Paaszondag 12 april

Agrigento – Acireale (185 km)

In de buurt van de plaats Piazza Armerina liggen de restanten van een Romeinse villa met maar liefst 3.500 m2 vloermozaïeken. Ter bescherming hebben ze er een glazen huis bovenop gezet. We schuifelen langs de werkelijk prachtige en goed bewaard gebleven mozaïeken die onder andere jachtscènes en gevechten laten zien. Maar ook wagenrennen komen aan bod, en in de kinderkamer zie je de kleintjes op door duiven voortgetrokken wagentjes rondscheuren. In de kamer waarin wellicht de oudste zoon des huizes woonde is een erotische scène afgebeeld. Bijzonder zijn ook de wereldberoemde bikinimeisjes. Het hele huis is één groot kunstwerk. Dat weten meer mensen, dus we schuifelen achter de Japanners aan door het hele huis heen.

We rijden verder door het hart van Sicilië. Het landschap is glooiend en groen, maar dit is wel de allerarmste van de ongeveer 120 provincies die Italië rijk is. De Etna komt in zicht. Wat een machtige berg! Hij is 3.300 meter hoog en heeft een omtrek van maar liefst 270 kilometer. Zoals het een vulkaan betaamt lopen zijn hellingen maar heel langzaam op, vandaar die grote omtrek. De top is vaak in wolken gehuld. Hier noemen ze de berg Mongibello, hetgeen een samentrekking is van het Italiaanse en het Arabische woord voor berg.

Hotel Santa Tecla Palace in Acireale, waar we drie nachten zullen verblijven, ligt aan zee. Het is een groot, donkerbruin gebouw dat niet bepaald vakantieplezier uitstraalt. Toch is het een prettig hotel: ik heb een grote kamer met balkon, als een van de weinigen met zeezicht. De anderen zitten aan de achterkant waar ze tegen een steile rotswand aankijken. In dit land van de lava is alles van steen, zelfs het bed en het bureautje. Heel solide allemaal en fris gewit. Het hotel heeft een zeer grote lobby en een zwembad dat in de zee lijkt over te lopen. Er is een aparte eetzaal voor groepen, waar je je drank zelf bij een balie moet gaan halen. Mijn fles water, die overal drieduizend lire gekost heeft, is hier een duizendje duurder.

Tijdens het diner krijgen we bezoek van Alfio, een kennis van onze organisator, en zijn vrouw. Ze hebben een verrassing voor ons allemaal meegebracht: een grote citroen. Het is de bedoeling dat je haar dun schilt en vervolgens de partjes opeet. Onder de gele schil zit een dikke witte schil (veel dikker dan bij onze citroenen) die het zuur draaglijk maakt. Aan de tafel van Alfio, waar ze niet anders kunnen dan een stukje citroen te eten, zie ik desalniettemin zure gezichten en besluit dus maar mijn citroen voor later te bewaren. Alfios vrouw heeft ook nog amandelkoekjes voor ons gebakken en die zijn wèl lekker.

vorige daghomevolgende dag