar een meer natuurlijk bos. Daarbij hoort 'afval'. Dode bomen worden in
stukken gezaagd en ter plekke achtergelaten. Veel van deze stompen waren
overdekt met paddestoelen, mossen en slijmzwammen. Op een afgebroken
eikenstronk konden we een opengebroken spechtennest bewonderen, vanaf de
ronde opening was het wel 60 cm diep!
Bij een oude, vermoeide en beschadigde berk hoorden we 'drup', drup', drup'
op de grond. Op deze prachtige dag beslist geen regen. Het bleek boomsap te
zijn wat, met het warme weer op gang gekomen, nu uit een wond op een tak
stroomde. Wat een verlies van voedingsstoffen!
Na een zeer geslaagde excursie, waarbij niemand het koud had gehad,
integendeel, keerden we huiswaards.