Heempark van Leiden (thema Vruchten en zaden) d.d. 26-09-1998
Huys te Warmont (thema paddestoelen) d.d. 17-10-1998
Starrevaart plas (thema vogels) d.d. 24-10-1998
Houtkamp te Leiderdorp (thema Bladval en bladverkleuring) d.d. 7-11-1998
Terug naar de homepageTotaal gingen we in drie groepen door het park heen het weer was uitstekend weinig wind, licht bewolkt en ook de zon deed nog goed haar best.
De Zomereik liet zien dat die in het voorjaar goed bestoven was want de grond
lag bezaaid met deze vruchten. Voor de verdere verspreiding zijn ze afhankelijk
van de aanwezige gaaien. Verderop stond de Kardinaalsmuts met zijn bijzondere
rode vierlobbige zaaddozen waar dan ook maximaal 4 oranje zaden inzitten.
Het Koninginnekruid (Leverkruid) laat de wind haar zaadjes over de aarbol
uitstrooien, Hiervoor heeft de plant een enorme hoeveelheid parachutjes gemaakt.
Het zijn nog betere zwevers dan de zaden van de Pardebloem. Ze hebben bij windstil
weer een daalsnelheid van 23 cm per seconde, terwijl de pluisjes van de Paardebloem
dalen met een vaart van ongeveer 33 cm per seconde.
Het lied van de Roodborst (een melodieus watervalletje) was bijna permanent te horen. Terwijl in het voorjaar alleen de mannetjes zingen, wordt dit in de herfst ook door de vrouwtjes gedaan. Want nu heeft elke vogel weer een eigen territorium. Op de achtergrond was nog het geluid van een tjif-tjaf te horen. Binnenkort zal deze kleine vogel zijn winterverblijf in het Afrikaaanse continent gaan bezoeken.
Bij de Sleedoorn was er niemand die van de mat donker blauwe bessen wilde snoepen. Dit komt misschien ook doordat ze een zeer wrange smaak en voor de rest van de excursie een droge mond in het vooruitzicht werd gesteld. Op de vraag waarom vogels (behalve dan de Pestvogel) niet de lekker uitziende bessen van de Gelderse roos willen consumeren kan makkelijk antwoord worden gegeven. Je hoeft maar één bes flink tussen de vingers te kneuzen en de niets vermoedende cursisten aan het resultaat te laten ruiken. En iedereen zal vol walging een stap achteruit doen. De meest gunstige benamingen waren een zware "zweetvoetengeur" in ieder geval was de vraag afdoende beantwoord.
In de waterput groeide aan de kant die door de zon nog net beschenen kon worden het Muurleeuwenbekje. De bloemen zitten op lange stelen in de bladoksels en zijn opgericht. Na de bevruchting groeit de steel van het licht af en brengt de bolvormige doosvrucht op die manier tegen de spleten in de muur. Als daar een beetje voedingsbodem te vinden is dan kunnen de zaden daar weer ontkiemen.
Onderweg kwamen we ook enkele "doe het zelvers" tegen, planten en struiken die
hun zaden met kracht de wereld inschieten. Zo zijn bijvoorbeeld de peulen van de
brem en de "exploderende" doosvruchten van het Springzaad en de Reuzenbalsemien
prima lanceerinrichtingen voor hun potentiële nakomelingen.
Sommige planten of struiken hebben hun naam te danken aan de zaden die ze voortbrengen.
Naast de eerdergenoemde Kardinaalsmuts geldt dit ook voor bijvoorbeeld Tandzaad en
Parelzaad.
Even verder zagen we de grote doosvruchten van de Gele lis boven het water bungelen als ze rijp zijn dan scheurt de verpakking open en vallen de zaden die er uit zien als kleine sjoelschijven in het water. Door het omhullende kurklaagje blijven ze voorlopig drijven. Pas later zal dit drijvend vermogen minder worden en zinken ze naar de bodem. Maar dit kan vele kilometers verder zijn.
Ook kwamen we de zaden tegen die zich graag laten vervoeren door allerlei passanten. De Bos-klit, Hondstong, Nagel- en Heksenkruid blijven makkelijk kleven aan de vacht van dieren of bijvoorbeeld de sokken van argeloze voorbijgangers. Maar ook de zaden van bepaalde tredplanten zoals Ruige weegbree e.d. blijven makkelijk aan modderig schoeisel zitten.
Net als de esdoorn heeft de es, zaden die aan een soort propellertje vastzitten.
Dit dient om de val te vertagen en met gunstige wind kan het zelfs boven de
boomkruin worden geblazen en zo verder vervoerd worden.
