Heempark van Leiden (thema Vruchten en zaden) d.d. 02-10-1999
Huys te Warmont (thema Paddestoelen) d.d. 16-10-1999
Starrevaartplas (thema Vogels) d.d. 30-10-1999
Houtkamp en Heemtuin Leiderdorp (thema Bladval en bladverkleuring) d.d. 06-11-1999
Deze excursie eindigt niet alleen met zweetvoeten, ze begint er zelfs mee: al direct wanneer we het eerste pad
links inslaan laat de Gelderse roos namelijk haar bij kneuzing naar zweetvoeten
stinkende bessen zien. Die laten we maar snel achter ons, om vervolgens een poging te doen onze gezamenlijke
nieuwsgierigheid naar de zaden van de Smeerwortel te bevredigen. Deze zouden nl.
een mierenbroodje bevatten, maar helaas... geen brood te zien! Nog te vroeg wellicht? Aan het eind van het pad
komen we bij de Bosrank uit, waarbij we eens goed kijken hoe grappig het vruchtje
eruitziet: een kluwentje van zaadjes met elk een eigen pluizig "staartje", een duidelijk voorbeeld van een
"windverspreider". De Kardinaalsmuts wordt blij herkend van de cursusavond en
na controle van de vruchten blijkt dat een maximaal aantal van vier zaden per bes toch echt een onveranderlijk feit is.
Bij de (Eenstijlige) Meidoorn op de hoek weten de cursisten zich te herinneren dat
er in elk besje 1 zaadje zit.
We slaan rechtsaf en zien aan onze linkerhand de fraaie witte vruchten van de Sneeuwbes
, die herinneringen oproepen aan de tijd dat we die onder onze voet met een knal lieten openspringen.
Het Koninginnekruid (ook wel Leverkruid) vormt vervolgens met haar pluizige vruchtjes
weer een goed voorbeeld van een "windverspreider", evenals de Engelwortel, waarvan
de platte vruchten vleugelachtig verbrede ribben tonen.
Aan onze rechterhand zien we twee leuke voorbeelden van planten met doosvruchten : de
Dagkoekoeksbloem, waarbij de opening van de doosvrucht zich aan de bovenkant bevindt,
en het Ruigklokje, dat drie gaatjes heeft aan de basis van de vrucht.
Bij de hoek naar links zien we nog wat fel oranje bessen van de Aronskelk.
Vanaf het bruggetje zoeken we naar de vruchten van de "waterverspreider" Gele lis en zien enkele
zaden in het water drijven, die tot voor kort nog als drie rolletjes drop in de doosvrucht opgesloten zaten.
Ook zien we langs de waterkant de Wolfspoot staan, met haar vruchtjes in schijnkransjes
in de bladoksels. We komen uit op een plek waar veel Geel Nagelkruid staat, een goed
voorbeeld van een "meelifter", en we bekijken de haakjes van de in een hoofdje staande vruchtjes onder de loep.
Verderop links laat de Beemdkroon maar liefst drie stadia van haar ontwikkeling bewonderen:
de knop, het bloemhoofdje en het vruchthoofdje, waarvan elke vrucht een kroontje van borstelharen draagt.
We komen verschillende soorten varens tegen, die elk weer een eigen manier hebben om hun sporen te verliezen:
de Koningsvaren die aparte sporenpluimen heeft, de Tongvaren
waarbij de sporen uit de bruine strepen aan de onderzijde van het blad komen, de Eikvaren
die in plaats van strepen kleine rondjes onderop het blad heeft, en de Adelaarsvaren...
waarvan we de "sori" niet kunnen ontdekken (dat zoeken we op!). 1
Na het volgende bruggetje en een pad dat volop geflankeerd wordt door Ooievaarsbek,
nemen we het Zwart tandzaad onder de loep, waardoor het voor iedereen duidelijk
wordt waarom de plant zo heet, hoewel deze wat ons betreft ook "Oorwurmzaad" had kunnen heten vanwege
een vage gelijkenis van de tandjes met het "staartje" van de vrouwelijke oorwurm. We passeren o.a. de
Kleine Kaardebol, met haar klitten, en slaan bij de Lijsterbes
linksaf om uiteindelijk via een pad vol Glaskruid bij de muur te belanden, waar de
Gele Helmbloem en de Muurleeuwebek nog bloeien.
