Daarna wordt zo'n blok afgesloten met een excursie.
De belevenissen en waarnemingen tijdens deze excursies staan hieronder. De verhalen zijn geschreven door leden van het docententeam.
De overzichten geven het totaal van waarnemingen aan van alle groepen elkaar
hm april 2001
31-03-2001 Strandexcursie Katwijk
07-04-2001 Bosexcursie landgoed Oud Poelgeest in Oegstgeest
12-05-2001 Duinexcursie bij Duindamseslag in Noordwijk
20-05-2001 Stadsexcursie binnenstad van Leiden
09-06-2001 Keuze-excursie Amsterdamse Waterleidingduinen AWD
09-06-2001 Keuze-excursie Landgoed de Horsten
09-06-2001 Keuze-excursie Starrevaartplas

| Plaats: | Strand bij Katwijk |
| Wanneer: | 31 maart 2001 |
| Tijdsbestek: | 13:00 - 15:30 uur |
| Weer: | Half bewolkt, met zon, zuidelijke wind, windkracht 4 met een temperatuur van ± 14 ° C |
| Door: | Henk Merts |
Inleiding
Dit jaar konden wij voor het eerst ons eigen Kornet gebruiken, een week eerder hadden wij dit nuttige net al uitgetest tijdens een koude zondagmiddag.
Het met een metalen rand verzwaarde scheerbord werd bevestigd aan het net met ketting (wekker genaamd). De andere kant van het net koppelden we aan de treklijn. Deze lijn werd alvast uitgerold, André hulde zich in het waadpak en zo waren we helemaal klaar voor onze eerste confrontatie met de schepselen der zee.
De cursisten stonden al geduldig te wachten op het afgesproken punt bij de uitmonding van de Rijn. Hier werd het gezelschap gesplitst in twee groepen. Een Kor- en een Juttersploeg, na een kwartier of vijf worden deze ad hoc ploegen weer omgewisseld. Hieronder een verslag van beide groepen met een totaal overzicht van de zeevondsten
Het korren
Zoals eerder vermeld was onze bescheiden "vissersvloot" gereed om uit te rukken. Onze hoogbelaarsde André mocht het net met scheerbord de zee in begeleiden. Het net was aan de achterkant dichtgeknoopt met enkele knopen, waarbij de meest ruige zeebonk zijn vingers af zou likken. Aan dit gesloten net was op ingenieuze wijze een lege afwasflacon gemonteerd. Dit drijvende voorwerp was ingehuurd als dobber en gaf aan waar het kornet op dat moment over de zandbodem hobbelde.
Enkele cursisten en één van de begeleiders waren met banden en touwen omspannen en konden nu hun krachten meten met Neptunus. Gelijk Belgische knollen die een ploeg voorttrekken mochten onze "trekdieren" het wakkere net door het zilte vocht leiden. Een arbeid die menig aangezicht verrijkte met talloze zweetdruppeltjes.
Maar uiteindelijk was het toch zo ver, het net was gevuld en de oogst kon binnengehaald worden. Ook hier verrichtte de man met de belaarsde broek weer wonderen.
De vangst werd voorzichtig in een grote bak overgebracht. Er waren veel garnalen, kleine mannetjes en de veel grotere vrouwtjes, waarvan sommige ook eieren met zich meedroegen.
Het feit dat de mannetjes kleiner zijn is goed verklaarbaar, garnalen worden namelijk geboren als man en na ongeveer een jaar worden het vrouwtjes.
Een aantal kleine platvissen werden zichtbaar het is nu zaak even goed naar de zwemrichting te kijken.
Schol, Schar en Tong liggen op hun linkerkant dus zwemrichting naar rechts. Griet en Tarbot liggen op hun rechterkant dus zwemrichting naar links. Bij Bot zijn beide zwemrichtingen mogelijk ongeveer 60% ligt op de linkerkant en 40% op de rechterkant.
Bijzonder was de zeebaars, goed determinatiekenmerk zijn de beide rugvinnen, waarvan de voorste stekelige punten heeft. Maar ook het kieuwdeksel is voorzien van twee puntige stekels.
De schaaldieren wisten zich vertegenwoordigd door de breedpootkrab. Een klein krabbetje met inderdaad verhoudingsgewijs brede poten. Zijn rugschild is vaak versierd met een bijzondere tekening wat per individu enorm kan verschillen.
Totaal hebben we viermaal de netten uitgegooid en op die manier de kans gekregen om enkele zeebewoners tijdelijk naar de oppervlakte te brengen. Het zal duidelijk zijn dat al deze dieren na afloop weer in hun zilte milieu werden teruggezet.
