|
| Datum (Kies gewenste datum na de gekleurde bal) | Locatie | Naam
|
|---|---|---|
23e excursie 24-05-03 | Het bewaarde land | Hennes Claassen |
22e excursie 12-04-03 | Fietsexcursie door Zoeterwoude | Wout Anker |
21e excursie 29-03-03 | Huys te Warmont | Robert-Jan Kooman |
20e excursie 22-02-03 | Ecologische boerderij "De Eenzaamheid | Roeland Aerden |
20e excursie 22-02-03 | Natuurtekenen met Haiku: | Mariette Elshoud |
19e excursie 08-02-03 | Van Lammenschans naar Burcht | Marijke Schellekens |
18e excursie 11-01-03 | Museum Naturalis en Bos van Bosman | Martine Jager |
17e excursie 30-11-02 | Strandwallen | Suzanne ter Huurne |
Spinnenlezing 28-11-02 | Wellantcollege (door: Peter Koomen) | Jaap Kuijt |
16e excursie 16-11-02 | Boterhuispolder | Lenie van Gorkum |
15e excursie 05-10-02 | Houtkamp | Bep van Houten |
14e excursie 21-09-02 | Meijendel | Els Baars |
13e excursie 07-09-02 | Noordwijk | Cor Verdiessen |
12e excursie 29-06-02 | Polderpark Cronesteijn | Lisette de Vries |
11e excursie 15-06-02 | Polderpark Cronesteijn | Anneke Drijver |
Soortenlijst waarnemingen weekend | Oostvoorne | Gerard van der Klugt |
Praktijkweekend (31-05 t/m 02-06) | Oostvoorne II | Ab Schothorst |
Praktijkweekend (31-05 t/m 02-06) | Oostvoorne I | Dick de Vos |
Antwoorden excursies | Starrevaartplas | Cursisten |
10e excursie 18-05-02 groep B | Starrevaartplas | Alies Herweijer |
10e excursie 11-05-02 groep A | Starrevaartplas | Anneke Dekker |
9e excursie 04-05-02 groep B | Horsten Wassenaar | Mike Melis |
9e excursie 27-04-02 groep A | Horsten Wassenaar | Xans Rodenburg |
8e excursie 13-04-02 | Strand Katwijk | Ellen van der Niet |
7e excursie 06-04-02 | Oud Poelgeest | Joëlle Oosterhuis |
6e excursie 23-03-02 | Heempark Leiden | Rik Koster |
5e excursie 09-03-02 | De Houtkamp Leiderdorp | Diana Zwaan |
4e excursie 23-02-02 | Polderpark Cronensteyn | Marion Blok |
3e excursie 09-02-02 | Leidse hout (Sterexcursie) | Rob Timmerman |
Samenvatting 09-02-02
| Evaluaties sterexcursie "gidswijzen" | Cursisten |
2e excursie 26-01-02 | Fietstocht van Merenwijk naar Groenesteeg | Maya de Veer |
1e excursie 12-01-02 | Starrevaartplas | Jan Hendrik Labots |
| Datum | Zaterdag 24 mei 2003 | |||
| Locatie | Meijendel | |||
| Thema | Het bewaarde land | |||
| Weer | Zon en fris | |||
| Door | Hennes Claasen
| |||
Op de afgesproken parkeerplaats bij Meijendel verzamelden zich uiteindelijk op deze vochtige zaterdagochtend minder mensen dan waar Marian op had gerekend. Enkelen probeerden zich nog bij ons aan te sluiten, maar werden subiet door Cor naar een andere groep door verwezen.
Na een mooie inleiding van vrouw Fleur nam ze ons mee naar het Grote Bos, waar ze ons in drie groepen het bos in stuurde op zoek naar een van de wachters. | ||||
| Datum | Zaterdag 12 april 2003 | |||
| Locatie | Zoeterwoude en omgeving | |||
| Tijd | 09.30 uur - 13.00 | |||
| Weer | Zon en fris | |||
| Door | Wout Anker
| |||
Het begint met een hartelijke ontvangst door een paar blatende schapen en lammeren, scharrelende kippen parelhoenders en Pekingeenden.
Het weer is uit de kunst; zon en fris.
In park Cronenstein fietsen we tussen de bloeiende sleedoornstruiken en worden we begeleid door grutto, winterkoning en andere zangers. Bij het
bruggetje naar de volkstuinen vertelt Gerard iets over de geschiedenis van Cronesteyn en de verkaveling die er in vroeger tijd anders aan toe gegaan
is dan in de rest van de polders van Zoeterwoude.
We fietsen over de Hartslagader van onze westerse samenleving naar Zoeterwoude dorp en vernemen allereerst iets over het ontstaan van deze
plaats op kreekruggen die het natuurlijke afwateringssysteem van Zoetermeer naar de Rijn vormden. Enkele stenografische opmerkingen hierbij:
Vervolgens krijgen we, bij een wat afwijkend model ,uitleg over de oudhollandse boerderijen zoals die ruimtelijk zijn ingedeeld en t.a.v de
infrastructuur zijn neergezet. Als we over het fietspad naar de molen fietsen - een doorsteek via het wandelpad door het weiland is niet mogelijk i.v.m. het broedseizoen - krijgen we te maken met het zo gevreesde falsplat uit de wielersport i.v.m. de Zoeterwoudse bergen die gevormd worden door de reeds genoemde kreekruggen.
Langs de Weipoortseweg is veel te beleven. Achter de eerste oudhollandse boerderij vinden we een stukje bos als natuurontwikkelingsgebied dat mede
dient als compensatie voor het natuurverlies door de aanleg van de N11 oost.
Als we linksaf gaan bij de Noord-Aa (of heet het hier anders) cirkelt boven ons hoofd een boeren zwaluw. Voor de meeste van ons de eerste die dit jaar
wordt waargenomen. Op weg naar de Noord-Aa zien we de contouren van Zoetermeer op ons afkomen- de sky-line -maar, voor de dreiging te groot wordt of het welkom te intens, buigen we af naar rechts.Gerard wijst ons op een molendriegang die vroeger met wieken voor het waterhuishouden heeft gezorgd. De kap met de wieken is er nu af.
