Zondag 5 april

Avellino – Ostuni (350 km)

Andrea had een doorschuifsysteem voorgesteld: de rechter rij in de bus schuift elke dag 2 plaatsen naar achteren, de linker rij gaat naar voren. Zodoende komt iedereen zowel op de aangename als op de minder prettige plaatsen te zitten en heb je steeds wisselende buren. Dat laatste is prettig, want al zijn we dan een besloten gezelschap, ik ken slechts ongeveer de helft van mijn 45 reisgenoten. Sommige nieuwkomers kennen vrijwel niemand. Niet iedereen is blij met het systeem, zo blijkt op deze tweede dag.

Het eerste programmapunt heet Castel del Monte. Alles aan en in dit merkwaardige kasteel is achthoekig. Er zijn 8 achthoekige torens waarbinnen een achthoekige binnenplaats gevormd wordt. De muren zijn zo dik dat het binnen koud is, terwijl buiten toch lekker warm is. Een curiositeit is dat de wenteltrappen in dit kasteel rechtsom draaien. Gewoonlijk gaan ze linksom, zodat een aanvaller niet met zijn – meestal rechts gedragen – zwaard kan uithalen. De afwijking duidt erop dat een aanval op dit kasteel helemaal niet voorzien was.

Castel del Monte

We rijden door naar Alberobello in het hart van de Zona dei Trulli. Een trullo is een wit, rond en grappig huisje met kegelvormig dak. Als het tijd werd voor een aparte kinderkamer werd een kleinere trullo tegen de ouderlijke trullo aangebouwd. In dit gebied wemelt het ervan, zeker sinds er premies worden verstrekt voor de instandhouding van de trulli. In het stadje Alberobello ("mooie boom") heeft zowat elk huis een puntmuts op. Ze zien er zeer idyllisch uit.

Trullo-daken, Alberobello

Op zoek naar een restaurantje besluiten we met een paar man de trap naar een keldergewelf af te dalen. De onooglijke deur in een stil straatje blijkt de entree van een groot, mooi restaurant te zijn. Ik bestel een grilspies die er heel anders blijkt uit te zien dan thuis: stukken vlees met bot en worstjes die voor de helft uit knoflook lijken te bestaan. Die smaak wordt naderhand weggewerkt met een heerlijk ijsje uit de gelateria tegenover het restaurant.

In Italiaanse restaurants zie je steeds weer dat er één persoon is die de boekhouding voor alle tafels doet. Hij is dan ook degene tot wie de ober zich wendt als je de rekening vraagt. Het lijkt wel of hij de enige is die kan rekenen, en dan nog gaat het vaak moeizaam. Met groot geld afrekenen is een crime, men heeft vaak geen wisselgeld. Let wel: het grootste Italiaanse bankbiljet is 50.000 lire: 60 gulden.

We komen ergens een toilet met automatische spoeling tegen. Ik merk achteloos op dat dit met een reuksensor werkt. En er is zowaar iemand die mij gelooft.

In Ostuni logeren we in Grand Hotel Masseria Santa Lucia. Dat klinkt niet alleen chique, dat is het ook. Een masseria is een herenboerderij en deze is dus tot hotel verbouwd. De eigenlijke boerderij – een groot, roze rechthoekig gebouw met kantelen – herbergt de receptie, lobby, bar en eetzalen. Voor de gastenverblijven moet je weer naar buiten. Lieftallige juffrouwen leiden ons naar de tientallen meters verderop liggende nieuwe vleugel die wij als eerste in gebruik nemen. Dit is zeker geen conventioneel hotel. Elke kamer heeft een eigen tuinpoortje en voordeur, of liever een grote schuifpui. Binnen vind je geen gordijnen maar een spiegel zo groot als de schuifdeur. Die spiegel kun je voor de deur schuiven en dan kan niemand meer naar binnen kijken. Het doet allemaal heel modern aan.

De meesten maken een wandeling naar de kust van de Adriatische Zee, slechts enkele tientallen meters van onze voordeuren verwijderd. We vinden echter geen mooi zandstrand maar rotsen. Mooi om te zien, maar niet zo aantrekkelijk om er te blijven. Bovendien dreigt de harde aflandige wind je in zee te blazen als je je te dicht bij het water waagt. Een moedig drietal besluit te gaan zwemmen – in het zwembad, wel te verstaan. Het is niet helemaal het weer waarop je thuis lekker naar het zwembad zou gaan, maar voor deze drie betekent vakantie ook dat de zwembroek nat moet worden. Er ontstaat een mooi contrast als een groepje Italianen, gehuld in lange winterjassen, langs de pool wandelt.

’s Avonds staat baked dentex op het Engelstalige menu. Wat zou dat toch zijn? Gebakken tandpasta, concluderen we. Gelukkig vergissen we ons. Het is tandbaars en smaakt lekker. Hij viel alleen een beetje zwaar; iemand zakte door de stoel.

vorige daghomevolgende dag