Maandag 6 april
Ostuni Capo Vaticano (400 km)
De sirocco waait nog steeds hard en we vertrekken een half uur te laat (uit mijn aantekeningen is niet meer op te maken of er een causaal verband bestaat). We rijden naar Matera, een wonderlijk stadje met in de rotsen uitgehouwen woningen. Het doet allemaal zeer schilderachtig aan maar het gevoel van grote armoede is prominent aanwezig. Matera ligt aan de rand van wat wel de Italiaanse Grand Canyon genoemd wordt. Hier zijn veel spaghetti-westerns opgenomen. Deze canyon haalt het bij lange na niet bij de echte Grand Canyon maar is desalniettemin behoorlijk indrukwekkend. We krijgen een uitgebreide rondleiding van een lokale gids, die ons onder andere meeneemt naar een eveneens in de rotsen uitgehouwen kerkje en naar een soort grot die door een Benedictijn beheerd wordt. Het is dat de gids zegt dat we hier met een pater te maken hebben, want je kunt het niet aan hem zien. Vroeger woonden hij en zijn medebroeders in de grot. Nu heeft hij er een restaurantje ingericht, hoewel de benaming snackbar misschien beter past.
In Matera zie je opvallend veel straathonden. Dat komt zo: ooit was er een rattenplaag in de stad. Toen liet men een heleboel katten los om de ratten op te ruimen. Dat lukte, maar toen was er een kattenoverschot. Toen haalde men dus die honden binnen...
Na de rondleiding is het tijd om een hapje te eten. In het moderne deel van het stadje is snel een stuk pizza gevonden dat we buiten op een bankje opeten. Ook het verplichte ijs laat ik mij natuurlijk niet ontgaan. Als ik iemand wil helpen een tussen de knieën geklemd flesje water te openen blijkt het water met koolzuur te zijn dat bovendien geschud is. Gelukkig is het niet mijn broek die nat wordt. Na de lunch is er nog tijd om rond te dolen en dat doe ik dus ook. Het wemelt van de zelfbenoemde gidsen in Matera want de werkloosheid is groot. Als ik in een winkeltje kaarten koop word ik door een tandenloos mannetje aangesproken; hij wil me rondleiden. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik alles al gezien heb maar dat begrijpt hij niet. Als ik uitleg dat ik met een groep ben gaan zijn ogen glinsteren, maar als ik hem uitleg dat de bus zo vertrekt begrijpt hij eindelijk dat er aan mij niets te verdienen valt.
We rijden door de bergen richting Ionische Zee. In Ostuni hadden we al kennisgemaakt met de Adriatische Zee. We zijn nu in het land van de NDrangheta zoals de mafia (of op zn Nederlands: maffia) hier heet. Links en rechts liggen bergdorpjes waarvan ik vermoed dat er geen straten zijn, alleen maar trappen. Zo stijl zijn ze tegen de bergen aangeplakt. Als we wat later een dorpje inrijden dat wèl van straten voorzien is blijken deze amper breed genoeg om onze touringcar aan te kunnen. Om het wat moeilijker te maken zijn er bogen over de straat gebouwd. De dorpsagent loopt voor onze bus uit om de tegemoetkomende autos aan de kant te zetten zodat wij er zonder ongelukken doorkunnen. Voor de dorpelingen zijn wij de attractie van de dag.
Capo Vaticano is de pukkel op de voet van de Italiaanse laars. Ons hotel Due Torri (twee torens) staat in Nicolo di Ricadi en biedt uitzicht op de Tyrrheense Zee. Het hotel ligt hoog boven de weg en de inrit is te stijl voor de bus, de koffers worden in een bestelauto overgeladen. Mijn kamer is eenvoudig, maar van het diner probeert men iets bijzonders te maken. Eerst is er een aperitief met hors doeuvres in de bar. Daarna verplaatsen we ons naar de eetzaal. Het is een eetzaal zoals we ze al eerder gezien hebben: gedekte tafels maar verder geen enkele stoffering. Voeg daar een laag plafond en de aanwezigheid van 48 personen aan toe en je hebt een gekkenhuis. Maar het eten was voortreffelijk en overdadig: we beginnen met risotto (een rijstgerecht) en dan komt de pasta, gevolgd door vlees, groente, aardappelen en fruit. Er zal geen uitgebreider diner meer volgen tijdens deze reis.