Bij de boerderij Het Geertje maken we een uitstapje over een Romeinse paalweg nadat we Canadese ganzen en een vijftal overvliegende lepelaars
hebben waargenomen. Na Het Geertje komen we uit deze droogmakerij over een brug weer in veenweide gebied. We staan langs de Zuidbuurtse watering en zien aan de overkant een ander stukje natuur ontwikkelings gebied. De visser bij de brug vangt in korte tijd twee brasems | ||||
| Datum | Zaterdag 29 maart 2003 | |||
| Locatie | Huys te Warmont | |||
| Tijd | 09.30 uur - 13.00 | |||
| Weer | Droog maar geheel bewolkt; tegen het eind brak de zon enigszins door. | |||
| Temperatuur | 11-13 ° C | |||
| Windkracht | 2 - 3 | |||
| Door | Robert-Jan Kooman
| |||
Deze excursie was bedoeld als oefenexcursie met het belangrijkste thema: fouten van een natuurgids. Bovendien werd er enige aandacht besteed aan het oefenen in het stellen van vragen aan publiek. De excursie vond plaats in het bos van het landgoed "Huys te Warmont" in Warmond. Het landgoed bestaat uit een "kasteel", veeleer een groot landhuis, met het daaromheen gelegen bos. Op de plaats van het huidige gebouw dat in zijn huidige vorm uit 1780 dateert, staat waarschijnlijk al sinds 1200 een kasteel. Zoals in die tijd niet ongebruikelijk was werd het kasteel meermalen verwoest en weer opgebouwd, ongetwijfeld telkens in een andere vorm. De laatste verwoesting dateert uit 1573, tijdens van het beleg van Leiden door het Spaanse leger. De definitieve vorm die het kasteel aan het eind van de 18e eeuw kreeg, is dus niet het gevolg van een voorafgaande verwoesting, maar was het resultaat van een ingrijpende restauratie. Het kasteel is tegenwoordig eigendom van een stichting, de stichting "Huys te Warmont', en wordt bewoond door particulieren, meerdere families. Het omliggende bos is sinds 1961 eigendom van het Zuid-Hollands Landschap. Rond half tien hadden wij ons verzameld bij de hoofdingang van het bos aan de Herenweg. Als je daar het landgoed binnengaat kom je eerst door een groot hek, waarachter een pleintje is uitgespaard met een parkeerplaats voor auto's en een tweetal eenvoudige houten hekjes, elk bestaande uit niet meer dan een horizontale boomstam, die door middel van twee korte verticale houten paaltjes op zijn plaats gehouden wordt. Tegen een van deze boomstammetjes kun je je fiets zetten, tenminste als er ruimte genoeg is. Dat was nu niet geheel meer het geval daar de meesten van ons de auto hadden thuis gelaten en met de fiets waren gekomen. Voor degenen die zoals ik uit Oegstgeest kwamen was dit niet zo'n prestatie, een kwartier fietsen, maar degenen die uit een van de verder liggende gemeenten kwamen, zoals Leiderdorp, Katwijk of zelfs Noordwijk, hebben en flinke fietstocht moeten maken. Niet alle cursisten waren er; vanwege beslommeringen elders, meestal verband houdende met de praktijkperiode van de cursus, was een aantal verhinderd, waardoor wij met 17 cursisten waren en 7 docenten. Al bij het begin van de excursie werden we in drie groepen gesplitst. Het groepje waar ik in zat bestond uit Marian (als begeleider) en verder Ab, Alies, Cor, Dick, Ellen en natuurlijk mijzelf. In ieder van deze groepjes die in het vervolg van de excursie niets meer met elkaar te maken hadden, moesten een aantal opdrachten worden uitgevoerd. Wij waren al op de hoogte van het feit dat deze opdrachten iets te maken zouden hebben met het maken van fouten tijdens een excursie. Dat leek ons geen moeilijke opdracht te worden. Toen de andere groepen reeds in verschillende richtingen waren vertrokken namen wij het beukenlaantje dat langs de Herenweg loopt en dat aan beide kanten omzoomd wordt door hoge oude beuken. Behalve levende beuken waren er ook liggende stammen van dode bomen te zien. Deze worden niet weggehaald om zo kansen te bieden aan paddestoelen en allerlei insekten die in het dode hout leven. Omhoog kijkend zagen we een zestal reigersnesten hoog in de bomen. Een twintigtal paartjes broedt in het bos, maar Ab, die het bos als adoptieterrein heeft, wist te vertellen dat er ooit wel 80 broedparen waren. Op een van de dode boomstammen zagen we een paar groen gekleurde consoles van de witte bultzwam, die, zo werd ons verteld, zelf parasiteert op een andere houtzwam, de grijze gaatjeszwam. De groene kleur op de witte bultzwam is trouwens afkomstig van mos dat op de hoed groeit. Vervolgens sloegen we een zijpaadje in en gingen op weg naar de "droomweide", een open plek in het bos met een plas, omgeven door hoge bomen, waaronder veel exotische naaldbomen. Hier werden wij nogmaals in twee groepjes opgedeeld, en iedere groep kreeg een velletje waarop een viertal presentatiefouten stond beschreven. Hieruit mochten wij er elk eentje uitkiezen en we kregen twintig minuten om per subgroepje een aantal mini-excursietjes voor te bereiden waarin de fout zat verwerkt. De subgroepjes moesten er proberen achter te komen wat de fouten waren die in elkaars excursies zaten verweven. Soms was het makkelijk, soms wist je juist niet waarop je moest letten. Een van de fouten was dat de gids in kwestie praatte over dingen die juist niet te zien waren maar alleen elders of op een ander moment. Of dat de gids een soort overhoring maakte van de bij de deelnemers aanwezige kennis. Moeilijker was het de fout te ontdekken van een gids die steeds maar naar een enkele persoon keek. De anderen hadden dat echter niet zo door omdat we helemaal niet op de gids letten maar louter keken naar de dingen waarover er verteld werd. Eigenlijk niet zo slim van ons, achteraf bezien. We hebben echter niet alleen gewerkt aan onze expertise als onberispelijke natuurgids maar ook om ons heen gekeken. Zo vonden we op een paar plekken in het gras een groepje wolfsspinnen, dat zijn spinnen die niet blijven wachten in een web totdat er wat langskomt en blijft plakken maar zelf op jacht gaan. De mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden doordat er aan het uiteinde van de kop twee knotsjes zitten, de zogenaamde palpen, zo leerden wij van Dick. Marian vertelde ons aan de hand van een beukentak