6 meest voorkomende hommels
Ned. naam
Wetensch. naam
Waar zitten de nesten ?
Afbeelding
Aardhommel

Bombus terrestris

Nest in de grond

Aardhommel
Akkerhommel

Bombus agrorum

Nest op grond of in vogelnesten

Akkerhommel
Boomhommel

Bombus hypnorum

Nest in holle bomen

Boomhommel
Steenhommel

Bombus lapidarius

Nest vaak onder stenen

Steenhommel
Tuinhommel

Bombus hortorum

Nest op of in de grond

Tuinhommel
Weidehommel

Bombus pratorum

Nest boven grond b.v. in vogelnesten

Weidehommel

Hommel informatie

De levenscyclus van de hommels is een gevarieerd geheel. Allereerst kruipt de hommelvorstin al in de tweede helft van maart uit haar vaak ondergrondse "winterslaapzak"
Dan worden de reeds bloeiende planten en struiken met een bezoek vereerd, zoals crocussen, sneeuwklokjes, ribes, sleedoorn, wilg en hazalaar.

Het gaat dan voornamelijk om de nectar en het stuifmeel. (Nectar voornamelijk voor de levering van energie (suiker) en het stuifmeel is zeer eiwitrijk, wat weer belangrijk is voor de eierproduktie.
De hommelkoningin maakt een soort broedkamer met daarin een voorraadpotje (dit wordt gemaakt van schilfers was, die worden afgescheiden door klieren tussen de schildplaten bij het achterlijf. In dit voorraadpotje wordt de nectar bewaard. Dit appeltje voor de dorst wordt gebruikt als het slecht weer is en er niet kan worden uitgevlogen.
In de babykamer worden eerst 8 á 10 eitjes gelegd. Deze eieren worden door de toekomstige koninginmoeder zo warm mogelijk gehouden. Ze broedt als het ware de eitjes uit.
Uit dit broedpakket ontstaan pootloze larven, die voornamelijk gevoed worden met in nectar gedrenkt stuifmeel.
Na een aantal vervellingen spint elk larfje een zijden cocon en verpopt zich daarin tot werkster. In het begin van het seizoen is het aantal werksters nog erg klein, later komen er steeds meer "arbeidsters" die zich met het welzijn van de larfjes gaan bemoeien.

De koningin legt dan ook veel meer eieren dan in het begin van het seizoen. Zodanig dat er een goed evenwicht ontstaat tussen vraag en aanbod van voedsel. Wanneer de larven steeds meer voedsel krijgen, stellen zij het verpoppen uit. Het gevolg is dat ze steeds groter worden. Uiteindelijk moeten zij zich wel verpoppen en zie daar de nieuwe generatie vorstinnen.
De darren die onbevrucht ter wereld komen leveren zelf weer de zaadcellen die er voor zorgen dat volgend jaar hun dochters worden geboren.
Wanneer tenminste hun vorstelijke partner de winter overleeft. Want gemiddeld weet slechts zo'n twee procent der koninginnen te ontsnappen aan de ijzige greep van koning Winter

In Nederland en België komen ongeveer twintig hommelsoorten voor, ze zijn vooral makkelijk te herkennen aan hun kleurenpatroon.
Vaak hebben hommels maar ook bijen en wespen een vacht met de kleuren geel en zwart. Dit zijn signaalkleuren, kleurcombinaties die potentiële vijanden moeten afschrikken. (Mocht dit niet voldoende zijn dan hebben de dames ook nog een gladde angel om zich te verdedigen.)

Hommels hebben een zeer harige vacht. Hierachter blijft veel stuifmeel hangen bij hun veelvuldig bloemen bezoek. (Doordat de wind steeds door hun haren strijkt, worden deze haren geladen met statische elekticiteit en daardoor wordt hun vacht 7eacute;én grote stuifmeelmagneet)

De eetgewoontes van hommels zijn van onschatbare waarden voor de bestuiving van planten. Gemiddels zijn hommels uren langer per dag bezig met het verzamelen van voedsel dan honingbijen en per uur bezoeken ze twee tot driemaal zoveel bloemen.
De lengte van de hommeltongen kan per soort verschillen. Dit heeft tot gevolg dat er per soort andere bloemen bezocht kunnen worden. (Want voor de ene is de nectar wel en voor de andere niet toegankelijk). Dit heeft tot gevolg dat er minder onderlinge concurrentie is. Sommige hommels omzeilen dit probleem en bijten aan de onderkant van de bloem een gaatje en zo kunnen ze gemakkelijk bij de nectar komen. Zo geldt ook in hommelland wie niet sterk is moet slim wezen.


Diverse hommelwetenswaardigheden