Het jutten
Jutten moet in dit geval niet al te letterlijk worden opgevat, Maar het is even een benaming om aan te geven wat je zoal op het strand kan tegen komen.
Bij het startpunt hadden we een mooi uitzicht op de taluutvormige dijken bij de uitmonding van de oude Rijn. Hier zaten veel zeevogels. Kleine mantel- kok- en zilvermeeuw, maar ook veel scholeksters en kauwtjes. Tijdens de excursie vlogen ook enkele aalscholvers over.
Hier na was de flora aan de beurt om hier te kunnen groeien moeten toch wel de nodige maatregelen genomen worden.
Tussen de basaltblokken is voldoende zand en organisch materiaal (vuil en hondenpoep) terechtgekomen om omstandigheden te creëren waarin de vegetatie toch een kans krijgt om te groeien. Verder hebben veel planten nog speciale eigenschappen ontwikkeld die ze zeer geschikt maken om in dit erbarmelijke milieu te kunnen groeien.
Zo heeft Hertshoornweegbree smalle blaadjes (dus een kleiner verdampingsoppervlak) en slaat het zout op in zijn blaadjes waardoor het beter water vasthoudt.
Een plant als Muurpeper kan in zijn vlezige blaadjes veel water opslaan, hij heeft een dikke bladhuid met een waslaagje en huidmondjes die overdag gewoonlijk zijn gesloten.
We hebben nog even stilgestaan bij de pioniervegetatie zoals biestarwegras en helm die beiden instaat zijn om met hun wortels zand vast te houden waardoor er duinvorming mogelijk is. Bij twijfel tussen deze twee soorten, moeten we even kijken of er een tongetje bij de bladoksel te vinden is; zo ja dan hebben we te maken met een helmplant.
Verder naar het strand toe werden we wieren gewaar, Hier groeide darmwier en wiersoort die hoort bij de groenwieren.
Om hier te kunnen gedijen moet je ook wel uit het goede hout gesneden zijn. Tweemaal per dag staat het gebied onder water. Dan krijgt het darmwier ook de gelegenheid om op het ritme van de golven mee te deinen. In de zomer kunnen de omstandigheden zeer variabel zijn. De temperatuur op de zwarte basaltblokken kan bij een mooie zomerse dag wel oplopen tot zo'n 60 ° Celsius en 's nachts kan de temperatuur soms wel dalen tot onder de vijf graden. Bij regen en laagwater wordt de vegetatie voorzien van zoet water, terwijl bij hoogwater het water weer zout is.
De meeste basaltblokken waren voorzien van zeepokken, hoe dichter we naar de zee gingen, hoe groter ze waren.
Aan het strand op enkele plekken vlokken schuim, nee hoor geen milieuvervuiling het zijn gestorven zweefdiertjes (Paeocystis). Het is een soort opgeklopt eiwit. Wel wordt het algemener door grotere voedselrijkdom
Nu konden we eens rustig naar de schelpen kijken. De kleuren zijn zeer variabel, de meeste schelpen hebben een witte of crème achige kleur als de bewoner er nog in zit. Gaat zo'n dier dood dan blijft alleen de jas over. Bruine schelpen hebben vaak in ijzerhoudende grond gelegen. Zwarte schelpen vertoefden in een zinkrijke omgeving.
Sommige kunnen daar duizenden jaren gelegen hebben.
Als de schelpen gitzwart zijn en voorzien van een soort kalklaagje dan spreken we van sub-fossiele schelpen.
Je kan er dan ook niet meer doorheen kijken.
Sommige schelpen waren voorzien van een klein conisch gaatje Dit was het werk van een roofslak, de tepelhoren is zo'n rover, met zijn tong maakt de slak een gaatje in de schelp en spuit naderhand wat enzymen in het lichaam van zijn slachtoffer en slobbert het op die manier leeg.
Bij een schelpenbank lagen ontelbare Amerikaanse zwaardschedes in alle soorten en maten en ook werden hier de meeste andere schelpen gevonden. Een zanderige schelp die op het eerste gezicht op een gedoornde hartschelp leek bleek bij nadere inspectie van plastic te zijn. Vanzelfsprekend is deze nepschelp aan de verzameling toegevoegd.
Op de Wintervloed lijn kwamen we de meeste drijvende voorwerpen tegen. Eierkapsels van de wulk, een rugschild van de zeekat, maar ook twee aan elkaar gekitte eieren van de hondshaai. Veel krabbenpootjes o.a. de behandschoende poten van een Chinese wolhandkrab. Tijdens het voorlopen een week eerder hadden we een vrijwel gaaf exemplaar gevonden.
