KNNV-weekend 26-01 t/m 28-01-2001 naar Zeeland en de Zuid hollandse eilandenIn dit weekend zijn we met 11 enthousiaste vogelaars naar Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland geweest, 3 dagen met verschillende weersomstandigheden. Hieronder een soortenlijst en excursieverslagDe soortenlijst is het totaal van alle waarnemingen. De vermelde aantallen zijn ruwe schattingen, ze dienen als indicatie voor het aantal vogels per soort. hm februari 2001
|
| KNNV-Excursie naar Zeeland en Zuid Hollandse eilanden (1e dag) | |
|---|---|
| Plaats: | Voornamelijk Goeree-Overflakkee |
| Datum: | 26-01-2001 |
| Begin- en eindtijd | 11.15 - 17.00 |
| Windkracht: | 5 |
| Temperatuur: | Gemiddeld 4 ° C |
| Verdere weersgesteldheid: | Het was de hele dag droog en zwaar bewolkt. Er stond een vrij koude wind |
| KNNV-Excursie naar Zeeland en Zuid Hollandse eilanden (2e dag) | |
|---|---|
| Plaats: | Voornamelijk Schouwen-Duiveland |
| Datum: | 27-01-2001 |
| Begin- en eindtijd | 08.15 - 17.00 |
| Windkracht: | 4 á 5 |
| Windrichting: | zuidoost krimpend naar westzuidwest |
| Temperatuur: | Gemiddeld 4 ° C |
| Verdere weersgesteldheid: | Het was een regenachtige dag met vooral in de ochtend vrijveel wind Rond het middaguur werd het allemaal wat beter en bleef het vrij wel droog en minder wind |
| KNNV-Excursie naar Zeeland en Zuid Hollandse eilanden (3e dag) | |
|---|---|
| Plaats: | Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland |
| Datum: | 28-01-2001 |
| Begin- en eindtijd | 08.00 - 15.30 |
| Windkracht: | 1 |
| Temperatuur: | Eerst 1 later 8 ° C |
| Verdere weersgesteldheid: | Het was een heel mooie winterse dag, weinig wind en de zon deed flink haar best, later in de middag op weg naar huis nog een klein buitje |
| VOGELS | 82 |
|---|---|
| Duikers | 1 |
| Roodkeelduiker | 4 |
| Futen | 5 |
| Dodaars | XX |
| Fuut | MM |
| Geoorde fuut | 4 |
| Kuifduiker | 1 |
| Roodhalsfuut | 2 |
| Pelikaanachtigen | 1 |
| Aalscholver | CC |
| Reigerachtigen | 2 |
| Blauwe Reiger | XX |
| Kleine Zilverreiger | 2 |
| Zwanen | 3 |
| Kleine Zwaan | D |
| Knobbelzwaan | X |
| Wilde Zwaan | X |
| Ganzen | 9 |
| Brandgans | MM |
| |
| Grauwe gans | M |
| Indische gans | 3 |
| Kleine rietgans | 7 |
| Kolgans | MM |
| Nijlgans | L |
| Rietgans | MM |
| Rotgans | MD |
| Sneeuwgans | 1 |
| Eenden | 15 |
| Bergeend | XX |
| Brilduiker | M |
| Eidereend | XX |
| Grote zaagbek | II |
| IJseend | 12 |
| |
| Krakeend | L |
| Kuifeend | X |
| Middelste zaagbek | X |
| |
| Pijlstaart | CC |
| Slobeend | XX |
| Smient | MCC |
| Tafeleend | 1 |
| Wilde eend | CC |
| Wintertaling | XX |
| Zwarte Zee-eend | X |
| Roofvogels | 6 |
| Blauwe kiekendief | 1 |
| Bruine kiekendief | 4 |
| Buizerd | 8 |
| Slechtvalk | 1 |
| |
| Sperwer | 1 |
| Torenvalk | 11 |
| Hoenderachtigen | 1 |
| Fazant | V |
| Rallen | 2 |
| Meerkoet | M |
| Waterhoen | 1 |
| Waadvogels | 6 |
| Kluut | C |
| Rosse Grutto | D |
| Scholekster | MM |
| Tureluur | C |
| Witgat | 1 |
| Wulp | M |
| Plevieren | 4 |
| Bontbekplevier | 1 |
| Goudplevier | X |
| Kievit | CC |
| Zilverplevier | D |
| Strandlopers e.d. | 4 |
| Bonte strandloper | CC |
| Drieteenstrandloper | CC |
| Paarse Strandloper | X |
| Steenloper | XX |
| Meeuwen | 5 |
| Grote Mantelmeeuw | CC |
| Kleine Mantelmeeuw | 1 |
| Kokmeeuw | M |
| Stormmeeuw | L |
| zilvermeeuw | C |
| Duiven | 2 |