over lengte- en breedtegroei en dat de ribbels op verscheidene plaatsen op de tak oude knoplittekens zijn. En hoe je van de eik kunt zeggen hoe oud hij is. Hiervoor bestaat namelijk een formule: L=2,5O, waarbij O de omtrek in centimeters van de stam is en L de leeftijd in jaren. Natuurlijk is het geen exacte formule, meer een soort schatting, maar het is toch wel een aardig resultaat en biedt de gelegenheid om de deelnemers aan een excursie met ingewikkelde berekeningen te overdonderen.. Na afloop van de excursies-met-fouten hebben we een bankje opgezocht om na te bespreken. Marian had voor ieder koffie meegenomen. Ellen had ook koffie maar doordat ze erbij vertelde dat de koffie lauw was hebben we daar niets van genomen. Terwijl we stonden uit te rusten van het nabespreken zagen we van dichtbij een grote bonte specht die eerst op een boomtak zat en later door het gras scharrelde. Hij gunde ons echter niet veel tijd en na een minuut of zo vloog hij weer weg. Het tweede deel van de opdrachtencyclus bestond erin dat we vragen moesten bedenken die je als gids aan het publiek zou kunnen stellen en waarvan je het antwoord kon zien door goed naar de plant, het dier of het verschijnsel in kwestie te kijken. Dick en ik besloten iets te laten zien van de voortplantingsorganen van een narcis, maar twijfelden nog even toen we een groepje hazenkeutels in het gras zagen liggen. Ook hier, aan gene zijde van de plas, was weer een groepje wolfsspinnen in de weer. Dick vond hier ook het lijkje van een weidehommel, waardoor enige consternatie ontstond omdat er eerst een potje gevonden moest worden om het diertje in te stoppen. Uiteindelijk bood het doosje van een fotorolletje uitkomst en konden we weer verdergaan. Alies had als onderwerp de verschillen in blad tussen de vlier en de hulst, de eerste een bladverliezende struik, de tweede een struik die zijn blad gedurende de winter behoudt. Het blad van de hulst ziet er inderdaad heel anders uit en voelt heel anders aan, doordat het blad een waslaagje heeft dat dient als bescherming tegen uitdrogen in de winter, wanneer het moeilijker is om water op te nemen. De meeste bladeren blijven twee jaar aan de struik zitten. Er zijn twee soorten bladeren: de meeste scherp getand, maar ook komen gaafrandige bladeren voor. Ook zagen we de net uitgelopen bloempjes bij de hulst. Net zoals de taxus en de wilg is de hulst tweehuizig, dat wil zeggen dat er struiken zijn met louter vrouwelijke bloemen en struiken met louter mannelijke bloemen. Aan de bloemen kun je in het begin nog niet zien of het mannelijke of vrouwelijke bloemen zijn, sterker nog, in beginsel zijn de bloemen wel tweeslachtig, maar bij sommige struiken komen de meeldraden en bij andere de stampers niet goed tot ontwikkeling. Zodra de struik besjes vertoont, is het natuurlijk duidelijk wat het geslacht is. Er bleek verder dat het blad van de vlier veel kouder aanvoelde dan dat van de hulst. Hier hebben we vervolgens even over gediscussieerd, wat hiervan de oorzaak zou kunnen zijn. Van verschillende kanten werden er een aantal plausibele verklaringen aangedragen, en hoewel alle interessant en ook niet onaannemelijk waren zal ik ze hier toch niet noemen. Met dit alles was het half een geworden en de meesten wilden naar huis. Een klein groepje van een zevental diehards had er nog geen genoeg van en besloot om nog een rondje te maken om naar het kasteeltje te gaan kijken en naar een vrouwelijk exemplaar van de taxus, dat Ab wist te staan. Daarbij zagen we nog wat interessante stinzenplanten, waarvan je er hier in het bos trouwens opvallend genoeg niet zo heel veel hebt, vergeleken met sommige andere landgoedbossen in deze omgeving. Zo waren er narcissen, er is zelfs een apart weitje met heel veel soorten narcissen in de noordoosthoek van het bos, en vlak bij het kasteel zagen we nog wat sneeuwklokjes, niet eens allemaal uitgebloeid, de boerenkrokus, de vingerhelmbloem (maar niet de holwortel), de bosanemoon (geen stinzenplant in engere zin), en het speenkruid (helemaal geen stinzenplant). Ook de witte klaverzuring scheen ergens al door iemand bloeiend te zijn waargenomen, maar dat heb ik zelf niet gezien. De vrouwtjestaxus kregen we uiteindelijk niet te zien omdat op een zeker moment bleek dat we er reeds aan voorbijgelopen waren. Mannetjestaxussen hadden we trouwens wel al eerder in groten getale gezien met hun kleine gele katjes. Langs het grand canal zagen we veel lindebomen, sommigen oud en sommigen juist weer jong en pas aangeplant. Volgens Ab, die het terrein goed kent, was er ook nog niet ver daar vandaan, bij het water, een bloeiende haagbeuk, maar inmiddels ontbrak het ons aan de energie om daar nog naar te gaan kijken. En zo zijn we teruggelopen, langs de grootbladige magnolia (magnolia grandiflora), met zijn heel lange spitse knoppen, waarvan we de reusachtige afgevallen bladeren van vorig jaar nog op de grond zagen liggen, en de azalea mollis vlak daarnaast, ook nog geheel kaal. Een interessant historisch detail konden we tenslotte nog waarnemen aan een recent omgevallen boom – doordat hij was omgevallen heb ik niet opgelet welke soort het was - waar aan de onderkant tussen de wortels allerlei stukken rode steen bleken te zitten. Het geval is dat in vroeger tijden in wat nu het bos is een boerderij heeft gestaan en dit waren nog de resten daarvan. Om een uur waren we met ons zevenen terug bij de uitgang en zijn hier uiteengegaan, waarmee deze excursie ten einde was. Vogels, door mij gezien of gehoord: Groene specht, grote bonte specht, blauwe reiger, roodborst, winterkoning, kauw, gaai, tjiftjaf, koolmees, wilde eend, meerkoet. (Ab heeft ook nog een grauwe gans gezien.) | ||||
| Datum | Zaterdag 22 februari 2003 | |||
| Locatie | Ecologische boerderij "De Eenzaamheid" van Jan en Roos van Schie op het eiland "Zwanburgerpolder" | |||
| Tijd | 09.30 uur - 13.30 | |||
| Weer | Zonnig, helder blauwe lucht, temperatuur oplopend van - 2 ° C naar + 4 ° C, bijna windstil | |||
| Door | Roeland Aerden | |||
Om 9.30 verzamelen we onder de brug bij het LOI.