De timing verliep perfect want vrijwel gelijktijdig arriveerden de kor- en jutploeg bij de witte strandtent. Hier konden we weer een beetje op temperatuur komen en werden de wederzijdse ervaringen uitgewisseld.
| Gezien tijdens de strandexcursie | ||
Tweekleppigen
|
Kreeftachtigen
|
Wieren
|

| Plaats: | Oud Poelgeest |
| Wanneer: | 7 april 2001 |
| Tijdsbestek: | 09:30 - 12:00 uur |
| Door: | Sjaan van Agtmaal |
De Wandeling:
Het weer is bij aanvang erg prachtig: Een stralend zonnetje verwelkomt ons aan de poort van Landgoed Oud Poelgeest te Oegstgeest. Het weer blijft rustig. Het waait wat en het is zo'n 9 of 10 graden Celsius. Later hebben we soms wat lichte regen gehad, maar dat stelde gelukkig niets voor!
Druppelsgewijs komen de mensen aan en verzamelen zich bij de entree: een Grote Poort. Al bij de Grote Poort aan de ingang wordt je al overmand door de schoonheid van het landgoed, Een prachtige poort met meteen al een geweldig uitzicht op het kasteeltje over de Hoofdlaan en natuurlijk de vele, vele bloeiende witte, roze en alle tinten daartussen, bosanemonen en het geel bloeiende speenkruid. Het was nog net te vroeg voor de krentenboompjes. Kortom een echte voorjaarsaanblik.
De 24 aanwezige cursisten, die de Landschappencursus volgen, worden in 5 groepen verdeeld en elke groep wordt geleid door een IVN-gids. Na een woord van welkom zijn we klaar voor de wandeling:
De boswandeling voert vandaag door het Landgoed van Het Zuid-hollands Landschap: OUD POELGEEST in Oegstgeest. De eerste bronnen vermelden het bestaan ervan al zo'n 1000 jaar geleden als bezit van de familie Van Alkemade. Tijdens het Beleg van Leiden is het kasteel te gronde gegaan maar in de 17de eeuw is het herbouwd. Het kasteel zelf is in Italiaanse stijl gebouwd. De statige Hoofdlaan met de voortuin is in Franse stijl opgezet, en de rest van het nu nog 10 hectare grote landgoed is ingericht in Engelse Landschapsstijl, getuige de vele kronkelpaadjes en romantische doorkijkjes. Aanvankelijk is het kasteeltje zonder torentjes opgeleverd, deze zijn er later opgezet. In die tijd was de bekende Professor Boerhaave eigenaar en heeft er toch een kleine 15 jaar gewoond. Voor het kasteeltje, voor de entree ligt nog een plaquette op de grond wat dit vermeld. We wierpen nog een blik op de Godinnen Diana (van de jacht) en Flora (van de bloemen) in de hal van het kasteeltje. We zijn op het laatst ook nog naar binnen gegaan. Op de eerste verdieping hing een schets van het landgoed gemaakt rond 1950. Het tafereel echter was er een uit een vervlogen tijdperk, naar schatting begin 18de eeuw.
Overal hoor je vogeltjes zingen! Maar wat schetst onze verbazing als we ook wat groens zien vliegen! Het blijkt een Halsbandparkiet te zijn!!? Een prachtige vogel met een mooie lange staart. We konden hem van dichtbij bekijken. Deze vogel schijnt zich erg thuis te voelen in de zgn. Landgoederenbossen in het westen van het land. Hij komt voor in ieder geval in Park Clingendael in den Haag en ook het Vondelpark in Amsterdam.
We staan stil bij de IJzervretende boom, de Boom van Boerhaave en de boom van Jan Wolkers. Aan de achterkant van het kasteel komen we ook nog wat exotische bomen tegen. Bij de Brug der Zuchten, een mooi bruggetje waar veel trouwpaartjes trouwfoto's komen maken, zijn we blij verrast! We zagen een Nijlgans in een boom op zeker 10 meter hoogte! Wat nog meer gezien is: Voor de eerste keer een witgatje! Nooit eerder is deze daar waargenomen. Alle verrekijkers richten en genieten maar. Terwijl we daar stonden bleef het genieten want wat zagen we nu weer?: een sperwer in de lucht! Het schijnt zo te zijn dat er een sperwernest in het park voorkomt maar helaas hebben we dit nest niet gevonden. Veel excursiegangers zullen zich sinds deze excursie de geur van vlier herinneren: Als van een vies, oud, nat vaatdoekje! In een klein gezelschap vonden we een verloren gewaande gast terug: De Peterselievlier! Dat is dezelfde vieze geur maar dan met peterselie-vormig blad!