| Houtduif | X |
| Turkse tortel | II |
| Spechten | 1 |
| Groene Specht | 1 |
| Zangvogels | 15 |
| Piepers | 2 |
| Graspieper | II |
| Oeverpieper | 1 |
| Heggenmussen | 1 |
| Heggenmus | 1 |
| Lijsterachtigen | 4 |
| Koperwiek | 1 |
| Kramsvogel | X |
| Merel | X |
| Roodborst | 1 |
| Mezen | 1 |
| Staartmees | II |
| Kraaiachtigen | 3 |
| Ekster | X |
| Kauw | CC |
| Zwarte kraai | L |
| Spreeuwen | 1 |
| Spreeuw | MM |
| Mussen | 1 |
| Huismus | XX |
| Vinken | 2 |
| Putters | 3 |
| Vink | 2 |
| LEGENDA: | |
| 3 | = Werkelijke aantal |
| I | = één exemplaar |
| II | = Enkele exemplaren |
| V | = 5 á 9 exemplaren |
| X | = Ruim 10 exmplaren |
| XX | = Tientallen exemplaren |
| L | = Ongeveer 50 ex. |
| C | = Ongeveer 100 ex. |
| CC | = Vele honderden exemplaren |
| D | = Ongeveer 500 eexmplaren |
| M | = Ongeveer 1.000 exemplaren |
| MM | = Vele duizenden exemplaren |
| Zoogdieren | 2 |
| Gewone zeehond (Waddenzeehond) | 3 |
| |
| Haas | 1 |
| Bijzonderheden | 5 |
| Grauwe gans met nekring | |
| Leucisme en melanisme op de slikken | |
| Muisjesmos | |
| Spaghettislierten geproduceerd door zeepieren | |
| Vlier met judasoren | |
Verslag
In dit verslag worden per locatie steeds de meest interessante waarnemingen vermeld.
De eerste dag vrijdag 26 januari 2001
Buitenhaven van Stellendam
We arriveerden rond 11.15 bij de Stellendam, dit gebied wordt ook wel het koudste plekje van Nederland genoemd. Het deed zijn reputatie eer aan, want je moest inderdaad stevig gekleed naar de vogels kijken. Maar dan was er ook heel wat te zien. Bij de dijk zagen we een groep van zeker 60 kluten, honderden pijlstaarten, wulpen, bonte- en drieteen strandlopers. Een tiental tureluurs scharrelden op de slikplaat. De meeste aandacht ging zonder meer naar een speelse waddenzeehond (gewone zeehond) die eerst op het zand lag om even later draaiend van borst naar rug zich te water te begeven. De afstand tussen ons en het dartele zeezoogdier was niet zo groot, vandaar dat we zijn verrichtingen prima konden volgen.
In de haven merkten we twee roodhalsfuten op, donkere nek en donkere wangen, waarmee hij zich onderscheidt van zijn neef de kuifduiker. Ook hier de eerste middelste zaagbekken.
De plaat van Scheelhoek
Vlak voor dit gebied zagen we een witte zwaan, dit zijn altijd spannende momenten hebben we te maken met een Anser knorr (de gewone soepgans) of mogen wij een sneeuwgans begroeten. Gelukkig bleek dit laatste het geval te zijn, de zwarte vleugelpunten verraadde de arctische afkomst van het bijna witte dier.
Honderden brand- en grauwe ganzen verbleven in het grasland, boven de rietkragen vlogen maar liefst vier bruine kiekendieven, met een beetje geluk kon je het kieken-kwartet in één kijkerbeeld krijgen.
Hier vlakbij een groep grauwe ganzen op een akkerland, toen we goed keken zagen we dat ze vergezeld waren van een zevental kleine rietganzen goed herkenbaar aan de donkere koppen en de roze poten.
Omgeving Herkingen
Op een akkerland honderden kol-, rietganzen en 85 kleine zwanen.
Jachthaven van Battenoord
Een enkele brilduiker en een handvol steenlopers, maar het meest opvallend waren de groepen rosse grutto's (zeker 200 exemplaren). Als je goed naar hun snavels kijkt zie je dat die iets opgewipt zijn. De meer dan vijfhonderd zilverplevieren lieten zich in vlucht goed herkennen, de zwarte okseltjes waren dan mooi waarneembaar.