Heel fraai is ook de prachtig bloeiende Herfsttijloos. De bloem heeft veel weg van
een Crocus. De bleek lila kleur is wat minder fel. De bloemen verschijnen in
de herfst en de bladeren en de vruchten in het voorjaar, dus echt tijdeloos.
De vruchten zijn echter zeer giftig.
Je kan in de herfst niet door een park lopen zonder spinnen tegen te komen. Er waren veel webben te zien van o.a. de Herfstspin, goed herkenbaar aan de wat scheve stand en in het centrum is een soort patrijspoortje gemaakt. Ook konden we de fraaie weefsels van de Hangmatspinnen bewonderen en als klap op de vuurpijl kregen we ook een groene Krabspin in het visier met een mooi rond achterlijf. We hebben het dier daarom "Erwtenspin" genoemd dat is in ieder geval makkelijker te onthouden dan Misumena vatia.
Natuurlijk is dit maar een klein deel van wat er allemaal gezien en besproken is. We zijn ook nogal wat paddestoelen tegengekomen. Maar die krijgen bij de volgende excursie wat meer aandacht.
hm september 1998

Huys ter Warmont is een landgoed van 23 ha groot wat nog ligt op de oude strandwallen. Door de jaren heen is dit altijd al een prima paddestoelen gebied geweest.
Het begon ook al meteen met een overweldigende aanblik van de Goudvliesbundelzwam. Een
fraai paddestoelen collectief op een omgevallen beuk.
Kort daarna zagen we een andere beuk
die het slachtoffer was geworden van de Porseleinzwam met zijn halfdoorschijnende hoed.
Deze parasiet kom je meestal op beuken tegen.
(Parasieten bezoeken een boom als deze nog
leeft en beginnen dan langzaam maar zeker hun gastheer te overwoekeren met hun mycelium
(zwamdraden) als daar dan op een gegeven moment vruchtlichamen in de vorm van paddestoelen
zichtbaar worden. Dan is dit voor een boom vaan het begin van het einde. Wel is het zo dat de
aangetaste bomen zelf al aan het kwakkelen waren of een "wond" hadden opgelopen door
bijvoorbeeld een afgewaaide tak.
Een afgevallen tak zat helemaal onder de houtkorstzwam, door het werk van alle schimmels kon
je goed merken dat het gewicht van de tak flink was afgenomen.
Een omgevallen boom liet goed het verschil zien tussen wit- en bruinrot. Bij het eerste wordt het hout omgezet in
lange losse vezels. Het ziet er wit uit. Het bruinrot met dezelfde kleur brokkelt het
hout af in kleine stukjes. beide zijn in staat om cellulose af te breken. Witrot kan
ook lignine klein krijgen.
De oude beuken hebben vrijwel collectief de strijd tegen de schimmels verloren. Vrijwel alle bomen zijn behorlijk aangetast. En men kan daar nu de vruchtlichamen van onderandere de Reuzen- en Honingzwam zien. Vooral deze laatste is erg agressief en laat zwarte vlekken achter op zijn slachtoffers. Ook konden we nog resten zien van het veterdikke zwarte mycelium.
Veel paddestoelen soorten gaan in aantal achteruit. Dat geldt vooral voor de paddestoelen. die in symbiose leven met de wortels van bepaalde bomen. (De zogenaamde symbionten; mycorrhiza-paddestoelen). Maar het aantal honingzwammen neemt bijna ieder jaar weer wat toe.
Op de grond kwamen we met regelmaat de Gele-beuk-russula, maar ook diverse Melkzwammen en mycenasoorten. tegen. Een klein groepje had een zeer donkere steel. Dit is de Bloedsteelmycena. Omdat dit zo'n heel klein groepje was ie er niet gedemonstreerd hoe deze paddestoel aan zijn naam komt.
In een klein zijpad konden we bijna in gedachte met de namen van de zwammen een maaltijd bereiden. Wat dachten we van de Rodekoolzwam en Aardappelbovist. Een Biefstukzwam zou deze "maaltjd" kunnen volmaken. De aardappelbovist is een buikzwam. Er is één kleine paddestoel die leeft uitsluitend op een de Aardappelbovist. Het is de Kostgangerboleet. Deze hebben we echter in het gehele bos niet gezien.
Het is teveel om alle paddestoelen die we gezien hebben hier te vermelden.
Toch wil ik voor enkele een uitzondering maken.
Daarbij behoort dan ook het zogenaamde "kleine spul" De "HKP-tjes".
Denk hierbij aan
Meniezwammetjes, Geweizwammen, Houtknotszwam (in het Engels "dead man's fingers" en ook het Roestbruine
kogelzwammetje.