Alleen op de Zijldijk valt al veel te beleven. Links (op de Zijl) zien we heel wat vogelsoorten waaronder: kuifeend, krakeend, wilde eend, toppereend, fuut, dodaars en aalscholver. Rechts (in de Boterhuispolder) de scholekster, kramsvogel, wulp, grutto, en wel 3000 ganzen waaronder de brandgans, Canadese gans, Nijlgans, grauwe gans, kolgans, Indische gans en de soepgans. We horen het ijs "zingen" als een platbodem vanuit de Boterhuispolder(-boerderij) over de dijk in de Zijl wordt getakeld.
De Zwanburgerpolder is vanaf ca 1000 n.Chr. door Warmond in gebruik. Door de eeuwen heen is de venige grond echter gaan zakken. Rond 1650 heeft men er een grote polder van gemaakt. Al in 1610 was er een bebouwing op de plek waar nu de boerderij "De Eenzaamheid" staat. In 1743 werd de boerderij als volgt omschreven: "Een weldoortimmerd bouwhuys met een apart somerhuis, karrenmolen en varkenshok. In het bouwhuys was een extra ordinaire goede kelder en een pomp met water sonder weerga". De huidige woonhuis is van 1890. Sinds 1849 wordt de boerderij bewoond door de van Schie's. Jan, Roos en hun drie kinderen (waarvan Merel ons vandaag zal vergezellen) zijn de 5e en 6e generatie die op "De Eenzaamheid" wonen en werken.
Dan gaan we weer naar buiten om een tocht rond het eiland te maken. We zien een hooiberg en een hooizolder met hooi (afkomstig van de Lakerpolder) voor de kalveren. Voor de koeien wordt kuilgras gebruikt. Een ronde mestbak staat aan de rand van het erf. Van daar uit wordt de mest met slangen en een flinke motor over het land verspreid. We lopen tegen de klok in rond het eiland. Eerst passeren we een lange strook met knotwilgen en een schitterende ondergroei van bloeiende sneeuwklokjes. Deze sneeuwklokjes worden als plantje gestoken en verkocht. Langs de kant liggen woonarken. De laatste woonark is "niet thuis" maar heeft wel een berg troep achtergelaten. Jan vertelt dat hij naast de verkoop van kaas en melk nog inkomsten heeft uit de verhuur van 9 vakantiehuisjes (rondom de boerderij) en van 10 ligplaatsen voor woonboten en tenslotte nog wat inkomsten uit excursies. Het bosje heet "de armenkaai van Warmond"; hier werd vroeger door de armen hout gekapt voor het fornuis en de kachel. Nu gebruikt Jan het hout als beschoeiing van perceelranden. De wateren op het eiland worden door de Visvereniging Warmond gebruikt als een broedplaats voor de karper. Deze "graast" echter de oevers af waardoor de walkanten instorten. Bovendien maakt de karper het water erg troebel. Een visser heeft hier 5 jaar geleden met elektrische vangtechniek 6200 kg karper gevist. Nu heb ik toevallig (of niet) een vrouw die bij de Kievit werkt en zo heb ik de Kievit (met zijn 400 klanten) in contact gebracht met de Eenzaamheid. Die kievit is geïnteresseerd in de veenweidekaas (en mogelijk zelfs in een klein woonhuisje op een biologisch boerenerf). | ||||
Ik vind het erg leuk om mijn natuurervaringen vast te leggen in Haiku. Ik heb zaterdag een achtttal Haiku "getekend", die ik jullie hierbij stuur als illustraties bij onze fantastische ochtend. Misschien herken je de momenten?? Impressies van de excursie van de gidsencursus naar de boerderij van de familie van Schie:
een glinstertapijt: |
| Datum | Zaterdag 8 februari 2003 | |||
| Locatie | Van Lammenschans naar Burcht | |||
| Tijd | 09.30 uur - 13.30 | |||
| Weer | Temperatuur ca 5° C, weinig wind, zwaar bewolkt , maar droog | |||
| Blok | fietstocht Mens, Milieu en Maatschappij (blok 6 NGC) | |||
| Door | Marijke Schellekens Ook dankbaar gebruik makend van de schriftelijke info van Sjaak (kleine letters)
| |||
Het begon al veelbelovend: bij station Lammenschans, tijdens het wachten op de laatkomers, kwamen er ruim 300 kolganzen over. Toen wisten we nog niet dat we ook nog pestvogels gingen zien! Sjaak legde uit dat een fietsexcursie behalve uit fietsen bestaat uit stoppen (de "stopplaatsen") en dat die niet alleen gebruikt worden om ter plekke iets te bekijken of beluisteren, maar ook om vast uit te leggen wat je gaat zien op het komende traject. Het is immers nogal frustrerend als je achteraf hoort wat je had moeten zien!
- fiets/auto/openbaar vervoer mogelijkheden Ons groepje had de luxe van twee docenten, Gerard voor de leiding en Wouter voor de vogels. Dit laatste was niet gepland, maar pakte zo uit, alhoewel wel te verwachten als je weet dat Wouter een echte vogelaar is. De eerste stopplaats was onder het spoorwegviaduct, waar we boven het verkeerslawaai uit een dappere koolmees zijn eindeloze fietsband hoorden oppompen.
1. Route van Station Lammenschans naar Ecobel:
Fietsend over de zuidelijke ventweg langs de Lammenschansweg zien we links en rechts bedrijven: het valt op hoe laag ze zijn, maar dat geeft wel een enorm ruimtebeslag. Aan de overkant het voormalig veilinggebouw waar nu bedrijven zijn gevestigd (goed voorbeeld van hergebruik).
Na het oversteken van de Vijf Meilaan via de rotonde gaan we even rechts het nieuwe wijkje in dat op het oude NEM-terrein in gebouwd. De straatnamen herinneren aan wat hier vroeger was: Lasserstraat, Kraanbaan… Hier zien we ook woningen boven bedrijven en de hoogte is al minimaal drie verdiepingen, terwijl op de hoek ook een gebouw van 10 verdiepingen staat. Via de Telderskade komen we bij de Boshuizerkade. Ook hier volop groen en vogelleven: op de hoek van het dak van een flat zit zowaar een reiger, omfladderd door tientallen meeuwen.