Grevelingen- en Philipsdam
Bij de Grevelingendam laag water de vogels waren over de gehele slikvlakte verspreid, enorme hoeveelheden scholeksters, groepjes rotganzen en veel wulpen.
We gingen nog even over de Philipsdam om te kijken of er nog flamingo's waren, helaas geen roze langnekken te zien. We zijn nog wel even gestopt bij een gebied wat begraasd werd door o.a. Schotse Galloway runderen.
Vlak daarbij bespeurden we ook andere grazers ruim duizend rotganzen.
Inmiddels waren we getuige van een mooie zonsondergang en werd het tijd om naar ons onderkomen in Brouwershaven te gaan.
De tweede dag zaterdag 27 januari 2001
De Buitenhaven van Brouwershaven
Stevige regenbuien zorgde er voor dat ons verblijf op de buitenhaven van vrij korte duur was. Wel zagen we grote groepen kleine zwanen en diverse ganzen ploeteren door de winterse buien.
Koudekerkse inlagen / Plompetoren
Bij de plompetoren rende een haas over de velden, diverse eendensoorten en natuurlijk veel rotganzen.
Vanaf de dijk kon je over de Oosterschelde kijken en op grote afstand zagen we een zeehond op de Roggenplaat liggen, hij lag als een "rolmops" op het zand.
De plompe toren "zelf" vertelt iets over de geschiedenis van de directie omgeving. Zo gauw de deur opengaat wordt de argeloze bezoeker geconfronteerd met de sage van "De zeemeermin van Westenschouwen". Heel in het kort komt het erop neer dat vissers een zeemmermin in hun netten vingen. En hoewel haar partner de zeemeerman ook smeekte om haar vrij te laten deden de vissers dat niet. De zeemeermin heeft het niet overleefd en de zeemeerman sprak een vloek uit over het dorp.
We zullen er maar niet te lang bij stil staan dat de toren heeft behoord bij het plaatsje Koudekerke.
In ieder geval wordt de beklimmer van het bouwwerk getracteerd op een fraai uitzicht over land en water.
Flauwerse inlagen en Heerenkeet
Op De Flauwerse en Weverse inlagen zagen we baltsende wilde eenden een tiental kluten natuurlijk weer wulpen.Het luchtruim werd opgeëist door twee grote wolken brandganzen.
Het was tijd voor koffie, die werd genuttigd in de Heerenkeet. Dit restaurant werd rond 1852 gebruikt als vergaderplaats voor de "Heeren van Schouwen" zoals dijkgraven e.d. Deze lieden behoorden toen tot de lokale notabelen. Het etablissement heette toen nog "d' Eerekeete".
Krekengebied bij Ouwerkerk
Veel kauwen in de weilanden, soepganzen maar ook een solitaire kleine zilverreiger, omdat niet iedereen de witte reiger had opgemerkt, reden we later nog even terug. Het fraaie dier had echter inmiddels een andere locatie opgezocht.
Slikken van Viane
De Viaanse slikken stonden toen op het programma, maar vlak voor dit gebied zagen we in een akkerland tientallen steenlopers (onverwachte locatie voor deze beesten) en op het zelfde terrein een vijftal goudplevieren. Ze waren met het blote oog volkomen onzichtbaar, maar we hadden genoeg optiek bij ons om deze "gouden" vogels te voorschijn te toveren.
Bij de Slikken van Viane bleek het opkomend water te zijn. De slikvlakte werd bewandeld door duizenden gevederden. Bonte strandlopers, scholeksters en wulpen waren in grote getalen vertegenwoordigd.
Tussen alle bonte pieten scharrelde een leucistische scholekster rond. Hij had een witte kop met zwarte wangen, een witte rug maar wel zwarte vleugels. De kleur van de snavel was gebleekt oranje. Het leek net een mini ooievaar.
Kennelijk stond deze bleekscheet ook laag in de "pikorde", want bij een klein territorimconflict met een soortgenoot moest de witte "zee-ekster" snel het veld ruimen.
Bij sommige scholeksters was de witte kinband nog te zien, deze hoefijzervormige halsring behoort bij het winterkleed. Dat niet alle bonte pieten zo getooid waren bewijst dat een aantal van hen als het voorjaar in de kop heeft.
Maar ook aan melanisme geen gebrek op het wad. Een groep van drie rotganzen vonden we wel heel erg donker, helaas waren er op dat moment geen andere "rotjes" aanwezig om het een beetje fatsoenlijk te kunnen vergelijken. Het zouden zwarte rotganzen kunnen zijn, maar we waren niet honderd procent zeker.