Op de warmste plekjes in het bos begonnen ook de blauwe boshyacinten te bloeien. Dit is werkelijk een fantastisch gezicht in combinatie met de anemonen en het jonge groen van de bomen. We stonden nog stil bij een slachtoffer van de berkendoder: een liggende berk, en natuurlijk bij de stijlvolle Waterput die dateert van 1550 en tevens het oudste bouwwerk op dit terrein is. Genietend van het bos stonden we nog stil bij diverse planten (zie lijst onder) en ook nog bij een aantal paddestoelen: Judasoren op de vlier, zwarte trilzwammen op een dode wilg, en grijze gaatjeszwammen op een dode kastanje.
Al met al ben je zo twee en een half uur verder en is het tijd om naar de innerlijke mens te luisteren. Men werd bedankt voor de aandacht en tot de volgende keer!
| Lijst aangetroffen planten: | |
| Kruidlaag | |
| Gevlekte aronskelk | Knop was al wel goed zichtbaar maar bloeide nog nergens, zwartbruine vlekken op blad. |
| Italiaanse aronskelk | Geen vlekken op blad. |
| Speenkruid | Bloeide volop. Het is hier een ware bodembedekker. Heeft "speentjes" in de grond zitten. Dit zijn kleine speenvormige knolletjes. |
| Daslook | Ruikt sterk naar ui, vooral als de plant bloeit. Mooie witte bloemetjes in een bolletje op een steel. Het blad is eetbaar. |
| Bosanemoon | De bloemkleur varieert van zuiver wit tot paars. Alle tussenliggende tinten komen voor. De plant vormt zaad maar wanneer een zaadje opeen goede plaats terecht is gekomen gaat de vegetatieve vermeerdering op gang komen: er wordt een pol gevormd. Alle pollen vormen net een eilandenrijk, elk met een eigen kleur tint. Van deze plant zijn diverse mythen bekend. |
| Gele Bosanemoon | Zeldzaam, komt hier toch in redelijke aantallen voor. |
| Holwortel | Iis wit of paars en heeft een ongedeeld schutblad. |
| Vingerhandkruid of Voorjaars Helmboem | Is paars en heeft een handvormig schutblad. |
| Boshyacinth | Veruit de meeste zijn blauw, er zijn slechts op één locatie een paar roze exemplaren gevonden. |
| Kievitsbloem | Deze keer vonden we alleen enkele witte exemplaren. Vorig jaar stonden er ook paarse. |
| Muskuskruid | Het bloempje is net een dobbelsteentje op een steeltje. Het bovenste bloempje heeft 4 kroonblaadjes. De zijbloempjes hebben er minimaal 5 en soms 6. Is dit jaar in aantal sterk achteruitgegaan! |
| Dagkoekoeksbloem | Deze bloeide nog niet. |
| Fluitekruid | Begon net met de eerste bloemetjes te bloeien |
| Zevenblad | Het staat hier als bodembedekker best goed….Is nu goed eetbaar! (als spinazie bereiden) |
| Voorjaarszonnebloem | Doronicum .. Prachtig geel zonnebloemetje, staat ook veelal in tuinen. |
| Bieslook | Keukenkruid, mischien hier wel gezaaid. |
| Oosterse ster hyacint | Egaal donkerblauwe stervormige bloemetjes, bloeide deze keer nog niet |
| Vogelmelk | Bloeit pas als het wat warmer is. Grote witte bloemen op een iel plantje |
| Struik- en Boomlaag | |
| Hulst | Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. Let op werkzaamheden van de hulstmineervlieg |
| Italiaanse populieren | Cypres-achtige vorm van populieren. |
| Vlier | Ruikt naar "muizen" |
| Peterselievlier | Deze hebben we weer terug gevonden op dit landgoed. |
| Haagbeuk | Stam heeft "Spierbundels" , dit in tegenstelling tot de gewone beuk. Het ontluikende blad is zeer "scherp" gevouwen. |
| Berk | Op het terrein liggen een aantal gesneuvelde berken op de grond: Dit is het werk van de zwam met de niets verhullende naam: berkendoder. Ook zien we een aantal exemplaren met een aantal zgn. "Heksenbezems" in de kroon. |
| Vogelkers | - |
| Fluweelboom | Wordt ook wel Azijnboom genoemd vanwege het gele zure sap wat vrijkomt als je een takje afbreekt. |
| Linde | We hebben Lindebomen aangetroffen met veel gaten in de bast. Het is ons niet duidelijk waar dit vandaan komt. Enkele Lindebomen hebben zgn. "waterloten", wortelopslag van lange rechtopgaande takken. |
| Paardekastanje | Let op de donkerbruine stam en de afhangende takken die aan het eind weer omhoog buigen. |