Wat de grotere paddestoelen betrteft mogen de volgende zeker niet onvermeld blijven.
De vrij grote Nevelzwam die algemeen is tussen bladeren soms ook te zien als heksenkring.
Veel zeldzamer is de Prachtvlamhoed die nooit alleen staat maar in een bundel. Vroeger
werd hij ook wel Prachtbundelzwam genoemd.
Tot slot nog twee zeer zeldzame paddestoelen die wij op deze tocht mochten aanschouwen.
Alereerst de Gesteelde lakzwam en inderdaad is het net alsof iemand met een kwast de hoed
en de korte steel voorzien heeft van een glanzende laklaag.
Bij het einde van de excursie zat hoog (in een ja hoor alweer een beuk) de Gelobde pruikzwam.
Vooral met een verrekijker waren de "haren" van de pruik goed te zien.
| Aardappelbovist | Berkedoder | Bloedsteelmycena |
| Boleet | Braakrussula | Eikenbloedkorstzwam |
| Elfenbankje | Fopzwam | Gele beuk russula |
| Gele hoorntje | Gele knolamaniet | Gele korstzwam |
| Gelobde pruikzwam | Geschubde inktzwam | Gesteelde lakzwam |
| Geweizwam | Glazige buisjeszwam | Goudvliesbundelzwam |
| Hertezwam | Honingzwam | Houtknotszwam |
| Inktvlekkenzwam | Judasoor | Korstzwam |
| Melkzwam | Meniezwam | Mycena |
| Nevelzwam | Oranje aderzwam | Oranje dropzwam |
| Porseleinzwam | Ridderzwam | Reuzenzwam |
| Rodekool zwam | Roestbruine kogelzwam | Roze parasolzwam |
| Strepsteelmycena | Tonderzwam | Vlamhoed |
| Zwavelkopjes | ||
hm oktober 1998

Voordat de excursie eigenlijk was begonnen zagen de mensen die iets eerder gekomen
waren een groep van dertien Kleine zwanen wegvliegen richting polder. Dit betekent
weer dat de eerste wintergasten terug zijn.
De Kleine zwanen gebruiken de Starrevaart in de wintermaanden altijd om de nacht door
te brengen, overdag fourageren ze in de weilanden in de directe omgeving. Vorig jaar
waren er in de drukste periode ruim honderd. Maar wil je ze zien dan moet je er
vroeg bij zijn.
We verzamelden bij de uitkijktoren en konden toen genieten van de enorme hoeveelheden
eenden die er te zien waren.
Sjaak Schilperoort van de Vogelwerkgroep Vlietland had bijvoorbeeld 613 Slobeenden geteld.
Het totaal aantal Smienten zou ik op zo' 3.500 exemplaren schatten.
Door het geluid wat ze produceren is het zondermeer duidelijk waardoor ze ook fluiteenden
worden genoemd.
Vrijwel alle eenden waren in hun winterkleed te zien vooral de mannen hadden mooien kleuren.
Bij de Smienten was ook goed de gele streep op hun kop te zien.
Naaste de eerder genoemde eenden waren er ook veel Krak- en Kuifeenden te bewonderen en
gelukkig ook enkele pijlstaarten en een handvol Wintertalingen.
Zeker honderd grauwe ganzen maakten hun opwachting en als je goed keek zag je hiertussen
ook een tiental Canadese ganzen rond dobberen.
Op een gegeven moment zagen we een enorme wolk Kieviten, dit moet natuurlijk een reden hebben. De oorzaak bleek een rondzwevende Buizerd te zijn. Die op zich wel trek zou hebben in een kievit voor de lunch. Maar nu toch heel weinig kans maakte.
Het hele jaar door zijn er altijd wel aalscholvers te zien bij de Starrevaartplas. Een vaste groep van zo'n 10 exemplaren zijn er vrijwel permanent aanwezig. Nu waren er vijftien. Het is altijd een indrukwekkend gezicht als zij met uitgespreide vleugels hun verenkleed laten drogen.
Behalve de Kieviten waren er nog wel meer steltlopers te zien. Zeker 10 Zwarte ruiters met daar tussen twee Tureluurs. Ze lijken vrij veel op elkaar maar in de vlucht laten de Tureluurs toch duidelijk hun witte vleugelranden zien.
Ook zangvogels kwamen in groepen langs. Eerst een groep Kramsvogels op doortrek en toen zagen we twee Puttertjes. Met hun bijna tropisch aandoend verenkleed is dit altijd een fraai gezicht. De mensen die als laatste weggingen hadden nog een groep van ruim 30 Putters waargenomen.