De slikvlake is met een betonnen muurtje gescheiden van de openbare weg. De muur doet dienst als waterkering en was behangen met gele- en grijze korstmossen en verder ook grotendeels begroeid met kleine eilandjes muisjesmos.
Midden in het opkomende water gezeten op een paaltje zagen we een slechtvalk, de omgeving trok zich daar weinig van aan. Dit veranderden echter toen deze supervalk op de wieken ging en grote groepen kieviten en spreeuwen verschrikt deed opstijgen.
Akkers ten zw van Oosterland
Een akkerland met 174 kleine zwanen, honderden grauwe- en duizenden kolganzen en tientallen rietganzen.
Als de zwanen er niet gezeten hadden was de kans nog aanwezig dat we de ganzen ook niet hadden opgemerkt, want ondanks hun grootte vallen ze in eerste instantie nauwelijks op vanuit een rijdende auto.
Akkervelden bij Dreischoor
Omdat één van ons nog nooit in dit fraaie dorpje was geweest, hebben we met de auto nog even door Dreischoor gereden. Dit betekent in de praktijk een rondje rond de kerk. (Daar doen ze bij de NS nu juist zo moeilijk over).
Bij de kerk een Guinese- ook wel Afrikaanse gans genoemd. Maar die wordt daar gewoon als huisdier gehouden en zal natuurlijk niet op de lijst komen.
Even buiten het dorp kwamen we weer een ganzenrijk akkerveld tegen. Ogenschijnlijk dezelfde vogels als hierboven vermeld. Maar een wat nauwkeuriger schouwing leverde ook nog een trio Indische ganzen en een tiental wilde zwanen op. Een bus vol vogelende Walen was voor de meeste ganzen het sein om zich te verplaatsen. Wij volgden dat voorbeeld en wendde de steven richting Brouwershaven.
De meeste waren voor die dag uitgevogeld, maar een quintet enthousiastelingen besloot toch nog naar de Punt van Goeree te gaan voor de brilduikerregen.
Brouwersdam
Om bij de punt te komen moet je over de Brouwersdam en het is onmogelijk voor een vogelaar om hier overheen te rijden zonder te stoppen. Het was zeer hoog water en er stond een stevige bries dit veranderde de Noordzee in een deinende massa. Zonder last van zeeziekte dobberden 4 zee-eenden en enkele eiders rond.
de Punt van Goeree
De brilduiker show was al begonnen achter elkaar plonsden de "brillies" al zoevend in het water. Daarbij vertoonden de mannetjes een drietal vormen van recreatief gedrag. Enkele waren dorstig van het hele dag rondzwemmen op zout water en begonnen meteen te drinken. Een aantal mannen nam een bad en ging uitgebreid de veren poetsen en borstelen. Maar de meeste deden alleen maar hun best om de schaarse wijfjes te imponeren. Hierbij werd hun lenige kop heel ver naar achteren gehaald, zodat hun snavel in de tegengestelde zwemrichting wees. Ht blijft altijd een adembenemend schouwspel. Aan het eind van de voorstelling dachten we dat zeker 1200 brilduikers hun colletieve slaapplaats hadden gevonden. Inmiddels was de plas bijna in duisternis gehuld.
De derde dag zondag 28 januari 2001
De Buitenhaven van Brouwershaven
De meeste van ons wilde de slaaptrek ook wel met droog weer aanschouwen. En daarom stonden we om 07.55 weer in formatie opgesteld bij de havendijk.
De stevige natte bries van gisteren was vervangen door een decor van bijna windstilte. Rondom allerlei vogelgeluiden; fluitende smienten, jubelende wulpen, lachende zeemeeuwen en "te pieterende" scholeksters en "turelende" tureluurs. Maar ook andere geluiden bereikten onze gehoorgangen; hijgende joggers en een pruttelende binnenbord motor. De opkomende zon verzorgde een wervelende lichtshow door de schaarse bewolking eerst te behangen met een roze rode sluimer om even later het gehele zwerk te belichten met allerlei kleuren van geel tot diep purper aan toe. Een sfeer van dampende dijken voorzien van berijpte randen, een ontwakende dag in optima forma.
Dobberende dodaarzen, duikende zaagbekken en een steeds oplichtende vuurtoren verhoogde alleen maar de sfeer.
In een vergelijkbare entourage moest Edvard Grieg besloten hebben om "die Morgenstimmung" te componeren.
De ganzen hadden ook al heel duidelijk in de gaten dat dag in al haar hevigheid was begonnen. Ze zetten eenvoudig in met een groep van 45 rietganzen. Maar dit voorbeeld vond al snel navolging. Het leek op een gegeven moment wel een uitvoering van ritmische gymnastiek als wapperende linten vlogen de rietganzen voorbij.
