In Natuur op het Web nr 14 heeft het onderstaande verhaal gestaan over
    Gierzwaluwdakpannen, neststenen en nestkasten het is geschreven door Marjos Mourmans-Leinders zij heeft veel onderzoek naar gierzwaluwen gedaan en is secretaris van de Stichting Gierzwaluwenwerkgroep - Nederland.
    Het geeft de resultaten weer van de nieuwste gegevens m.b.t de huisvesting van deze dieren.


    Vliegende gierzwaluw Vliegende Apus apus

    Gierzwaluwdakpannen, neststenen en nestkasten

    Toen in het begin van de jaren tachtig de gierzwaluwdakpan in Nederland werd ontwikkeld, waren de verwachtingen hooggespannen. Groot was dan ook de teleurstelling toen bleek dat ze nauwelijks succesvol bleken te zijn. Op een groot aantal plaatsen waren ze aangebracht maar jaren later waren er nog nauwelijks gierzwaluwdakpannen bezet.

    De meest voor de hand liggende conclusie was dat de gierzwaluwpannen dus niet geschikt zouden zijn. Allerlei verklaringen werden gezocht waaraan het geringe succes te wijten zou zijn: de invliegkoepel ("neus") niet of juist wel op de hoge welving van de pan, luchtwervelingen op het dak enzovoort.

    In diezelfde periode werden in Duitsland inbouwnesten geconstrueerd voor gierzwaluwen. Het is een holle steen die binnenin broedruimte biedt en geschikt is om in muren te metselen. Omdat er weinig succes was bereikt met gierzwaluwdakpannen, importeerde men de neststenen in de hoop dat hiermee betere resultaten zouden worden bereikt. Op tal van plaatsen metselde men de neststenen in en hoewel het broedresultaat iets beter leek, beantwoordde deze vorm van kunstmatige nestgelegenheid eveneens niet aan de verwachtingen. Ook de speciaal voor gierzwaluwen ontworpen nestkasten werden slechts hier en daar bezet.

    Niet geschikt, geen behoefte?
    De voor de hand liggende gedachte is dat de nestgelegenheden misschien niet deugen. Aangezien sporadisch dakpannen, neststenen en kasten worden bezet, moeten de kunstnesten wel geschikt zijn. Maar waarom worden ze dan niet vaker bewoond? Gierzwaluwen hebben blijkbaar geen behoefte aan kunstnesten en het zal dus wel meevallen met dat gebrek aan nestruimte, is dan de logische gedachtengang.
    Voortdurend verdwijnen nestplaatsen door sloop en renovatie, terwijl er maar sporadisch nieuwe spontane nesten bijkomen. Wie over een groter aantal jaren gierzwaluwnestplaatsen inventariseert, zal dat kunnen bevestigen. Er verdwijnen meer nestplaatsen dan er bijkomen. De conclusie dat er geen behoefte aan nieuwe broedgelegenheid zou zin, is volstrekt niet hard te maken.
    Als er geschikte broedgelegenheid bijkomt zoals gierzwaluwdakpannen, neststenen en - kasten en als gierzwaluwen behoefte hebben aan nieuwe broedplaatsen, waarom worden die nieuwe nestelmogelijkheden dan maar zo weinig gebruikt?

    Zo maakten wij vroeger een nest
    Honderd dagen
    Gierzwaluwen geven een bezette nestplaats niet zo maar op, ze zijn zeer plaatstrouw. Tientallen, maar wellicht zelfs honderden jaren keren gierzwaluwen terug op een eenmaal bezette nestplaats. In de langst gecontroleerde kolonie, in het Zwitserse Oltingen, broeden gierzwaluwen al sinds 1930 ononderbroken.
    Gierzwaluwen blijken gefocust op dat ene nest, en dat is niet zonder reden. In goed drie maanden (ik noem ze wel eens de honderd-dagen-vogels) moeten ze hun voortplantingsprogramma hebben afgewerkt, terwijl zowel de broedduur als de nesttijd van de jongen veel langer is dan bij andere vogels van dezelfde grootte.

    Gave wordt handicap
    Door hun feilloze geheugen vliegen gierzwaluwen, als ze in april in het broedgebied arriveren, meteen naar hun nest dat ze het jaar daarvoor achterlieten. Dat is tijdwinst, ze kunnen meteen aan de inleidende schermutselingen beginnen die leiden tot nageslacht.
    Is hun vertrouwde nestplaats verdwenen, dan lijken ze ontredderd. Degenen die het gedrag van gierzwaluwen die hun nest kwijt zijn, hebben waargenomen, zullen dit kunnen bevestigen. Gierzwaluwen blijken gefixeerd te zijn op die ene nestplaats; hun grootste gave - het terugvinden van hun vertrouwde nest - wordt dan hun grootste handicap.
    Ze missen het improvisatievermogen om snel iets anders te ontdekken, of ze zijn dat in de loop van de evolutie kwijtgeraakt. Van oorsprong zijn gierzwaluwen rotsbewoners. Na negen maanden overwinteren in Afrika stond die rots er doorgaans nog wel als ze in het voorjaar weer terugkeerden.

