|

| |

Donderdag
1 april: Larnaka en omgeving
We beginnen de dag met zon, maar als we in de bus zitten
is de hemel grijs met hier en daar nog een plukje blauw. Ik eet vanochtend preventief:
omdat we gistermiddag pas rond 3 uur onze lunchpauze hadden, sla ik bij het ontbijt de
dubbele hoeveelheid in. We hebben vandaag een andere bus omdat die van gisteren kapotte
luidsprekers had, en ook de gids is een andere: Marion, Nederlandse. Omdat onze reis op
korte termijn in elkaar gezet is hebben we niet gedurende de hele reis dezelfde gids.
Marion had vandaag en morgen eigenlijk vrij, voordat ze haar volgende reguliere groep
krijgt. Ze zal proberen of Elke het morgen toch van haar kan overnemen zodat ze tenminste
nog 1 dag vrij heeft.
Choirokoitia
Hier bezoeken we de overblijfselen van een nederzetting
uit het Neolithicum (7000 v. Chr.). Met lemen voeten beklimmen we de heuvel waarop de
ruïnes liggen; het spul is aan onze schoenen blijven plakken toen we tussen de nagebouwde
hutten aan de voet van de heuvel rondliepen. Echt indrukwekkend is de nederzetting niet,
maar vanaf de heuvel heb je in ieder geval wel een mooi uitzicht met, zoals zo vaak op dit
eiland, de zee aan de horizon.
Terug op de begane grond sla ik ansichtkaarten in. Ik koop er 26 om
meteen van alles af te zijn en oogst er het ontzag van de verkoopster mee ("That many
friends?"). Het betekent wel dat ik maar liefst 52 postzegels moet likken, want
behalve 25 cent porto moet je ook nog een speciale zegel van 1 cent plakken voor het
vluchtelingenfonds.
In het klooster van Agios Minas slaan we een bejaarde non gade bij het
schilderen van iconen. Ze vraagt ons wat wij van de toestand in Joegoslavië vinden en
geeft als haar mening dat iedereen tegen de orthodoxen is. Wij gaan daar maar niet op in.
Lefkara
Het uit de twee delen Pano Lefkara en Kato Lefkara
(resp. boven en beneden) bestaande plaatsje telt vele nauwe straatjes met een groot aantal
toeristische winkels die vooral kant en filigraan verkopen, de twee specialiteiten
waarvoor Lefkara bekend is. Een winkeljuffrouw vraagt ons buiten op straat waar we vandaan
komen. "Holland? Come in, we make Maastricht Treaty in here!"
Van de Angeloktisti-kerk ("door de engelen gebouwd") in Kiti,
even ten zuiden van Larnaka, ben ik dusdanig onder de indruk dat ik er niet eens
aantekeningen over maak en me pas thuis, bij het bekijken van de fotos,
herinner dat ik daar ook geweest ben. Ik herinner me nu wel dat er een mooie tuin naast de
kerk lag.
We rijden gauw verder naar het zoutmeer even buiten Larnaka waaraan de Hala
Sultan Tekesi zich bevindt. De moskee ligt daar zeer idyllisch maar is het mij niet waard
de schoenen uit te trekken om binnen te treden. Elk jaar komen flamingos naar dit
zoutmeer om te overwinteren. We zien een groepje in het midden van het meer, maar de
afstand is zo groot dat het evengoed roze zwanen hadden kunnen zijn.
Larnaka
Als we aan de palmenboulevard van Larnaka geluncht
hebben maken we een wandelingetje over het strand. Terwijl wij onze paraplus openen
maakt een jongen in zwembroek aanstalten de zee in te duiken. De geschiedenis herhaalt
zich hier, zij het omgekeerd: vorig jaar in Italië lagen onze mensen in het zwembad
terwijl de Italianen in bontjassen langsliepen.
Daarna bezoeken we met Marion de kerk van Sint Lazarus. Hoera, een
echte kerk! Na de kleine Byzantijnse kerkjes is het een verademing om deze relatief grote,
prachtige kerk te zien. Ze heeft een grote iconostase en rustgevende byzantijnse muziek
vult de ruimte. En je mag hier zelfs fotograferen, iets wat bij de meeste kerken verboden
is (naar ik aanneem in verband met de kaartverkoop die hier echter ontbreekt). Als we naar
de bus terugmoeten breekt een stortbui los zodat de meesten weer beschutting zoeken bij
Lazarus. Buiten staan wat kraampjes opgesteld waar ik pastellaki koop, lekkere plakken
bestaande uit noten, sesamzaadjes en honing.
 
Terug in het hotel bezoeken we de fitnessruimte en
spelen we tafeltennis (eigenlijk meer pingpong). Bij het diner staat mijn kamergenoot nog
bij het buffet als de ober de drankbestelling opneemt en mijn handtekening vraagt voor de
rekening. Als M. met een goed gevuld bord terugkeert komt ook de ober weer langs om zijn
bestelling alsnog op te nemen. Omdat de ober weet dat we kamergenoten zijn wendt hij zich
tot mij met de vraag: "You sign?" waarop ik met een knipoog antwoord: "Yes,
I sign, he pays." Tot ieders hilariteit vraagt de ober vervolgens of M. (56) mijn
vader is
|