Handleiding duivenprogramma.
Algemeen:
In de diverse programma's wordt veel gebruik gemaakt van diverse functietoetsen. Daarom wordt de werking ervan eerst uitgelegd. U kunt vrijwel altijd in elk programma op F1 drukken om het help- scherm op te vragen dat de werking van de functietoetsen nog eens uitlegt.
F1: Helptoets. Hiermee kunt u het helpscherm opvragen om de werking van de overige functietoetsen te bekijken.
F2: Ga een invoerveld (plaats waar de cursor momenteel staat) terug (indien mogelijk). U kunt hiermee dus naar het vorige invoerveld terug gaan. In sommige invoerprogramm's kunt u ook een invoerregel terug gaan (zie uitleg aldaar).
F3: Geen functie.
F4: Geen functie.
F5: In het algemeen geen functie. In een enkel programma wordt hiermee een klein gedeelte van het scherm gewist (zie uitleg aldaar).
F6: Verwijder de gegevens die op het beeldscherm staan. In de meeste invoerprogramm's kunt u met deze toets verkeerde of overbodige records (= het betreffende gegeven) verwijderen. Ook kunt u in sommige programma's de invoerregel verwijderen (zie uitleg aldaar).
F7: Laat de eerste bladzijde zien van een reeks gegevens (alleen in een enkel programma).
F8: Laat de volgende bladzijde zien van een reeks gegevens (alleen in een enkel programma).
F9: Maak het scherm geheel schoon zonder de op het beeldscherm staande gegevens te bewaren (in het bestand op te slaan).
F10: Maak het scherm geheel schoon en bewaar de op het beeld- scherm staande gegevens.
Esc: Verlaat het programma en keer terug naar het menu (zonder de gegevens die op het beeldscherm staan te bewaren).
Return of Enter: Verlaat het huidige invoerveld en ga naar het volgende invoerveld. Indien u bij het laatste invoerveld op enter drukt worden de ingevulde gegevens automatisch bewaard.
Pijltje Down: Ga een invoerveld verder.
Pijltje Up: Ga een invoerveld terug.
Tab: Zoek het dichtstbijzijnde gegeven op en laat de gegevens die daar bij horen zien op het beeldscherm. Met deze functietoets kunt u snel naar een bepaald kenmerk zoeken. U vult de u bekende gegevens in en u drukt op deze toets. De gegevens die het dichtst bij het door u ingevulde gegeven komen zullen op het beeldscherm worden getoond.
Page up: Zoek het vorige gegeven op. De werking is dus hetzelfde als bij de tab-toets, alleen wordt nu het gegeven getoond welke voor het huidige gegeven komt.
Page down: Zoek het eerstvolgende gegeven op. De werking is dus hetzelfde als bij de tab-toets, alleen wordt nu het gegeven getoond welke na het huidige gegeven komt.
De overige functietoetsen werken alleen maar in een invoerveld. Dit zijn:
Insert: Voeg op de huidige plaats tekens toe. De na de cursor komende tekens schuiven automatisch een positie op indien u nu iets invoert.
Delete: Verwijder het teken waarop de cursor staat. De overige tekens schuiven automatisch een plaats naar links.
Pijltje rechts: Ga een positie naar rechts indien toegestaan.
Pijltje links: Ga een positie naar links indien toegestaan.
De programmatuur bestaat uit drie delen:
1) Het stamboomgedeelte: hier kunt u de gegevens van de duiven invoeren, opvragen, veranderen (d.w.z. muteren), afdrukken enz.
2) Het prestatiegedeelte: hier kunt u de duifprestaties muteren, afdrukken enz.
3) Hulpprogramma's: hier kunt u de noodzakelijke tabellen (be- langrijke algemene gegevens) muteren en afdrukken, alsmede de juiste printer kiezen enz.
Om zo spoedig mogelijk met de programmatuur overweg te kunnen begint deze handleiding bij datgene waar u zelf ook mee moet beginnen: de hulpprogramma's. Vervolgens komt het stamboomge- deelte aan de beurt en tot slot het prestatiegedeelte.
Hoofdstuk 2 De hulpprogramma's
Om zo optimaal mogelijk gebruik te kunnen maken van de duiven- programmatuur dient u zoveel mogelijk gegevens in te vullen. Daarnaast wordt het vele invulwerk hierdoor enigszins verlicht, versneld en vereenvoudigd.
Welke standaardtabellen zijn er voor u gemaakt: 1) een hoklijstbestand
2) een kleurentabel
3) een maandentabel
4) een landentabel
5) een weertypentabel
6) een windtypentabel
7) een lossingsplaatsentabel
8) een nestpositietabel
9) een liefhebbertabel
10) de staandaardgegevens
Een korte toelichting op het gebruik en het nut van deze tabellen wordt nu besproken. Tussen haakjes staat met welk menunummer u het betreffende programma kunt opstarten.
ad 1) een hoklijstbestand (programma 2001)
Hier vult u uw eigen gegevens in die later op de voorkant van uw hoklijst dienen te komen. Dit zijn o.a. uw naam, woonplaats, klokgegevens, afdeling, kring enz. Vergeet vooral uw x-coordinaat en y-coordinaat niet in te vullen. Deze worden later gebruikt om afstanden van vluchten te berekenen! Na het verlaten van het laatste invoerveld (of door op F10 te drukken) worden de gegevens bewaard en ziet u de ingevulde gegevens blijven staan (dus geen leeg scherm zoals in de meeste andere programma's). U verlaat het programma met de esc-toets. Als u later gegevens wenst te veran- deren dan zult u uw oude gegevens om het scherm zien staan. Die kunt u vervolgens aanpassen en bewaren.