We fietsen tussen de sportvelden door richting Churchilllaan: dit is inderdaad een mooi stukje groen midden in een woonwijk. Als de gemeente hier een deel van tot parkachtig/recreatief gebied wil maken zou dat niet slecht zijn, denk ik. Aan de overkant van de Churchilllaan komen we al snel in de wijk Ecobel:
Deze ecologische wijk is gebouwd in 1993 (architect Renz Peijnenburg). We stoppen op een tweetal plekken in dit wijkje om alles eens goed te bekijken, maar betwijfelen of de afwijkende dakpannen wel geschikt zijn voor gierzwaluwen. Eksters willen hier zo te zien wél wonen, want we zien er een die vast zijn burcht inspecteert. We verlaten de wijk aan de Haagwegkant.
2. Route van Ecobel naar Sterrenwachtlaan.
Vlak over het spoor gaan we meteen rechtsaf en stoppen vooraan op het voormalige Van Gend & Loos terrein.
Gerard vertelt dat de plannen voor woningbouw in overleg met de bewoners worden gemaakt. Gedacht wordt aan huizen met diepe tuinen, die aansluiten op de diepe tuinen van de Rijn en Schiekade, om zo weer de groene verbindingslijnen te versterken. Bij bestudering van de folder zie ik inderdaad af en toe wat groen, maar veel verder dan een rij bomen op de Breestraat (ter flankering van de Rijn Gouwelijn) en de geplande binnentuin achter de Aalmarktschool kom ik niet. En gezien de vele functies die een centrum dus moet hebben (wonen, werken, winkelen, horeca, rust) kun je ook niet te veel verwachten van de functie "rust", zeker niet als ook nog de RGL gaat rijden! Maar elke boom draagt natuurlijk bij aan een verbetering van het leefklimaat. Vervolgens stappen we weer op en rijden de route over de Rijn en Schiekade tot op de brug bij de Groenhovenstraat. Hier kun je goed zien dat je op (minstens) twee manieren walkanten kunt aanleggen: naar het noorden toe is die strak in steen aangelegd, aan de andere kant heeft de oever een meer landelijk karakter. Als je op de kaart kijkt: de natuur komt vanuit het zuiden tot deze brug de stad in!
Toen de stad nog binnen de singels lag was de Witte Singel de buitengrens van Leiden. Het bleken (witten) en uitleggen van lakens om te drogen gebeurde hier, vandaar de naam. Wanneer je op de brug van de Witte Singel naar de Kaiserstraat staat (Vreewijkbrug) kun je het effect van ganzenpoep op gras duidelijk zien, waar ganzen regelmatig komen is er nauwelijks nog gras. De Kaiserstraat was vroeger ook een gracht, de Cellebroedersgracht (in 1875 gedempt).
3. Route van Sterrenwachtlaan naar restaurant V&D We zijn onderhand al een beetje overvoerd geraakt met al het moois en interessants van deze ochtend, maar gaan toch nog even alle hofjes in, eigenlijk te kort, maar de koffie aan het eind van de rit lokt!
Het Jeruzalemshof is het oudste (tenminste: als hofje op die plek, de huisjes zijn vele malen gemoderniseerd), nog bestaande Leidse hofje, gesticht in 1467. Het hof is gesticht door Wouter IJsbrantsz. Nav een pelgrimsreis bouwde hij dit hofje voor "dertien eerbare mannen, die van tijdelick goet vergaen" waren. Dertien huisjes: dit aantal als herinnering aan Christus en zijn apostelen. Destijds was er in het hof ook een kapel, de Cruyscapelle. Deze kapel is gesloopt in 1887. Het Bethanienhof is gesticht in 1563 door Vrouw Agatha van Alckemade. Zij was streng katholiek en de mensen die in het hof mochten wonen moesten een bewijs van goed gedrag overleggen, getekend door meneer pastoor en goede eerlijcke buren. In het hof golden strenge regels, burenhulp was verplicht, bij ziekte moest men elkaar helpen. Ruziemakers moesten door de buren worden aangebracht bij de regenten. Bij nalatigheid: geen turf voor de winter, wat gevaar opleverde voor je eigen gezondheid. Wanneer je vuil water of viswater in de goot stortte stond daar een zware straf tegenover: drie dagen geen bier. Dat was in een tijd dat er geen veilig drinkwater was een behoorlijke straf! In 1907 is het hof opgeknapt, o.a. door architect H.J. Jesse. De groengeglazuurde raamdorpelstenen en horizontale banden van baksteen en de ronde boogvormen voor ramen en deuren zijn kenmerken voor het werk van Jesse. Bovendien vind je die kenmerken ook in het hof in de Zegersteeg terug, het Sint Annahofje of Joostenpoort. Het Sint Annahofje of Joostenpoort is gesticht in 1503 door apotheker Joost Hendricksz. van der Strijpen van Duivelandt en in zijn wilsbeschikking stond dat er in het hof "ten eeuwigen dage vrouwen wesende weduwen off maechden, out boven veerig jairen, guet van famen, ende vroetsamich van leven" zouden wonen. We hadden de Zegerstraat gemist, dus hebben de hofjes in omgekeerde volgorde gefietst, maar toch nog even aandacht gehad voor de Clusiustuin die al eeuwen tegenover de Hortus Botanicus (Sjaak: "de groene long van de stad Leiden") aan de 5e Binnenvestgracht ligt.
De Kloksteeg geeft een beeld van hoe vroeger de stad eruit gezien heeft, winkeltjes en bedrijfjes tussen de woningen, kinderkopjes op straat, groen langs de huizen etc. Pieterskerk: Vanaf 1400 staat deze kerk er, gebouwd van baksteen en witte kalksteen. De stenen zijn vuil geworden van de rook uit de schoorstenen en, later, van de uitlaatgassen van de auto's. Waar de regen vaak op staat is de steen wit, maar ook afgesleten. Regen is nog al eens zuur en dat lost de kalk op. Plekken met een zwarte laagje zijn een beetje beschermd tegen zure regen: Monumentenzorg wil ze daarom liever niet laten schoonmaken. Het Pieterskerkhof is vroeger ook daadwerkelijk een kerkhof geweest. Onder de straat zijn oude graven gevonden. Bij de kastanje stallen we de fietsen. Lopend door het P.G. Speckhof merk je de drukte van het centrum nog niet op. Opvallend is het nieuw gebouwde hof tussen de Langebrug en de Pieterskerkchoorsteeg. Langebrug oversteken, de Wolsteeg in en de Breestraat op. Hier valt het hoogteverschil aardig op. Vroeger gooide iedereen z'n afval op straat: vooral de Breestraat is daardoor een stuk opgehoogd. Via de Maarsmansteeg naar het restaurant op de bovenste verdieping van V&D.