| Eik | Dit is de zgn. "Jan Wolkers-boom" Hij zou gezegd hebben onder deze boom te willen worden begraven. Deze boom staat net buiten het landgoed, aan de overkant van het water net naast de schaatsbaan. Deze boom heeft een vreemde kruin. Er zou hier vroeger een boomhut in gemaakt zijn. Hierdoor heeft de boom drie opgaande takken en is waarschijnlijk de top uit de boom gesneuveld. Het is niet helemaal duidelijk of Jan Wolkers zelf in deze boom gespeeld heeft maar anders dan toch in ieder geval zijn tijdgenoten. |
| Taxus | De Germaanse naam is "IJf". De takken van deze boom schijnen uitermate geschikt te zijn om bogen van te maken. Van het Griekse woord voor boog is de Latijnse naam van deze boom afgeleid. De hele boom is giftig, behalve de zaadrok van de knalrode vrucht.. Er werden ook pijlen van het hout gemaakt. Deze hadden dan meteen een gif aan de punt. Dit gif is taxol. Deze stof wordt nu gebruikt om borstkankerpatiënten te behandelen |
| Tulpenboom | Dit is de zgn. "Boerhaave"-boom, Het betreft hier geen Magnolia, maar een Tulipifera. Boerhaave zou de eerste Tulpenboom zelf hebben geplant. De originele boom bestaat niet meer, maar op de oude wortels van deze boom is aan drie zijde van de originele boom een nieuwe boom ontstaan. Ook deze drie bomen zijn inmiddels dood en op hun beurt zijn er weer een aantal nieuwe bomen ontstaan op de oude wortels. Door generatieve vermeerdering staan er nu een bomen die genetisch identiek zijn. Dit zijn zgn. klonen van elkaar. |
| Moseik | Een exoot met mosachtige structuren op het eikedopje. |
| Japanse Notenboom Ginkgo biloba | Alweer een exoot. Dit is een vertegenwoordiger van de eerste loofbomen en derhalve een bijzonder oud plantengeslacht. Het blad is wat je zou kunnen noemen een kruising tussen de dennennaald en een loofblad.: een verbrede dennennaald… De grote boom is ca. 50 jaar oud maar heeft het niet zo goed naar zijn zin. Hij kwijt een beetje weg, vandaar dat er iets verderop een nieuw exemplaar is geplant. De hoop is nu dat deze het beter naar zijn zin zal hebben. |
| Moerascypres | Nog een exoot. Dit is een vertegenwoordiger van het geslacht Taxodium. Normaliter hoort deze "waterknieën" te maken: luchtwortels. Vermoedelijk staat deze te ver van het water af om zuurstof tekort in de wortels, door de hoge waterstand te veroorzaken, en heeft de boom geen noodzaak om deze luchtwortels te maken. |
| Roos | Prachtige struik met kleine blaadjes en geen doornen |
| Lijsterbes | Met kortloten |
| Andere Interessante Organismen | |
| Knoppergal | Op gewoon eikelkapje. De veroorzaker heeft als tussengastheer de moseik. |
| Grijze gaatjeszwam | Op dode kastanje |
| Judasoren | Op vlier |
| Zwarte Trilzwam | Op dode wilg |
| Insecten | |
| Aardhommel | De grootste hommel van Nederland |
| Honing bij | In de bijenkasten van de Oegstgeester iemkervereniging |
| Hulsvlieg | Maakt de bijzonder gangen in de hulstbladeren |
| Meeldauwlieveheersbeestje | Licht oranje met gele vlekken en een gelerand om kop en dekschilden, eet meeldauwschimmels |

| Plaats: | Duindamse slag te Noordwijk |
| Wanneer: | 12 mei 2001 |
| Tijd: | 09.30 - 12.30 uur |
| Weer: | veel korte broeken bij een temperatuur oplopend tot 25 ° C |
| Materiaal: | kijker, loupedoosje, waterflesje, diverse gidsen, drinken |
| Aantal groepen: | drie |
| Door: | Wouter Gerstel |
Het verslag vindt dit keer plaats aan de hand van diverse (genummerde) "stopplaatsen" welke zich bevinden op de bekende route. Het is een samenvatting van de drie groepen en het voorlopen.

| Plaats: | Leiden (binnenstad) |
| Wanneer: | 20 mei 2001 |
| Tijdsbestek: | 10:00 - 12:45 uur |
| Door: | Henk Merts |
De Wandeling:
Een rondgang rond de burcht toont Leiden in haar culturele en natuurlijke vorm. Veel kerken maar ook kan je zo goed zien wat de echt groene wijken van Leiden zijn. En welke stadsdelen het met wat bomen minder moeten doen. Ook op de burcht aan bomen geen gebrek. Twee mooie beuken en een gave iep zetten hun stempel op de burchtheuvel. De ingang wordt geflankeerd door een rode beuk. Maar dat had ik aan het begin van het verhaal al verteld.
