KNNV-Excursie naar de Rhoonse grienden en Klein ProfijtOp zaterdag 15 april 2006 ging de vogelclub van KNNV-Leiden met 14 vogelaars naar de Rhoonse grienden en Klein Profijt in de gemeente Albrandswaard in Zuid Holland. Een wandelexcursie dwars door dit bijzondere natuurgebied. Hieronder een soortenlijst en excursieverslag.De vermelde aantallen zijn ruwe schattingen, ze dienen als indicatie voor het aantal individuen. hm april 2004
|
| Excursie | Rhoonse grienden en Klein Profijt
| Organisatie: | KNNV-Leiden
| Plaats: | bij Rhoon (gemeente Albrandswaard)
| Datum: | 15-04-2006
| Begin- en eindtijd | 9.00 - 14.00
| Windkracht: | 2 á 3
| Windrichting: | Zuid westelijk
| Temperatuur: | 10 á 12 ° C
| Verdere weersgesteldheid: | Droog rustig weer zwaar bewolkt en af en toe een beetje zon.
| Totaal aantal soorten: | 50
| Gebiedsinformatie | De Rhoonse grienden zijn ongeveer 70 ha groot. Het zijn buitendijkse getijdengrienden aan de rivier de Oude Maas. Ze staan onder invloed van eb en vloed, er is een verval van ongeveer 70 centimeter. Het zijn de laatste getijdengrienden in Nederland. De wilgentakken worden eens in de drie jaar gekapt. Een deel wordt beheerd als snijgriend. Het is gelegen in Zuid Holland, gemeente Albrandswaard aan de noordzijde van de Oude Maas, tussen Rhoon en Barendrecht.
| |
Het landschap is heel bijzonder en aan de natte met rivierklei afgezette beekjes kan men zien dat het een getijdegebied is. Het verval is niet zo groot slechts 70 cm. Toch is het duidelijk dat ook hier de kracht van het water zeer groot kan zijn. Men laat de natuur zijn gang gaan en dat geeft het gebied zijn onvervangbare schoonheid. Vrijwel alle bomen zijn begroeid met een dikke laag mos en ook korstmossen zie je overal opduiken in talloze kleur- en vormvariaties.

In dit gebied is ook een weelderige plantengroei te zien. Dotterbloemen lichten mooi op tussen het groen. Maar hoewel het nog Pasen moet worden zijn ook de pinksterbloemen al rijk vertegenwoordigd. Sommige bloemen zijn nog geheel in knop andere al helemaal open en natuurlijk zijn er ook overgangsvormen. De tijd van de dag en de hoeveelheid zon ter plaatse zijn verantwoordelijk voor deze kleine nuanceverschillen.

We hoorden heel zacht het geluid van een snor, voor een sprinkhaanzanger is het nog een beetje vroeg. En ook werd het liedje van de gekraagde roodstaart herkend. Helaas konden we dit fraaie vogeltje niet goed bekijken. Dit compenseerden we door extra goed op de boomstammen te letten waar talloze slakken vertoefden in dit vochtrijke klimaat. We zagen de tuinslak in de gestreepte en de streeploze vorm en ook de veel kleinere barnsteenslak.
Uiteindelijk bereikten we de oevers van de maas. Er was een draad gespannen die ons scheidde van de achtergelegen zandvlakte. Maar toen we het bordje drijfzand zagen. Was het toch redelijk begrijpelijk dat ons daar de toegang ontzegd werd.

Op de Maas zelf meteen wat andere vogels krak- en kuifeenden en ook de nodige meeuwensoorten. in de verte zagen we enkele kluten lopen.
Terug in het griendveld werd en groenpootruiter gehoord. Ook zagen we een wilde eend die een knotwilg had uitgekozen als ideale plek om haar eieren uit te broeden. Het dier wist dat ze van ons geen kwaad te duchten had en bleef stoïcijns zitten. Een kroon van een knotwilg is een veilige plek. Ze hebben weinig gevaar van de grond te verwachten en de eend heeft een goede schutkleur. Wanneer de eieren uitgebroed zijn. Kunnen de eendenkuikens de val van de boom goed overleven want ze komen in lang gras terecht.

We liepen verder en zagen in de bedding van een beek een waterhoen voorzichtig rondlopen. Je kon goed de lange tenen van het dier zien. Wat verder opviel was dat de vogel op elke tibia een rode ring heeft, vlak boven het enkelgewricht. Niemand van ons had dat ook eerder waargenomen. Zo zie je dat zo'n algemene vogel toch nog voor verassingen kan zorgen.

Tot slot wilden we nog even kijken of we achter de jachthaven nog wat dichter bij de kluten konden komen. Dit lukte zonder problemen. De kluten foerageerden in de slikvlakte in gezelschap van een groep wintertalingen. Terwijl we deze kleine eenden wat nader bekeken bleek een van hen een opvallende wenkbrauwstreep te hebben. Dus onmiskenbaar hun neefje de zomertaling. Ook een groepje kleine mantelmeeuwen zorgden nog voor een verrassing toen bleek dat in hun midden een niet volwassen grote mantelmeeuw zich schuil hield. Dit verstoppen lukt natuurlijk niet erg goed want in zo'n situatie valt pas op hoeveel groter deze meeuwen soort is. En dan natuurlijk de roze poten.
Al met al was het weer een fijne excursie en vooral door de temperatuur en de laatste waarnemingen had je even het gevoel om nog te balanceren tussen twee seizoenen in.
Henk Merts april 2006
Meer informatie over vogels Op deze site
Excursieverslagen KNNV
Excursieverslagen IVN cursussen
Excursieverslagen VWG Koudekerk / Hazerswoude e.o.
Diverse vogelexcursies
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
© Tekst en foto's Natuur op het web Henk Merts april 2006
Laatste mutatiedatum 17-04-2006