Als laatst aangekomen groepje zoeken we een mooi tafeltje om, onder het genot van een kopje koffie met apfelstrudel, de route nog na te bespreken. De aandachtspunten die we tevoren verdeeld hadden worden doorgenomen. We zitten hier overigens op een historisch gezien interessante plek: hier, beneden ons, was de belangrijke oversteekplaats van de Rijn voor reizigers, toen men nog te voet of te paard ging. Hier komen Oude en Nieuwe Rijn weer samen, aan de voet van de Burcht, die we van hier af prachtig zien liggen, omgeven door hoge bomen: op de kaart een eenzaam groen eilandje midden in de huizenzee van Leiden. | ||||
| Datum | Zaterdag 11 januari 2003 | |||
| Locatie | Museum Naturalis en Bos van Bosman | |||
| Tijd | 10.00 uur - 13.00 | |||
| Door | Martine Jager | |||
Na een koude periode met een temperatuur van -17 ° C in Nieuw-Beerta in Groningen was het nu een frisse zonnige zaterdag, met weinig wind en een temperatuur net onder nul. Er was veel zon en een lichte bewolking. Op veel plaatsen lag sneeuw.
Vroeger (rond 1400) lag ter plaatse van het Bos van Bosman een Ridderhofstede met de naam Paddepoel. Bij de studentenflats zijn in een vijver nog funderingsresten van deze hofstede te zien. Later is het een landgoed geworden, dat eind 19e eeuw door de industrieel Bosman werd ingericht. Jan Wolkers noemt dit bos "net een weelderig opgemaakte fruitschaal, dat als een land van melk en honing aan de Rijnsburgersingel lag". | ||||
| Datum | Zaterdag 30-11-2002 | |||
| Locatie | Van Cronesteijn tot de Klip | |||
| Thema | Landschapsfietstocht | |||
| Tijd | 09.30 - 13.30 | |||
| Weer | Zeer mistig, windstil, heel klein beetje regen en op het laatst bescheiden zonnetje | |||
| Tekst en tekeningen | Suzanne ter Huurne | |||
Dat Reigersbos, dat weet ik onderhand wel te vinden, dacht ik nog toen ik vertrok. Maar nu sta ik weer te twijfelen, het was toch het linker paadje... maar zag ik niet de baret van Ab in de mist verdwijnen op het andere pad?
Dan hoor ik iemand roepen: "Zo kom je er ook hoor!" Jan Hendrik vliegt rechts voorbij, en ik weet genoeg: alle wegen leiden naar het Reigersbos. De eerste halte is de Delftse Schouw, vroeger een plaats waar de trekschuiten stopten en goederen verdeeld werden. Nu een huis met rommelige tuin waar ankers en scheepsschroeven geplant zijn in plaats van bloemetjes. Ook heeft men hier de kunst van het totempalen maken herontdekt: houten beelden van vogels staren de voorbijganger aan. De oplettende vogelaars onder ons hebben er misschien een ara, uil en iets arendachtigs in herkend.
Iets verderop, bij restaurant Allemansgeest, is het vrij uitzicht helaas beperkt tot een mistige oever met nog 1 zichtbare populier. Dit weer blijkt prima voor het leren herkennen van bomen aan de hand van alleen hun silhouet. Wanneer we bij de Blauwe Brug zijn aangekomen begin ik het koud te krijgen ondanks 8 lagen kleding. Toch maar eens een fatsoenlijke fleecetrui aanschaffen....Een zwarte kat voegt zich bij ons groepje en luistert geïnteresseerd mee. Hij laat zich niet afleiden door het groepje staartmezen dat verderop in een boom zit, in tegenstelling tot Alies en mij.
Door Voorschoten, langs de natuurlijke oever van de sloot komen we bij de Langhuisboerderij. Sjaak ontdekt een stilleven van appels, mandarijnen en bananen, ingelijst door een klein raampje.
Terwijl hij zijn verhaal houdt komt de eigenaar van het pand even naar buiten. Rik grijpt zijn kans en laat hem vertellen over hoe het nou is om in zo'n historisch gebouw te wonen (bijzonder, maar ook veel extra onderhoud). De rechter helft van het huis blijkt op wat veniger grond te staan en inderdaad is die kant wat verzakt. Een scheur in de gevel geeft de scheidslijn aan met de echte zandgrond.
Langs de Veurseweg zien we eiken en beuken van ca. 200 jaar oud die zich lekker voelen op de zandgrond van de strandwal. Ik voel me hier ook weer thuis want we naderen de omgeving van mijn adoptieterrein, de Duivenvoordse en Veenzijdse polder. Verder gaan we door de polder, we zien nog groepen ganzen en smienten. Aan het eind van de weg hobbelt een oud mevrouwtje, nieuwsgierig naar wat wij voor groepje zijn. Ze loopt 'als het enigszins kan' altijd de hele weg door de polder. Hebben we smienten gezien, en nijlganzen? "Dan ga ik zeker nog even kijken!" Bij een grote plas water (waar anders?) komen we Uka tegen met haar vroege vogels. Zij vertelt over de waterhuishouding, over landsbelang dat zwaarder weegt dan plaatselijk natte kelders en over de nadelen van zoute kwel voor de mens: "de mens is een zoetwaterdier". Maar ondanks onze voorliefde voor zoet water houden we er niet van als het op ons hoofd valt, en we zijn blij als eindelijk de zon doorbreekt. Vanaf hier vind ik het moeilijk worden mijn aandacht bij het landschap te houden, liever al fietsend wat kletsen, nog even genieten van het hakhoutbosje van Els en Marion bij Maaldrift, me afvragen waar ik me nu weer bevind, me verbazen dat ik na ruim 6 jaar nog altijd nauwelijks de weg weet in Leiden buiten het centrum... Drie trappen omhoog als laatste inspanning, een kopje thee met chocoladeletter en op de bank in slaap vallen samen met de kat - ik ben weer thuis in mijn eigen landschap.