Henk Merts
| Gezien en / of gehoord tijdens de stadsexcursie | ||
Vogels:
|
Bomen en struiken:
|
Planten:
|
| Plaats | Amsterdamse Waterleidingduinen AWD |
| Datum | Zaterdag 9 juni 2001 |
| Start | Bezoekerscentrum De Oranjekom (ingang Oase) |
| Toegangsprijs | fl. 2,- |
| Route | 3,6 km (gele route). |
| Tijd | 09.30 tot 13.30 |
| Weer | Licht bewolkt met zon |
| Windkracht | ± 1 |
| Temperatuur | 15 á 20 ° C |
| Door | André Biemans |
| Algemeen | Dit was in het kader van de keuze excursie van de landschappencursus van het IVN Leiden. Op de zelfde ochtend zouden er ook excursies gehouden worden in de Starrevaartplas en de Horsten.
|
Met enige twijfel keken we naar de kleine stapelwolkjes die zich boven land vormden en meer landinwaarts leken samen te voegen tot een gesloten wolkendek. Aangezien wij aan de kust zaten, hoefden we ons daar echter weinig van aan te trekken. Het werd uiteindelijk een zeer fraaie dag, wellicht zelfs wat te warm voor een excursie door een van de mooiste duingebieden van Nederland.
Voordat we het gebied zelf gingen verkennen, zijn we eerst eens binnengelopen bij het bezoekerscentrum De Oranjekom. Het gebouwtje herbergt een uitgebreide tentoonstelling over de AWD met onderwerpen over de natuur van het duin (met o.a. een indrukwekkende serie opgezette vogels), maar ook - overzichtelijk en boeiend - het hele verhaal over de duinwaterwinning van toen tot nu. Er is verder een hoop documentatie te koop: boeken, folders en ook een gedetailleerde kaart van de AWD. Na dit informatieve bezoekje haastten wij ons het gebied in om al dat moois van het bezoekerscentrum in levende lijve te aanschouwen.
In het bosgedeelte vlakbij de ingang was de Adelaarsvaren een opvallende en dominante verschijning in de kruidlaag. Net als vorig jaar, liep een poging om de reden voor de naam van deze varen te illustreren op niets uit: de vermeende vorm van een adelaar in de doorsnede van de stengelbasis was niet te herkennen. De scheuten waren nog te jong.
Een echte duinstruik is de Kardinaalsmuts met zijn groene takken die vaak bezet zijn met kurklijsten of -strepen. De Kardinaalsmuts is echter ook een gewilde bron van voedsel voor diverse knagers in het duin. Veel van de Kardinaalsmutsen die wij zagen waren voor een groot deel ontdaan van zijn bast. Het vermoeden bestaat dat reeën en/of wellicht ook damherten de daders waren. Alsof dergelijke knagerij nog niet genoeg is, heeft de Kardinaalsmuts ook te lijden van de rupsen van de Kardinaalsmutsstippelmot die een struik helemaal kaal kunnen vreten, de takken ondertussen bedekkend met een spookachtige lijkwade van spinsel. Deze schade is niet onherstelbaar: rond de langste dag worden nieuwe scheuten (zgn. Sint-Jansloten) gevormd.
Dat ook gidsen niet alles weten werd op deze dag maar weer al te duidelijk. Bij een stukje bos met veel dode eiken stonden wij hoopvol te turen naar een gat in zo'n boom, in de hoop een Grote bonte specht te betrappen op het onderhouden van een gezin. In plaats daarvan zagen we even een kleiner blauwig vogeltje tevoorschijn komen en rap wegvliegen. Ondergetekende zag ze duidelijk vliegen toen hij enthousiast opperde dat het wellicht een Boomklever was. Enige twijfel vanuit het groepje noopte ons ertoe met de verrekijkers nog even te wachten tot deze vogel zich weer aandiende. Zodoende konden wij de vermeende Boomklever even later degraderen tot een eenvoudige Koolmees die zijn nest had gebouwd in een oud spechtenhol. Enigszins in mijn wiek geschoten vervolgde ik mijn route, nog steeds trouw gevolgd door mijn discipelen die - gelukkig - deze kans om hun leider te onttronen niet aangrepen. Dat de wens ook nu weer eens de vader van de gedachte was, is hier natuurlijk de moraal.
Regelmatig werd ook het Rozenkevertje ontdekt. Dit kevertje heeft geen duidelijke voorkeur m.b.t. zijn voedsel want hij werd in verschillende bomen en struiken aangetroffen. Ook diverse andere insecten lieten zich zien, zoals een kleurige soort wants en diverse kevertjes.