Het was een fijne ochtend waarin we erg veel vogels hadden gezien. En heel duidelijk is dan ook wat voor een belangrijke functie de Satrrevaartplas vervult.
Voor de liefhebbers hieronder nog een overzicht van de soorten die we tijdens de
excursie en het voorlopen hebben gezien en of gehoord. (totaal 44 soorten)

In 4 groepjes gingen wij door de Houtkamp en een klein stukje door de Heemtuin.
Deze excursie zouden we vooral op bomen en hun verkleurende bladeren gaar letten.
Dat begint dan meteen al goed bij de bladeren van de Duivelswandelstok. Deze struik valt onder de categorie exoten en komt oorspronkelijk uit Oost Azië De stam heeft hele scherpe stekels, Het samengestelde blad is geveerd en zal blaadje voor blaadje naar beneden vallen, daarna pas de zij-assen en uiteindelijk de hoofdas, dat wil zeggen als de boom hier de kans voor krijgt, bij opkomende vorst zullen de bladeren in één keer naar beneden vallen.
Even verder stond een mooie Iep (ook wel Olm genoemd) , heel duidelijk is de ongelijke bladvoet te zien.
Onze neusgaten werden bevangen door een zeer zware geur. De dader was ook te zien en grote bok (bokken hebben de eigenaardige gewoonte om in het najaar (de bronsttijd) hun sik en borstharen onder te plassen.)
We passerden weer wat exoten zoals de Vaantjes- of Zakdoekjesboom. In het voorjaar worden de bloemen omgeven door grote witte tissue-achtige schutbladen. Daarvan was nu niets meer te zien wel lag de grond bezaaid met de ongeveer 4 cm grote vruchten.
Vervolgens de Chinese Sequoia die tot 1941 alleen maar als fossiel bekend was. En nu wereldwijd is aangeplant. Deze is herkenbaar aan de overstaande naalden. (Men kan dit misschien onthouden met het ezelsbruggetje "Oude fOssiele metasequOia met Overstaande naalden. (O van Oud en Overstaand)
Weer terug bij de loopbomen hadden we nu een Amberboom in het visier met prachtige herfstkleuren,
Daarna eiste de Anna-Paulownaboom onze aandacht op, deze boom kan enorme bladeren produceren maar er hing er niet &eacut;én meer aan de takken.
Iets verder is de vlindertuin (het voormalige rosarium). Hier zijn diverse nectar planten en struiken voor de vlinders. Maar ook voedselplanten voor de rupsen o.a. brandnetel.
Het maakt een wat chaotische indruk, dit is echter bewust gedaan, want door de dode plantenresten te laten staan biedt men een prima winteronderkomen voor insekten.
Bij een kruispunt van bospaadjes is goed het zogenaamde "hondenpies-effect" te zien. Laag bij de grond is de algengroei verdwenen door de inwerking van urine van langslopende honden.
Vlak bij dit punt staat de Witte Moerbei, dit is de voedselplant van de zijderups. (Het enige insekt samen met de honingbij wat door mensen als huisdier wordt gehouden.)
Daarna weer een naaldverliezende conifeer het neefje van de eerdergenoemde Chinese Sequoia, nu hadden we echter met de Moerascipres te maken. Hier staan de naalden juist NIET tegenover elkaar.
Wij gingen nu het gebied in van de "Waterschapsheuvel" een waterminnend gebied, waar we bij het begin al werden getracteerd door het schouwspel van een groepje Gaaien. Later bleek dat zij een omgevallen boom hadden gebruikt om eikels in meer eetbare stukken te hakken. Misschien bestaat er dan ook wel zo iets als een "Gaaiensmidse".
Over een bruggetje lopend zagen we heel veel Bekertjesmos een heel fraai gezicht.
Een deel van dit gebied wordt als griendveld beheerd. Je ziet een tiental op kniehoogte geknotte wilgen staan. Even later een wilg die er al veel langer stond en was geknot op "normale hoogte" een kleine twee meter boven de grond.
Men maakte vroeger van de bast van de wilg wel een brouwsel tegen de griep. Dit is wel verklaarbaar, want in een wilg zit Salicielzuur wat ook voorkomt in een asperientje. Het blad van de gevallen blad van de wilg verkleurt naar zwart.
Bij de Hondsroos nu met bottels zonder kelkblaadjes kan je altijd discussie uitlokken hoe die "prikdingen" aan de struik heten. Vrijwel iedereen zal er doorns tegen zeggen. Het zijn echter stekels. Doornen groeien vanuit het merg en zijn geheel met de tak vergroeid. Stekels zijn als het ware op de bast geplakt en je kan ze er vrij makkelijk ook afbreken. Doornroosje zou dus eigenlijk "Stekelroosje moeten heten."