ad 2) de kleurentabel (programma 7001)
Hier vult u de aan u bekende kleuren in die een duif kan hebben of ooit kan hebben. Standaard zijn er al enige kleuren inge- bracht. U kunt dus afkijken! U kunt de kleuren wijzigen, verwij- deren enz. U begint met een code in te vullen; indien zij reeds bestaat zullen de bijbehorende gegevens getoond worden. Vervolgens vult u de omschrijving in en tot slot de afkorting zoals die volgens u moet worden gebruikt op de hoklijst. Hierna worden de gegevens opgeslagen en kunt u een nieuwe kleur invullen. U kunt deze gegevens altijd wijzigen! Met de tab-toets, de page up-toets en de page down-toets kunt u heen en weer bladeren door de gegevens (alleen op het eerste invoerveld, zijnde de code, is dit mogelijk). Later zullen deze gegevens gebruikt worden om de gegevens van een duif in te vullen en voor de hoklijst. U kunt de door u ingevulde gegevens afdrukken met programma 7101.
De overige invoerprogramm's voor de tabellen zijn qua werking hetzelfde als het besproken programma voor het invoeren van de kleuren. De uitleg is dan ook iets korter.
ad 3) de maandentabel (programm 7002)
Hier vult u de maanden in. Deze zijn standaard al ingebracht. De gegevens worden gebruikt om de geboortemaand van de duif in te vullen. U kunt de maanden afdrukken met programma 7102.
ad 4) de landentabel (programma 7003)
Hier vult u de landen in waar uw duiven vandaan (kunnen) komen. Standaard zijn er al enige ingebracht. De in te vullen afkorting wordt op de hoklijst afgedrukt. U kunt de landen afdrukken met programma 7103.
ad 5) de weertypentabel (programma 7004)
Hier vult u de weertypen in die u kunt onderscheiden. De in te vullen afkorting wordt op de prestatielijst afgedrukt. Deze gegevens worden later gebruikt om van de gevlogen vlucht het weer aan te geven. U kunt de ingevulde weertypen afdrukken met programma 7104.
ad 6) de windtypentabel (programma 7005)
Hier vult u de windtypen in die u kunt onderscheiden. Standaard zijn de meeste al ingebracht. De in te vullen afkorting wordt op de prestatielijst afgedrukt. Deze gegevens worden later gebruikt om van de gevlogen vlucht de wind aan te geven. U kunt de ingevulde windtypen afdrukken met programma 7105.
ad 7) de lossingsplaatsentabel (programma 7006)
Hier vult u de lossingsplaatsen in die u kunt onderscheiden. U dient bij deze tabel wel het x-coordinaat en het y-coordinaat van de lossingsplaats in te vullen. De afstand wordt dan automatisch voor u berekend en bewaard (als u tenminste uw eigen x en y- coordinaat heeft ingebracht m.b.v. programma 2001). Later wordt de afstand gebruikt om het aantal prijskilometer van een duif te bepalen (prestaties per duif). De lossingsplaats zelf wordt gebruikt om de gegevens van een vlucht te kunnen invullen. U kunt de ingevulde lossingsplaatsen afdrukken met programma 7106.
ad 8) de nestpositietabel (programma 7007)
Hier vult u de nestpositie c.q. standen (ook weduwschap natuur- lijk) in die u kunt onderscheiden. De in te vullen afkorting wordt op de prestatielijst afgedrukt. Deze gegevens worden later gebruikt bij het invullen van de eventuele prijs van een duif op een vlucht. U kunt de ingevulde nestposities afdrukken met programma 7107.
ad 9) de liefhebbergegevenstabel (programma 7008)
Hier vult u de gegevens in van de liefhebbers van wie u duiven bezit. U kunt de naam, adres e.d. ingeven alsmede de soort waarover de betreffende liefhebber beschikt. Deze gegevens worden gebruikt om de kenmerken van een duif in te vullen. U kunt de ingevulde liefhebbers afdrukken met programma 7108.
ad 10) de standaardgegevens
Hier kunt u enige algemene gegevens invullen: - de positie waarop de printer moet gaan printer op de regel (linkermarge dus) - de positie op de bladzijde waarop de printer moet gaan printen (regelhoogte dus) - het aantal regels op een pagina - de backup drive (station waarop uw gegevens op bewaard moeten worden ter beveiliging); wordt nog niet gebruikt - het laatst gebruikte vluchtnummer (liefst niet veranderen, tenzij in noodgevallen). Dit nummer wordt automatisch opgehoogd indien u de gegevens van een nog niet aanwezige vlucht invult. Zie uitleg programma 3001. - het laatst gebruikte duifnummer (liefst niet veranderen, tenzij in noodgevallen). Dit nummer wordt automatisch opgehoogd indien u de gegevens van een nog niet aanwezige duif invult. Zie uitleg bij programma 1001.
De laatst ingevulde gegevens worden getoond als u dit programma opstart. U kunt ze muteren. De eerste keer vult u bij het vlucht- en duifnummer een 0 in. Daarna niet meer wijzigen.