Ook staat hier de Stinkende gouwe, waarvan we na het openpeuteren van de
hauwachtige doosvrucht heel goed de witte mierenbroodjes aan de zwarte zaadjes kunnen zien zitten.
Helaas lijdt niemand in het groepje aan wratten, anders zouden we de patiënt ter plekke blij kunnen maken
met het wratonvriendelijke sap van deze plant. Omdat de cursisten het koud hebben, bekijken we niet elk
pareltje van het Parelzaad afzonderlijk, maar zetten we er de pas in richting
uitgang, werpen een snelle blik op drie generaties proppen van de Els, en sluiten
de excursie af met een bestudering van de vrouwelijke Hop, die ons een rijke
verzameling artisjokachtige bellen toont, waarvan elk schubblaadje een zaadje bevat. Wanneer daarnaast dan
nog de Reuzenbalsemien wordt ontdekt, is het wel héé:l verleidelijk om
die een handje te helpen bij het rondstrooien van haar zaden. Een lichte aanraking van de rijpe doosvruchten
is genoeg om deze te laten "exploderen", waarbij de zaden verschrikt alle kanten op springen....... om dan,
dichtbij of veraf, op de aarde te landen en daar hun verdere lot af te wachten.
1 Raadpleging van de Ned. Oecol. Flora leert later dat deze langs de bladrand zitten.
| PLANTEN | ||
|---|---|---|
| (Van de met een * aangeduide planten/heesters werden 1 of meer bloeiende exemplaren aangetroffen. ) | ||
| Adelaarsvaren | Akelei | Aronskelk |
| Beemdkroon * | Bereklauw | Bijvoet |
| Boerenwormkruid | Bosandoorn * | Bosrank |
| Brandnetel | Dagkoekoeksbloem * | Dovenetel, paarse * |
| Droogbloeier * | Eikvaren | Engelwortel * |
| Gagel | Gele helmbloem * | Gele lis |
| Glaskruid | Groot hoefblad | Harig wilgeroosje * |
| Hangende zegge | Hartgespan | Kaardebol, grote |
| Kaardebol, kleine | Kattestaart | Knopig helmkruid * |
| Koninginnekruid | Klaver, rode | Klis, grote |
| Lisdodde | Koningsvaren | Moerasspirea * |
| Moeraswolfsmelk | Muurleeuwebek * | Nagelkruid |
| Ooievaarsbek | Parelzaad | Perzikkruid |
| Pitrus | Riet | Ruigklokje * |
| Sint Janskruid | Springbalsemien | Stinkende gouwe |
| Tandzaad, zwart | Teunisbloem | Tongvaren |
| Vogelwikke | Wolfspoot | |
| HEESTERS EN BOMEN | ||
|---|---|---|
| Berk | Beuk | Brem |
| Els | Es | Esdoorn |
| Gelderse roos | Haagbeuk | Hazelaar |
| Hop | Hulst | Kamperfoelie |
| Kardinaalsmuts | Kornoelje, rode * | Krent |
| Lijsterbes | Linde, kleinbladige | Meidoorn (eenstijlige) |
| Mispel | Roos | Sleedoorn |
| Sneeuwbes | Spaanse aak | Taxus |
| Vlier | Vuilboom | Zomereik |
| Zuurbes | ||
Nog voordat we goed en wel links de beukenlaan zijn ingeslagen valt onze blik al op een robuuste paddestoel, waarvan we, door een spiegeltje onder de hoed te houden, kunnen vaststellen dat we met een Boleet te maken hebben ("geen plaatjes, maar gaatjes"). Door de rode steel en de rode barstjes in de hoed laat dit exemplaar zich herkennen als de Roodstelige Fluweelboleet. Verderop rechts treffen we een voorbeeld aan van de groep Buikzwammen (de sporen rijpen in de "buik", totdat deze, bijv. bij regen, openbarst en de sporen alle kanten opstuiven). We hebben te maken met een klein exemplaar van de Plooivoetstuifzwam. Op