Paddestoelen uit het groene hartAndré is werkzaam in het Milieu Educatief Centrum (MEC) van Leiderdorp. Het park wordt ecologisch beheerd en is daardoor uniek in zijn landschappelijke verscheidenheid en biodiversiteit.
Regelmatig plaatst hij een artikel onder de naam het groene hart op deze site
E-Mail: André Biemans |
De Narcisridderzwam
In de duinen, onder een verguisde den (m¡j hoor je niet zeggen dat ze weg moeten hoor),
ontdekte ik deze fraaie dame. Met een spiegeltje spiedde ik onder haar rokken en ontdekte dat
zij over narcisgele lamellen beschikte. Ook haar steeltje was welgeschapen en zonnig geel.
Nog niet wetend wie ik voor me had, boog ik mij voorover om haar -naar ik aannam- zoete
parfum te ruiken. Een onaangename verrassing bleek dat. Haar overweldigende geur was er
een van ouderwets lichtgas, ook wel koolteer genoemd, zoals dat in de boeken beschreven
wordt. Pas nu wist ik dat ik met de Narcisridderzwam te maken had.
De Groene knolamaniet (alweer)
In mijn enthousiasme wil ik tijdens een excursie nog wel eens reppen van de eetbaarheid van
een aantal paddestoelen. Achteraf bezien misschien niet zo verstandig als ik onze kostbare
populatie paddestoelen in stand wil houden. Om deze vergissing recht te trekken ga ik met de
groep altijd even langs de groeiplaats van de Groene knolamaniet. In De Houtkamp groeit
deze supergiftige paddestoel direct achter het Milieu Educatief Centrum, waar hij in symbiose
leeft met een Haagbeuk. Vervolgens leg ik uit dat gewoonlijk pas 2 tot 3 dagen na het eten
van deze paddestoel de volgende verschijnselen optreden bij de betrokken persoon: enkele
dagen van hevig braken en diarree, gepaard gaand met afschuwelijke pijnen in het onderlijf en
zweten, gevolgd door onbeschrijflijke angstaanvallen. Na die gruwelijke ervaring knapt die
persoon zienderogen op en wordt ontslagen uit het ziekenhuis (gesteld dat de oorzaak
onbekend is gebleven, wat vrij vaak gebeurt), om vervolgens binnen een paar dagen een
tragische dood te sterven doordat zijn lever- en nierfuncties het begeven (bron: R. Phillips,
1981. Paddestoelen en schimmels van West-Europa.). Bijvoeglijke naamwoorden als
"gruwelijk" en "tragisch" en dergelijke zijn in een dergelijk verhaal noodzakelijk om het juiste
effect te bereiken.
De Kale knoflooktaailing
Rondneuzend in het Meijendel rook ik plotseling een vlaag knoflookgeur. Door ervaring
enigszins wijs geworden, zocht ik de strooisellaag af en vond. de Kale knoflooktaailing! Dit
kleine, taaie paddestoeltje met zijn bleke hoedje en roodbruine steeltje is, afgezien van zijn
doordringende uiengeur (èn -smaak), niet bepaald opvallend te noemen.
Het Verkleurzwammetje
Eindelijk ontdekte ik hem dan, in de heemtuin in Leiderdorp natuurlijk (waar anders?)!
Waarschijnlijk liep ik er al jaren steeds voorbij zonder hem te zien, en geen wonder. Het
hoedje van dit paddestoeltje is grauw gekleurd als de grond waar hij op staat. Op het eerste
gezicht een saai geval dus. totdat je met een spiegeltje onder zijn hoed gluurt: donker
bloedrode plaatjes en een glanzend roodachtig steeltje. Wat een verschil met de grauwe
bovenkant! Maar dat is niet waar het Verkleurzwammetje zijn naam aan te danken heeft. Als
je er eentje meeneemt en droogt, verkleurt hij namelijk pikzwart, wat overigens nog steeds
g‚‚n goede reden is om hem te plukken (maar leuk is het wel).