Als u bovenstaande tabellen en standaardgegevens zo compleet mogelijk heeft ingevuld (u kunt natuurlijk steeds wijzigingen of aanvullingen aanbrengen) is de volgende stap om de juiste printer te installeren. Het is dus raadzaam alvorens de tabellen af te drukken eerst een printer te kiezen; alhoewel het programma zelf zal aangeven dat u nog geen printer heeft geinstalleerd. Het installeren van de juiste printer is zeer eenvoudig: u kiest voor programma 9512 en u vult daar de printer in die u heeft. U verlaat dit programma pas nadat u een "juist" getal heeft inge- vuld (d.w.z. een getal tussen 1 en het aantal printers waaruit u kunt kiezen). Indien u beschikt over een gewone standaard matrix- printer dan kiest u voor nummer 1. Heeft u een brede matrixprin- ter dan kiest u printer nummer 2. Als u een laserprinter heeft dan kiest u nummer 3 of 4. Als de afdruk dan niet goed lukt dan kiest u de andere laserprinter. Als uw printer standaard staat ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw laserprinter) dan zou elke afdruk moeten lukken. Als u van mening bent dat uw printer er niet bij staat (alhoewel dit eigenlijk niet mogelijk is) dan kunt u zelf uw eigen printer er aan toevoegen met programma's 9510 en 9511. Dit wordt echter afgeraden.
Na het afwerken van bovenvermelde stappen bent u zover dat u met de hoofdprogramma's kunt gaan werken. U kunt het best beginnen met het invoeren van de gegevens van uw duiven (zowel het huidige hokbestand als vorige generaties). Hoe meer duiven u invoert hoe beter en nauwkeuriger uw stambomen zullen worden. Programma 1001 zorgt ervoor dat u de gegevens kunt muteren.
Programma 1001 Muteren gegevens van duiven
U komt langs de volgende invoervelden:
- Ringnummer: De vaste voetring van de duif. U vult b.v. in: 92- 1234567 of 92-123456. Wilt u een reeds ingevoerde duif opzoeken dan drukt u op de tab-toets, op de page up- of down-toets (kortom op een van de zoektoetsen). Als u de juiste duif heeft gevonden dan drukt u op enter. - Zoeknaam: De naam van de duif waarop u hem later gemakkelijk kunt terugvinden (is namelijk gemakkelijker te onthouden dan zijn nummer van veld 1). U hoeft niets in te vullen. U kunt hier weer gebruik maken van de zoektoetsen. - Naam: De naam die u aan uw duif gegeven heeft. Ook die hoeft u natuurlijk niet in te vullen. - Geboortejaar: jaar waarin de duif geboren werd. Voor echte winterjongen gebruikt u natuurlijk gewoon het jaar van de vaste voetring. - Geboortemaand: U vult de code in van de maandentabel (zie programma 7002). U kunt hier het best de zoektoetsen gebruiken, anders ziet u de omschrijving niet (alleen de tabelgegevens van de maand worden dan getoond; de overige gegevens veranderen natuurlijk niet). - Land: het land waar de duif vandaan komt (zijn voetring); U kunt hier zoeken m.b.v. de zoektoetsen (in de landentabel, zie programma 7003). De afkorting wordt gebruikt voor de hoklijst. - Kleur: de kleur van het verenkleed van de duif. U kunt weer zoeken m.b.v. de zoektoetsen (in de kleurentabel, zie programma 7001). - Geslacht (doffer ja of nee): U kunt antwoorden met j/J of n/N (hoofdletter of kleine letter maakt m.a.w. niet uit). - Nog aanwezig op uw hok: is de duif nog op uw hok op het moment dat u uw hoklijst inlevert. Alle duiven waarbij hier een j/J staat worden namelijk op de hoklijst geplaatst. - Soort: van welke liefhebber is uw duif afkomstig (eigen soort is ook mogelijk!). U kunt hier zoeken in het liefhebbersgegevens- bestand (programma 7108). - Bouw: aantal punten bij een tentoonstelling. Is momenteel nog niet verder uitgesplitst. - een tweetal opmerkingingsvelden: spreekt voor zich.
Als u het laatste invoerveld heeft afgesloten met enter of return dan worden de gegevens vervolgens bewaard. U kunt natuurlijk (tussentijds) ook op F10 drukken. Het scherm wordt schoon gemaakt en u kunt de volgende duif muteren. Als de gegevens over een nog niet aanwezige duif gaan (u heeft hem niet opgezocht met de zoektoetsen) dan wordt de duif aan het bestand toegevoegd en het laatste duifnummer wordt met 1 opgehoogd. Is de duif al wel aanwezig dan worden de oude gegevens vervangen door de door u ingevulde gegevens. U verlaat het programma met esc.
Zoals u reeds gezien had kunt u bij het invoeren van de gegevens van een duif de ouders niet ingeven. Daartoe is een apart pro- gramma gemaakt: programma 1002. U kunt namelijk alleen ouders ingeven die u daadwerkelijk heeft ingevoerd. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van de gegevens.