| ||||
| Datum | Donderdag 28-11-2002 | |||
| Locatie | Wellantcollege | |||
| Thema | Jubileumavond | |||
| Tijd | 20.00 - 21.30 | |||
| Lezing | Peter Koomen | |||
| Verslag | Jaap Kuijt | |||
De onderwerpen die in grote lijnen worden behandeld zijn
Bouw van een spin Kopborst stuk
Poten
Ogen
Tastertjes, palpen
Mannelijke palpen
Vrouwelijke tasters
Gif klauwen
Onderverdeling in gifkaken
Hersenen Achterlijf
Spintepels
Zuurstof opname
Kleur het bloed
Geslachtsorgaan
Bevruchting
Uitwerpselen
Groei van de spin
| ||||
|
Zintuigen
Zintuigen van een mens | |
| 1. Zien | twee ogen. |
| 2. Horen | twee oren. |
| 3. Reuken | één neus. |
| 4. Evenwicht | twee evenwichtsorganen |
| 5. Voelen | met de huid |
| 6. Proeven | één mond
|
| Zintuigen van een spin | |
| 1. Zien | acht ogen |
| 2. Horen | een spin heeft veel loszittende haren die instaat zijn de geluidsgolven op te vangen en te vertalen |
| 3. Ruiken | op iedere poot zit één gat waar hij mee ruikt dus 8 neuzen. |
| 4. Evenwicht | op ieder gewricht zit een evenwichtsorgaan dit is om de stabiliteit van de spin te waarborgen. Dit zijn er per poot 7 stuks maal 8 poten. (Is 56 evenwichtsorganen) . |
| 5. Voelen | Twee tasters aan de voorzijde en verder over het hele lichaam verspreide tast haren. |
| 6. proeven | Over het lichaam verspreide haren die instaat zijn smaak waar te nemen. |
Er zijn over de hele wereld voor als nog bekend 38.000 spinnensoorten. Waarvan er in Nederland 600 soorten voorkomen. Enkele voorbeelden die op vangtechniek zijn ingedeeld.
Vliegende spinnen
Gedrag
|
|
Als men meer over deze uiterst aanbevelenswaardige lezing wil weten dan kan men het beste contact opnemen met: Peter Koomen Tel. 071 - 532 46 72 Fax 071 - 572 71 30
Natuur Informatie Centrum |
| Datum | zaterdag 16 november 2002 | |||
| Locatie | Leiderdorp, Boterhuispolder | |||
| Thema | Landschapsfietstocht | |||
| Tijd | 09.30 tot 13.00 | |||
| Weer | Rustig bewolkt, later probeert de zon het even, lukt niet | |||
| Temperatuur | 4 graden | |||
| Wind | kracht 3, west | |||
| Door | Lenie van Gorkum
| |||
Om 9.30 kwamen wij allemaal bij elkaar op de Zijldijk onder aan de brug bij de L.O.I. en
werden daar in twee groepen verdeeld. Tegelijkertijd werden de groepen onderverdeeld
in kleine taakgroepjes in verband met de door de gidsencursisten op te zetten tentoonstelling Voor we vertrokken kregen we nog een paar tips voor als we zelf een fietsexcursie gaan geven: Eerst de Zijldijk langs. Dan stoppen bij boer Van Schie. Daar naar het geriefhoutbosje van Wout en Rick gaan kijken. Doorrijden naar de noordpunt van de Zijldijk. Een stukje Zweilandpolder door. Terug aan de oostkant van de Boterhuispolder. Bij elk stoppunt controleren of de stafkaart klopt. Onderweg zijn er 4 plekken die de speciale aandacht vragen van een groepje in verband met de te maken tentoonstelling.
Om 9.50 fietsen we weg waar onlangs het asielzoekerscentrum gesloten is.Ernaast staat nog
het hoofdgebouw van de vroegere meelfabriek de ZIJLSTROOM. Het stamt uit 1916.
Al gauw stoppen we op de Driegatenbrug en kijken daar naar de boerderij, die nu een
andere functie heeft, nl. caravanparkje en paardenstalling. De boerderij zelf staat netjes
recht, op een stevige ondergrond, maar het zomerhuis (vroeger gebruikt als zomerwoning
om het grote huis te sparen) staat duidelijk scheef . Waarschijnlijk staat het half op het
veen en de boerderij op de klei, naar tevredenheid, want Weltevreden is de naam.
We fietsen verder langs de Zijldijk en herkennen paardekastanjes aan de kandelaararmen.
In de bocht zien we populieren staan. Voor de boerderij die we passeren stonden leilinden,
nu nog maar één.
We komen nu bij parel nummer 2 van de tentoonstelling:
Gedurende de hele tocht is ons het grote hoogteverschil opgevallen tussen het water in
de Zijl en dat in de polder. In deze polder zien we hoofdzakelijk een blokverkaveling
met tussen de percelen soms rechte en soms kromme sloten. De kromme sloten zijn
overgebleven stukjes van oude kreken van het Rijndeltagebied.
We rijden verder en komen even later via een weggetje vanuit de bocht in de Zijl bij
parel nummer 3.
Wij vervolgen onze weg en komen aan het eind van de Zijldijk. Aan de overkant van het
water zien wij in de Zwanenburgerpolder, nu een eiland, een oude boerderij, De Een
zaamheid. Zou die altijd zo geheten hebben? | ||||
| Datum | Zaterdag 5 oktober 2002 | |||
| Locatie | Houtkamp Leiderdorp | |||
| Thema | Excursiewerkvormen | |||
| Tijd | 09.30 t/m 12.30 | |||
| Weer | Regen | |||
| Door | Bep van Houten | |||
Met zo ongeveer de halve cursusbemanning zijn we met excursiewerkvormen aan de slag gegaan. Tevoren kon je voorkeur voor één van vier werkvormen opgeven: "praatwerkvormen", doe-activiteitenexcursie, natuurpad aanleggen en natuurbeleving. Op deze miezerige, winderige zaterdagmorgen bleken in de Houtkamp drie groepen samengesteld, natuurpad en natuurbeleving waren tot één groep samengevoegd. | ||||
| Datum | Zaterdag 21 september 2002 | |||
| Locatie | Meijendel | |||
| Thema | Mieren in de duinen | |||
| Tijd | 09.30 t/m 12.30 | |||
| Weer | Droog afgewisseld met enkele korte buien | |||
| Door | Els Baars
| |||
|
In de Bijbel staat een verhaal over Salomon en de mieren. God zou tegen Salomon hebben gezegd: "Ga tot de mieren en leert van hen". Met de Salomonsring kon hij met de mieren praten. Salomon ging naar de mieren en bezag hun geordende wereld. Een keer zag hij een mierenkoningin een opdracht aan haar onderdanen geven en tot zijn stomme verbazing werd dat ogenblikkelijk en zonder gemor opgevolgd. Salomon tilde de koning op zijn hand en vroeg: "Hoe geeft U opdrachten die zonder gemor worden opgevolgd?" Daarop zei de koningin: "Wilt u mij ogenblikkelijk neerzetten, want ik ben niet gewend zo uit de hoogte te worden toegesproken!" Salomon zette haar neer en ging op de grond liggen om op gelijke hoogte met de koningin te praten. Wat zij daar samen hebben besproken, konden de omstanders helaas niet horen… (Vrij naar het verhaal van GertJan) |
"De excursieleider heeft de verantwoordelijkheid voor het terrein,
GertJan
De geheimen van de bosmier
Waterbommen en woeste rivieren
Luizenvee
Herfst en winter
Konijnenharen of konijnenpluis
Hazen en konijnen in het duin: de haas is het haasje
Heerlijke ontlasting eten!