De Kogelhoutskoolzwam
Ook al in de heemtuin groeide deze grijzige harde bult op een dood stammetje langs het pad.
Natuurlijk had ik al een vaag vermoeden, maar om er zeker van te zijn moest ik er toch een
klein stukje afsnijden. De binnenzijde van deze zwam bestond uit een opeenvolging van
concentrische, glanzende, afwisselend koolzwarte en witte laagjes. Elk paar laagjes
(zwart+wit) is een groeiring, waarbij de zwarte laag de sporenvormende laag is geweest.
De Groene anijstrechterzwam
Ergens in de Zuid-Hollandse duinen ligt het mysterieuze Bewaarde Land waar kinderen nog
de vrijheid hebben om -onder begeleiding van de net zo mysterieuze Aardewachters- hun
natuurlijke omgeving intens te beleven met al hun zintuigen en hun instinctieve vermogens en
vaardigheden. In dit land, waar "het bos groet met een welkomstgeur", werd ik door een
groepje uitgelaten "inboorlingen" gewezen op een blauwgroene paddestoel die heel lekker
naar anijs bleek te ruiken. Nadat ik had gewezen op de trechtervorm en de groene tint van
deze zwam mochten de kinderen zelf een naam bedenken. "Groene anijstrechter(zwam)" werd
al gauw genoemd, en dat is toevallig ook de officiële Nederlandse naam voor deze paddestoel.
Overigens zal voor de oplettende educatieveling meteen duidelijk zijn dat heel veel
paddestoelen (bijvoorbeeld uit deze serie waarnemingen) bijzonder geschikt zijn als het gaat
om het actief en zintuiglijk beleven van de natuur, niet alleen voor kinderen maar ook voor
"grote mensen". Voor meer informatie over het Bewaarde Land: Hugo Bakker, 071-5123891.

De wasplaten
Een groep paddestoelen van het grasland, die bij mij sprookjesachtige beelden dreigt op te
roepen. Om te beginnen zijn wasplaten nogal gevoelig voor verstoring en bemesting van de
bodem. Geen wonder dus dat de meeste wasplaten erg zeldzaam zijn geworden in Nederland.
Hartstikke jammer, want ze zijn ook nog eens heel erg mooi. De drie meer algemene soorten
wasplaten komen gelukkig nog in de buurt van Leiden voor: het schitterende (oranje)rode
Vuurzwammetje is nog te bewonderen in de Leiderdorpse heemtuin en in de moerastuin van
het park Cronesteyn. Hetzelfde geldt voor de Zwartwordende wasplaat die rood tot geel
gekleurd kan zijn en vervolgens -afgezien van de witachtige plaatjes- zelfs pikzwart wordt.
De Elfenwasplaat komt vooralsnog alleen in Cronesteyn voor, en is te herkennen aan zijn
waterig geel(oranje) kleurtje en de doorschijnende structuur van het hoedje: de lamellen
schijnen er doorheen waardoor de hoed gestreept lijkt. Een opvallend extra kenmerk van de
meeste wasplaten is de wasachtig of soms glibberig aanvoelende hoed.
De Weidekringzwam
Nog zo'n paddestoel waar ik wat mee heb: de Weidekringzwam. Deze soort groeit ook op de
heuvel van het mysterieuze Stonehenge, waar hij heksenkringen heeft gevormd van
honderden jaren oud. In Nederland krijgen deze vrij gewone paddestoelen niet die kans,
aangezien zo'n heksenkring hier al gauw doodloopt op wegen, bebouwing, slootjes of een
boer die kwistig zijn mest uitrijdt over het land. In parken en ongestoorde gazonnetjes kan je
ze nog wel tegenkomen. Gewoonlijk ruiken ze naar amandelen oftewel blauwzuur wat zich in
kleine hoeveelheden in de paddestoel bevindt. Na koken of bakken is dat laatste spoortje
gifgas verdwenen en smaakt de Weidekringzwam prima in een omelet.
