Goede vrijdag, 10 april

Vrije dag in Palermo

Ik loop vandaag door de Via Maqueda en de Via Roma, de twee belangrijke winkelstraten. De kruising van de Via Maqueda en de Corso Vittorio Emanuele, waaraan het hotel ligt, vormt de Quattro Canti, hèt centrum van Palermo. In beide winkelstraten vind je vooral kleding-, sport- en schoenwinkels. En de nodige barretjes natuurlijk. Mijn dure fotocamera heb ik maar in het hotel gelaten, ik wil geen doelwit voor straatrovers zijn. Ook zonder zo’n uithangbord voel ik me niet echt lekker veilig. Vooral jongemannen die hun scooter langs de stoep geparkeerd hebben en voor zich uit zitten te staren vertrouw ik niet helemaal. Wachten zij slechts op de dingen die komen gaan of liggen zij op de loer voor een makkelijke prooi?

Na de lunch – een broodje in een bar – ga ik naar het dakterras van het hotel en begin met de vertaling van de namen van de groepsleden (een extraatje voor in het groepsverslag). Iedereen krijgt een Italiaanse voor- en achternaam. Sommige namen laten zich gemakkelijk vertalen, vooral als zij een betekenis hebben (zoals Brouwer en Vogels). Bij andere namen moet ik al wat creatiever worden om er nog wat van te maken (Schreinemacher wordt schrijnwerker) en de derde categorie wordt fonetisch vertaald (Lencer wordt lens). De buitencategorie tenslotte, waar met een woordenboek echt niets van te maken valt, krijgt gewoon een Italiaans uiterlijk aangemeten (Creusen wordt Crusoe).

‘s Avonds vertrekt de Paasprocessie vanuit de kerk naast het hotel. De straat ziet zwart van de mensen, maar omdat mijn kamer aan de voorkant zit, op de 3½e verdieping, heb ik een mooie logeplaats. Als eerste komt een in het zwart gehuld groepje uit de kerk: een man met een puntmuts à la Ku Klux Klan en een toeter en 3 jongens met trommels, waarop zij telkens hetzelfde deuntje spelen als de puntmuts op z’n toeter blaast. Zelfs de trommels zijn in zwarte doeken gehuld. Daarachter komen diverse kruizen en vaandels, gevolgd door een in een wit gewaad gehuld jongetje van een jaar of zes dat een groot kruis over zijn schouder draagt.

Er volgt een glazen schrijn met het lichaam van Christus. De schrijn wordt door zo’n veertig mannen gedragen en ze hebben het er knap moeilijk mee. Andrea vertelt later dat de schrijn met lood verzwaard is. Voor de dragers is dit een vorm van boetedoening. Zij worden vergezeld door 4 ridders in volledige wapenrusting. Ik heb die harnassen gisteren al in de kerk zien staan en heb me toen afgevraagd wat die dingen in een kerk doen. Er volgt nog een Madonna-beeld dat al net zo zwaar is als de schrijn. De stoet wordt afgesloten door een blaaskapel die speelt zoals ik nog nooit een kapel heb horen spelen. De muziek is slepend, meeslepend. Zij dringt door tot in mijn ziel en ontroert me.

Bij de Quattro Canti slaat de processie linksaf de Via Maqueda in. Op de Corso is inmiddels een lange file ontstaan. Als de processie om de hoek verdwenen is doen politie-agenten een poging om het verkeer in goede banen te leiden. Ik sla hen een tijdje gade en concludeer dat zij niet tegen hun taak opgewassen zijn. Na een uur is de file vanzelf doodgebloed en kunnen de verkeerslichten het weer overnemen. Als de auto’s weer door de Corso rijden valt mij pas op hoe schoon de lucht tijdens de processie was. De stinkende uitlaatgassen maakten toen plaats voor zuiverende wierook.

Voor de tweede keer sinds onze aankomst in Palermo word ik rond middernacht gewekt: de processie keert terug naar de kerk. Ik sta op en kijk uit het raam. De dragers hebben het nu wel èrg moeilijk met hun zware last. Ze zijn dan ook al zes uur onderweg... De muziek is zo mogelijk nog meeslepender dan aan het begin. Deze keer vind ik het niet zo erg dat ik in mijn slaap gestoord ben.

vorige daghomevolgende dag