Ergens langs de route vonden we ook een fraai stuk kaal zand, oftewel een stuifduin. Wie weet zouden we nog een zonnende duinhagedis aantreffen. IJdele hoop, maar we vonden wel diverse sporen van konijnen (graafjes, afdrukken en keutels natuurlijk), kauwtjes (poot- en sleepsporen van de staart), reeën (hoefafdrukken) en een vos (keutels met haren en stukjes bot). Op dezelfde plek stond ook overal het duinviooltje te bloeien, die zich voornamelijk van het driekleurig viooltje onderscheidt door het feit dat hij in de duinen groeit.
Ook de Romeinen hebben o.a. in het duin hun sporen achtergelaten. Geen dode ruines maar levende waar: zeepkruid, een plant die verwant is aan onder meer de Dagkoekoeksbloem, en die vroeger veel in gebruik was als bron van zeepachtige stoffen, saponinen, die het water doen schuimen en een zelfde werking hebben als zeep. Hoewel vooral de wortelstokken werden gebruikt, kun je het blad ook fijnwrijven en met een beetje water laten schuimen.
Gedurende de hele tocht hebben we ook heel wat leden van de familie der ruwbladigen (Boraginaceae) ontmoet: Glad parelzaad, Slangekruid, Gewone smeerwortel, Gewone ossetong, Kromhals, Ruw vergeet-mij-nietje en Veldhondstong. Helemaal toevallig is dat niet, aangezien veel van deze ruwbladigen zijn aangepast aan een leven in een wat droger biotoop (afgezien van de Smeerwortel dan).
Voor de "volledigheid" toch maar een lijstje met waargenomen planten, bomen en bomendie ik de moeite van het vermelden waard vind (de rest ben ik vergeten):
Voor de natuurliefhebber zijn de Amsterdamse Waterleidingduinen een inspirerend en altijd weer verrassend toevluchtsoord. Deze excursie besloeg slechts een heel klein stukje van dit aanzienlijke duingebied, dus er valt nog oneindig veel te ontdekken en te beleven. Oh ja, honden worden - gelukkig en met reden - niet toegelaten in het grootste deel van het gebied!
| Plaats | Horsten Wassenaar) |
| Datum | Zaterdag 9 juni 2001 |
| Tijd | 09.30 tot 14.00 |
| Weer | Licht bewolkt met zon |
| Windkracht | ± 1 |
| Temperatuur | 15 á 20 ° C |
| Door | Sjaan van Agtmaal |
| Algemeen | Dit was in het kader van de keuze excursie van de landschappencursus van het IVN Leiden. Op de zelfde ochtend zouden er ook excursies gehouden worden in de Starrevaartplas en de AWD duinen.
|
De Wandeling
Het was een prachtige dag. Redelijk veel zon maar de temperatuur lag rond de 15 graden Celsius. De excursie had 8 deelnemers olv de IVN-gids Sjaan van Agtmaal. De wandeling begon bij de entree aan de Papenlaan bij Wassenaar, bij de grote poort. Bij het informatiebord werd de geschiedenis van het Landgoed de Horsten uit de doeken gedaan. Het blijkt uit drie afzonderlijke landgoederen te zijn samengesteld, die alweer zo'n 150 jaar geleden bij elkaar gebracht zijn door Prins Frederik. Deze drie landgoederen zijn De Raaphorst, De Eikenhorst en Ter Horst. Alleen van Ter Horst bestaat nog het paleis. Van de Raaphorst bestaat alleen nog de kasteelboerderij met een steen waarop het wapen bewaard is gebleven van de Heer van Raaphorst. De Koninklijk Horsten is nog steeds in bezit van Prinses Juliana. Een Stichting voert er het beheer. Deze maand gonst het van de geruchten dat misschien wel Prins Willem-Alexander en Prinses Maxima in Villa Eikenhorst gaan wonen! Villa Eikenhorst ligt in een besloten deel ven dit landgoed, op de plaats waar kasteel Eikenhorst heeft gestaan.
Het Landgoed bestaat uit een grote diversiteit aan biotopen: van prachtige loofbossen met grote dikke bomen, tot hakhoutbosjes op het venige deel (ter Horst) met weilanden ertussen waarop nog actief geboerd wordt. In al deze gebieden is ook veel water waardoor er ook nog eens een "natte" flora en fauna aanwezig is, naast de meer "drogere" soorten. Deze grote diversiteit aan biotopen levert een grote diversiteit aan planten en dieren op. Op een van de plassen zagen we een kolonie Nijlganzen. Ook liet een staartmees zich goed zien en konden we genieten van zijn gezang. We hebben veel weidevogelsoorten gezien in het weidevogelbeschermingsgebied, inclusief twee grote bonte spechten waarvan de een de ander aan het voeden was! Het jong was dus al zo goed als volgroeid. Door het hele landgoed bloeiden de paarse Rhododenderon. We troffen ook nog een net uitgebloeide Gouden regen aan.