De Grote bloedsteelmycena
Als je dit tere paddestoeltje ziet, zou je niet denken dat hij over een machtig afbrekend
vermogen beschikt. In het park De Houtkamp is de zwamvlok van de Grote bloedsteelmycena
(nou ja, zó groot is 'ie ook weer niet) driftig bezig om onze bruggetjes van Europees hardhout
(Robinia) te gebruiken tot eigen voordeel: de planken worden langzaam maar zeker
opgevreten. Zoals de naam al zegt, komt er uit het steeltje donker rood(bruin) bloed druppelen
als je hem knakt, iets wat het erg leuk doet bij excursies, nietwaar?
De Rodekoolzwam, de Aardappelbovist en andere (on)eetbare soorten
Een aantal paddestoelen heeft een naam toebedeeld gekregen die erg tot de culinaire
verbeelding spreekt. De waarheid is minder lekker. De Rodekoolzwam bijvoorbeeld heeft
slechts de kleur van rodekool, net als de Aardappelbovist die op het eerste gezicht soms niet te
onderscheiden is van een aardappel. Zelf heb ik enige beschamende ogenblikken meegemaakt
toen bleek dat de oude Aardappelbovist die ik in mijn handen had, en die ik als zodanig
presenteerde, werkelijk een oude aardappel bleek te zijn. En wat te denken van de
Biefstukzwam die als geen ander een stuk rauw vlees weet na te doen. Je zou hem inderdaad
met wat peper en zout kunnen bakken, ware het niet dat de smaak veel te wensen over laat.
Voor de Honingzwam geldt hetzelfde: in sommige gevallen kan deze zwam aanleiding geven
tot ernstige maag-darmstoornissen, ook al wordt hij vreemd genoeg soms op de markt
aangeboden. Zo zijn er nogal wat voorbeelden.

Het Oorlepelzwammetje
Kinderen zijn verbazend goed in het ontdekken van -om maar een voorbeeld te noemen-,
paddestoelen. Zelfs de kleinste zwammetjes ontsnappen niet aan hun aandacht als ze eenmaal
enthousiast raken voor de enorme verscheidenheid aan kleuren en vormen in het
zwammenrijk. En dat is zeker niet (alleen) omdat hun ogen toevallig wat dichter bij de grond
zitten dan bij ons volwassenen. Het "ontdekkend vermogen" werkt bij kinderen nu eenmaal
wat beter, ofwel de degeneratie begint na de puberteit (het is maar dat u het weet). Feilloos
ontdekten enkele kinderen in het Bewaarde Land (zie eerder) op ongeopende dennenkegels
het fraaie en "best wel zeldzame" Oorlepelzwammetje. Het oorlepeltje behoort tot de
tegenwoordig door zure regen en dergelijke zeer zeldzaam geworden groep van de
Stekelzwammen. In plaats van plaatjes of gaatjes, hebben de stekelzwammen -je raadt het al-
stekels onder hun hoed.
De Baardige melkzwam
Een geniepige melkzwam, die Baardige melkzwam. Om de juiste naam van een melkzwam te
achterhalen moet er nogal eens geproefd worden. Een aantal melkzwammen smaakt namelijk
in meer of mindere mate scherp als (spaanse) peper. Zo ook de Baardige melkzwam die
helaas vrij veel weg heeft van enkele andere harige melkzwammen die óók samenleven met
berken. Er zit dan helaas niets anders op dan even een klein stukje te proeven. en vervolgens
een kwartier rond te lopen met een "geschroeide" tong. Sputterend en spugend kan ik dus
meedelen dat de melkzwam, die bij die eenzame berk aan de noordoostkant van de moerastuin
in Cronesteyn staat, inderdaad de Baardige melkzwam is. Tijdens excursies grijp ik natuurlijk
grif elke kans om de deelnemers ook te laten delen in dit soort ervaringen. Zo blijft een
excursie ook nog leuk voor de getergde natuurgids.
De Gewone krulzoom
Een bijzonder onbetrouwbare en achterbakse paddestoel is de Krulzoom. Een minder ervaren
paddestoelenverzamelaar zou hem kunnen verslijten voor een soortement Cantharel. De eerste
keer dat de Krulzoom wordt gegeten is er nog niks aan de hand, waardoor de argeloze leek
aangemoedigd wordt om zijn "stekje" met vreemde cantharellen nog maar eens te bezoeken.