een stronk links zijn verschillende houtafbrekers aan het werk: een bundel Glimmerinktzwammen met hun rossig gelige hoeden met glinsterende puntjes (de eerste "plaatjes"-zwammen van de dag) en de consolevormige Grijze Gaatjeszwam, waarvan we met behulp van een spiegeltje de fraai grijze kleur kunnen bewonderen. Op een omgevallen boomstam bevindt zich een Witte Bultzwam, die verrassend genoeg parasiteert op de Grijze Gaatjeszwam, waarvan we inderdaad een klein vruchtlichaam ontdekken. Een Gele Beukrussula is aanleiding om de overeenkomsten en verschillen tussen de groepen Russula's en Melkzwammen nog eens door te nemen: beide groepen zijn plaatjeszwammen zonder ring die in symbiose met bomen leven, maar Russula's geven bij beschadiging geen "melk", ze zijn bros, hebben vaak dikke plaatjes en de hoedhuid is aftrekbaar.
Doordat onze blikken voornamelijk strak op de grond direct links en rechts van het pad zijn gericht, staan we vrij plotseling oog in oog met een beuk die werkelijk van onder tot boven onder de slijmerige Porseleinzwammen zit. Alsof dat nog niet genoeg is siert een kring van Reuzenzwammen de voet van deze beuk, die daarmee onherroepelijk ten dode is opgeschreven. Jammer voor de beuk, maar voor ons een zeer indrukwekkend gezicht!
We slaan rechtsaf een pad in waar voornamelijk hulst groeit. Op dit pad zijn weinig paddestoelen te verwachten,
omdat er geen zwammen zijn die in symbiose met hulst leven, en hulstbladeren bovendien moeilijk verteerbaar
zijn. Natuurlijk wordt prompt een russula ontdekt, maar er zijn dan ook wel wat beuken in de buurt.
We komen uit op een lichter pad met o.a. jonge haagbeuken, waar we o.a de Kastanjeboleet
aantreffen, die bij kneuzing "blauwe plekken" vertoont. Tussen het haarmos staan enkele
Kaneelkleurige melkzwammen, waarvan we heel goed de witte sporen op het mos kunnen
zien liggen. Aan het eind van het pad staan links nog een paar oude omgebogen
Grote stinkzwammen, waarvan de donkergroene slijmlaag op de top door vliegen is
opgepeuzeld, die zo voor de verspreiding van de sporen zorgen. Een beuk daar iets achter wordt opgesierd
door een Biefstukzwam, waarvan we via een spiegeltje de fraai rode bovenkant bekijken.
Biefstukzwammen komen overigens voornamelijk voor op eiken en elders in het bos zien we exemplaren die
zich braaf aan deze regel houden.
We slaan linksaf en dwalen wat verder door het bos tot we op een uitbundige hoeveelheid Aardappelbovisten stuiten, hun buiken kogelrond van de sporen. Op een omgevallen stam daarnaast ontdekken we een bundelzwam en de Hertenzwam met zijn donkerbruine hoed met witte plaatjes. Aan de andere zijde van de brug komen we langs een aantal duivelseieren van de Stinkzwam, die van Aardappelbovisten zijn te onderscheiden door hun lichtere kleur en hun zachtere structuur. Hier zal dus spoedig de doordringende aaslucht van deze in de volksmond ook wel "bospik" genoemde zwam zijn waar te nemen. Ook zien we een groot aantal bladverterende Amethistzwammen (of: Rodekoolzwammen), die soms verraderlijk bleek zijn, maar toch altijd wel te herkennen zijn aan de grove plaatjes.