Programma 1002: Invoeren stamboom (ouders)
U zoekt de gewenste duif op door ofwel het juiste ringnummer op te zoeken (met de zoektoetsen) ofwel de juiste zoeknaam. Als u de juiste duif heeft gevonden gaat u naar het volgende invoerveld: - ringnummer van de vader: hier kunt u de juiste vader opzoeken. Let op: m.b.v. de zoektoetsen loopt u door het gehele bestand, dus ook duivinnen worden getoond. U kunt hier dus ook duivinnen invullen; dit is echter uw eigen verantwoordelijkheid. - zoeknaam vader: indien u wel de zoeknaam weet dan kunt u die beter op zoeken. Heeft u reeds de juiste vader dan drukt u hier op enter om naar het volgende invoerveld te gaan (duifnummer moeder). Voor het invoeren van de moeder handelt u precies hetzelfde. Als u het laatste veld heeft verlaten worden de gegevens weggeschre- ven c.q. bewaard. Met functietoets F5 kunt u hier de vader of de moeder "schoon maken", alleen hun gegevens verdwijnen dan van het scherm.
Als u de ouders heeft ingevuld kunt u de resultaten bekijken met programma's 1101, 1102 en 1103.
Programma 1101: Stambomen op het beeldscherm
Hiermee zoekt u een duif op waarna de stamboom (4 generaties) op uw beeldscherm verschijnt. U kunt met de zoektoetsen vervolgens de volgende stamboom laten verschijnen. Als u op F9 of F10 drukt wordt het scherm schoon gemaakt en kunt u met de tab-toets de eerste duif weer laten zien.
Programma 1102: Stambomen op papier
Met dit afdrukprogramma kunt u stambomen afdrukken op papier. Eerst kunt u aangeven of u van alle duiven een stamboom wenst, d.w.z. ook van de al verdwenen duiven. Vervolgens kunt u de begin en eindvoorwaarde (is ringnummer dan wel zoeknaam) ingeven waarna het afdrukken begint. De begin- en eindwaarde worden ook afge- drukt. Als u dus een enkele stamboom wilt afdrukken dan vult u twee maal hetzelfde ringnummer in. Als u alle stambomen wilt afdrukken dan drukt u 2 c.q. 4 maal op enter. Door tijdens het afdrukken op escape te drukken komt u terug bij het invullen van de randvoorwaarden. Als u in dit scherm op escape drukt dan verlaat u het programma. Let op: omdat de printer nog even door kan gaan lijkt het of de escape-toets niet werkt. Dit is echter maar schijn! Indien u dus twee keer achter elkaar op escape drukt dan verlaat u het pro- gramma helemaal.
Programma 1103: Afstammelingen op scherm
Dit programma laat de afstammelingen zien van een bepaalde duif. Als de zoon of dochter nog aanwezig is dan wordt er een "*" afgedrukt. Het aantal nog aanwezige afstammelingen, het totaal aantal en het verschil wordt ook vertoond. U kunt hier natuurlijk weer heen en weer bladeren met de zoek- toetsen. Met escape verlaat u het programma.
Programma 2002: afdrukken hoklijst
Met dit programma wordt de hoklijst afgedrukt. U kunt aangeven hoeveel hoklijsten u wilt laten afdrukken. als u hier geen getal tussen de 1 en de 9 opgeeft verlaat u direct het programma. Alle duiven waarbij u aangegeven heeft dat ze nog op uw hok aanwezig zijn (zie programma 1001) worden op de achterkant van uw hoklijst geplaatst. Op de voorkant worden de gegevens afgedrukt die u heeft ingevuld met programma 2001. U kunt het programma tijdens het afdrukken verlaten door op escape te drukken.
Hoofdstuk 4 Prestaties
Naast het stamboomgedeelte is er ook een gedeelte waar u de prestaties van uw duiven bij kunt houden, bekijken enz. U kunt het best beginnen met het invullen van de u bekende vluchtge- gevens. Dit is programma 3001.
Programma 3001: muteren vluchtgegevens
Tijdens het invoeren komt u langs de volgende invoervelden:
- vluchtnummer: Indien het een nieuwe vlucht betreft (die dus nog niet in uw bestand voorkomt) dan drukt u hier op enter (u slaat hem over). Wilt u een reeds ingevoerde vlucht opzoeken dan drukt u op de tab-toets, op de page up- of down-toets (kortom op een van de zoektoetsen). Als u de juiste vlucht heeft gevonden dan drukt u op enter - datum: de datum waarop de vlucht werd gehouden. U vult de datum in als dag-maand-jaar. B.v. 30-05-1990 (30 mei 1990). Automatisch komt hier de huidige datum te staan. U kunt hier ook zoeken, maar dan kunt u geen nieuwe vlucht invoeren - lossingsplaats: u vult de juiste lossingsplaats in (u kunt hier zoeken met de zoektoetsen) - aantal duiven in concours: spreekt voor zich - aantal duiven dat u zelf mee had: spreekt voor zich - prijsverhouding: aantal prijzen/aantal duiven. Vul b.v. in 3, 4 of 5 - wind: zie weersomstandigheden - sterkte van de wind: vul de geschatte windsterkte in (matig, zwak enz.) - weersomstandigheden: vul de juiste code in (u kunt hier dus weer zoeken met de zoektoetsen; dit is meestal het gemakkelijkste en u ziet ook de omschrijving op uw beeldscherm) - Zicht: Hoe was het zicht (goed, mistig, slecht enz.) - een tweetal opmerkingsvelden: indien u bepaalde dingen zijn opgevallen van deze vlucht dan kunt u hier in het kort weergeven wat dat was - concoursduur: hoe lang duurde de prijskamp - tijdstip van lossing: spreekt voor zich - aankomsttijd eerste duif: spreekt voor zich - snelheid eerste duif: in meters per minuut - snelheid laatste duif: idem
Als u het laatste invoerveld heeft afgesloten met enter of return dan worden de gegevens vervolgens bewaard. U kunt natuurlijk (tussentijds) ook op F10 drukken. Het scherm wordt schoon gemaakt en u kunt de volgende vlucht muteren. Als de gegevens over een nog niet aanwezige vlucht gaan (u heeft hem niet opgezocht met de zoektoetsen, kortom het vluchtnummer is niet ingevuld) dan wordt de vlucht aan het bestand toegevoegd en het laatste vluchtnummer wordt met 1 opgehoogd. Is de vlucht al wel aanwezig dan worden de oude gegevens vervangen door de door u ingevulde gegevens. U verlaat het programma met esc.