    Ontdekken
    Dat gierzwaluwen nieuwe kunstnesten niet bezetten, betekent niet dat er geen behoefte aan aan nestruimte bestaat. Het probleem is waarschijnlijk dat ze nieuwe broedmogelijkheden niet als zodanig herkennen.
    Een aanwijzing hiervoor werd onlangs geleverd in Amstelveen. In 1982 werden daar 56 neststenen ingemetseld. Aanvankelijk zonder broedsucces. Pas elf jaar later, in 1993, werden de eerste neststenen door gierzwaluwen bezet nadat huismussen en spreeuwen hen de weg hadden gewezen. Daarna ging het versneld. Toen ze de neststenen eenmaal als broedplaatsen herkenden, waren er drie jaar later al 31 bewoond.
    Ook in Bennekom en Enschede groeide in de jaren na de eerste bezetting het aantal bewoonde nestkasten snel.

    Ik ben GEEN familie van de boeren- of huiszwaluw
    Lokvogels
    Hoe kunnen we gierzwaluwen helpen om de nieuwe gierzwaluwdakpannen, neststenen, - kasten en geintegreerde nestplaatsen te ontdekken? Jarenlang stond er op mijn dak een piepschuimen gierzwaluw op ware grootte op een ijzerdraad bij een gierzwaluwpan, terwijl iemand anders prachtige gierzwaluwen schilderde op nestkasten. En waarom ook niet, eenden worden tenslotte ook gelokt met lokeenden; maar voor gierzwaluwen bleek het niet te werken.
    Met levende lokvogels lukt het wel. Als ik meldingen binnenkrijg van nieuwe gierzwaluwnesten, dan vraag ik er gericht naar of daar eerder andere vogels nestelden. In vrijwel alle gevallen bleken spreeuwen, huismussen of koolmezen al enige jaren op die plaatsen te nestelen.

    Ik ben nog maar een jonkie
    Geluidsbanden
    Inmiddels is er in Zwitserland sinds enkele jaren een belangrijke nieuwe manier gevonden om gierzwaluwen te helpen de nieuwe nestplaatsen te ontdekken. Op mooie zomerochtenden en - avonden vliegen groepen gierzwaluwen luid gierend laag door onze straten. Ze vliegen daarbij schreeuwend langs bestaande nestplaatsen, haken soms even aan een muur bij een invlieggat aan, schreeuwen, laten weer los en voegen zich opnieuw bij de groep.
    Tijdens deze giervluchten waaraan vooral niet-broedende vogels deelnemen, worden waarschijnlijk de nestplaatsen gelocaliseerd, "ingeprent" en gecontroleerd. Voortdurend schreeuwen ze en krijgen dan antwoord vanuit de nesten: "bezet!" Horen ze uit een nest dat eerder wel bewoond was, ineens geen geluid meer, dan kan het betekenen dat daar een onbezette nestplaats is en zal een niet - broeder proberen die plaats in te nemen.
    Uitgaand van dit gedrag, ontwikkelden Zwitserse gierzwaluwenbeschermers een nieuwe methode: in nog niet ontdekte nestkasten plaatste men luidsprekertjes waaruit regelmatig gierzwaluwgeluiden klonken. De resultaten waren positief: al na een seizoen werden de kasten ontdekt. De Stichting Gierzwaluwenwerkgroep - Nederland heeft de ervaringsgegevens in Zwitserland opgevraagd. Afgelopen zomer zijn de eerste proeven in Nederland en België genomen. Over de resultaten van deze experimenten wordt in "Apus" verder bericht.


    Voor meer informatie betreffende gierzwaluwen en de activiteiten van de stichting kunt u contact opnemen met het secretariaat:

    Stichting Gierzwaluwenwerkgroep - Nederland
    Mevr. M. Mourmans- Leinders
    Zundertseweg 84
    4707 PB Roosendaal
    Tel: (0165) 535810

    e-mail: Gerard Strien

    Stichting Gierzwaluwenwerkgroep - Nederland


        Meer gierzwaluw-informatie klik op de regel boven de lijn Naar het begin van deze tekst

        Terug naar homepage Terug naar de homepage

        Terug naar Natuur op het Web Terug naar Natuur op het Web

        Laatste mutatiedatum 03-08-2001