De wandeling ging door elk van deze biotopen waarbij het soms wat nat was maar dat mocht de pret niet drukken. Men werd verrast door de koffiepauze met koekjes die werden genuttigd met uitzicht op de Seringenberg. Een plaats waarvan men veronderstelt dat Koningin Wilhelmina hier haar schilderijen heeft gemaakt.
In dit in de Engels landschapsstijl aangelegde Park zijn ook redelijk veel exoten te vinden. Men werd gewezen op het feit dat exoten relatief veel minder natuurlijke vijanden hebben en daardoor soms een plaag kunnen vormen (Amerikaanse vogelkers). Precies om 14.00 kwamen we weer aan bij het startpunt waar een ieder tevreden afscheid nam en huiswaarts ging. Het was weer een geslaagde excursie!
Waarnemingen
Waarnemingen tijdens de excursie en het voorlopen (van de afgelopen 4 jaar), gesplitst in bomen en heesters, planten, vogels, en insecten, per categorie opgesomd in alfabetische volgorde:
|
|
| Plaats | Starrevaartplas |
| Datum | Zaterdag 9 juni 2001 |
| Tijd | 07.00 tot 11.45 (start excursie 07.30) |
| Weer | Licht bewolkt met zon |
| Windkracht | ± 1 |
| Temperatuur | 15 á 20 ° C |
| Door | Henk Merts |
| Algemeen | Dit was in het kader van de keuze excursie van de landschappencursus van het IVN Leiden. Op de zelfde ochtend zouden er ook excursies gehouden worden in de Horsten en de AWD duinen.
Samen met collega Els en een groep van 8 cursisten hebben we de volgende vogels gezien en of gehoord. (51) |
| Waagenomen vogelsoorten | 51 |
|---|---|
| Eenden/zwanen/ganzen | 12 |
| Bergeend | 4 |
| Grauwe gans | 150 |
| Knobbel zwaan | 25 |
| Krakeend | 20 |
| Kuifeend | 40 |
| Nijlgans | 15 |
| Slobeend | 6 |
| Smient | 4 |
| Tafeleend | 8 |
| Wilde eend | 40 |
| Zomertaling | I |
| |
| © Foto Zomertaling man; Adri de Groot | |
| Zwarte zwaan | 1 |
| Meeuwen & Sterns | 5 |
| Kleine Mantelmeeuw | 4 |
| Kokmeeuw | 250 |
| Zilvermeeuw | 20 |
| Stormmeeuw | 1 |
| Visdief | 2 |
| Zilvermeeuw | 4 |
| Steltlopers | 6 |
| Grutto | 8 |
| Kievit | 10 |
| Kleine plevier (juveniel) | 1 |
| Kluut | 2 |
| Scholekster | 10 |
| Tureluur | 5 |
| Overige | 10 |
| Aalscholver | 9 |
| Blauwe reiger | 3 |
| Fazant | 1 |
| Fuut | 20 |
| Gierzwaluw | 8 |
| Houtduif | 1 |
| Koekoek | 2 |
| Lepelaar | 14 |
| Meerkoet | 60 |
| Waterhoen | 2 |
| Zangvogels | 18 |
| Bosrietzanger | 2 |
| Ekster | 1 |
| Fitis | 5 |
| Gaai | 1 |
| Grasmus | 1 |
| Kauw | 6 |
| Kleine karekiet | 6 |
| Koolmees | 2 |
| Merel | 1 |
| Rietgors | 2 |
| Rietzanger | 2 |
| Tuinfluiter | 2 |
| Vink | 1 |
| Winterkoning | 5 |
| Witte kwikstaart | 1 |
| Zanglijster | 1 |
| Zwarte kraai | 1 |
| Zwartkop | 2 |
| Amfibiën [1] |
|---|
| Groene kikker |
| Insecten en spinnen [5] |
| 2 stippig lieveheersbeestje |
| Groene brandnetelsnuitkever |
| Schuimcicade-larve |
| Lantaarntje |
| Wolfspin |
| Bloeiende planten [11] |
| Blaartrekkende boterbloem |
| Fluitekruid |
| Gele llis |
| Hondsdraf |
| Koolzaad |
| Kruipende boterbloem |
| Madeliefje |
| Paarse dovenetel |
| Perzische berenklauw |
| Rode klaver |
| Zilverschoon |
Meer excursieverslagen diverse IVN-cursussen
Diverse vogelexcursies
KNNV excursieverslagen
Excursies VWG Koudekerk e.o.
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het Web hm april 2001
Laatste mutatiedatum 23-07-2001