Echter, na enkele keren te hebben gegeten van deze paddestoelen -er kan best een jaar tussen
twee maaltijden zitten- treedt er plotseling een hevige allergische reactie op waarbij de
persoon zelfs kan overlijden. Ik heb zelfs gehoord dat regelmatig proeven van de Krulzoom
uiteindelijk een allergische reactie kan uitlokken.
De Straatchampignon
De Straatchampignon doet zijn naam eer aan. helaas, moet ik erbij zeggen. Hoewel deze vrij
gewone champignonsoort zich wat smaak betreft kan meten met de bekende
supermarktchampignon, groeit hij vaak op plaatsen die niet bepaald uitnodigen tot culinaire
experimenten. Langs wegen en stoepranden voelt de Straatchampignon zich prima thuis, als
er maar genoeg voedingsstoffen (zoals stikstof) aanwezig is: een beetje hondenpoep op zijn
tijd weet hij ook te waarderen. Zijn groeikracht is indrukwekkend: bij het doorbreken naar de
oppervlakte laat het vruchtlichaam zich niet tegenhouden door asfalt en breekt zich letterlijk
een weg naar buiten. Ook kan het voorkomen dat stenen omhoog worden gedrukt of dat een
forse Straatchampignon staat te pronken tussen twee vrijwel aaneengesloten stoeptegels.
De Kale inktzwam
Inktzwammen zien er gewoonlijk niet echt smakelijk uit. Toch zijn ze erg lekker als ze nog
jong zijn, vòòrdat ze hun sporen loslaten door middel van verinkting. Om te beginnen geldt
ook hier dat de meeste eetbare inktzwammen hondenpoep niet versmaden. Waag je het er toch
op, kijk dan uit voor de Kale inktzwam, tenminste als je de gewoonte hebt om wijn of bier te
drinken tijdens of na het eten. In combinatie met alcohol veroorzaakt het eten van deze
inktzwam onaangename symptomen zoals duizeligheid, misselijkheid, hartkloppingen en een
rood aanlopend gezicht. Enkele andere paddestoelen, zoals de Gele ridderzwam, bevatten in
wat mindere mate dezelfde stof die hiervoor verantwoordelijk is. Overigens kun je van rijpe
Kale inktzwammen, gekookt met kruidnagelen, een hele goede tekeninkt bereiden.
De Kastanjeboleet
De Kastanjeboleet is ‚‚n van die teergevoelige paddestoelen, die blauwe plekken oploopt als
je hem kneust. Ook dit is een hele leuke eigenschap als je kinderen enthousiast wil maken
voor paddestoelen. Nadat de Kastanjeboleet door tientallen vingertjes is doodgekneusd, kun je
hem nog altijd in de soep doen.
De Gesteelde lakzwam
In oude (landgoed)bossen -zoals in het Bos Huys te Warmont- kan je de Gesteelde lakzwam
tegenkomen, groeiend als parasiet of, na de dood van de boom, als saprofiet op met name
oude eiken. Deze vrij zeldzame houtzwam is te herkennen aan zijn roodbruine kleur, zijn
glanzende "vernislaag" en zijn meer of minder goed ontwikkelde steel. Dit is bovendien een
van de weinige zwammen die een zwak licht geven in het donker. Het zwamweefsel bevat een
een stof die ook door vuurvliegjes wordt geproduceerd. Als deze stof door een enzym wordt
omgezet komt er een miniem beetje licht vrij. Het is zelfs mogelijk hier een foto van te maken
tijdens een donkere nacht, met een goed statief en een (zeer) lange sluitertijd.