Programma 3002: muteren prijzen van de duif per vlucht
Met dit programma kunt u op vrij eenvoudige wijze de prijzen die door u (c.q. uw duiven) behaald zijn op een bepaalde vlucht invoeren, veranderen, verwijderen (kortom muteren). Daarvoor is het wel noodzakelijk dat u zowel de vlucht (met programma 3001) als de duiven die de prijzen hebben behaald (met programma 1001) heeft ingevoerd. De volgende gegevens kunt u invullen: In het bovenste gedeelte van het beeldscherm zoekt u de juiste vlucht op (m.b.v. het vluchtnummer of de datum; gebruik de zoektoetsen). Indien het een reeds ingevoerde vlucht betreft, dan worden de eerste negen bijbehorende prestaties van uw duiven ook getoond. Voor een nieuwe vlucht geldt vanzelfsprekend dat er nog geen prestaties bekend zijn. Als u inderdaad de juiste vlucht heeft dan kunt u naar het onderste gedeelte gaan (door op enter te drukken bij de datum). U kunt hier de volgende gegevens invullen: - het ringnummer van de duif. U kunt hier zoeken. - de zoeknaam van de duif (indien u niet reeds het juiste ring- nummer heeft; anders drukt u gewoon op return) - de nestpositie (u kunt weer zoeken) - de behaalde prijs: indien de duif heeft gemist vult u hier niets in (automatisch wordt dan een nul getoond) Nadat u de prijs heeft ingevuld en op enter drukt worden de gegevens automatisch weggeschreven. In dit gedeelte is de werking van verschillende functietoetsen iets anders dan u gewend was. Als u op F6 drukt dan wordt de prestatie van de duif verwijderd (er wordt gevraagd of u de regel wilt verwijderen; J = ja). Als u op F9 of op F10 drukt dan wordt heel het scherm leeg gemaakt. U kunt snel door de regels heen en weer wandelen als u op het eerste invoerveld (het ringnummer) staat m.b.v. de up en down toetsen. Nadat u negen duiven heeft ingevoerd komt er automatisch een lege regel onderaan het scherm tevoorschijn en kunt u doorgaan met invoeren. Als u reeds veel duiven heeft ingevuld dan kunt u met F7 en F8 door de bladzijden bladeren (dit geldt alleen voor het onderste gedeelte van het beeldscherm). Om zo vlot mogelijk veel duiven in te voeren kunt u het best de volgende methode hanteren: Begin met enige duiven in te voeren (gedeeltelijk het ringnummer invullen, op tab drukken en de juiste opzoeken). Als u nu enige duiven heeft ingevuld gaat u met pijltje up en down naar een reeds ingevoerde duif. U kunt dan snel heen en weer bladeren op het ringnummer (het jaartal dient natuurlijk gelijk te zijn) om een nieuwe duif te vinden. Eventueel verandert u een paar cijfers en drukt vervolgens op de tab-toets. U accepteert het nieuwe ringnummer door op enter te drukken (ook voor de zoeknaam) en vult daarna de juiste stand en prijs in voor deze duif. De nieuwe duif wordt dan ook bewaard. Met F7 en F8 kunt u dan alle duiven weer laten zien; mede ter controle). Als er op de prijs al een nul staat dan kunt u daarachter gewoon een prijs zetten; u hoeft de nul dus niet weg te halen.
Programma 3003: muteren prijzen van een vlucht per duif
Dit programma werkt op dezelfde manier als programma 3002. Alleen zoekt u nu in het bovenste gedeelte van het scherm het juiste ringnummer op (u zoekt dus de juiste duif). U kunt zoeken op ringnummer of op de zoeknaam. Als u de juiste duif heeft gevonden dan gaat u naar het onderste gedeelte van het scherm (met enter). Hier kunt u nu de bijbehorende vlucht opzoeken (m.b.v. het vluchtnummer of de datum). Na het vinden van de juiste vlucht vult u weer de nestpositie en de behaalde prijs in (zie programma 3002). De functietoetsen vervullen weer dezelfde functie al bij programma 3002.