Wanneer we even van het pad afwijken zien we de Rechte Koraalzwam en wie nog iets verder
de bosjes induikt kan griezelen bij de roetzwarte "dead man's fingers", oftewel de
Houtknotszwam, waarvan het merg echter wit is.
We passeren een moerascypres met opmerkelijke luchtwortels, maken een ommetje naar links om een
zielig Judasoor te bekijken en komen uiteindelijk uit bij een beuk waar van alles
te zien is. Allereerst wordt een grote neerhangende tak volledig te grazen genomen door de Porseleinzwam.
Voorts zien we aan de voet van de beuk een bundel Prachtvlamhoeden (met ring),
opnieuw wat Amethistzwammetjes, en de Braakrussula. Een enkeling durft
het aan om deze laatste te proeven en ervaart de scherpe smaak als die van radijs.
We laten het Huys achter ons en slaan een eikenlaan in, waar we enkele Groene Anijstrechterzwammen aantreffen. De trechtervorm hiervan is niet overtuigend, maar de anijsgeur des te meer. Onderaan één van de eikenstammen rechts prijkt een Gesteelde Lakzwam, fraai glanzend rood van kleur, die wanneer het bos donker is "licht geeft" (bioluminescentie). Daar blijven we echter niet op wachten, want men krijgt trek in koffie. Onderweg richting uitgang kijken we nog goed naar de Parelamaniet (met knol en ring), de enige goed eetbare amaniet in Nederland, die van de Panteramaniet te onderscheiden is door o.a. een rossige tint. Ook zien we op een liggende boomstam nog een zielig restant van wat ooit de zeldzame Goudvliesbundelzwam was. Daarbij vergeleken ziet het minuscule Meniezwammetje op een tak ernaast er op dit moment een stuk gezelliger uit!
| Inventarisatie Paddestoelen in Huys te Warmont 9 en 16 oktober 1999 (voorlopen en excursie Herfstcursus) Aardappelbovist
| Berijpte Russula
| Berkendoder
| Biefstukzwam
| Bleke Franjehoed
| Bloedsteelmycena
| Botercollybia
| Braakrussula
| Draadsteelmycena
| Eikenbladzwam
| Eikhaas
| Elfenbankje
| Fopzwam
| Gele Beukrussula
| Gele Knolamaniet
| Geschubde Boschampignon
| Gesteelde Lakzwam
| Geweizwam
| Gewone Krulzoom
| Glimmerinktzwam
| Goudvliesbundelzwam
| Grijsgroene Melkzwam
| Grijze Gaatjeszwam
| Groene Anijstrechterzwam
| Grote Stinkzwam, | incl. Duivelseieren Hazenpootje
| Helmmycena
| Hertenzwam
| Honingzwam
| Houtknotszwam
| Inktvlekkenzwam
| Judasoor
| Kale Inktzwam
| Kaneelkleurige Melkzwam
| Kastanjeboleet
| Kleine Stinkzwam
| Korstzwam (?)
| Kostgangersboleet
| Meniezwam
| Oranje Dropzwam
| Parelamaniet
| Platte Tonderzwam
| Plooivoetstuifzwam
| Porseleinzwam
| Purperrode Russula
| Prachtvlamhoed
| Rechte Koraalzwam
| Reuzenzwam
| Rodekoolzwam | (= Amethistzwam) Roestbruine Kogelzwam
| Roodstelige Fluweelboleet
| Stijfselzwam
| Stinkparasolzwam
| Vaalhoed
| Vezelkop
| Witte Bultzwam
| Zwarte Trilzwam
| Zwavelkop
| | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
We verzamelden bij de uitkijktoren. In twee groepen zijn we rond de plas gegaan. De ene groep liep met de klok mee, dat wil zeggen eerst via de vogelhut, de andere groep liep andersom. De waarnemingen van beide groepen en de waarnemingen direct voor en na afloop van de excursie zijn bij elkaar geteld.