Snel daarna waren we binnen de Heemtuin, waar we een klein deel van het park in de route hadden opgenomen. Bij het "bronnetjesbos" waren nog enkele heksenkringen van paddestoelen te zien. Nevelzwammen en vooral de Rood bruine schijnridderzwam vormden een grote ring.
Een mierenhoop van de Rode bosmier toonde nog enige actieve bewoners, die zich waarschijnlijk aan het voorbereiden waren op de komende winter. Dit is het eerste nest geweest , door het park heen zijn er in de loop der jaren nog enkele satelietnesten bijgekomen.
Rode kornoelje toont twijgen die aan de bovenkant (zonkant) rood gekleurd zijn en aan de onderkant groen. Als je het blad heel voorzichtig doormidden scheurt dan zie je dat de weefsels bij de bladnerven het blad toch bij elkaar houden.
Een nieuwsgierig Roodborstje kwam heel dicht bij en liet zich aan alle kanten bewonderen. Naast het liedje van deze struikbewoner, hoorde je ook heel regelmatig de Winterkoning met zijn versje dat een beetje aan een "wekkertje" doet denken.
Vlak bij het eindpunt zagen we nog een linde met een zogenaamde "plakoksel". Dit is het punt waar de boom eigenlijk niet meer weet of hij nu een stam of een tak aan het maken is. En zo krijg je een boom in de vorm van een "Y". Bij storm kan dit een punt zijn waar en boom makkelijk afscheurt.
Na afloop van de excursie konden we in het MEC (Milieu Educatief Centrum) genieten van de koffie en de fraaie herfst tentoonstelling.
Ook nu weer voor de liefhebbers een alfabetisch overzicht van de bomen en struiken die wij tijdens deze excursie zijn tegengekomen.
Bomen en struiken | ||
|---|---|---|
| Nederlandse naam | Wetenschappelijke naam | Herkomst |
| Amberboom | Liquidambar styraciflua | Noord-Amerika |
| Amerikaanse Eik | Quercus rubra | Noord-Amerika |
| Anna Paulowna-boom | Paulownia tomentosa | China |
| Beuk | Fagus sylvatica | Inheems |
| Chinese sequoia / Watercypres | Metasequoia glyptostroboides | Centraal China |
| Duivelswandelstok | Aralia elata | Oost-Azië |
| Es | Fraxinus excelsior | Inheems |
| Esdoorn | Acer pseudoplatanus | Inheems |
| Gelderse Roos | Viburnum opulus | Inheems |
| Haagbeuk | Carpinus betulus | Inheems |
| Hazelaar | Corylus avellana | Inheems |
| Hulst | Ilex aquifolium | Inheems |
| Iep / Olm | Ulmus carpinifolia | Inheems |
| Japanse Haagbeuk | Carpinus japonica | Japan |
| Japanse Magnolia | Magnolia kobus | Japan |
| Kardinaalsmuts | Euonymus europaus | Inheems |
| Kleinbladige Linde | Tilia cordata | Inheems |
| Meidoorn | Crataegus monogyna | Inheems |
| Mispel | Mespilus germanica | Klein Azië |
| Moerascypres | Taxodium distychum | Z.O. N-Amerika |
| Noorse Esdoorn | Acer platanoides | Noord Europa |
| Paardenkastanje | Aesculus hippocastanum | Inheems |
| Robinia | Robinia pseudoacacia | Verenigde Staten |
| Rode Kornoelje | Cornus sanguinea | Inheems |
| Rode Paardenkastanje | Aesculus x carnea | Hybride |
| Ruwe Berk | Betula pendula | Inheems |
| Schietwilg | Salix alba | Inheems |
| Spaanse Aak | Acer campestre | Inheems |
| Suikeresdoorn | Acer saccharum | Noord-Amerika |
| Tamme Kastanje | Catanea sativa | Inheems |
| Trompetboom | Catalpa bignonioides | Noord-Amerika |
| Turkse Eik / Moseik | Quercus cerris | 0ost Mediterraan |
| Vlier | Sambucus nigra | Inheems |
| Vlinderstruik | Buddleia davidii | China |
| Witte Moerbei | Morus alba | China |
| Zakdoekjesboom / Vaantjesboom | Davidia involucrata | West-China |
| Zomereik | Quercus robur | Inheems |
| Zuurbes | Berberis vulgaris | Inheems |
| Zwarte Els | Alnus glutinosa | Inheems |
| Zwarte populier | Populus nigra | Inheems |

Meer excursieverslagen diverse cursussen
© Henk Merts 1998
Laatste mutatiedatum 01-07-2000