|
|
Zondag 4 april: Pafos, bad v. Aphrodite Vandaag worden we wakker in het Queens Bay Hotel dat op zon 9 km van Pafos ligt. Dit hotel is mooier dan het vorige en het eten is er nog beter. Menigeen maakt zich al zorgen over zijn of haar gewicht aan het einde van deze vakantie. Het hotel ligt pal aan zee, maar helaas liggen we vrijwel allemaal aan de landzijde en kunnen slechts, hangend over de reling van het balkon, een streepje zee van 3 cm zien. De Koningsgraven In de Koningsgraven van Pafos werden nooit koningen begraven. Ze hebben die naam gekregen omdat het rijke lieden geweest moeten zijn die zich een grafkamer konden veroorloven die in de rotsen is uitgehakt. Het zijn hofjes van een paar meter in het vierkant en zon 4 meter hoog c.q. diep. De mooiste hebben een vierkante zuilengalerij. Eromheen liggen meerdere grafkamers en ze dateren uit de 3e eeuw v. Chr.
Opgeklommen uit het graf is er iets dat mij naar het hoogste punt in dit mystieke landschap drijft. Is het het verlangen om een mooie foto te maken, of smacht ik naar het mooiste uitzicht over fleurige bloemenweiden, zandgele stenen uit de oudheid en de azuurblauwe zee? De mozaïeken Naast de haven van Pafos bewonderen we de prachtige mozaïekvloeren van een Romeinse villa uit de 3e eeuw n.Chr. Een goede gids weet bij elk tafereel wel een goed verhaal te vertellen, vaak met een knipoog naar de mythologie. Bij deze mozaïeken is duidelijk het verschil te zien tussen de oudere en de jongere, die kleurrijker en door het gebruik van kleinere stenen gedetailleerder zijn. Een ander interessant aspect zijn de driedimensionale mozaïeken die ik nog nooit eerder gezien heb. Het zijn haast Escheriaanse motieven. Hierna koop ik in de haven meteen een boek over de Griekse mythologie. De verhalen zijn gewoon te leuk om ze een keer te horen en daarna te vergeten.
De lunch: meze Elke heeft vandaag een bijzondere lunch voor ons in petto: dorps-meze. Voor een vaste prijs van ik meen vijf pond krijg je een grote diversiteit aan lekkere hapjes voorgeschoteld en mag je zoveel wijn en water drinken als je op kunt. Er wordt dus gevreten en gezopen. Dat we in dit dorpje aan het juiste adres zijn om een typisch Cypriotische maaltijd te nuttigen blijkt als de minister van justitie aanschuift. Het bad van Aphrodite Olijk, vrolijk, en een beetje baldadig gestemd (hoe zou dat toch komen?) rijden we naar het bad van Aphrodite. Het laatste stuk moeten we lopen (dat blijkt ontnuchterend te werken). Bij het bad van de godin sijpelt het water langs de rotsen naar beneden en verzamelt zich in een natuurlijk bekken met een diameter van zon drie meter. Mevrouw is helaas niet thuis en sommige reisgenoten vinden dat ik als jongste man dan maar in bad moet. Ik wimpel het aanbod echter af met de opmerking dat ik geen Aphrodite ben maar een Aphroditus. Het werkt. Op de weg terug komen we langs een kudde geiten met flaporen, het standaardmodel op Cyprus. Elke geeft gelegenheid om koffie te drinken maar een aantal van ons kiest ervoor om via een overwoekerde trap achter het restaurant naar de zee af te dalen. Ook hier lopen weer geiten rond. En in het ondiepe water zien we schelpen die zich op de stenen genesteld hebben. Als Jan D. er een probeert te plukken blijkt de boven het water uitstekende steen waarop hij stapt toch iets gladder te zijn dan hij dacht De schade valt echter reuze mee: hij houdt er een natte voet aan over. We rijden terug naar het hotel en onderweg maken we nog even een fotostop op een plaats waar je goed zicht op de kustlijn hebt. We zien Coral Bay en ook ons hotel moet daar beneden ergens liggen, maar met het blote oog vind ik het niet. Terug in het hotel proberen we met zn drieën de tennisbaan uit. Die blijkt wat krap omheind te zijn: een bal op de lijn levert vrijwel zeker een punt op omdat je niet flink kunt uithalen. |