Programma 3101: overzicht prestaties per duif
Met dit programma kunt u de behaalde resultaten van een duif op het beeldscherm aanschouwen. U kunt zoeken op ringnummer of op de zoeknaam van de duif. Na acceptatie van de juiste duif worden de resultaten getoond. U kunt ook het aantal prijskilometer zien, het aantal prijzen 1:10, het aantal prijzen 1:25 enz. Als u over een kleurenscherm beschikt dan kunt u zien dat de goede (1:10) of zeer goede prijzen (1:25) een aparte kleur hebben. U kunt op vrij eenvoudige wijze bekijken of de duif aan uw verwachtingen heeft voldaan, en ook bij welk weer- en windtypen de duif het best presteert. U kunt heen en weer bladeren door de pagina's m.b.v. functie- toetsen F7 en F8. Met de zoektoetsen kunt u andere duiven opzoe- ken.
Programma 3102: Overzicht resultaat per vlucht
Met dit programma kunt u de behaalde resultaten op een vlucht op het beeldscherm aanschouwen. U kunt zoeken op vluchtnummer of op de datum van de vlucht. Na acceptatie van de juiste vlucht worden de resultaten getoond. U kunt ook het aantal behaalde prijzen zien, het aantal prijzen 1:10, het aantal prijzen 1:25 enz. U kunt op vrij eenvoudige wijze bekijken of de resultaten van de vlucht aan uw verwachtingen voldeden, en ook bij welk weer- en windtypen de vlucht plaatsvond. U kunt heen en weer bladeren door de pagina's m.b.v. functie- toetsen F7 en F8. Met de zoektoetsen kunt u andere vluchten opzoeken.
Programma 3106: Afdrukken resultaten per duif
Met dit programma knt u de resultaten van uw duiven op papier afdrukken. U kunt weer aangeven of u alle duiven wilt hebben en aan welke begin- en eindvoorwaarden zij moeten voldoen (zie ook afdruken stamboom, programma 1102). De resultaten worden vervol- gens afgedrukt. De volgende gegevens zijn o.a. beschikbaar: Ringnummer, geslacht, afkomst, aantal prijzen 1:25, aantal prijzen, aantal keer mee enz. Per regel wordt vervolgens afgedrukt: De vlucht, de datum, de neststand, de prijs, het aantal duiven in concours, het weer en de wind. U kunt het afdrukken onderbreken door op escape te drukken. U komt dan weer in het invoerscherm terecht waar u kunt opgeven welke duiven u wilt afdrukken. Als u dan weer op escape drukt, dan verlaat u het programma.
Programma 3107: Afdrukken resultaat van een vlucht
Met dit programma kunt u de behaalde resultaten per vlucht afdrukken. U kunt invullen van welke vluchten u de resultaten wilt zien (vluchtnummer of datum). Om alle vluchten af te laten drukken, drukt u 2 of 4 maal op return. Om een vlucht af te laten drukken vult u twee maal dezelfde vlucht in (analoog aan de werkwijze bij programma 1102). Per vlucht worden de volgende gegevens getoond: Lossingsplaats, datum, aantal duiven in concours, zelf mee, weersomstandigheden enz. Per regel wordt afgedrukt: het ringnummer van de duif en de behaalde prijs (3 duiven op een regel).
Dit zijn de programma's tot op dit moment (medio januari 1993) van dit flexibele systeem. Het menu tot slot werkt als volgt: Als u voor de eerste keer het programma opstart dan komt u in het hoofdmenu terecht. Om naar een volgend menu te gaan typt u het getal voor het gewenste menu in (+ enter). U ziet dan het subme- nu. Als u dan het nummer dat voor het gewenste programma staat, intoetst, wordt dat programma voor u opgestart. Als u het nummer van het programma weet (b.v. 1001 voor het muteren van de duiven) dan kunt u dat getal ook direct intoetsen. Het programma wordt dan meteen opgestart. Bij het verlaten van het gekozen programma komt u weer in het submenu terecht waar u was gebleven. Met escape gaat u naar een hoger menu terug (totdat u weer bij het hoofdmenu komt). Het programma verlaat u door nummer 99 in te toetsen. Veel succes met dit prachtige programma en natuurlijk ook veel succes in uw geliefde duivensport!
P.S.
Voor eventuele opmerkingen, verbeteringen, uitbreidingen e.d. kunt u altijd contact opnemen.
Per 16 mei 1995 zijn de volgende wijzigingen aangebracht.
De volgende programma's zijn er bijgekomen:
Programma 1003 Muteren koppels
Met dit programma kunnen de koppels ingegeven worden. Als u op enter drukt dan kan er een nieuw nummer toegekend worden. U kunt ook weer zoeken op het koppel nummer en de zoeknaam. Aan ieder koppel kunt u het ringnummer van de doffer en het ringnummer van de duivin koppelen (op het laatste veld op enter drukken of tussentijds op F10 drukken is weer wegschrijven). Verder kunt u aangeven of het koppel in de huidige samenstelling nog op het hok zit. Daarna kunt u voor het gekozen koppel de koppeldatums, legdatums, en een opmerking invullen. Als u de regel afsluit worden de gegevens weggeschreven. Met F7 en F8 bladert u door de regels. De hier ingevulde gegevens zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het ontdekken van kweekpatronen e.d. Het koppelnummer dat u hier krijgt kan gebruikt worden in programma 1002 (ouders per duif ingeven) te vereenvoudigen. Zie ook de uitleg aldaar.
