|
Aalscholvers denken allemaal: "Kun je nog scholven, scholf dan aal." Doch door de golven diep bedolven wil weinig aal zich laten scholven Zo scholft zo'n beest zich uit de naad terwijl het woord niet eens bestaat Kees Stip |
|
Klein vogeltje zwierezwaait hoog in de lucht Men hoort er zijn fluitertje schallen Een vleugeltje links en een vleugeltje rechts Om niet op zijn bekje te vallen. Simon Knepper
|
|
De fuut
(Waarom zou vader fuut zijn jongen dragen?
De eerste kenner wijst op het gevaar
De tweede kenner schudt het hoofd - en zucht
De derde kenner houdt een resoluut
Toch zou die kleine fuut een heel secuur Uit Vroege Vogels Vlinders van Ivo de Wijs |
|
Roodborstje
Soms tikt een gedicht op het raam
Maar soms denk ik: ach laat maar staan
Dat doet hij dan ook na een tijd
Zo ging al zo dikwijls de Mei Uit "De gedichten" van Nico Scheepmaker
|
|
Dag zwanen
En dan de zwanen nog, wat zeg je van de zwanen
Achthonderd dichters hebben al gezegd
Maar wat mij altijd opvalt in zo'n zwaan
Hij twijfelt niet wat hij moet doen in z'n gezin
Dat is dus zeer benijdenswaardig, en we moeten Uit "Tot hier toe" van Annie M. G. Schmidt |
|
Zwanen
Ik heb de zwanen vaak benijd. Uit "Hoe-korter-hoe liever" van Theo van Baaren |
|
Ik wou dat ik een vogel was
Ik wou dat ik een vogel was,
Heel hoog daar in de hemel,
Ik scheer dan met mijn buikie,
Ik schiet dan als een vuurpijl,
Ik zou dit zeker doen,
Uit "De eerste eieren komen weer"
|
|
Gierzwaluwen
"Zie, zie, zie,
Piepende en
Lege nu UIt "Guido Gezelle's Dichtwerken" |
|
Mei
In Mei Rijmspreuk |
|
Mei
Met den eersten van de Mei Guido Gezelle |
|
Pauw
Weest geen pauw in uw gewaad, Vlaamse rijmspreuk |
|
Nijlganzen
Twee Nijlganzen met bruine vlekken rond de ogen,
Men vroeg hen waarom zij zo weenden
Niet verwant met smienten of met slobberbekken,
Nee oom Bergeend staat ons meer te na © Henk Merts september 2000 |
| Eendjes voeren
De laatste tijd had mams een manie
Onderweg liep zij steeds vlugger,
Terwijl ik de eendjes brood moest voeren,
Eénmaal heeft de zwaan gebeten,
Die meneer heet nou Oom Stefan Hans Dorrestijn |
|
Nu geen kind meer in de ooievaar gelooft
Uit "Verzamelde gedichten 1941 - 1981" |
|
Wat is het, dat het meest bekoort wat is het dat hij 't liefste hoort 't is het liedje van een vinke
Wat is er mooier dan het lied Vlaams: Het liedje van de vinkenier
|
|
Een vinkske
Een vinkske! Een vinkske! Daar zit het, zwijg.
Het borstje bibbert, het keelke zwelt.
't zijn versjes, zeere onvaatbaar kort,
Tzit-tzit-tzit-dap-dapper, de wingihee!
Tzit-tzit-tzit, een ander! Nog één, nog één.
Tzit-tzit-tzit, 't gesnebber wordt dom en dol, Vlaamse dichter René de Clerq (1877-1932) |
|
een vogelaar
een vogelaar, zit altijd daar
de rust, emotie, pracht en praal
een vogelaar, zit altijd daar
Uit "de Kentering" |
| Hommelrijm
Laatst vroeg ik aan een hommel:
toen riep een tweede hommel:
Toon Hermans |
| Verlaten
Het is voor bij en mug zowat bekeken
Het is rampzalig, wat men hier aanschouwt
Wij mensen zijn een vloek voor het insekt
Drs. P |
| Het schrijverke
O Krinklende winklende waterding
Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel,
Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn?
Gij loopt over t spegelend water klaar,
O Schrijverkes, schrijverkes, zegt mij dan, -
Gij schrijft, en t en staat in het water niet,
Zijn t visselkes daar ge van schrijven moet?
Zijn t vogelkes, kwietlende klachtgepiep,
En t krinklende winklende waterding,
"Wij schrijven," zoo sprak het, "al krinklen af
wij schrijven, en kunt gij die lesse toch Guido Gezelle
|
| Landkaartje
Een landkaartje op weg naar Almere
Rob Chrispijn |
| Heidelibel
Een zwervende heidelibel uit Frankrijk
Martin Melchers |
| Sprinkhaan
Een sprinkhaan, op 'n boomtak gezeten,
Marius Koppijn |
Zoo welkom als de bie, Guido Gezelle(1830-1899) |
| De Koe
Een koe is een merkwaardig beest K. Schippers |
|
Gingo biloba
Zie dit kleinood in mijn gaarde
Leeft het als een enkel wezen,
Langzaam rijpende ideeën
Johann Wolfgang von Goethe |
| De pruimeboom
Jantje zag eens pruimen hangen,
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Daarop ging Papa aan 't schudden Hieronymus van Alphen |
| Herinnering aan Holland
Denkend aan Holland
H. Marsman |
| Marietje was bang voor water en zeep
Marietje van Dalen uit Kreukelendamma,
Zij wordt zo vies als een varken, er groeit gras in haar hals
De vogeltjes bouwden een nest in haar haren
Dus...meisjes die bang zijn voor zeep en voor water,
Annie M. G. Schmidt |
| Klimop
Ik heb 'n tuin met dahlia's
Toon Hermans |
| De perzik
Die perzik gaf mijn vader mij,
Hieronymus van Alphen 1778 |
| Stekels
Stekels maaien is stekels zaaien ***** Distels
Distels maaien is distels zaaien
(n.b. Stekels = Distels) |
| Bomen over bomen
In oktober zijn de bomen
Kijk, de eiken
Maar helaas, een weekje later
Ja, dan beuken Ernst van Altena |
| Zeven kikkertjes
Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot
Toen bouwden zeven mannetjes een huisje aan de sloot
Er waren zeven mannetjes, die speelden leentjebuur.
Er zwommen scheve kikkertjes al in een boerensloot.
Wij zijn met heel veel kikkertjes in onze wereldsloot. Jaap Molenaar |
