Paasmaandag 13 april (Pasquetta)

Siracusa

Vandaag is het dus Pasquetta, "kleine Pasen". De dag waarop zowat alle Italianen erop uit trekken om te gaan picknicken en wij proberen de ergste verkeersstromen te ontwijken. We rijden naar Siracusa (Syracuse) alwaar we onze rondleiding met de van oorsprong Zwitserse gids Anne-Marie beginnen bij de restanten van het Griekse theater. Zoals zo vaak hebben de theaterbezoekers ook hier uitzicht op zee. Iets verderop zien we een antieke steengroeve waar nog duidelijk een dikke, metershoge pilaar te zien is die het dak van de groeve ondersteunde. Men begon namelijk destijds niet gewoon van boven naar beneden in de steen te hakken; de bovenste steenlaag was niet geschikt voor gebruik. Men wilde de lager gelegen steen hebben en zo onstond er dus een grot waarvan het dak uiteindelijk instortte.

Het oor van DionysusAnne-Marie leidt ons de steengroeve in. Het is een waar paradijs met een weelderige plantengroei. We zien citroenbomen die in de bloei staan en gelijktijdig groene, rijpe en rotte vruchten dragen. Tenslotte is er nog een merkwaardige grot, het oor van Dionysus genaamd. De ingang van de grot heeft een vorm die mij eerder aan het oor van Mr Spock doet denken. Je kunt de grot een paar tientallen meters inlopen. De vorm is wonderlijk, bijna als een gehoorgang. De theorieën over het nut van deze grot met een goede akoestiek variëren van gevangenis tot "klankkast" voor het nabije theater. We kruipen weer uit het oor – hoewel, kruipen: het oor zal zo’n dertig meter hoog zijn... Maar goed, we lopen dus naar de overblijfselen van het Romeinse amfitheater dat door gras overwoekerd en met bloemen bezaaid in de zon ligt.

De bus brengt ons naar Ortigia, het stadsdeel dat op een klein eilandje ligt en middels een korte brug met het vasteland verbonden is. De gids neemt ons mee naar een kerk die ooit een Griekse tempel was. De voorgevel is weliswaar typisch Rooms-katholiek maar aan de zijkant zijn de oude Griekse zuilen duidelijk zichtbaar. De ruimtes ertussen zijn opgevuld met steen en binnen is de cella, het allerheiligste in een Griekse tempel, verwijderd. Dit opmerkelijke gebouw is al 2½ duizend jaar in gebruik als Godshuis. Tegenwoordig wordt er een beeld van Santa Lucia, de patroonheilige van Sicilië bewaard. Slechts driemaal per jaar ziet dit beeld het daglicht en vandaag blijkt één van die dagen te zijn. Vlak nadat wij het ontdekt hebben verdwijnt het weer voor lange tijd achter stijf gesloten deuren.

Op weg terug naar Acireale gaan wij nog op bezoek op de plantage van Alfio. Eerst worden er mispels van een boom geplukt. Ik kende die vrucht helemaal niet maar weet nu hoe lekker ze is. Daarna worden er citroenen geplukt en bereidt Alfio een citroensalade door zijn dikke citroenen (dikker nog dan wat we gisteravond van hem kregen, dikker dan de sinaasappels thuis) dun te schillen en in partjes te snijden en er water, olijfolie, peterselie en een heleboel knoflook aan toe te voegen. Ik proef er een beetje van en besluit het daarbij te laten.

‘s Avonds na het diner loop ik met twee groepsgenoten om de rots heen die ons het zicht op de Etna ontneemt. En jawel hoor: als je je ogen goed tegen het licht van de felle straatlantaarns afschermt en in de juiste richting kijkt die je in het donker af en toe een beetje gloeiende lava omhoogspuiten. Het stelt niet zoveel voor maar het is toch een adembenemend schouwspel. Al maanden voor deze reis heb ik het steeds weer via de webcam bekeken en ben nu blij dat ik het ook in het echt gezien heb.

vorige daghomevolgende dag