Programma 1005 Muteren gegevens voor hokken
Met dit programma kunnen de koppels aan een hok (bak) gebonden worden. Hierdoor kunt u inzicht verkrijgen in de (kweek)resulta- ten per hok. U kunt hier een hoknummer invullen (zelf invullen), de omschrijving van dat hok, en het aantal afdelingen waaruit dat hok bestaat. Per afdeling kunt u dan weer een nummer toekennen, de omschrijving en het aantal bakken waaruit de afdeling bestaat. Per bak kunt u dan weer een nummer toekennen en de omschrijving. Tot slot (en niet onbelangrijk!) kunt u dan aan elke bak een koppelnummer (aangemaakt in programma 1003 of 1002 zie aldaar) toekennen. U kunt altijd bladeren op nummers (dus bak, afdeling, hok, koppel) en op zoeknamen. Met deze gegevens kunt u later nagaan waar de beste duiven gekweekt worden, wanneer enz.
Programma 1004 Afdrukken koppels
Nadat u met veel pijn en moeite alle koppelgegevens heeft inge- vuld, wilt u natuurlijk de resultaten van uw noeste arbeid ook op papier zien. Daartoe kunt u dit programma gebruiken. Met het programma kunnen verscheidene overzichten worden afgedrukt (of naar een tekstfile worden gestuurd, genaamd koppels.txt). Afhankelijk van de door u ingevulde randvoorwaarden wordt een bepaald overzicht gemaakt.
De volgende randvoorwaarden kunt u invullen:
1) Alleen de koppels die nog op het hok verblijven (Ja of Nee); als u voor Ja kiest worden alleen de huidige koppels verwerkt
2) Van koppelnummer t/m koppelnummer (spreekt voor zich)
3) Van Begindatum t/m einddatum U kunt hier de koppeldatums invullen of -als u een lijst voor (jonge) duiven wilt afdrukken- de geboortedatums van de duiven
4) Keuze (A)fdrukken, op (B)eeldscherm of naar (T)ekstbestand? Verder kunt u kiezen of u het overzicht wilt afdrukken, of naar een ascii tekstbestand wilt sturen (die kunt u dan inlezen in een tekstverwerker, spreadsheet of database- programma). De optie naar het beeldscherm is nog niet ter beschikking
5) Overzicht (K)oppeldata e.d., (A)fstammelingen of (L)ijst (jonge) duiven? Het soort overzicht dat u wilt hebben: Als u kiest voor K dan worden de koppeldatums en legdatums e.d. afgedrukt die u in programma 1003 heeft aangemaakt. Kiest u voor A dan worden de afstammelingen afgedrukt die u invult in program- ma 1002. Als u voor L kiest dan worden alle jonge duiven afge- drukt die aan de door u ingevulde geboortedatums (begin- en eindwaarde) voldoen. De ouders, het koppelnummer en de hokgege- vens worden zichtbaar. De volgorde van afdrukken is op het toegekend duifnummer, dit is dus niet perse op volgorde van ringnummer!
6) Overzicht (H)istorisch of (T)egenwoordig" Het overzicht van de koppels kan nog verder onderverdeeld worden naar een totaaloverzicht van alle koppels (u kiest dan de letter H) of naar een beperkter overzicht van de huidige koppels (zoals die momenteel aan een bak verbonden zijn). Als het koppel niet aan een bak is gekoppeld door u (m.b.v. programma 1005) dan wordt er niets afgedrukt van dat koppel (als u voor T opteert)!
7) Volgorde (J)a of (N)ee huidig overzicht op volgorde van hok Tot slot kunt u de volgorde waarop de gegevens worden afgedrukt aangeven: dit kan zijn naar hok (dus eerst alle koppels van en hok en vervolgens een ander hok) of naar koppelnummer (alle hokken dus kris kras door elkaar).
Op deze manier kunt u verscheidene overzichten maken. Probeer ze maar uit!
Programma 1006 Afstammelingen per koppel (op het beeldscherm getoond)
Met dit programma kunt u van elk koppel de afstammelingen opvra- gen. Dit programma is vergelijkbaar met programma 1103. Als u het koppelnummer heeft ingevuld en op enter drukt (of op de zoektoet- sen) dan worden de gegevens getoond. U kunt ook weer bladeren op nummer en op naam.
Programma 1007 Toevoegen serie nieuwe, jonge duiven
Met dit programma kunt u snel de meest algemene gegevens van een reeks jonge duiven invoeren. U dient daartoe wel in programma 2001 de series van uw ringnummers (van de jonge duiven) van het huidige jaar ingevuld te hebben. Alle ringnummers die in de serie(s) voorkomen worden aangemaakt. Daarbij wordt standaard de kleur 1 genomen, als geboortedatum de huidige datum, als landcode 1, de duiven worden als aanwezig beschouwd en het zijn allemaal doffers. U kunt de noodzakelijke wijzigingen dan vrij snel doorvoeren met programma 1001.
Programma 2003
Van het lijstje uit programma 1002 (zie aldaar) is gebruik gemaakt om het al dan niet nog aanwezig zijn van een duif op het hok op eenvoudige wijze aan te passen. Dit is nodig voordat u een juiste hoklijst kunt afdrukken (alle duiven waarbij bij het veld aanwezig een J staat worden daar namelijk op afgedrukt (zie uitleg programma 1001). Als u door het lijstje bladert dan kunt u door bij een duif op F6 te drukken zijn "positie" wijzigen (een J wordt een N en omgekeerd). Hierdoor kunt u heel snel bij alle verwijderde duiven een N neerzetten.