Een piekervaring voor cursisten en cursusleiders was er al direct voor en bij het begin. Om ongeveer 09.15
waren er 87 kleine zwanen aanwezig, kort daarna gingen er al een stuk of 40 op
de wieken. Naderhand ging ook de rest weg. Deze zwanen zijn wintergasten die vaak op de Starrevaart slapen
en dan in de omliggende weilanden foerageren. Omdat er zoveel in deze omgeving voorkomen heeft bijvoorbeeld
de Wilck een beschermde status. Meten is dus niet alleen weten maar ook beschermen!
Van de kleine zwanen zagen we er eerder bij het voorlopen 5. Ook van andere vogelsoorten waren er meestal
meer dan één of twee weken daarvoor. Verder zagen ook enkelen hun eerste
koperwieken of kramsvogel van dit jaar. Daarentegen waren de
visarenden (doortrekkers) verdwenen. Eén visarend is meer dan een maand
regelmatig te zien geweest op de plas waar hij rustig zijn visje of vis verorberde in het zicht van iedereen.
Als hij er volgend jaar weer is misschien onze Starrevaart-excursie vervroegen?
Een andere leuke waarneming vormden de ongeveer 100 grauwe ganzen op de plas. Daarnaast hebben we verschillende groepen over zien trekken in mooie V - vormen. De aantallen overtrekkers zijn meegenomen bij de waarnemingen.
Ook leuk was het dat onze instructie aan de cursisten om goed boven of rond een groep opvliegende vogels te kijken naar de veroorzaker uitkwam. Zowel tijdens als even na de excursie zagen we een sperwer dit kunststukje volbrengen.
Ook leuk was de waarneming van één cursist die niet is meegenomen in de waarnemingen omdat zij de enige is die het gezien heeft. Terwijl iedereen door de kijker tuurde zag zij met het blote oog ietsje verderop een grote bruine reigerachtige vogel, maar kleiner dan een blauwe reiger, even uit het riet opvliegen om er gelijk weer in te duiken. Een kwestie van enkele seconden zodat niemand anders het zag. Zij dacht zelf een roerdomp en dat lijkt best waarschijnlijk. Zelf heb ik bij de Oostvaarderplassen hetzelfde meegemaakt in een groep notoire vogelaars waar ik de enige was die de roerdomp even zag opvliegen.
Voor de cursisten en cursusleiding waren verder de smienten waarvan de mannetjes met mooie gele bles onder regelmatig gefluit goed en in grote getale waar te nemen. Ook de wintertalingen waren in het doorkomende zonnetje goed te zien.
Al met al een heel geslaagde excursie!