Grote kunstwerken in het duin
Paddenstoelen Na afloop kregen we in de tent, na flinke regenbuien, deze heerlijke soep: Ingrediënten (algemeen recept):
Alles mengen, wat bouillon er bij, en smullen! Deze soep wordt met en door de kinderen gemaakt in het kader van het project "Het Bewaarde Land", een 5 daagse duinbelevingsproject voor lagere schoolklassen. GertJan vertelde tijdens de regen schitterende verhalen over dit project. Zeer waarschijnlijk gaan wij als NGC komend voorjaar een dag "Het Bewaarde Land" beleven. Vrijwilligers die mee willen helpen of opgeleid willen worden als gids in dit project kunnen zich van harte opgeven, want er is een tekort aan medewerkers. Voor algemene informatie over het project kijk op: www.natuureducatie.nl, de schitterende site van het MEC Leiderdorp (zo wie zo een kijkje waard!). Op de openingspagina in het zoekblokje aanklikken op "Bewaarde Land". Dit was wederom een inspirerende NGC-excursie!!! |
| Datum | Zaterdag 7 september 2002 | |||
| Locatie | Duingebied Hollands Duin bij Duindamse Slag/Noordwijk-Noordwijkerhout | |||
| Thema | Zônering en successie in de duinen en andere duinzaken. | |||
| Tijd | 09.30 t/m 13.00 | |||
| Weer | Flink bewolkt met eerst regen, later lichter bewolkt. Windkracht 4 - Temperatuur 16 naar 20 ° C | |||
| Door | Cor Verdiesen | |||
![]()
En dat terwijl we in die geweldige Noordwijkerhoutse duinen al genietend onze kennis verder uitdiepen.
Maar dat weten we nog niet als we tegen 9.30 uur verzamelen op de parkeerplaats bij de Duindamse Slag bij Noordwijkerhout. Stipt op tijd legt Wouter uit:
Pal buiten de parkeerplaats aan de duinrand vertelt Wouter dat er een plannetje aan het rijpen is de 'Mierenleeuw' op te gaan graven. Daarover straks meer. We houden het spannend. We lopen even door en gaan rechtsaf het duin in. Daar zien we meteen de hippo- en carni-flora (uitwerpselen paarden en honden). We zien er verschillende verstoringsplanten, zoals: kaasjeskruid: Kaasjeskruid is een stikstofminnende plant en groeit bijzonder goed op overbemeste plekken. Net zoals de andere leden van de kaasjeskruidfamilie bevat ook deze soort veel slijm en enige looistoffen. Hij werd vroeger dan ook als geneeskrachtige plant gebruikt, met name inwendig bij ontsteking van slijmvliezen, maar ook uitwendig voor de behandeling van wonden.
"Wat zie je nog meer?" vraagt Wouter. Natuurlijk staat daar ook de bijvoet (= Artemisia vulgaris)(familie v.d. zeealsem = Artemisia maritima). Beiden composieten. Bijvoet: een verklaring voor de wonderlijke naam van deze plant is, dat een aan de voet gebonden bosje ervan, moeheid voorkomt. De Romeinen pasten dit al toe. Vroeger vond de Bijvoet door zijn gehalte aan etherische oliën toepassing als artsenijplant. De stengelbladeren zijn ongesteeld en aan de voet geoord. Alle bladeren aan de onderzijde wit viltig. Bloeiwijze: kleine bloeihoofdjes dicht opeen. Even verder staat een gewone esdoorn. Daarbij hoort natuurlijk het verhaal van de verschillende soorten 'vleugeltjes'. We zien dat hierbij de hoek ervan kleiner is dan bij de noorse esdoorn. Weer komen we egelantier tegen met zijn oranjerood tot bloedrode bottels. Is het egelantier? Ja hoor, we kneuzen wat blaadjes en ruiken frisse appeltjes. Dan legt Els aan de hand van een tekening het verschil uit tussen de doorn van bijv. de meidoorn en de stekel van bijv. de roos.
Els vertelt enthousiast het verhaal van Lucifer in de hel. Die doet zijn stekels omhoog. Waarom? Lucifer was het verblijf in de hel zat. Toen dwarrelden er rose zaadjes. Op de grond en met water groeiden ze en groeiden ze. Lucifer beklom en klauwde tegen de roze stengel die hoog reikte. De roos zei: "Wat maak je me nou?" en deed zijn stekels omlaag. Uiteindelijk boinkte Lucifer op de grond. Lucifer is dus nog in de hel. Dit is het verhaal van 't stekelroosje. We zien de dagkoekoeksbloem (2-huizig) met vruchtbeginsel, zaadbol en steviger stengel; (vr) kelk soms rood; open maken, geen vruchtbeginsel; helmknop m. stuifmeel. Wilgenroosje (Teunisbloemfamilie) is pluizig; wanneer rijp, kan je uit elkaar trekken, = windverspreider. Zie ook het 'elfenverhaal' over het wilgenroosje opgetekend door Marian Kathmann in Sleutelblad nr. 1 - maart 2002)
We zien:
L 35 mm Sp tot 80 mm - mei-aug.
Teunisbloem 1e jrs. Rozetten
Net als andere pionierplanten heeft de Duindoorn zeer veel licht en ruimte nodig om de gedijen. Ook bezit hij het vermogen om stikstof uit de lucht op te nemen en dit in een voor andere planten bruikbare vorm in de grond te brengen. Deze eigenschappen voeren de struik zelf echter naar de ondergang, want zodra hij gezorgd heeft voor een stabiele, vruchtbare bodem, verschijnen er grotere bomen die het licht en de ruimte wegnemen die hij nodig heeft. Men vindt hem bij ons dan ook vrijwel alleen nog maar in de duinen. De rijpe besjes zijn vitamine-C-rijk en smaken heerlijk als je van een ietwat zurige smaak houdt. We zien:
| ||||