De Berkezwam
Enkele jaren geleden werd een in de Alpen een duizenden jaren oud menselijk gletsjerlijk
gevonden, tezamen met allerlei gebruiksvoorwerpen. Ötzi, zoals deze bevroren en
gemummificeerde steentijdmens (of was het bronstijd?) werd gedoopt, droeg, aan een
touwtje, enkele stukken van een gedroogde zwam bij zich. Onderzoek wees uit dat het hier
ging om stukken van de Berkezwam, ook wel Berkendoder genoemd. Heel waarschijnlijk at
of kauwde Ötzi regelmatig zo'n stukje Berkezwam om zijn darmparasieten onder controle te
houden. Dus dat weet u dan ook weer, voor het geval dat.
De Witte bultzwam
Wist u dat er paddestoelen bestaan die parasiteren op de zwamvlok van andere paddestoelen?
De Witte bultzwam is er zo eentje. Als je hem ziet lijkt hij gewoon op dood hout te groeien.
Maar ònder het oppervlak van dat hout blijkt dat de zwamdraden van deze paddestoel in
contact staan met de zwamdraden van de Grijze gaatjeszwam, een algemeen voorkomend
elfenbank-achtig geval. Als zo'n Grijze gaatjeszwam echter wordt geparasiteerd door de Witte
bultzwam, krijgt de eerstgenoemde geen kans om zelf die "elfenbankjes" te vormen. Zijn
voedingsstoffen worden gewoon afgetapt door de laatstgenoemde, zodat er weinig overblijft
voor eigen gebruik.
De Grote oranje bekerzwam
In de afgelopen herfst zag ik hem voor het eerst, en wat een glorieus moment was dat!
Feloranje als de schil van een sinaasappel of een mandarijntje. Hij wordt in het Engels dan
ook Orange peel fungus genoemd. Ik heb het over de Grote oranje bekerzwam, in dit geval
groeiend in het bos Cronesteyn. De schotelvormige vruchtlichamen liggen plat op de grond,
met de oranje sporenvormende laag aan de naar boven gerichte binnenzijde. De buitenzijde
(onderzijde) van de schotels is bedekt met een fijn wit dons. Sommige van die schotels waren
zo'n acht centimeter in doorsnee.
Als je deze soorten opzoekt in een goed paddestoelenboek, dan zou je merken dat de meeste van de genoemde soorten helemaal niet zo zeldzaam zijn in Nederland. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Een paddestoel -zeldzaam of niet- wordt pas interessant als je meer weet van de eigenschappen, de kenmerken en leefwijze ervan. Of, in algemenere zin, het heeft geen zin om namen te onthouden van zwammen, planten, dieren, objecten en zelfs mensen als je je niet bekommert om alles wat ermee samenhangt.
Zonnevlekken
Zoals de meeste mensen misschien weten, is het onverstandig om recht naar de zon te kijken
zonder afdoende oogbescherming. Het gebruik van een verrekijker is zelfs helemaal af te
raden. Toch is het juist dát wat ik onlangs heb gedaan. De truc is natuurlijk om te wachten tot
de zon op het punt staat om achter de horizon te verdwijnen. Op dat moment is onze zon een
oranjerode bal, waarvan ons op dat moment nog maar een fractie van het licht bereikt dat ons
midden op een onbewolkte dag zou teisteren. Let wel, ik ben er niet voor 100% zeker van dat
het licht van de ondergaande zon volkomen onschadelijk is voor het gewapende oog, maar dat
is het risico dat ik soms neem. Ik acht mij dus ook niet verantwoordelijk voor enigerlei
consequenties die voortvloeien uit handelingen die worden verricht naar aanleiding van dit
artikeltje (tegenwoordig heb je zó een proces aan je broek). Hoe dan ook, alleen op deze
manier kan een leek als ik wat waarnemingen uit de eerste hand doen.