Vanuit onze positie hadden we ook zicht op een groep van honderden kleine zwanen. In groepjes verlieten zij het thuisfront. Vlak voordat er weer een aantal de lucht in ging was er altijd veel kabaal in de groep. Alsof de zwanen elkaar luid tetterend een prettige dag toewensten. Om 8.35 was de rijzende zon als een gloeiende bol zichtbaar door de takken van de kale bomen.
Scharendijke
Om even voor 10.00 uur verlieten wij het schilderachtige dorpje Brouwershaven en reden naar het nabijgelegen Scharendijke. Vanuit de jachthaven van dat plaatsje heb je een mooi uitzicht op de Kabbelaarsgeul onderdeel van het Grevelingen meer. Daarachter zie je de achterkant van de Brouwersdam.
Dit gebied blijkt een eldorado voor futen te zijn, zeker drieduizend "gewone" futen zwommen en doken op en onder water. Bij velen van hen waren de bakkebaarden al zichtbaar. Nog nooit heb ik zoveel satijnduikers bij elkaar gezien.
Brouwersdam
De aanblik van de de Brouwersdam had een volledige metamorfose ondergaan, was het gisteren nog een bruisende kolende massa. Nu keken we naar kabbelende golfjes, die voornamelijk ontstonden doordat er opdat moment stevig gespuid werd. In het borrelende spuiwater zwom een speelse zeehond. Steenlopers liepen op enkele meters afstand van ons en iets verder merkten we een aantal paarse strandlopers op met hun geelachtige poten.
Maar liefst vier roodkeelduikers zwommen vlak bij elkaar. Maar dat was nog niet alles want ook de eenden deden het uitstekend. Eiders, zwarte zee-eenden en een brilduiker gaven acte de présence. Maar ons enthousiaste was helemaal grenzeloos toen één van ons een ijseend ontdekte. Uiteindelijk bleek het om een vol dozijn ijseenden te gaan, 10 mannen en twee vrouwen. De mannetjes waren gehuld in hun lichte winterkleed waarbij de zeer lange staart wel heel erg opviel. Ze zwommen in twee groepjes en je kon op een gegeven moment 7 ijseenden in één telescoopbeeld vangen. Het was een werkelijk schitterend gezicht.
De Punt van Goeree
Zelfde plek maar nu een andere bestemming. Een wandeling naar de vogelhut, op de heenweg via het bos en terug langs het Grevelingen meer. In het bos enkele zangvogels heggemus, koperwiek en een roodborst even later enkele staartmezen en werden we een aantal malen uitgelachen door een groene specht.
Uit een dode vlier groeiden zeer explosief allerlei judasoren. In de hut was het vrij druk, maar ook daarbuiten viel veel te beleven. Een bruine kiekendief was neergestreken tussen het riet, maar toch lukte het om mevrouw kiek goed te "bekieken". Langs het Grevelingen meer vier geoorde futen nog volledig in winterkleed maar met het typerende hoge voorhoofd.
Buitenhaven van Stellendam
Ook dit wilden we nog weleens onder betere weersomstandigheden bekijken. Op de grote zandplaat stonden weer allerlei vogelsoorten vredig bij elkaar. Doordat de zon precies op een groep aalscholvers scheen kon je de groene gloed mooi zien die hun anders donkere verenkleed nu zo'n mooie glans gaf. Aan de overkant een groepje paarse strandlopers en twee boterbuiken (grote zaagbekken). Je kon makkelijk op de dijk gaan zitten, of liggen het was heerlijk zo in het winterzonnetje.
De Kiekhut
Tot slot nog een bezoek aan een vogelhut om er te komen banjerden we door een modderig pad.
vanuit de hut veel grauwe ganzen waarvan er één een blauwe nekring om had met het cijfer 80 erop.
Een buizerd vloog op nog geen 10 meter afstand voorbij en zette zich neer op een overhangende tak. Tussen het riet stond een groepje bestaande uit zes statige blauwe reigers. Het waren de echte éminence grise van dit gevederde gezelschap.
Een waardig besluit op een zeer geslaagd weekend.
Henk Merts februari 2001
Meer informatie over vogels Op deze site
KNNV- excursies
Excursieverslagen IVN cursussen
Excursies Vogelwerkgroep Koudekerk e.o.
Diverse excursies Zeeland en Zuid-hollandse eilanden
Diverse excursies Oostvaardersplassen o.a. IVN
Bezoekverslagen Starrevaartplas
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Natuur op het web hm januari 2001
Laatste mutatiedatum 04-02-2001