De volgende programma's zijn iets aangepast:
Programma 1001
In dit programma kunt u nu een geboortedatum invullen voor de duif; de maand en het geboortejaar zijn daarmee komen te verval- len. De geboortedatum wordt gebruikt in programma 1004 bij het afdrukken van een lijst duiven. De geboortedatum van reeds aangemaakte duiven wordt aangepast aan de hand van het geboorte- jaar en de maand. Automatisch wordt als geboortedag de eerste van de maand genomen. Als u op F4 drukt dan komt er een lijst met ringnummers tevoor- schijn (let op; het duurt enige ogenblikken alvorens er iets verschijnt). U kunt er een uitkiezen door op enter te drukken. De gegevens van die duif verschijnen dan op het scherm. U kunt door de lijst bladeren met page-up en down. Aan het eind van de lijst begint de lijst (meestal) weer opnieuw. U kunt ook de pijltjes up en down gebruiken om te scrollen. De relatie die u hier ingeeft kan afgedrukt worden op de stamboom indien gewenst (zie uitleg programma 1102 en 9505)
Programma 1002
Bij het invoeren van de ouders kunt u nu het juiste koppelnummer opzoeken. Daardoor zijn dan automatisch de ouders bekend en hoeft u die niet meer in te vullen. Als u nog geen koppelnummer heeft voor de ouders dan slaat u dat nummer over en zoekt u de ouders op. Na het wegschrijven wordt dan automatisch een nieuw koppel- nummer aan dat koppel toegekend. Dat nummer kunt u dan eventueel weer gebruiken voor een volgende duif uit hetzelfde koppel. Als het koppel al bestaat dan wordt er geen nieuw nummer toegekend. Voor een overzicht van de koppels is het nodig dat u de nieuwe koppels die u in dit programma heeft aangemaakt, aan een bak koppelt. Dit doet u, zoals reeds aangehaald, met programma 1005. U kunt de koppels (en dus de bijbehorende koppelnummers) afdruk- ken met programma 1004.
Programma 1102
Het afdrukken van de stamboom is verfraaid. Ook is het nu moge- lijk om de gegevens van de eigenaar linksonder af te drukken. Bij het ingeven van de stamvariabelen kunt u aangeven of u deze gegevens wel of niet wilt afdrukken (programma 9506). Elke stamboom wordt eerst naar een tekstbestand genaamd stamafdr.txt gestuurd; die kunt u eventueel aanpassen met een tekstverwerker. Let op: als u meerdere stambomen tegelijkertijd afdrukt, dan wordt alleen de laatste in het tekstbestand bewaard!
Programma 2001
Voor het afdrukken van de nieuwste hoklijst is het noodzakelijk om ook de geboortedatum en het NPO-lidnummer van u zelf in te geven. Op de tweede bladzijde van dit programma kunt u deze gegevens invullen (door op enter te drukken komt u uiteindelijk op de tweede bladzijde). Tevens kunt u hier nog 4 series met ringnummers van uw jonge duiven invullen (invoeren beginnummer en eindnummer). Deze nummers worden afgedrukt op de hoklijst van het huidige jaar. Tevens worden zij ook gebruikt om direct een hele serie jonge duiven aan te kunnen maken (zie ook programma 1007).
Programma 2002
Het afdrukken van de hoklijst is een klein beetje aangepast: het NPO-lidnummer en de geboortedatum worden afgedrukt. Ook komen onderaan nu de serienummers van de jonge duiven (die vult u in in programma 2001).
Programma 9505
Toegevoegd zijn twee variabelen: het laatst gebruikte koppelnum- mer (liefst niet meer veranderen, toch zeker niet lager instel- len) en of u de gegevens van de eigenaar al dan niet linksonder wilt afdrukken bij de stamboom. Deze gegevens van de eigenaar zijn gekoppeld aan de relatie die u per duif heeft ingevuld.
Samengevat:
De belangrijkste wijzigingen:
1) Het invoeren van de gegevens voor de liefhebber (nodig voor o.a. de hoklijst) 2) Het invoeren van de gegevens voor een duif (koppelgegevens bijgekomen) 3) Het afdrukken van een stamboom 4) Overzicht koppels en hokken 5) Vluchtresultaten afdrukken aangepast. 6) Het afdrukken van de hoklijst is iets aangepast. 7) Het aangeven of een duif nog op het hok is, is verbeterd (F6 is voldoende). 8) Invoeren serie jonge duiven 9) De geboortedatum van een duif kan ingevoerd worden
Per 26-03-96 is bij enkele afdrukprogramma's de optie bijgemaakt of u een tekst-file wilt aanmaken die geschikt is voor Internet. Die kunt u dus gebruiken als webpagina's. Het betreft de programma's 3106 (resultaten per duif), 1102 (stambomen per duif) en 3107 (resultaten per vlucht). Als bestandsnaam wordt het ringnummer van de duif gebruikt; als achtervoegsel staat er ".htm". Bij de stambomen wordt als bestandsnaam een "s" voor het ringnummer gezet. Bij de vluchtgegevens wordt het jaartal, de maand, de dag en de eerste 2 letters van de vluchtnaam (+ ".htm) gebruikt.