|
|
Maandag 5 april: Pafos We hebben ons niet door de afmetingen van de tennisbaan laten ontmoedigen en zijn vanochtend present met 4 tennissers + onze eigen ballenjongen van kamer 439. Die kamernummers scheppen trouwens de nodige verwarring: de 100-serie zit in het souterrain, 200 is begane grond, 300 de eerste verdieping enz. Na 2 uur tennissen acht ik de tijd rijp om de zwembroek aan te trekken en aan het zwembad te gaan liggen. Terwijl ik verdiept ben in Willem van Maanens Valsheid in geschrifte of De vrouw met de schaar schuift een wolkje voor de zon dat mij noopt de handdoek om de schouders te slaan. Even later neemt kiest een grotere wolk positie voor de zon en ik trek mijn T-shirt aan. Als dan ook nog een kille wind opsteekt geef ik mij gewonnen en ga naar binnen. Het programma voor vandaag moeten we trouwens zelf opstellen. Wat ligt meer voor de hand dan de bus naar Pafos te nemen? Aangekomen bij de markt vinden we al gauw de paar straatjes met souvenirwinkeltjes. Ik maak mij los uit het slenterende groepje maar kom ze nog tweemaal tegen. Samen nemen we plaats op een terras dat een mooi uitzicht over de benedenstad belooft maar afschrikt omdat de voorgrond verpest wordt door een braakliggend terrein waarvan er hier zo veel te vinden zijn. Het lijkt vaak alsof de Cyprioten nooit iets afmaken; wegen hebben geen rand, trappen eindigen in het niets. De drie kilometer naar de benedenstad, Kato Pafos, leggen we in marstempo af. We komen langs de catacomben van Agia Solomoni waar een grote terpentijnboom staat die vol hangt met lapjes stof. In de catacomben bevindt zich een bron waarvan het water oogziekten zou genezen. De lapjes zijn achtergelaten door dankbare pelgrims. Tegenwoordig wordt uitdrukkelijk afgeraden het bronwater met de ogen in aanraking te brengen aangezien het door de vervuiling eerder oogziektes veroorzaakt dan ze geneest. Kato Pafos is een Valkenburg aan de Méditerranée: het ene winkeltje met prullaria naast het andere, deels met spullen die je vast ook in Valkenburg aan de Geul kunt kopen. |