Vrijdag 12 november was bijna een perfecte dag: een kraakheldere lucht en een paarsachtig-
grijze laag smog aan de horizon. Het was zaak om geduldig te wachten tot het onze zonnegod
geriefde om achter de smog te zakken. Dicht bij de horizon begint het licht van de zon al snel
te tanen van geelwit via geeloranje naar oranjerood. Dit effect is te danken aan het feit dat
licht, dat door een medium -in dit geval onze atmosfeer- reist, gebroken wordt in de kleuren
van het prisma, waarbij de rode component het verst afbuigt in de richting van het
aardoppervlak, het oranje iets minder, geel nog minder enzovoorts. Uiteindelijk komt het erop
neer dat, als de zon feitelijk al onder de horizon is gezakt, wij hem nog steeds b¢ven de
horizon kunnen zien als een rode bol, aangezien het (oranje)rode beeld van de zon over de
horizon in onze richting wordt gebogen. We kijken dus eigenlijk naar een schijnzon (wat iets
anders is als zonneschijn). Die schijnzon is opgebouwd uit de rode fractie van ons zonlicht.
De intensiteit van het licht wordt nog verder verzwakt door de lange weg die het licht door de
dichte, dampige atmosfeer -en tegenwoordig ook nog eens door een laag smog- moet afleggen
voor het bij de waarnemer arriveert.
Allemaal heel interessant natuurlijk, maar waar het eigenlijk om draait is het verschijnsel van
de zonnevlekken. Dit jaar of volgend jaar is namelijk de 11-jarige zonnevlekkencyclus van
onze plaatselijke ster op zijn hoogtepunt. In de loop van een cyclus neemt de omvang van de
zonnevlekken en het aantal ervan sterk toe als gevolg van de ingewikkelde en krachtige
werking van het magnetische veld van de zon. Ze verplaatsen zich bovendien min of meer
naar de evenaar van de zon. Aan het eind van de cyclus, tijdens het zonnevlekkenmaximum,
liggen de meeste en grootste vlekken in de buurt van de zonsevenaar.
En dat kon ik allemaal zelf zien. De randen van de ondergaande zon leken te rimpelen en te
vervormen als gevolg van de afwisselend koude en warmere luchtlagen waar het zonlicht zich
doorheen moest banen voordat het mij bereikte. Toch zag ik duidelijk grote en kleinere
zonnesproeten, min of meer gegroepeerd in één strook. Het is werkelijk een vreemde ervaring
om zelf te ontdekken dat onze zon niet zo smetteloos is als we vaak denken. Toch is bekend
dat reeds lang voor het begin van de jaartelling zonnevlekken zijn waargenomen met het blote
oog. In de (vroege) middeleeuwen werd het zelfs verboden om te reppen van "onzuiverheden"
op de zon. De zon was tenslotte Gods zuiverste schepping, en die mocht je niet afkraken.
De vlekjes op de zon zien er in eerste instantie onschuldig uit, en dat zijn ze ook, zolang je
tenminste geen deel uitmaakt van een beschaving die afhankelijk is van radioverkeer,
satellieten en elektrische stroom. Zonnevlekken zijn namelijk de sterkste bron van de
zonnewind: de stroom geladen gasdeeltjes (ionen en elektronen) die in enorme hoeveelheden
ons zonnestelsel overspoelen en verantwoordelijk zijn voor het poollicht (aurora). Tijdens het
zonnevlekkenmaximum kan de zonnewind zo sterk zijn dat het poollicht tot op onze breedte
goed te zien is. De stroom geladen deeltjes veroorzaakt namelijk hoog in onze atmosfeer
sterke en zeer omvangrijke elektrische stromen die het aardmagnetische veld verstoren. Deze
zogenaamde geomagnetische stormen zijn weer de oorzaak van spectaculaire aurora's rond de
magnetische polen, maar ook van storingen in het radioverkeer en in (satelliet-)elektronica. In
ernstige gevallen wijken kompasnaalden af, raken communicatie- en navigatiesystemen
verstoord en kunnen zelfs hele elektriciteitscentrales worden lamgelegd.
Het komende jaar kan het dus nog heel spannend worden, en hopelijk worden binnenkort ook
onze nachten opgeluisterd door de mysterieuze gloed van de Aurora Borealis, het
noorderlicht. En wie weet, misschien worden onze waarnemingen straks extra krachtig als
onze elektriciteitsvoorziening het een tijdje laat afweten.
André Biemans
Terug naar de homepage
Terug naar Natuur op het Web