| Waagenomen vogelsoorten | 47 |
|---|---|
| Eenden/zwanen/ganzen | 12 |
| bergeend | 20 |
| grauwe gans | 300 |
| kleine zwaan | 87 |
| knobbelzwaan | 7 |
| krakeend | 5 |
| kuifeend | 400 |
| nijlgans | 30 |
| pijlstaart | 4 |
| slobeend | 500 |
| smient | 3.000 |
| wilde eend | 35 |
| wintertaling | 25 |
| Meeuwen | 4 |
| kleine mantelmeeuw | 2 |
| kokmeeuw | 100 |
| stormmeeuw | 100 |
| |
| zilvermeeuw | 50 |
| Stootvogels | 1 |
| sperwer | 2 |
| Overige | 15 |
| aalscholver | 20 |
| blauwe reiger | 8 |
| fazant | 10 |
| fuut | 5 |
| geoorde fuut | 2 |
| grote bonte specht | 1 |
| houtduif | 1 |
| kemphaan | 1 |
| kievit | 5.000 |
| meerkoet | 30 |
| tureluur | 1 |
| scholekster | 1 |
| waterhoen | 2 |
| watersnip | 30 |
| zwarte ruiter | 25 |
| Zangvogels | 15 |
| ekster | 6 |
| gaai | 1 |
| graspieper | 1 |
| kauw | 2 |
| koolmees | 1 |
| koperwiek | 4 |
| kramsvogel | # 1 |
| merel | 5 |
| pimpelmees | 4 |
| putter | 1 |
| roodborst | 1 |
| spreeuw | 30 |
| vink | 4 |
| winterkoning | 1 |
| zwarte kraai | 1 |
Op 6 november, een stormachtige, regenachtige zaterdagochtend, vertrokken gidsen en cursisten van de "Herfstcursus" voor een wandeling van 2 1/2 uur in de Houtkamp in Leiderdorp. Het thema was 'Herst: bladverkleuring en bladval'. Het onstuimige hersftweer, wat de bladeren aan alle kanten deed opwaaien, benadrukte het thema. De wandeling voerde door grote delen van het park en de Heemtuin, die aangrenzend is. De warme, zonnige herfst van dit jaar met z'n koele nachten heeft tot op zekere hoogte het effect van een "Indian summer" gehad: optimale bladverkleuring met veel goudgeel en rood. Vooral de rode verkleuring is afhankelijk van koele nachten. In de Houtkamp zijn geïmporteerde boomsoorten te vinden uit o.a. Noord Amerika, zoals de amberboom, de rode amerikaanse eik en de suikeresdoorn, die deze verkleuring prachtig weergaven. Onder de amberbomen lag een tapijt van rood, oranje, gele bladeren, zij deden hun naam eer aan. De aziatiasche importen waren duidelijk minder 'showy' in de herfst. De Anna Paulonna boom en de trompetboom beleven hun grootste pracht in het voorjaar met hun opvallende bloeiwijze.
De water- en moerascypres die zo veel op coniferen
lijken gedragen zich als loofbomen: ze laten al hun samengestelde bladeren
(veertjes) vallen in de herfst. Het is een opvallend verschijnsel deze bomen
geheel bruin te zien verkleuren.
De inheemse soorten met samengesteld blad, zoals de es
en de lijsterbes doen dat op een andere manier.
Daar vallen meestal eerst de kleine blad onderdelen, daarna de hoofdnerf.
De geïmporteerde robinia doet dat ook.
De bladeren van de linde, hazelaar en zwarte els werden met elkaar vergeleken, om de verschillen te leren kennen. Dat werd ook gedaan met de beuk en de haagbeuk, de zomereik en de Amerikaanse eik. Het werd de cursisten allemaal heel duidelijk. Vol enthousiasme hadden ze plannen om de bomen in hun eigen woonomgeving te gaan verkennen.
In de Heemtuin genoten we van de rode bessen van de Gelderse roos,
die door weinig vogels gewaardeerd worden, alleen de pestvogel schijnt er gek op te
zijn. De herfstkleuren van de door de Romeinen ingevoerde mispel waren
opvallend: het zachte ovale blad in geel, oranje en bruin, met daartussen
uitbundig veel bruine vruchten. Ze waren bijna rijp om te eten, als ze zacht
worden smaken ze naar droge, ingekookte appelmoes.
De schoonheid van het aangelegde landschap van de Heemtuin, met z'n natte en
droge gedeelte met daartussen verbindende waterpartijen viel iedereen op en er
werd van genoten. En dat allemaal vlak langs een drukke weg!
Tot slot bezochten we het Milieu Educatief Centrum, waar André uitleg gaf over de educatieve werkzaamheden die hij en anderen daar verrichten, dit allemaal onder het genot van een warm kopje koffie of thee, om de frisse ledematen wat op te warmen.
Dit was de laatste excursie van deze cursus.
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web
Meer excursieverslagen diverse cursussen
© Natuur op het web hm oktober 1999
Laatste mutatiedatum 01-07-2000